'Welcome to paradise', klinkt het al sinds jaar en dag op Paradise City, het elektronicafestival rond het idyllische kasteel van Perk in Steenokkerzeel. Dat telt nu meer dan ooit: voor het eerst sinds maart 2020 konden we mondmaskers, ellebooggroeten en die ellendige anderhalve meter afstand achterwege laten. Op voorwaarde dat we een Covid Safe Pass konden voorleggen uiteraard, of - in het testcentrum aan de ingang het festival - een negatieve sneltest aflegden. Maar toch. Een festival bezoeken, het kón weer.
...

'Welcome to paradise', klinkt het al sinds jaar en dag op Paradise City, het elektronicafestival rond het idyllische kasteel van Perk in Steenokkerzeel. Dat telt nu meer dan ooit: voor het eerst sinds maart 2020 konden we mondmaskers, ellebooggroeten en die ellendige anderhalve meter afstand achterwege laten. Op voorwaarde dat we een Covid Safe Pass konden voorleggen uiteraard, of - in het testcentrum aan de ingang het festival - een negatieve sneltest aflegden. Maar toch. Een festival bezoeken, het kón weer.Daar profiteerden heel wat organisatoren van: dit weekend vindt eveneens het metalfeest Alcatraz plaats, en in het Waals-Brabantse 's Gravenbrakel wordt het grootste festival sinds de start van de pandemie georganiseerd: Ronquières. Maar wij legden de coronamaatregelen naast ons neer op Vlaanderens meest ecologische festival: Paradise City.Het werd stilaan haast comfortabel, 's morgens ongewassen met een mondmasker als camouflage naar de bakker gaan. Maar zoals de Limburgs-Boliviaanse beatmaker Susobrino bleef herhalen: wat is het fijn om weer gezichten te zien. We begonnen de festivaldag op de Latijns-Amerikaanse klanken van Bart 'Susobrino' Van Obbergen Pérez, ook wel 'de Boliviaanse Indiana Jones'. Voor zijn debuut-ep Mapajo (2018) reisde hij naar Bolivia waar hij, in steden als La Paz en in een dorpje in het Amazonewoud, field recordings opnam. Op opvolger La Hoja De Eucalipto (2019) gaat het er dan weer wat harder aan toe, en zo ook zijn set op Paradise City. Nummers als La Marcha - traditionele panfluit, percussie, veldopnames - eindigden resoluut in gedreun. Susobrino pendelde behendig tussen fluiten, de charango (een soort kleine gitaar uit Zuid-Amerika), drums en - natuurlijk - zinderende bassen. We zijn niet voor niets op een elektronicafestival.Eenzelfde spreidstand tussen elektronisch en akoestisch bewandelde Mezerg. De Franse componist is de bedenker van het genre 'Piano Boom Boom', een soort half-akoestische techno gestoeld op piano-akkoorden. Marc Mezergue, zoals de Fransman echt heet, richtte zowaar het eerste Piano Boom Boom-festival op: Sur les Rails, een (toen) clandestien festival in een tramstel in zijn thuisstad Bordeaux. Zijn originele mix van trance, jazz, balkan en techno brengt hem zowel op raves als op jazzfestivals, en tussendoor durft hij wel eens muziek te maken met watermeloenen. Om maar te zeggen: Mezerg kleurt graag buiten de lijntjes. Op Paradise City laat hij die fruitfratsen achterwege en houdt hij het op een (geprepareerde) piano, veel headbangen en boom boom. What's in a name.Weet je nog, toen Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) in mei trots het vooruitzicht op een échte festivalzomer aankondigde en #HotVaxSummer trending werd op sociale media? Even leek het alsof dat alles in het water zou vallen: Pukkelpop werd geannuleerd, juli werd de natste maand in veertig jaar. Oordopjes, zonnecrème en die ene-outfit-die-echt-alleen-op-een-festival-niet-bedenkelijk-is waren bijna weer opgeborgen. Tot nu.Daarom vragen we ons terloops af: hoe streng is een publiek (of in alle eerlijkheid: een recensent), dat sinds maart 2020 geen écht concert meer bijwoonde? Het antwoord is: niet bijzonder streng. Toen de Maasmechelse dj Cellini een relatief generische set speelde op de Castle Stage, het grootste podium van Paradise City, ging het publiek uit z'n dak. Hoe konden we ook anders.Nochtans heeft de twintiger ook experiment in zijn mars. Gianmarco Cellini (echte naam) gebruikt geluiden opgenomen in kloosters in Nepal, werkte onlangs samen met metalrots Amenra, en maakte tijdens de lockdown een theatervoorstelling met behulp van Tsar B. Op Paradise City hield hij het echter relatief eenvoudig met een set op de rand van house en techno. Wél samplede hij er Italiaanse teksten doorheen - als eerbetoon aan zijn familie die enkele generaties terug vanuit Italië in de Limburgse mijnen kwam werken.Het lijkt de rode draad doorheen de eerste dag van het festival te zijn: etnische klanken, veldopnames uit verre reizen, en genres die de temperaturen omhoogstuwen. Susobrino had de toon al gezet, Cellini ging ermee verder en ook DTM Funk, een Antwerpse dj en oprichter van het onafhankelijke label San-Kofa Rhythm Records, zat niet verlegen om funk, footwork en afrobeat. Dat rijtje vervolledigt Le Motel, Roméo Elvis' voormalige sidekick die later de avond mee zou afsluiten. Fabien Leclercq verdient al tijden zijn strepen als producer voor onder meer Elvis en Zwangere Guy, maar besloot enkele jaren geleden het voortaan weer solo te doen. Het resultaat was een nieuwe ep Transiro (2020) - Esperanto voor 'transitie' - én een eigen label, Maloca Records, naar de benaming voor de traditionele huizen van de inheemse bewoners van het Amazonewoud, waar hij inspiratie opdeed voor de plaat. Paradise City neemt je mee op de reizen die je de afgelopen jaren niet hebt kunnen maken. Van Boliviaanse wouden tot vuile Duitse clubs. Voor die laatste moest je bij het dj-duo Mika Oki en Zeta Lys zijn. De eerste is een Frans-Japanse kunstenares met een achtergrond in de beeldhouwkunst, de tweede een dj uit Haarlem. Beiden zijn ze verbonden aan The Word, de Brusselse communityradio. Waar hun radioshows en geluidsinstallaties nog vooral richting ambient gaan, zoeken ook zij het op Paradise City iets harder op, van uk bass en donkere elektronica tot rasechte ebm. Evenzeer in die sferen zat de donkere, melodische techno van Duitser Frank Wiedemann van Âme, ondertussen een regular op Paradise City. Sinds het clubduo in 2006 doorbrak met single Rej blazen ze dansvloeren overal ter wereld omver. Vaak apart, steeds onder de noemer Âme.Afsluiten deden we met Le Motel. De rookmachines werden een laatste keer opengedraaid op de herkenbare sound van de Brusselaar, terwijl het kasteel van Perk boven ons uittorende. Er werd geknuffeld. Er werd gekust. Vrienden werden verloren en teruggevonden, de laatste peuken werden netjes in de door het festival voorziene opbergzakjes opgeborgen. Het gestrompel naar de camping kon intussen heus niet meer alleen worden toegeschreven aan de instabiele bruggetjes over het meer. Het voelde allemaal verrassend vertrouwd aan, alsof de voorbije maanden er gewoon niet waren geweest. Dat vervloekte 'nieuwe normaal' is vooral erg normáál. En dat is heel geruststellend. Welkom terug, festivals.