Met wat goede wil zou je Telex de Velvet Underground van de elektronische muziek kunnen noemen. Want hoewel de cultgroep, bekend van Moskow Diskow ruim vier decennia geleden lovende kritieken kreeg in gezaghebbende bladen als NME en Sounds, zou haar belang pas duidelijk worden, vele jaren nadat ze van het toneel was verdwenen.
...

Met wat goede wil zou je Telex de Velvet Underground van de elektronische muziek kunnen noemen. Want hoewel de cultgroep, bekend van Moskow Diskow ruim vier decennia geleden lovende kritieken kreeg in gezaghebbende bladen als NME en Sounds, zou haar belang pas duidelijk worden, vele jaren nadat ze van het toneel was verdwenen. Telex werd in 1978 opgericht door Marc Moulin, bekend als radiomaker bij de RTB en, in de vroege seventies, als de klavierspelende gangmaker van Placebo. Niét het bandje van Brian Molko, maar een funky jazzrockgroep die de sound ontwikkelde waarmee St Germain omstreeks 2000 de kassa liet rinkelen. De overige leden van Telex waren zanger Michel Moers (nu 74), die voordien freaky akoestische chansons schreef, en elektropionier Dan Lacksman (71), de eerste Belg die in 1970 een analoge synthesizer in huis haalde. De man bestiert al jaren de Synsound studio's in Laken, waar hij als producer heeft samengewerkt met gerenommeerde artiesten als Thomas Dolby en Sparks. In 1973 bracht hij Skylab uit, een baanbrekende track die als inspiratiebron zou dienen voor het geluid van het Franse duo Air. Een andere compositie van Lacksman, uit zijn lp Disco Machine met Electronic System, werd dan weer gesampled door The Chemical Brothers.Dan Lacksman: 'Ik kende Marc al van enkele gezamenlijke studioprojecten en op een dag stelde hij voor samen een elektropopbandje te beginnen. Michel hadden we ontmoet tijdens een andere sessie. Een zanger was dus snel gevonden.'Michel Moers: 'Marc vroeg zich af welke invloed de nieuwe technologie zou hebben op menselijke communicatie. Telex was dus vooral een concept. We wilden een breed publiek aanspreken, met een nadrukkelijk Europese sound. Geen gitaren dus, laat staan verwijzingen naar jazz, blues of rock-'n-roll. We kozen resoluut voor eenvoud en aangezien we onszelf niet al te ernstig namen, diende er ook humor in te zitten. Zoiets is typisch Belgisch, denk ik. Als klein land zijn we in de loop der eeuwen onder de voet gelopen door de Spanjaarden, Oostenrijkers, Fransen, Duitsers... Als volk hadden we geen hoge dunk van onszelf, maar spot gold altijd als ons verdedigingsmechanisme. Alleen dankzij humor wisten we ons staande te houden'.Lacksman: 'Alle drie hadden we een zekere speelsheid en een voorliefde voor het absurde gemeen. Veel van wat Telex deed was tongue-in-cheek.'Herman Van Laar is vandaag een éminence grise uit de Belgische muziekindustrie. Zo was hij ooit muziekuitgever en manager van Arno. In de late seventies werkte hij echter als promoman bij het RKM-label van Roland Klüger: 'Tijdens een feestje voor Plastic Bertrand, die naar Amerika vertrok, botste ik op Marc Moulin. Hij wilde me een democassette van zijn nieuwe groepje laten horen, dus gingen we in zijn auto zitten en maakte ik kennis met Telex en zijn synthversie van Twist à St. Tropez, oorspronkelijk een sixtieshitje van Les Chats Sauvages. Klüger was geïntrigeerd en bood het trio de volgende ochtend een platencontract aan. Toen bleek dat de single het geweldig deed in Frankrijk en Italië was de trein vertrokken'. Lacksman: 'Door voor het Frans te kiezen, wisten we ons meteen te onderscheiden. Wat ons in Twist à St Tropez aantrok, was de absurdistische tekst. Dat soort humor viel sowieso niet in het Engels te vertalen. Aanvankelijk was Kraftwerk onze grootste invloed, maar we waren net zo goed in de ban van de discoproducties van Georgio Moroder. Op Donna Summers I Feel Love was hij de eerste die een sequencer in stelling bracht.'Op zijn eerste lp's kwam Telex vaak op de proppen met bevreemdende, gedeconstrueerde uitvoeringen van allerlei classics uit de pop-, soul- of latingeschiedenis, van Bill Haleys Rock Around the Clock tot Sly Stones