De zomer van 1997. Op een stoeltje zit een negenjarige jongen te doen wat hij heelder dagen doet: tekenen, in een wolk van fantasie die boven de middeleeuwen is blijven hangen. Op het papier krijgt vandaag geen kasteel vorm, wel een bekende krijger: Dzjengis Khan, compleet met paard, boog en bontmuts. Het model dat de ijverige knaap een gezicht aanreikt, staat enkele meters verder op een podium. Zijn naam is Albert Kuvezin en hij is zanger en gitarist van de Tuvaanse groep Yat-Kha. 'Een enorm charismatische man, met lang haar en een gemene lange snor, hij zag er metal uit zonder dat hij metal speelde. Mijn vader had me meegenomen. Ik was in die fase van mijn leven totaal niet bezig met muziek. Maar voor het eerst raakte ik wel gefascineerd door een zanger. Niet alleen dankzij zijn look en uitstraling, maar natuurlijk ook zijn kargyraa, die diepe keelzangstijl. Imposant, dat had ik nog nooit gehoord.'
...

De zomer van 1997. Op een stoeltje zit een negenjarige jongen te doen wat hij heelder dagen doet: tekenen, in een wolk van fantasie die boven de middeleeuwen is blijven hangen. Op het papier krijgt vandaag geen kasteel vorm, wel een bekende krijger: Dzjengis Khan, compleet met paard, boog en bontmuts. Het model dat de ijverige knaap een gezicht aanreikt, staat enkele meters verder op een podium. Zijn naam is Albert Kuvezin en hij is zanger en gitarist van de Tuvaanse groep Yat-Kha. 'Een enorm charismatische man, met lang haar en een gemene lange snor, hij zag er metal uit zonder dat hij metal speelde. Mijn vader had me meegenomen. Ik was in die fase van mijn leven totaal niet bezig met muziek. Maar voor het eerst raakte ik wel gefascineerd door een zanger. Niet alleen dankzij zijn look en uitstraling, maar natuurlijk ook zijn kargyraa, die diepe keelzangstijl. Imposant, dat had ik nog nooit gehoord.' Na het concert gaat de kleine Johannes de tekening aan zijn nieuwe voorbeeld afgeven en krijgt hij een cd in de plaats, Yenisei-Punk. 'Die ligt nu bij mijn vader. Maar nog vrij vaak luister ik naar die plaat op iTunes.' Genard krijgt van zijn ouders - vader is kunstschilder en doceert aan het Gentse Sint-Lucas, moeder lerares Nederlands en Engels - alle artistieke aanmoediging. 'Ik mocht ook eens accordeon proberen, ik vond dat namelijk een pirateninstrument. En vanwege interesse in Schotse Highlanders heb ik zelfs een les doedelzak meegevolgd. (lacht) Maar mijn hobby bleef vooral tekenen.' Een adolescentenkamer, drie jaar ver in het nieuwe millennium. De bewoner luistert begeesterd naar System Of A Down, wild tekeergaand op zijn favoriete instrument: een bezemsteel. Hij 'speelt' de lage noten onderaan het ding, de hoge van boven. 'Op het einde van de lagere school had mijn crush - het meisje op wie ik zes jaar lang verliefd was geweest - afwijzend tegen mij gezegd: "Jij volgt de Ultratop niet eens." Dat ben ik dan maar beginnen te doen.' Het eerste wat Genard had geboeid, was Metallica - de symfonische versie van Nothing Else Matters. In de jaren daarop belandt hij, zoals elke adolescent wel een keer, in de metal du jour. Korn, Linkin Park en, helemaal erg, P.O.D. Moeder ruikt haar kans. Zou haar nageslacht tóch weg te lokken zijn uit doodlopende bezigheden zoals wiet roken en - ja, nog steeds - Orks, elfen en dwergen uit Lord of the Rings portretteren? Voor zijn vijftiende verjaardag krijgt Johannes een magisch starterspakket cadeau: een rode Fender Squier Stratocaster en klein Peavey-versterkertje. Het werkt. En hoe. Ook al legt hij zijn snaren er eerst verkeerd op, het jonk raakt geobsedeerd. Ontstemt zijn nieuwe speelgoed om er keizware riffs uit te slepen. 