De laatste keer dat Danny Hiele als cinematograaf op een Belgische loonlijst stond, vertelt hij, was voor een reclame voor whiskymerk William Lawson's, in 2001: 'De bekende spot waarin de Schotten in hun kilts tegenover Nieuw-Zeelandse rugbyspelers staan die hun haka opvoeren. Daarna ben ik naar Los Angeles vertrokken, waar ik sinds 2006 officieel woon.'
...

De laatste keer dat Danny Hiele als cinematograaf op een Belgische loonlijst stond, vertelt hij, was voor een reclame voor whiskymerk William Lawson's, in 2001: 'De bekende spot waarin de Schotten in hun kilts tegenover Nieuw-Zeelandse rugbyspelers staan die hun haka opvoeren. Daarna ben ik naar Los Angeles vertrokken, waar ik sinds 2006 officieel woon.' Veel Belgische titels vond ik inderdaad niet terug op je cv. Shades wel, de tweede langspeelfilm van Erik Van Looy, uit 1999. Danny Hiele: Juist, ja! Die hebben we in 1998 gedraaid, vlak voor ik naar Hollywood trok. Letterlijk vlak ervoor: toen ik na de laatste opnamedag thuiskwam, stond er een mannetje van Federal Express voor de deur, die me een enveloppe gaf met mijn eerste werkvisum voor de States. Perfect getimed. Dus toen Danny naar de VS vertrok, Roman, was jij... Roman Hiele: Zeven jaar. Danny: Nog een klein Romanneke, ja. Maar wel al volop met muziek bezig. Roman: Sinds mijn vijfde volgde ik al viool volgens de in Japan ontwikkelde Suzukimethode. Een instrument leren bespelen op het gehoor, daar komt het op neer. Net zoals je je moedertaal leert. Ik had het daardoor later moeilijk om te begrijpen dat muziek een taal is die je ook kunt schrijven en lezen. Muzieknoten op papier: vreemd vond ik dat. Ik was verre van een wonderkind, dus toen viool technisch te moeilijk voor me werd - zo rond mijn dertiende, veertiende - ben ik overgeschakeld op contrabas. Improvisatiemuziek, opnieuw een en al luisteren. Dat volgde ik aan de kunsthumaniora, maar echt naar school gaan was eigenlijk niet nodig. Platen waren het voornaamste studiemateriaal, die gaf de leraar je mee om er op het gehoor een transcriptie van te maken. Danny, hoe weet je of een kind op zo'n jonge leeftijd muziek wil leren? Of was het van moeten? Danny: Absoluut niet! Roman is sowieso opgegroeid in een milieu waar constant muziek aanwezig was. En op woensdagnamiddag ging hij als dreumes al naar een zogeheten ritmeklasje, waar ze met stokjes op van alles klopten, of donder en bliksem nabootsen. Daar heeft hij toen zelf voor de viool gekozen, we hebben nooit iets geforceerd. Zelf luisterde ik veel naar Kraftwerk, het New Yorkse synthesizerduo Suicide was mijn favoriete groep, maar evengoed klonk er thuis Thelonious Monk, Bartók en Devo. Zware kost voor een vijfjarige. Danny: Goh, ik heb hem ooit een cd van White Zombie gegeven, voor zijn zesde verjaardag. Dat vond zijn moeder eerlijk gezegd ook een béétje te ver gaan. (lacht)Roman: Mij ging het vooral om het ontdekken. Elk klein kind vindt dat toch leuk? En dat is muziek: altijd maar ontdekken. Later, op de muziekschool, kwam het besef dat ik die ook zelf kon máken. Met vallen en opstaan, en zo werk ik vandaag eigenlijk nog altijd. Danny: Het eerste nummer dat ik van jou heb, dateert van toen je twaalf of dertien was. Roman Bolan was toen je artiestennaam. Roman: (kucht) Please, daar hoeven we het in de Knack niet over te hebben, geloof ik! Danny, jij hebt filmschool gevolgd, veronderstel ik? Danny: Inderdaad, in Brussel. Maar ik ben voornamelijk in