Het cultureel centrum Le Centquatre, in het 19e arrondissement van Parijs, huist in een indrukwekkend gebouw met een lugubere voorgeschiedenis. Eind negentiende eeuw bood het onderdak aan tientallen begrafenisondernemers, van kistenmakers, zerkenbouwers tot rouwkoetsbedrijfjes, goed voor 1000 werkplaatsen en 150 begrafenissen per dag. Tegenwoordig is het er één en al leven. Wanneer ik er aankom voor het uitverkochte concert van Rokia Traoré vullen breakdancers en acrobaten de centrale hal. Het optreden vindt plaats in een kelderzaal die zich vult met een gemengd publiek, dat deels zittend, deels staand de Malinese zangeres, gitariste en activiste aanschouwt.
...

Het cultureel centrum Le Centquatre, in het 19e arrondissement van Parijs, huist in een indrukwekkend gebouw met een lugubere voorgeschiedenis. Eind negentiende eeuw bood het onderdak aan tientallen begrafenisondernemers, van kistenmakers, zerkenbouwers tot rouwkoetsbedrijfjes, goed voor 1000 werkplaatsen en 150 begrafenissen per dag. Tegenwoordig is het er één en al leven. Wanneer ik er aankom voor het uitverkochte concert van Rokia Traoré vullen breakdancers en acrobaten de centrale hal. Het optreden vindt plaats in een kelderzaal die zich vult met een gemengd publiek, dat deels zittend, deels staand de Malinese zangeres, gitariste en activiste aanschouwt. Je hoeft haar voorgeschiedenis niet te kennen om te zien dat er met Traoré een vrouw met een missie op het podium staat. Altijd krachtig, kwetsbaar als het moet, prekend als het kan, sensueel én gespierd. Een fiere dame. Tegen het eind speelt ze een cover van Strange Fruit, het door Billie Holiday bekend geraakte protestlied over rassenscheiding en lynchpartijen in de VS. Even daalt de kille schaduw van de dood opnieuw neer over de catacomben van Le Centquatre.'Southern trees bear a strange fruitBlood on the leaves and bloodat the rootBlack bodies swinging in the southern breezeStrange fruit hanging from the poplar trees'Wanneer ik een uurtje later op mijn hotelkamer mijn laptop opensla, lees ik op een website over twee Syrische vluchtelingen die zichzelf hebben proberen op te knopen aan een boomtak in Athene. Strange Fruit is op slag akelig actueel. Traoré zucht diep wanneer ik haar dat verhaal de volgende ochtend vertel. 'Daarom heb ik die cover op mijn nieuwe plaat gezet. De song is nog even actueel als toen hij geschreven werd, eind jaren dertig. Want wat is het verschil tussen het lynchen van zwarte slaven vroeger en de Amerikaanse politie die vandaag zwarte tieners doodschiet of extremisten die andersgelovigen onthoofden? Er zijn nog steeds heel veel mensen die denken dat ze beter zijn, dat ze meer waard zijn dan anderen. De foute ideeën die in het verleden zoveel leed hebben veroorzaakt, bestaan nog steeds. Maar als we ons het oude onrecht herinneren, kunnen we er iets uit leren. Hoe we kunnen evolueren en beter doen in de toekomst, en wat we in het heden moeten veranderen om dat te bereiken. En, uiteraard: het is Billie Holiday, weet je wel? Altijd een mooie uitdaging voor een zangeres.'Ze lacht de brede, warme lach waarmee ze gisteren af en toe het podium verlichtte, geflankeerd door haar ijzersterke groep, een divers kwartet bovendien: een Italiaanse gitarist, een ritmesectie uit Ivoorkust (bas) en Burkina Faso (drums), en uit Mali Mama Diabeté, zangeres, virtuoos op de ngoni (een Afrikaans snaarinstrument) en metgezel van het eerste uur, samen met de ritmetandem geschoold in de Fondation Passerelle, het muziekinstituut in de Malinese hoofdstad Bamako dat Traoré oprichtte om muzikanten uit haar thuisland en uit heel West-Afrika op te leiden en te ondersteunen. 'Ik omring me graag met jonge, hoopvolle mensen die blij zijn dat ze een podium delen, blij zijn dat ze deel kunnen uitmaken van een groter geheel', zegt Traoré over haar muzikanten. 'Mijn drummer en bassist zijn trouwens voor elkaar geboren, ook al kwamen ze apart ter wereld, in twee verschillende landen.'Overheidssteun krijgt ze niet voor haar stichting, waarmee ze bijna een decennium geleden begon. 'Maar ook geen tegenkanting. Als je geld van de overheid aanvaardt, krijg je in Mali automatisch te maken met corruptie. In dat geval zou ik geld moeten geven om geld te mogen krijgen', lacht ze. 'Dan pomp ik er liever al mijn eigen geld rechtstreeks in.' De Fondation is een ontmoetingsplek, een platform en een school, maar ook een veilige haven in het door geweld en discriminatie geteisterde Mali. 