'Ik verdwéén in die gitaar. Mijn voicemailantwoord bestond uit een solo van een minuut - kijk eens wat ik nu al kan!' Zijn vriendinnetje vindt het allemaal verschrikkelijk. Maar wanneer Johannes een schooljaar moet overdoen, vindt hij in nieuwe klasgenoot Andrew Van Ostade meteen een beste vriend. 'Andrew was niet alleen een even grote Lord of the Rings-nerd als ik, maar ook een drummer. Minstens een keer per week trok ik naar zijn huis in Kontich om te jammen.' De twee zullen later het groepje Leafpeople oprichten, genoemd naar een pointe in de Jim Jarmusch-film Coffee and Cigarettes. In 2008 moet het voor Leafpeople gaan gebeuren: geselecteerd voor de preselecties van de Rock Rally! Maar de jury hoort niks van de beloofde Tom Waits- en Pixiesinvloeden en vindt alleen de drummer entertainend. 'Grappig om te lezen, maar destructief voor de band zelf!' Genard kan er nu wel om lachen, maar toen verloor hij prompt zijn geloof in de popmuziek. 'Ocharme voor Andrew ook. Nadien kreeg hij soms van een ander bandlid passief-agressieve opmerkingen: "Jij bent duidelijk de ster." Terwijl hij niet per se wou opvallen.' Voorjaar 2009. Een Opel Corsa sjeest van Antwerpen naar Brussel. Daarin twee jongelui op weg naar een optreden met hun folkgroepje Orbal. In Nele Paelinck, aan het stuur, heeft Johannes Genard er inmiddels een muzikale soulmate bij. Zij speelt accordeon en viool in het ensemble, hij gitaar. Het bevalt hem wel, die zachtere tonale wereld. Meer hippie hoeft niet slecht te zijn. Tijdens de rit speelt Paelinck een van haar zelfgebrande mix-cd's af. Freakfolkdeunen van Devendra Banhart en Andrew Bird. Maar dan. Ineens stoten de speakertjes een luid, uitbundig nummer uit. Donkere new wavedrums, dramatisch en duister. Wie of wat is dat, wil Genard terstond weten. Gewoon, Arcade Fire, antwoordt Paelinck achteloos. 'Dat nummer, Neighborhood #3 (Power Out), stortte zich als een bliksemschicht op mijn slaap. Fenomenaal. Op dat moment viel ik meteen weer in zo'n wormgat: misschien kan ik tóch nog iets doen met popmuziek! Dit wil ik ook maken! Er ging een onstopbare energie van uit. Redelijk snel daarna heb ik In Want of Something geschreven, het nummer waarmee School Is Cool is begonnen en dat later onze tweede single is geworden.' Maar zover zijn we nog niet. Eerst moet een zwart beest in de ogen worden gekeken. Tot het allerlaatste moment wacht Genard om te doen wat iedereen in zijn omgeving hem nochtans aanraadt: School Is Cool inschrijven voor de Rock Rally. 'Toen we geselecteerd werden, wist ik: now it's on. ' Het Depot in Leuven, zaterdag 6 februari 2010. Tien groepjes gooien zich gewillig voor de juryleeuwen. Als zevende mag School Is Cool op, ideaal. 'In het begin moet de zaal er nog inkomen, tegen het eind is iedereen uitgeput of zat.' Zeven is ook het aantal optredens dat School Is Cool na vanavond op zijn palmares zal hebben - de gelegenheden waarbij enkel vrienden toekeken meegerekend. Gierende stress backstage, maar die is algemeen. 