de film gestapt om kunst te kunnen maken. Daarvoor was ik schilder, iets waar ik op mijn achtste al mee begonnen was, als een manier om te ontsnappen uit de omgeving waarin ik ben opgegroeid, een omgeving waar geen boeken waren, geen muziek, niks. Dus creëerde ik mijn eigen wereld, geïnspireerd door enkele schilders die ik had leren kennen in Koksijde, gasten uit de entourage van Paul Delvaux en zo. Maar we spreken hier over de jaren zeventig, schilderkunst was zo goed als dood. Na een ontmoeting met iemand die op de filmschool in Brussel lesgaf, heb ik me daar ingeschreven. Via videokunst en performanceart wilde ik mezelf rijker maken als schilder. Het filmen is gebleven, ook al schilder ik vandaag nog steeds. Jij wilde via de kunst uit je milieu ontsnappen, voor Roman was vluchten niet nodig. Roman: Klopt. Mijn beide ouders zijn heel creatieve wezens, daar heb ik veel geluk mee gehad. Danny: Hij had geen keuze: tot vervelens toe sleurden we hem mee naar alle openingen en galerieën. (lacht) Roman: Zó erg vond ik dat niet, hoor. Het voedde mijn fantasie en er gingen telkens nieuwe werelden open. En nu is muziek maken mijn manier om nog steeds nieuwe werelden te verkennen. Het valt me op dat jullie een bepaalde drive, een zekere honger delen. Roman: Vooral mijn vader is een enorm gedreven en intuïtief persoon. Het ligt nooit op voorhand vast via welke wegen hij waar belandt. Danny: Daarom werk ik graag in de film, of het nu in de VS, in België of ergens in Afrika is: iedereen deelt er diezelfde drive, die motivatie om het vooruit te doen gaan, om het goed te doen. Je intuïtie volgen, flexibel zijn, jezelf aanpassen is daar heel belangrijk in. Hetzelfde geldt voor Roman: als je als muzikant op tournee gaat, moet je ook telkens flexibel zijn. En je moet de wil hebben, natuurlijk, om naar buiten te komen, om de wereld te veranderen. Ik zeg altijd: dromen komen uit, je moet ze alleen blijven voeden. Dromen zijn als een tuin, je moet ze op tijd water geven. Wanneer begon je droom om naar Hollywood te gaan? Danny: Nadat ik op het festival L'Âge d'Or in Brussel Eraserhead van David Lynch had gezien. Vier of vijf keer ben ik gaan kijken. Toen wist ik: ik wil naar Hollywood, ik wil met David Lynch werken. Nu zijn we dertig jaar later en héb ik met David Lynch gewerkt: ik heb met hem een spotje gedraaid voor Dior. Het wemelt in Hollywood van Europese cameramannen en directors of photography. Hoe komt dat? Danny: Omdat ze in Amerika enorm gevoelig zijn voor talent, of het nu sporters, kunstenaars of cameramannen zijn. De aandacht in Hollywood voor Europese filmers is er volgens mij vooral gekomen sinds Breaking the Waves (1996) van Lars von Trier. Die manier van filmen, los uit de hand, was destijds ongezien in de VS. 'Iedereen wordt zeeziek!', Het licht is niet goed!' luidden de commentaren. Nu wordt bijna alles op die manier gedraaid. (grijnst) En al die Russen, Zweden of Vlamingen gaan maar al te graag op de vraag in, want het is voor alle partijen een win-winsituatie: de Amerikanen profiteren van de Europese, bijzondere aanpak van filmen, de Europeanen krijgen er de Amerikaanse professionaliteit en technische middelen voor in de plaats. Maar dan moet je natuurlijk ook aanvaarden dat je een artiest bent. Hoe bedoel je? Danny: Je moet ervoor durven uit te komen dat je talent hebt. Alleen zo krijg je respect in Amerika. 