Dance to the Music.Lacksman: 'Door die songs drastisch te vertragen, legden we meer nadruk op de teksten en haalden we dingen naar boven die de luisteraar in de originelen misschien niet had gehoord. Dat maakte het interessant. Neem onze versie van La Bamba: die heeft het tempo van een slak en toch kan iedereen erop dansen. Zelfs ouwe knakkers zoals wij'. (lacht)Moers: 'We wilden aantonen dat er aan die bekende nummers niks heiligs was. Je mocht er gerust je eigen licht op laten schijnen. Gewaagd? Ach, het is niet alsof we Mozart een discojasje hadden aangemeten, hé?'Herman Van Laar: 'De humor van Telex werd niet overal even goed begrepen. Toen de groep met Rock Around the Clock werd uitgenodigd in Top of the Pops bij de BBC, zag je Michel in zijn luie zetel de krant lezen, terwijl de twee anderen wat op een klaviertje stonden te pingelen. De Britse tv-kijker wist niet wat hij ermee aan moest. Een week later werd de single genadeloos uit de top-dertig gekegeld!'Bij Telex was Michel Moers in grote lijnen verantwoordelijk voor de inhoud, Marc Moulin voor de muziek en Dan Lacksman voor de techniek. De laatstgenoemde programmeerde de machines, creëerde de elektronische geluiden en stond in voor opname en eindmix.Moers: 'We hadden elk onze stokpaardjes, maar van een strikte rolverdeling was geen sprake. Ieder bandlid had zijn zeg over elk aspect van het creatieve proces. Maar Marc was wél de denker van de groep. Zelf was ik veel impulsiever.'Critici noemden Telex wel eens het muzikale equivalent van de 'klare lijn', die doorgaans wordt geassocieerd met de strips van Hergé of het werk van Ever Meulen, die voor de groep talloze platenhoezen ontwierp.Moers: 'Kuifje, dat was onze jeugd, onze cultuur. Dat merk je ook aan een track als Pakmovast. Vaak verwezen we ook expliciet naar onze Brusselse achtergrond. Het surrealisme was onze voedingsbodem.'Lacksman: 'Net als Hergé wilden we ons zo helder mogelijk uitdrukken en daartoe legden we onszelf bewust beperkingen op. We gebruikten een simpel instrumentarium. Synths waren in die dagen nog monofoon: je kon slechts één noot tegelijk spelen. En in de studio hielden we het bij acht sporen. Méér hadden we niet nodig'.Aangezien de drie heren van Telex elk een andere muzikale achtergrond hadden en ze vooroordelen uit de weg wilden gaan, kozen ze aanvankelijk een gezichtsloos imago. Ze droegen maskers en grote brillen om onherkenbaar te blijven.Moers: 'We waren geen tieners meer die beroemd hoopten te worden. We vonden dat enkel onze muziek aandacht verdiende. Daarom wilden we anoniem zijn, een vleugje mysterie bewaren. Alle drie waren we bedeesde, introverte persoonlijkheden die het liefst een normaal leven wilden leiden. Maar in Duitsland vonden ze dat onze vermommingen te veel aan de terroristen van de Baader-Meinhoff-groep deden denken. We waren dus wel gedwongen onze echte identiteit prijs te geven'.Tijdens de acht jaar van zijn bestaan, van 1978 tot '86, is Telex altijd een studioproject gebleven.Lacksman: 'Wel, we waren niet bepaald podiumbeesten. We konden het ons ook niet veroorloven op tournee te gaan: met onze machines was dat technisch en logistiek veel te ingewikkeld. In de huidige DJ-cultuur valt niemand er nog over, maar destijds was het gebruik van backingtapes absoluut taboe. Men zou het bedrog hebben gevonden. Bovendien hadden we elk onze eigen bezigheden: Marc maakte radioprogramma's, Michel was architect en stadsplanner in Louvain-la-Neuve en ik was druk met mijn studio. Maar doordat we niet van optredens afhankelijk waren, hoefden we nooit compromissen te sluiten. We waren volledig vrij om te doen of te laten wat we wilden'.Vreemd genoeg werden de heren van Telex in 1980 gekozen om ons land te vertegenwoordigen tijdens het Eurovisiesongfestival, waar ze de absolute buitenbeentjes waren. Met hun liedje Eurovision, gedomineerd door een vocoderstem, staken ze vrolijk de draak met het evenement en parodieerden ze alle clichés van het Eurosonggenre.Lacksman: 'Toen de RTB ons vroeg, vonden we het een krankzinnig idee. Maar na een week