'Ik voelde, veel meer dan twee jaar eerder in de Trix in Antwerpen met Leafpeople, het competitiegehalte. Bands die desnoods twee minuten langer zouden spelen om de soundcheck van de volgende in te perken.' School Is Cool begint eraan met een song die New Kids In Town heet. Tot Genards stomme verbazing begint Het Depot ('in onze ogen een gigazaal') enthousiast mee te klappen. Eén meisje ergens in het midden, niet eens een vriendin van de band, doet dat nadat ze op de schouders van haar metgezel is geklommen. 'Ik dacht: huh? Heeft iemand op de festivalknop geduwd of zo? Uiteindelijk zou ook de halve finale leuk worden, en de finale was uiteraard euforisch. Zonder stress, want elke groep was blij het gehaald te hebben. Maar dat preselectieoptreden in Leuven had voor mij de grootste impact van de drie. Alsof we in een film waren terechtgekomen. Ik heb het sindsdien nog wel meegemaakt, zo'n spontane reactie op een nieuw nummer, en ik hoop dat het nog vaak zo mag zijn. Maar die keer was speciaal. Omdat we het nooit hadden durven te hopen.' Zijn grootste moment de gloire tot dusver beleeft School Is Cool op Rock Werchter 2012, ondanks het ontieglijk vroege middaguur waarop de groep op dag drie de nagelnieuwe Barn mag openen. 'Als ik toen toeschouwer was geweest, dan was ik nooit naar ons komen kijken. Uitslapen op de camping, ja!' Maar de tent loopt vol. Twaalfduizend opgewonden kelen, zo luid dat ze de groep overstemmen. Alles loopt juist. Johannes Genard beleeft er zelfs een System Of A Down-moment wanneer de massa vooraan op eenvoudige aanvraag twee kolkende circle pits doet ontstaan. 'We zetten The World Is Gonna End Tonight in en ik heb moeite om te beginnen zingen. Dat tintelende, wat verlammende gevoel van een slapend been had ik over héél mijn lichaam. Alsof ik het geluk dat wij uitstraalden - en ik ben helemaal niet spiritueel aangelegd - voelde terugkomen van het publiek.' Toch is dat geluk niet puur. In de groep lijkt een crisis onafwendbaar. Niet zo lang geleden heeft Nele Paelinck aangekondigd naar Argentinië te zullen verhuizen, waar haar lief studeert. Haar vervangen zal niet voor de hand liggen. Maar wat Genard vooral vreest, is hoe het ski-incident zich zal afwikkelen. Een zucht, vandaag. Moet hij dit weer vertellen? Begin 2012. Tijdens een door tv-zender TMF georganiseerd event in Oostenrijk waar de band zou optreden, was de op de latten onkundige Andrew Van Ostade keihard tegen Genards vriendin aangebotst. Een zware kniefractuur die zelfs na vier operaties niet volledig te herstellen bleek. De eerste twee jaar zou Genards vriendin Van Ostade uit de wind zetten. Verzekerd was hij niet, dit had hem wel eens veel geld kunnen kosten. Maar wanneer hij de schuld van zich af lijkt te willen schuiven, ontploft alles. 'Diplomatisch gezegd: dat ski-ongeval is dan wel de aanleiding geweest voor Andrews vertrek, maar het was niet de directe reden. Hoe hij die situatie heeft afgehandeld, dáárdoor is hij uit de band gezet. Tussen ons komt het niet meer goed.' Het gezicht van een man in close up. Buiten beeld vormt hij een telefoonnummer. Hij staart recht voor zich uit terwijl de beltoon weerklinkt. Plots verandert er iets in zijn blik. 'Mijn besluit stond vast: ik zou Jeroen Swinnen, producer van het VTM-programma Liefde voor muziek, zeggen dat ik niet op zijn uitnodiging zou ingaan. Dat was een maand voordat de opnames zouden starten. Maar toen hij opnam, hoorde ik mezelf alleen maar enkele praktische vragen stellen. Daar heeft mijn beleefdheid het gewonnen van mijn neiging tot drama. (lacht)Of waren het méér dan enkel goeie manieren die Genard ertoe bewogen om met onder anderen Dana Winner, Belle Perez, Paul Michiels en Ian Thomas naar Mallorca te reizen om er elkaars songs te interpreteren? 