'Ik zou hier niet zitten moest mijn werk middelmatig zijn', dat moet je houding zijn. Hier, in België, wordt zoiets snel gezien als te veel pretentie, te veel ambitie. Als je hier zegt 'ik ben een schilder', dan vragen mensen al snel: 'Ja, maar wat is je job?' (lacht)Zijn jullie van nature goede netwerkers? Danny: In Hollywood is je netwerk álles. Roman: Ja, maar bij jou is netwerken niet gelijk aan 'feestjes afschuimen'. Integendeel. (lacht) Danny: Nee, op feestjes zien ze me niet. Als ik thuis ben in LA, kom ik enkel buiten om te filmen. Voor de rest zit ik binnen om te schilderen. Het beste netwerk creëer je door de kwaliteit van je werk. Zo heb ik een clip voor Jesus Walks van Kanye West gedraaid, omdat Kanye me ooit bezig had gezien op de set van een andere clip, geregisseerd door Nabil Elderkin, een Amerikaanse cineast die ik al lang ken. Tijdens een of andere awardceremonie stapte Kanye op me af: 'Ik zou graag met jou een clip draaien.' Ik heb geantwoord: 'Goed. Bel maar, kom maar af.' (lacht) En niet lang daarna belde Nabil, dat hij iets ging draaien met een zekere James Blake. Eén probleem: er was geen budget. Roman was toen op bezoek in LA, en hij zei meteen: 'Papa, dat moet je zeker doen.' Handig, zo'n zoon die wat van muziek kent. En zo komt van het een het ander. Roman, drie jaar geleden was jij de enige Belg op de internationale Red Bull Music Academy in Parijs. Goede contacten aan overgehouden? Roman: Ik heb ginds een nummer met Laetitia Sadier van Stereolab kunnen opnemen, een fantastische ervaring. Ik heb ook een workshop gevolgd met Mad Mike van Underground Resistance (technopioniers uit Detroit, nvdr.), die me veel heeft bijgebracht. En ik kwam goed overeen met Sevdaliza, een Iraans-Nederlandse zangeres en producer voor wie het momenteel heel hard gaat, echt een selfmade woman die nu de vruchten van al haar werk plukt. Vraag je nooit aan je pa om Kanye West of Flying Lotus eens een cd'tje van jou in de handen te drukken? Roman: (resoluut) Neen, daar hou ik niet van. Mezelf opdringen aan mensen, zo ben ik niet. Danny: Dat is ook niet nodig: Flying Lotus, met wie ik heb gewerkt voor zijn debuutfilm Kuso, ként zijn muziek. En hij houdt ervan! Roman: Een goede klik met iemand kun je niet forceren. Ik heb al eens staan babbelen met Flying Lotus. Het viel me vooral op hoe nederig hij is, een echte muzikant ook. Dat gaat vaak samen: muzikaliteit en nederigheid. Misschien omdat goede muzikanten veel samenspelen met andere muzikanten? Wie achterbaks, arrogant of schijnheilig is, mag het volgens mij als muzikant vergeten. Daarom zal ik ook nooit iets maken om bij een specifiek iemand of label in de gunst te komen. Geluk moet je provoceren, zoals mijn vader soms zegt, maar ik doe dat liefst in mijn eigen tempo. Wanneer ik iets uitbreng waar ik een bepaald potentieel in zie - en dat gebeurt niet elke week - zal ik het heus niet laten om het in bepaalde richtingen te duwen. Danny: Bijna alle muzikanten met wie ik al in aanraking ben gekomen, zijn zachte, lieve, nederige mensen. Van Kendrick Lamar en Frank Ocean tot Nicki Minaj en Rihanna. Maar het zijn professionals, natuurlijk, die best veeleisend kunnen zijn. Dat is ook maar normaal. Ik heb de luxe om áchter de camera te werken. Ik kom nooit in beeld, maar voor mensen als Rihanna is hun imago voor een groot deel het product. Het is deel van de creatie. Als BMW een reclameclip voor een nieuw model bestelt, willen ze toch ook geen krassen op de carrosserie zien?