Je kan de mensheid in twee delen: de ene helft leest boeken als Zijn we alleen in het heelal?, en de andere staat liever niet stil bij de vraag of er nu echt leven is gevonden op Venus. Maurice Luijten of Hoffman (gestileerd als HOFFMAN) hoort bij die eerste groep. Hij groeide op met sciencefictionfilms en de José González-platen van zijn vader, en probeert de vervreemding van een virus en wat buiten onze toxische atmosfeer allemaal gebeurt te vatten in grillige elektronische composities.

De negentienjarige Luijten won eind vorig jaar de finale van Sound Track in Antwerpen, speelde op het showcasefestival We Are Open in Trix en was te gast bij Wonderland op Radio 1. Dat terwijl hij nog maar een kleine twee jaar geleden voor het eerst Ableton downloadde. Het gaat snel voor Luijten, die aanvankelijk met zijn oudere zus een triphopproject onder de naam Hoffman begon, maar ondertussen solo eerder bij ambient en industriële techno gaat aankloppen.

De artiestennaam bleef dezelfde. Op de salontafel ten huize Luijten in de Kempen lag een magazine met acteur Philip Seymour Hoffman op de cover. 'Mooie cover en klinkt goed', dacht hij, en de keuze was gemaakt. Hoffman werkt liever spontaan en associatief dan met voorbedachten rade. Zijn eerste single heet niet voor niets Apophenia - 'apofenie' is het 'in willekeurige gegevens patronen opmerken en daarin betekenissen lezen die er niet zijn'. De clip voor het nummer rijgt een hoop iconische beelden uit de popcultuur aaneen, van Spongebob tot David Bowie.

Mary Shelley

Luijten studeert film aan Sint-Lukas in Brussel. De bijzonder duistere clip voor zijn tweede single ki tu e, een samenwerking met Sam De Clercq (leidt Antwerpse elektropunkband Brorlab (BRORLAB) en doet het tegenwoordig solo als Bontridders), regisseerde hij met een paar klasgenoten. Samen trokken ze naar de bossen rond Mechelen, waar De Clercq met een masker op tussen de bomen rent en gehurkt met gekke poppen speelt. Of wat er zou gebeuren als je Frankenstein-auteur Mary Shelley door de bossen van Twin Peaks laat rondhollen.

Ki tu e is een verbastering van 'qui est-tu', het nummer is in het Frans geschreven. Al moet je dat 'Frans' niet erg serieus nemen: 'met een woordenboek bij de hand', schreven Luijten en De Clerq cryptische teksten die weinig zeggen. Dat hoeft ook niet, Hoffman wil met zijn muziek vooral een bepaalde atmosfeer oproepen en je laten wegdromen naar de clubavonden van weleer. Daar heb je geen woorden voor nodig. Sigur Rós is ten slotte ook groot geworden zonder dat ook maar iemand weet wat hij uitkraamt.

Verder gaat de vergelijking met de IJslander niet op: Luijten brengt muziek met zware bassen en grillige vocals. Denk aan Moderat met Fever Ray op bezoek, of aan het Belgische eenmansproject Bolt Ruin. Op zijn debuutep die vrijdag uitkomt, gaat Hoffman op zoek naar zijn sound. Hij is nog maar negentien en zoekt nog volop waar hij met zijn muziek en visuals naartoe wil. Naar uw escapistische bubbelfeestjes, bijvoorbeeld. Het is immers al een half jaar Halloween.

Je kan de mensheid in twee delen: de ene helft leest boeken als Zijn we alleen in het heelal?, en de andere staat liever niet stil bij de vraag of er nu echt leven is gevonden op Venus. Maurice Luijten of Hoffman (gestileerd als HOFFMAN) hoort bij die eerste groep. Hij groeide op met sciencefictionfilms en de José González-platen van zijn vader, en probeert de vervreemding van een virus en wat buiten onze toxische atmosfeer allemaal gebeurt te vatten in grillige elektronische composities.De negentienjarige Luijten won eind vorig jaar de finale van Sound Track in Antwerpen, speelde op het showcasefestival We Are Open in Trix en was te gast bij Wonderland op Radio 1. Dat terwijl hij nog maar een kleine twee jaar geleden voor het eerst Ableton downloadde. Het gaat snel voor Luijten, die aanvankelijk met zijn oudere zus een triphopproject onder de naam Hoffman begon, maar ondertussen solo eerder bij ambient en industriële techno gaat aankloppen.De artiestennaam bleef dezelfde. Op de salontafel ten huize Luijten in de Kempen lag een magazine met acteur Philip Seymour Hoffman op de cover. 'Mooie cover en klinkt goed', dacht hij, en de keuze was gemaakt. Hoffman werkt liever spontaan en associatief dan met voorbedachten rade. Zijn eerste single heet niet voor niets Apophenia - 'apofenie' is het 'in willekeurige gegevens patronen opmerken en daarin betekenissen lezen die er niet zijn'. De clip voor het nummer rijgt een hoop iconische beelden uit de popcultuur aaneen, van Spongebob tot David Bowie.Luijten studeert film aan Sint-Lukas in Brussel. De bijzonder duistere clip voor zijn tweede single ki tu e, een samenwerking met Sam De Clercq (leidt Antwerpse elektropunkband Brorlab (BRORLAB) en doet het tegenwoordig solo als Bontridders), regisseerde hij met een paar klasgenoten. Samen trokken ze naar de bossen rond Mechelen, waar De Clercq met een masker op tussen de bomen rent en gehurkt met gekke poppen speelt. Of wat er zou gebeuren als je Frankenstein-auteur Mary Shelley door de bossen van Twin Peaks laat rondhollen.Ki tu e is een verbastering van 'qui est-tu', het nummer is in het Frans geschreven. Al moet je dat 'Frans' niet erg serieus nemen: 'met een woordenboek bij de hand', schreven Luijten en De Clerq cryptische teksten die weinig zeggen. Dat hoeft ook niet, Hoffman wil met zijn muziek vooral een bepaalde atmosfeer oproepen en je laten wegdromen naar de clubavonden van weleer. Daar heb je geen woorden voor nodig. Sigur Rós is ten slotte ook groot geworden zonder dat ook maar iemand weet wat hij uitkraamt.Verder gaat de vergelijking met de IJslander niet op: Luijten brengt muziek met zware bassen en grillige vocals. Denk aan Moderat met Fever Ray op bezoek, of aan het Belgische eenmansproject Bolt Ruin. Op zijn debuutep die vrijdag uitkomt, gaat Hoffman op zoek naar zijn sound. Hij is nog maar negentien en zoekt nog volop waar hij met zijn muziek en visuals naartoe wil. Naar uw escapistische bubbelfeestjes, bijvoorbeeld. Het is immers al een half jaar Halloween.