'De rechtszaak met den Andrew was op dat moment bezig - hoor, nu zeg ik nog altijd den Andrew. Op 27 maart 2014, de dag voordat onze tweede plaat Nature Fear zou uitkomen, hadden we een brief van zijn advocaat gekregen. We hadden keihard aan die plaat gewerkt, ook Andrew. We waren een superhechte groep, nog steeds zagen we elkaar vier keer per week. Maar dan - pats! - een clusterfuck. Ondertussen is het september 2015. In een krantenartikel kom ik over als de man die de sympatieke drummer heeft ontslagen omdat die tegen zijn vriendin is geskied. De commentaren volgen. Geen shitstorm zoals bijvoorbeeld Dalilla Hermans die dagelijks meemaakt, maar leuk is anders. Er ontstaat iets waarover je totaal geen controle hebt en dat je met een extreem onrechtvaardigheidsgevoel opzadelt.' Zelfs in die benauwde omstandigheden ziet Genard in een trip naar Mallorca voor betaald muziekmaken nog geen ideale uitweg. Die dramadrang, wellicht. Een deel van hem blijft liever in zijn verduisterde huis, opgesloten met gedownloade films uit zijn jeugd, terwijl de weegschaal alweer een kilo minder meldt. Maar hij neemt het ticket naar de zon dus aan en daar is hij nog altijd dankbaar voor. 'Na Liefde voor muziek viel mij een overweldigende golf van liefde te beurt, óók op social media. Het is ook zo'n melig maar vooral optimistisch programma. Wie kijkt, wil gewoon genieten van muziek. Echt een love fest. Dat was zeer welkom. (lacht) Zelfs mijn hipstervrienden hebben ernaar gekeken!' Nog altijd heeft Genard contact met Dana, Belle en Paul. Een brede grijns. 'Paul gebruikt Facebook heel zestiger-achtig: willen reageren op de hoofdpost maar per ongeluk iets schrijven onder een comment van iemand anders! En Dana heeft me een heel lief bericht gestuurd toen mijn dochter vorig najaar is geboren. Gek. Je wordt met een kliek mensen die je totaal onbekend is op een eiland gezet, maar toch ontstaat daaruit een band. Ik ben teruggekomen als een ander mens. Een andere muzikant, ook. Voordien moest elk nummer dat ik maakte het beste zijn wat ik ooit had gedaan. Als ik niet boven mezelf kon uitstijgen, was het niet goed. Daarin ben ik relaxter geworden. Meer nog: de heetste dag ooit gemeten in België. 39,7 graden in Ukkel. We schrijven 25 juli 2019 en School Is Cool bivakkeert in de Johnny Green Giant-studio's in Oostakker, waar het de basistracks vastlegt voor Things That Don't Go Right, de plaat die onlangs is verschenen. In een wolk van fantasieën die boven de jaren tachtig is blijven hangen. 'Deze plaat maken was een warme ervaring. Aangenaam. Ik voel hoe we met School Is Cool meer onszelf aan het worden zijn. Dat onze vorige single Close zo op The War On Drugs lijkt? Dat accepteer ik helemaal, maar eigenlijk is het Bruce Springsteen! En Dire Straits! Sommige muziek maakt deel uit van je botstructuur. Ik schep er veel plezier in als ik tijdens het maken van nummers denk: ah, dat klinkt als die intro van Bryan Adams of iets van The Outfield of zo. Wat niet wil zeggen dat onze songs pastiches mogen worden. "Het is de warmte die ik voel bij platen die ik al heel mijn leven ken", schreef iemand mij onlangs. Het zou onnozel zijn om een song te schrijven met de bedóéling dat gevoel teweeg te brengen. Maar als het gebeurt, is het fantastisch.'