Balthazar is aan zijn vierde plaat bezig, maar zonder sterkhoudster Patricia Vanneste. Na veertien jaar stapt de violiste-toetseniste uit de band die ze mee heeft doen uitgroeien van een middelbareschoolgroepje tot een van Belgiës grootste muzikale exportproducten. 'Ik probeerde een reden te verzinnen om te blijven, maar vond er geen.'
...

Balthazar is aan zijn vierde plaat bezig, maar zonder sterkhoudster Patricia Vanneste. Na veertien jaar stapt de violiste-toetseniste uit de band die ze mee heeft doen uitgroeien van een middelbareschoolgroepje tot een van Belgiës grootste muzikale exportproducten. 'Ik probeerde een reden te verzinnen om te blijven, maar vond er geen.'Lees hier de rest van de beste Knack Focus-verhalen uit 2018.Najaar 2016. De Thin Walls-tournee - met concerten van Vorst tot de VS de succesvolste in de geschiedenis van Balthazar - loopt op zijn einde. Na jaren van onafgebroken toeren dringt zich een break op. Frontman Maarten Devoldere stort zich, geruggensteund door drummer Michiel Balcaen, op Warhaus, frontman Jinte Deprez vervelt tot J. Bernardt en bassist Simon Casier neemt de gedaante van Zimmerman aan. Violiste en toetseniste Patricia Vanneste grijpt de adempauze aan om, afgezonderd in de ongerepte natuur, aan eigen muziek te sleutelen, haar schouders mee onder girlband Oko Yono te zetten, opnames te doen met haar eigen studiokwartet Cordette, droompopband Hydrogen Sea te vergezellen bij hun nieuwste project Automata, maar vooral: om na te denken over haar toekomst bij Balthazar. 'De band heeft mij héél veel gegeven, maar na dertien, veertien jaar kreeg ik het gevoel dat ik in hetzelfde straatje bleef dwalen', zegt Vanneste. 'Daar komt nog bij dat ik het voorbije anderhalf jaar geproefd heb van een leven zónder Balthazar. Ik heb heel diverse dingen gedaan, van songs schrijven en zingen bij Oko Yono tot strijkersarrangementen uitwerken voor Tourist LeMC en meewerken aan een plaat van een bevriende architect, Sam De Bock. Dat was allemaal heel erg buiten mijn comfortzone, maar het heeft me verrijkt, uitgedaagd, voor een nieuw elan gezorgd. Dankzij de input van al die nieuwe mensen heb ik een ander muzikaal facet van mezelf kunnen ontplooien, en heb ik het gevoel dat ik in die korte tijd al fenomenaal hard gegroeid ben als artiest. "Waarom zou ik dan nog verdergaan met Balthazar?" vroeg ik me eind vorig jaar af, toen de opnames van de vierde plaat naderden. Ik probeerde een reden te verzinnen, maar vond er geen.' *** Exit Patricia Vanneste bij Balthazar. Afscheidsconcerten komen er wellicht niet, en aan de opvolger van Thin Walls, die de groep momenteel inblikt, werkt ze niet langer mee. 'Toch niet als vast bandlid. Normaal gezien ga ik met mijn studiokwartet nog wel strijkers opnemen voor de plaat, maar dat zullen ze me waarschijnlijk wel weer last minute vragen. Ik ken hen ondertussen een beetje', lacht ze. Zo'n half jaar geleden deelde Vanneste haar beslissing mee aan de groep. 'Niemand is er echt van geschrokken. De mannen hebben heus wel gemerkt dat ik altijd al met andere dingen bezig geweest ben - in het begin nam ik mijn neurowetenschappelijke studieboeken mee op tour, daarna baatte ik vanop afstand vzw Ernest uit, waarmee ik culturele evenementen organiseer. Ze wisten ook goed genoeg dat ik het hele avontuur toch altijd lichtjes anders beleefd heb dan hen.' Hoezo anders? Patricia Vanneste: Voor mij had Balthazar gerust wat kleiner mogen blijven, om het combineerbaar te houden met al die andere projecten. En als je drie maanden aan een stuk op tournee bent en zes op de zeven dagen optreedt, ben je zo gerodeerd dat