bedenktijd dachten we: ach, laten we het eens proberen, puur voor de lol. Zolang we maar trouw aan onszelf kunnen blijven'.Van Laar: 'Ik was er toen bij in Den Haag. De organisatoren hadden nog nooit een synthesizer gezien en wisten niet wat ze ermee aan moesten. Na veel discussies mocht hij wel op het podium, maar enkel op voorwaarde dat hij niet werd ingeplugd. En Michel moest live zingen, iets wat hij nog nooit eerder had gedaan. Telex waren er de absolute outsiders: er werd een beetje lacherig over gedaan, maar voor velen was hun aanwezigheid tijdens de hoogmis van de kitsch een regelrechte schok. De muzikanten in de orkestbak zaten er hoofdschuddend naar te kijken. Het was een maffe ervaring.'Moers: 'Onze deelname had iets van een situationistische performance. We vonden het leuk de worm in de appel te zijn.'Intussen groeide Telex uit tot een cultverschijnsel. In 1983 begon het trio een samenwerking met het Amerikaanse artpopduo Sparks. Ron en Russell Mael waren naar Brussel afgezakt om er in Lacksmans studio met Lio een Engelstalige plaat op te nemen. Toen de zangeres niet kwam opdagen, raakten de broers betrokken bij Sex, de derde lp van Telex, waar ze enkele teksten voor schreven. Een andere fervente fan was Billy Gibbons van ZZ Top. Nadat hij in een discotheek in Monaco door het geluid van Telex gebiologeerd was geraakt, kwam hij op bedevaart naar Synsound en kocht hij precies dezelfde Fairlight-sampler als Dan Lacksman. Dat had niet alleen effect op Eliminator, de plaat waarop ZZ Top voor het eerst zou experimenteren met sequencers en electronica. In het artwork van Antenna, een andere lp van de Texanen, werd ook nog eens expliciet verwezen naar de hoes van Neurovision.In '84 hoorde Michael Jackson in een taxi een nummer van een Europese elektroband dat hem de oren deed spitsen. De baslijn en akkoordenprogressie van Moskow Diskow zouden kort daarna hun weg vinden naar zijn wereldhit Billie Jean.In de nineties, zo'n tien jaar nadat Telex het voor bekeken hield, werd de groep door de spilfiguren van de Chicago House en Detroit Techno plots op het schild gehesen als een cruciale invloed. Figuren als Carl Craig, Juan Atkins, Stacey Pullen en Kevin Saunderson riepen de Brusselaars uit tot voorlopers van de elektronische dansmuziek. Eén en ander bracht Telex ertoe, na twintig jaar stilte en op verzoek van Virgin UK, in 2006 de comebackplaat How Do You Dance? in te blikken.Moers: 'Marc vroeg zich af of we er zouden in slagen onszelf te recycleren. Zelf had ik toen het gevoel dat we een soort röntgenfoto van onze muziek hadden gemaakt, in plaats van 'the real thing'. Maar vandaag vind ik het een prima plaat. Weet je, we zijn er altijd van overtuigd geweest dat we wegwerpmuziek maakten. Alles gebeurde spontaan: we hadden geen plan, wisten niet of we ooit succes zouden hebben en het hield ons ook niet bezig. We voelen ons zeker niet de grondleggers van een genre. Overigens: het zijn niet altijd zij die het vuur aansteken die de hoogste vlammen veroorzaken.'Na veertig jaar klinkt de muziek van Telex nog altijd fris en aanstekelijk. Nu Mute, het label van Depeche Mode, Moby en Nick Cave, de zorgvuldig opgepoetste platen van Telex weer op de markt brengt, zullen ze ongetwijfeld door een nieuw internationaal publiek worden (her)ontdekt. Maar doen de heren met die nieuwe mixen niet aan geschiedvervalsing?Moers: 'Neen. We hebben niets toegevoegd, alleen hier en daar een laagje weggelaten om de rest beter uit de verf te doen komen. De muziek is dezelfde gebleven, alleen aan de relatie tussen de geluiden is iets veranderd. De verschillen zijn subtiel. De songs klinken gewoon iets helderder en efficiënter. Het is alsof je een spons over een vuile ruit haalt. Dan en ik lieten ons leiden door de ietwat naïeve sound van onze eerste plaat Looking For St. Tropez, die we altijd onze beste hebben gevonden, omdat we er toen het best in slaagden onze ideeën in muziek te vertalen. Maar achteraf bekeken vertonen al onze lp's een logische evolutie. Jawel, ons oeuvre is consistenter dan we dachten.'