De ochtend van 15 september, 1963. Vier mannen rijden naar de 16th Street Baptist Church in Birmingham, Alabama. De vier, allen lid van een splintergroep van de KKK, plaatsen vijftien dynamietstaven onderaan de trap, vlak bij de kelder. Rond 10u22 volgt een verwoestende explosie. Vier Afro-Amerikaanse meisjes, tussen elf en veertien jaar oud, overleven de aanslag niet, een twintigtal andere mensen raken gewond.
...

De ochtend van 15 september, 1963. Vier mannen rijden naar de 16th Street Baptist Church in Birmingham, Alabama. De vier, allen lid van een splintergroep van de KKK, plaatsen vijftien dynamietstaven onderaan de trap, vlak bij de kelder. Rond 10u22 volgt een verwoestende explosie. Vier Afro-Amerikaanse meisjes, tussen elf en veertien jaar oud, overleven de aanslag niet, een twintigtal andere mensen raken gewond. Het is één van de meest traumatische gebeurtenissen in de geschiedenis van de zwarte burgerrechtenbeweging in de VS, nog geen drie weken na Martin Luther King's beroemde 'I have a dream'-speech in Washington. De aanslag was ook de inspiratie voor één van de bekendste protestsongs in de jazzgeschiedenis: Alabama van John Coltrane, uit het album Live At Birdland (1963).Een protestsong zonder woorden, kan dat? Ja, ook een instrumentale compositie kan een song opleveren 'that expresses disapproval, usually about a political subject', zoals de Cambridge Dictionary het definieert. Dus neen, ook zij die 'nooit naar de teksten luisteren', en/of 'liever iets opzetten om te ontspannen', ontsnappen niet aan muzikanten 'die per se hun politieke mening moeten verkondigen'. En al zeker niet in de jazz, waar één van de grootste iconen, Billie Holiday, één van de meest aangrijpende protestsongs ooit vertolkte: Strange Fruit, in 1939. Eén van Holiday's latere erfgenamen, Nina Simone, liet zich ook inspireren door de racistische aanslag op de 16th Street Baptist Church. 'You don't have to live next to me/ Just give me my equality', nam ze in 1964 geen blad voor de mond in Mississippi, Goddam. Maar John Coltrane deed het in Alabama dus zonder stoutmoedige oneliners of strijdvaardige slogans. De saxofonist liet zich voor de compositie inspireren door de intonatie van Marting Luther King, die de begrafenisrede van de jonge slachtoffers had uitgesproken. In Alabama zit dus evenveel elegie als verontwaardiging, om tijdens de laatste rechte lijn, in de laatste halve minuut, af te sluiten met een opruiend crescendo. 'Hij hoefde niet met zijn vuisten op tafel te slaan', zei Ravi Coltrane ooit in Knack, over zijn vaders engagement. 'Hij hoefde maar te spelen'. Politiek en sociaal protest is emotie, dat had de grootmeester van de spirituele (free-)jazz in 1963 goed begrepen. Ja, die Coltrane, met zijn dissonante akkoorden, zijn tegendraadse ritmes, en knarsende texturen, tuurlijk was dat een radicaal, een revolutionair! Maar ook de 'brave' voorgangers van de 'Trane speelden ooit een politieke rol. En niet alleen omdat jazz z'n wortels heeft in slavernij en repressie.In 1955, de hoogdagen van de bop, werd jazz zowaar een propagandamiddel, een wapen in de Koude Oorlog. Grootheden als Duke Ellington, Dizzy Gillespie, Benny Goodman, en Louis Armstrong werden jarenlang door het state departement naar alle uithoeken van de planeet gezonden, om als culturele ambassadeurs de progressieve idealen van het 'vrije' westen te promoten - check het hele relaas in de boeiende docu The Jazz Messengers (2018).Maar eenmaal terug thuis moesten die zwarte jazzmuzikanten in sommige staten wel nog steeds achterin de bus zitten. Zelfs ouwe gouwe Armstrong, de trompettist die door de Afro-Amerikaanse gemeenschap soms voor een clown en Uncle Tom versleten werd, mengde zich in de debatten, en zette Dwight Eisenhower onder druk om voor eens en altijd komaf te maken met segregatie en discriminatie. 'Een lafaard', noemde hij de president. 'Het lijkt wel alsof de zwarte man hier geen land heeft'. Daarmee was nonkel Satchmo, die met wit en zwart het podium deelde toen dat nog not done was, niet aan z'n proefstuk toe: al in 1929 nam hij met Black And Blue één van de vroegst bekende protestsongs op: 'I'm white inside, but that don't help my case/ 'Cause I can't hide what is in my face/ How would it end? Ain't got a friend/ My only sin is in my skin/ What did I do to be so black and blue?'. Met of zonder woorden, van Louis Armstrong tot John Coltrane, and beyond: apolitieke jazz bestaat simpelweg niet. Sorry.