je na verloop van tijd de ziel uit je eigen muziek speelt. Het heeft even geduurd voor ik het doorhad, maar ik had het wat moeilijker met de hoge intensiteit waaraan wij toerden dan de rest. Tijdens concerten betrapte ik mezelf er weleens op dat ik op automatische piloot aan het spelen was. Ik zat niet meer in het moment, dacht soms minutenlang aan andere dingen en rolde al eens stiekem met mijn ogen naar de drummer wanneer ik weer maar eens hetzelfde deuntje moest inzetten. En als er iets is waar ik allergisch aan ben, dan wel het gevoel dat ik niet oprecht kan zijn. Als je jezelf muzikaal niet meer kunt verrassen, moet je je motivatie elders uit putten. De meeste artiesten halen hun voldoening dan uit de reacties van het publiek. Zoals Milan Kundera het beschrijft in De ondraaglijke lichtheid van het bestaan: 'We hebben er allemaal behoefte aan dat iemand naar ons kijkt.' Die iemand kan een bekende, een geliefde of een denkbeeldige persoon zijn. Of, zoals bij muzikanten en acteurs vaak het geval is: een publiek. Ik heb veel aan dat boek gehad, vooral omdat het me heeft doen beseffen dat ik níét tot dat type mensen behoor. Voor een massa spelen: onze bassist Simon haalt daar bijvoorbeeld veel energie uit. Ik niet echt. Ik vind een groot publiek iets heel vaags, er zit nog nul detail in. Veel muzikanten dromen daarvan, maar bij mij komt het niet altijd binnen. Dan sta ik daar op dat podium en denk ik: waarom vóél ik dit niet? Dat is absurd, en ik voel me er soms schuldig over als ik dat tegen mensen zeg, omdat het arrogant of verwend kan overkomen. Stuitte je beslissing buiten de groep dan op veel onbegrip? Vanneste: Niet iedereen begrijpt dat ik uit een band als Balthazar stap, nee. Voor sommige collega-muzikanten zijn de zalen waar wij spelen en de tournees die wij doen het hoogste goed, hè. Ik snap dat perfect, en daarom heb ik een keuze als deze ook alleen maar kunnen maken omdat ik die ervaring gehad heb. Ik wéét wat ik achterlaat, en ik wéét dat het me niet de juiste voldoening gaf. Om terug te komen op Kundera: ik heb meer aan een compliment van één iemand die mij oprecht kent dan aan het gejuich van twintigduizend onbekenden. Had je er eerder al aan gedacht de groep te verlaten? Vanneste: Ja, een jaar of drie geleden, kort voor we met Thin Walls op tour vertrokken. Toen heb ik mijn twijfels voor het eerst uitgesproken. Dat was natuurlijk een onhandige timing: het hele tourschema lag al vast. Dus heb ik doorgezet. Dat ik het hen verteld heb, heeft er wel voor gezorgd dat die tournee waar ik zo tegenop zag nog heel fijn geworden is. De rest van de groep stelde zich meer open voor mij. Er kwam al eens een vriendin twee dagen op bezoek, zonder dat de anderen daar moeilijk over deden. Ik krijg vaak de vraag hoe het is om met uitsluitend mannen op pad te zijn. Best oké, hoor. Ik ben nogal zelfstandig van aard en trok er dus vaak in mijn eentje opuit. We verschilden binnen de groep ook allemaal heel erg van karakter. Niet dat Balthazar een bende conflictvermijders is, maar de meesten verkozen wel altijd de rust boven de uitbarsting. Dat maakt dat die groep altijd goed gemarcheerd heeft, dat er nooit slaande ruzies zijn geweest. Maar we hadden evenmin erg diepgaande gesprekken, en dat miste ik soms wel. Dat wil ik niet steken op het feit dat het allemaal mannen zijn. Misschien streef ik wel een soort diepgang na die voor velen moeilijk te volgen is. Het kan er ook mee te maken hebben dat, hoewel we vrienden zijn, we nooit elkaars grootste toeverlaat zijn geweest. Ik zal Maarten niet snel uitnodigen om mee uit te gaan op vrijdagavond, en hij mij evenmin. Misschien maar goed ook, want ik denk niet dat we het eens zouden raken over wat we zouden gaan doen. (lacht) *** Rewind naar begin jaren 2000. In hun geboortestad Kortrijk lopen Maarten Devoldere en Patricia Vanneste allebei school op het Rhizo Lyceum OLV Vlaanderen. 