'Sommige Malinese muzikanten behoren tot de succesvolste van het Afrikaanse continent en richten zich voornamelijk op Europa. Maar in Mali zelf is de infrastructuur bedroevend, om niet te zeggen onbestaand. Door de aanhoudende problemen staat cultuur helemaal onderaan op het prioriteitenlijstje, zoals in de meeste Afrikaanse landen, jammer genoeg.'Misschien zijn Afrikaanse politici bang van de kracht van muziek, werp ik op. Neem nu afrobeatpionier en activist Fela Kuti en zijn Kalakuta Republic, het domein in de Nigeriaanse hoofdstad Lagos waar hij met zijn familie en groepsleden woonde, een commune met opnamestudio en concertzaal. In 1977 viel het Nigeriaanse leger er binnen en vernielde het hele complex. Traoré knikt, maar wuift tegelijk het idee weg. 'Inderdaad, toen Fela zich steeds meer politiek begon te roeren en mensen bewust begon te maken, werd hij de politiek en het leger een doorn in het oog. Hij heeft er een hoge prijs voor betaald. Maar ik geloof niet dat de huidige generatie Afrikaanse politici de kracht en het belang van muziek, van cultuur in het algemeen, kent of herkent. Mij laten ze in elk geval met rust. Geloof me, ze hebben meer schrik van journalisten dan van een paar muzikanten. (lacht) Het is trouwens jammer dat ze die kracht niet kennen. Kunst is een handig middel in educatie, informatie en integratie. Zeker in Afrika, waar muziek altijd een grote rol heeft gespeeld in de mondelinge overlevering. Politici zouden er hun voordeel mee kunnen doen. De meesten beseffen wel dat informeren en leren belangrijk zijn voor de hele regio. Daarom richt ik me met mijn stichting vooral op Mali en de buurlanden. In plaats van muzikanten met een beurs het land uit te sturen wil ik dat ze elkaar lokaal leren kennen, dat ze lokaal kunnen samenwerken en projecten uit de grond stampen. Tegelijk creëer ik een pool met artiesten die ik in mijn eigen projecten kan gebruiken. Het belangrijkste is dat Afrikanen zélf hun culturele dynamiek leren te beheren, ter plaatse.'Waarmee Traoré niet wil zeggen dat steun van buitenaf niet welkom is. Zo is de liefde van Damon Albarn, frontman van Blur en Gorillaz, voor Mali, het land en zijn muziek, al lang bekend. Albarn was er als speciale gast bij toen Traoré in Londen haar recentste album presenteerde. Omgekeerd stapte Traoré al aan boord van de Africa Express, Albarns initiatief waarmee hij westerse muzikanten wil verenigen met Afrikaanse collega's, een workshop op rails die al in uitbundige liveshows op Brits en Afrikaans grondgebied resulteerde. Onder meer Brian Eno, Nick Zinner van Yeah Yeah Yeahs, leden van Django Django en Metronomy en Ghostpoet trokken al richting Mali. Tijdens een Brits luik van Africa Express maakte Traoré kennis met John Paul Jones, de bassist van Led Zeppelin, die bas en mandoline speelde op haar nieuwe album Né so. 'Een geweldig mooie mens. Natuurlijk kende ik John Paul Jones de muzikant al, maar als persoon is hij nog indrukwekkender. Zo sociaal, eenvoudig en vrijgevig. Tijdens Africa Express was hij voor iedereen bereikbaar, geen vraag of verzoek was hem te min. Ik vind het een privilege dat hij meegewerkt heeft aan mijn album. Ik bedoel maar, John Paul Jones én John Parish spelen mee op mijn plaat. Hoeveel artiesten kunnen dat zeggen?'Né so, haar zesde langspeler, is opgenomen in Bristol, de thuisbasis van producer John Parish (PJ Harvey, Eels, Sparklehorse), en in Brussel. Traoré was pas drie toen ze met haar vader, een diplomaat, in onze hoofdstad neerstreek, en ze keerde er later terug om sociale wetenschappen en antropologie te studeren. Tot haar muzikale roeping haar opnieuw naar het moederland riep. Vandaag woont ze, als ze niet in Bamako vertoeft of aan het toeren is, opnieuw in Brussel, haar 'Europese thuis'. Voor ze Né so begon op te nemen, worstelde ze met een persoonlijke en artistieke crisis. 'Ik stond op het punt om te stoppen met muziek. Ik heb altijd een duidelijk idee gehad van waar ik naartoe wil met mijn carrière. De weg ernaartoe kan ik aanpassen, de bestemming niet. Maar toen de politieke situatie in Mali begon te verslechteren, wist ik even niet of het nog zin had om verder te gaan met de Fondation. Ik werd toen ook moeder, en met de economische evolutie binnen de muziek in het algemeen en de Afrikaanse muziek in het bijzonder ging het niet meteen de goede kant op. Ik zat met veel vragen die me noopten tot zelfbespiegeling en knopen doorhakken.'Maar opgeven zit niet in haar bloed. 'Ik heb geen keuze. Wat zou ik moeten zonder muziek? Artiest zijn is geen beroep, het is je natuur. Je wordt ermee geboren en je moet ermee leven.'