'In het begin kon ik zijn puberaal gedrag niet goed af', lacht Vanneste. 'Het OLV Vlaanderen is lange tijd een meisjesschool geweest - jongens waren er toen nog niet zo lang - en Maarten kon zichzelf een houding geven waarvan ik dacht: djeezes, jong, doe normaal!' Toch slaan de twee de handen in elkaar voor een schooloptreden. Hij schrijft op dat moment al eigen songs, zij speelt al viool sinds haar vijfde. '"Viool, zeg je? Hier, doe eens iets", zei Maarten. Het werkte, en niet veel later vatte hij het plan op een band op te richten. Hij lijfde mij in als violiste en wilde er graag ook een cellist bij. We gingen samen een bandje checken. Van de cellist voor wie we eigenlijk kwamen, waren we niet echt overtuigd. Maar de frontman kon wel een potje gitaar spelen. En hij had nog een goeie podiumprésence ook. Dat was Jinte.' En zo is Balthazar geboren, met aanvankelijk Joachim Quartier op bas en Koen Verfaillie op drums, later vervangen door Simon Casier en Christophe Claeys, die in 2014 op zijn beurt uit de groep stapt en de fakkel doorgeeft aan Michiel Balcaen. De band wint in 2005 talentenwedstrijden als de Kunstbende en Westtalent en rijft een jaar later de publieksprijs van Humo's Rock Rally binnen. In augustus 2006, lang vóór het succesvolle drieluik Applause (2010), Rats (2012) en Thin Walls (2015), brengt Balthazar in eigen beheer zijn titelloze debuut-ep uit. Vanneste: Op de achterkant van die ep stond mijn telefoonnummer geschreven, want ik was toen het eerste aanspreekpunt om concerten te fixen. (lacht) In de beginperiode was er nog geen duidelijke rolverdeling, iedereen bracht iets aan. Aanvankelijk zong alleen Maarten, Jinte had nog een ander bandje waarin hij zich kon uitleven. Maar na drie jaar kwam het kantelmoment. Maarten en Jinte besloten samen te gaan zingen en schrijven. Vanaf dan was het voor echt. Welke functie vervulde jij daarin precies? Vanneste: Ik heb altijd een eerder dienende rol gehad. Klassiek geschoolde muzikanten krijgen weleens de kritiek dat ze 'gewoon maar' interpreteren wat er op partituur staat, maar ik kan je garanderen dat je daar héél veel van jezelf in kunt steken. En zo heb ik op mijn manier toch altijd een eigen twist gegeven aan de songs. Al moet ik wel zeggen dat ik mijn identiteit nooit volledig gekoppeld heb aan Balthazar. Hoe bedoel je? Vanneste: We vormen ons allemaal bewust of onbewust een beeld van bepaalde muzikanten, simpelweg omdat we hen associëren met de muziek die ze maken. Als je de songs zelf schrijft, is die associatie in zekere mate terecht, omdat de muziek iets over jezelf vertelt. Maar het verhaal van Balthazar is niet mijn verhaal. Dat gaat zelfs zover - en mijn beste vrienden weten dat - dat als ik ergens toekom en aan mensen word voorgesteld, ik niet wil dat de groep expliciet vermeld wordt. Je vindt het vervelend om 'de violiste van' genoemd te worden? Vanneste: Ja. Alleen al omdat je het gedrag van mensen soms letterlijk ziet veranderen zodra ze het weten. En dan mag ik nog van geluk spreken dat ik geen bekende kop heb en dus niet herkend word op straat. Dat zou ik best vervelend vinden, want ik spring al eens graag in mijn pyjamabroek binnen bij de supermarkt om de hoek. (lacht)En toch leen je straks je gezicht aan een soloproject. Vanneste: De soloplaat waaraan ik werk, maak ik in de eerste plaats voor mezelf. Ik heb er geen grote ambities mee, en dat geeft me rust en vrijheid. Maar als het iets wordt, plak ik er met plezier mijn gezicht op, ja, omdat ik me hier wél volledig mee kan vereenzelvigen. Ik denk niet dat ik ooit al aan iets gewerkt heb dat zo fundamenteel en oprecht aanvoelt. Wat de luisteraar ervan zal maken, heb ik natuurlijk niet in de hand. Ik ben er zeker van dat sommige mensen zullen verschieten als ze het horen, omdat het niet strookt met het beeld dat ze van mij hebben van bij Balthazar. Wordt het dan zo radicaal? Het is geen geheim dat je van neoklassiek houdt. Vanneste: Ik luister inderdaad naar Nils Frahm en Max Richter, maar evengoed naar The Acid en Moderat. Overwegend instrumentale muziek die tot de verbeelding spreekt, de luisteraar ruimte biedt. Bij mij zullen strijkers sowieso een hoofdrol krijgen, en verder experimenteer ik met elektronische elementen. De uitdaging bestaat er vooral in een plaat te maken waarop zang aanwezig is, maar niet altijd even prominent. Mijn stem helemáál achterwege laten ga ik niet doen. Ligt dat je, leadzangeres zijn? Vanneste: Bij Balthazar was dat niet aan de orde. Dat zou ook ongepast zijn geweest. Eén keer heb ik de lead voor mijn rekening genomen, op een cover van Christine and the Queens voor de Nederlandse radio. En dat was... raar. (lacht) Voor het overige heb ik altijd backings gezongen, en mezelf ervan overtuigd dat dat is wat ik kan, dat ik niet de stem heb om leadzangeres te zijn. Maar toen kwam Oko Yono, waarbij ik opnieuw enkele nummers zelf zong en zo mijn stem herontdekte. Van alle Oko Yono's had ik het meeste stress, ook al was ik degene met het meeste podiumervaring. Best confronterend, ja, maar óók bevrijdend. Het heeft me een duwtje in de rug gegeven. Daardoor voel ik me nu eindelijk klaar om dat ei te leggen waar ik eigenlijk al acht, negen jaar op broed. Een ei dat ik bij Balthazar niet kwijt kon. Aan de hoge intensiteit van bij Balthazar lijk je je niet te willen wagen. Maar wat als je soloplaat een hit wordt? Ga je een internationale tournee dan afslaan? Vanneste: O, maar met de muziek die ik maak, ga ik geen hit scoren, hoor. Je zult maar in een grote Spotifyplaylist terechtkomen en plots viraal gaan. Kijk naar de Nederlander Joep Beving, om een neoklassiek voorbeeld te noemen. Vanneste: Goh, goeie vraag. Wat zou ik daarmee doen? Mijn eerste reflex is: not again! Maar misschien sta ik er met dit project wel anders tegenover, omdat het echt míjn ding is. Laat ik het erop houden dat het geen doel op zich is. Het proces is belangrijker dan het resultaat. Zul je op de eerste rij staan als Balthazar straks opnieuw gaat optreden? Vanneste: 't Zal wel zijn! In november vorig jaar - mijn vertrek was toen al aangekondigd - ben ik naar Warhaus gaan kijken in De Roma. De hele Balthazarkliek was daar, en ik voelde de nostalgische gevoelens meteen opborrelen. Ik hoefde niks te pretenderen in die bende, bij hen kon ik ongegeneerd mezelf zijn. Die momenten ga ik echt wel missen, meer dan het publiek van die grote podia. Ik ben ook oprecht benieuwd naar hun nieuwe plaat en alles wat daar nog op volgt. En op dit moment zijn ze het kennelijk niet van plan, maar als ze me ooit vervangen, hoop ik dat ze de best denkbare persoon vinden. Ik zie mijn afscheid van Balthazar als een relatie tussen twee mensen die elkaar doodgraag zien maar niet voor elkaar voorbestemd zijn. Ze gaan uiteen, maar wensen elkaar het beste toe. Enfin, ik heb de mannen al gevraagd of ik niet nog eens een weekendje mag afkomen wanneer ze weer de baan op zijn. Waarop zij: 'Nu moet je er ook niet mee afkomen.' (lacht)