In Groningen staat medio januari niet àlles in het teken van EuroSonic. Muziekliefhebbers die het officiële programma te duur vinden, komen ook elders aan hun trekken, want veel platenzaken, koffiehuizen en cafés organiseren hun eigen parallelle festivalletjes. Dat scheelt een slok op een borrel, ook al omdat 's avonds de wachtrijen voor bepaalde zalen zo lang zijn dat de toeschouwer voor zijn zuur betaalde centen uiteindelijk helemaal niets te zien krijgt.
...

In Groningen staat medio januari niet àlles in het teken van EuroSonic. Muziekliefhebbers die het officiële programma te duur vinden, komen ook elders aan hun trekken, want veel platenzaken, koffiehuizen en cafés organiseren hun eigen parallelle festivalletjes. Dat scheelt een slok op een borrel, ook al omdat 's avonds de wachtrijen voor bepaalde zalen zo lang zijn dat de toeschouwer voor zijn zuur betaalde centen uiteindelijk helemaal niets te zien krijgt. Eurosonic is in de voorbije jaren dermate uit zijn voegen gegroeid dat het aantal gegadigden voor bepaalde optredens vaak twee of drie keer zo groot is als de capaciteit van de club waar de bands in kwestie hun opwachting maken. Dat is behoorlijk frustrerend voor de toeschouwers die -letterlijk-- in de kou blijven staan. We kunnen erover meespreken: ook wij hebben donderdagavond alles bij elkaar zo'n anderhalf uur aangeschoven. De tijd die we op de stoep doorbrachten, komt helaas nooit meer terug.Go March kleurde duchtig buiten de lijntjesHet Antwerpse trio Go March prijkte niet op het officiële festivalprogramma, maar zijn 'off-set' op het alternatieve Electrosonic groeide wél uit tot één van de hoogtepunten van dag twee. De groep werd aangekondigd als 'Krafwerk meets Mogwai', een vergelijking die Go March eigenlijk te kort doet. Want de heren, die uitsluitend instrumentale nummers spelen en onlangs met een uitstekende tweede langspeler op de proppen kwamen, experimenteerden er duchtig op los en schrokken er niet voor terug buiten de lijntjes te kleuren. De drie bandleden waren aan elkaar gewaagd en vertelden elk hun eigen verhaal. De gitaar van Philipp Weies en de synth van Hans de Prins wurmden zich om beurten op de voorgrond, terwijl drummer Antoni Foscez een onweerstaanbare groove uitrolde. Go March serveerde nerveuze grootstadsmuziek die minstens even schatplichtig was aan techno als aan diverse vormen van (math)rock. Alles schroeide en schuurde. Naar deze band luisteren is vergelijkbaar met in een Formule 1-bolide tegen 250 kilometer per uur bij slecht weer over een racebaan razen en net niet uit de bocht vliegen. In ons boekje noteerden we voorts adjectieven als 'intens', 'gedreven' en 'dansbaar'. Weten we meteen ook wat John Lydon destijds bedoelde met 'Death Disco'.Hyperculte voerde een leger van dromers aanHebben ze in Zwitserland nog wat anders dan gruyère? Welja. Hyperculte, een duo uit Genève dat zijn sound als 'minimalistische transpop postdisco' omschrijft, klonk in Groningen lekker dwars, legde een voorliefde voor dada en absurdisme aan de dag en slaagde er, met behulp van samplers, loopstations en effectpedaaltjes, altijd in als een volwaardige band te klinken.Contrabassist Vincent Bertholet deed zijn instrument regelmatg op een elektrische gitaar lijken, terwijl drumster Simone Aubert strakke ritmes uit de vellen mepte, een synth bediende en met één van haar stokken een gitaar molesteerde. Het geheel klonk industrieel en noisy, maar ook geestig en speels en knipoogde af en toe naar de eighties. We hoorden niet alleen echo's van The B-52's, The Slits en The Banshees, maar ook een geweldige cover van Eisbaer van Grauzone, een nummer dat voor de Zwitsers net zo legendarisch is als O La La La van TC Matic voor ons. Hyperculte gebruikte Frans, Duits en Engels door elkaar. 'Nous sommes une armée de rêveurs', zong Aubert op een bepaald moment. Ons hoort u dat niet tegenspreken.Fontaines D.C. gingen hun instrumenten met een boksijzer te lijfEr broeit wat in Ierland dezer dagen. Fontaines D.C. uit Dublin is nog een jong bandje, maar zijn live-reputatie zorgde op Eurosonic al voor dermate veel belangstelling dat club Vera slechts een fractie van de nieuwsgierigen kon slikken. Luid, strak, energiek en gebald waren de ordewoorden. Fontaines D.C. grossierde in garagerock, gespeeld met een punkattitude, en herinnerde afwisselend aan The Godfathers, de jonge Undertones of, iets dichter bij vandaag, aan Idles en Shame. Frontman Grian Chatten etaleerde hetzelfde dreinerige parlando als wijlen Mark E. Smith van The Fall, maar klonk op andere momenten als Billy Bragg die op toonloze wijze het oeuvre van Buddy Holly debiteerde. Hoewel de man best nog een extra portie charisma kan gebruiken, stond hij opvallend zelfzeker op het podium. Het hielp natuurlijk dat hij werd geruggensteund door een span kregelige gitaren. Je zou hebben gezworen dat Fontaines D.C. hun instrumenten met een boksijzer te lijf gingen, al kwamen uit dat gemolesteer wel songs met een kop en een staart voort.De heren wisten inmiddels een contract in de wacht te slepen bij het New Yorkse Partisan-label. We trappen dus een open deur in als we zeggen dat u van dit zootje ongeregeld nog zult horen. Weet u meteen waar die tocht vandaan komt.The Murder Capital speelden niet vóór maar tegen het publiekNog méér Dublin en nog méér wachtrijen. Want had The Irish Times The Murder Capital onlangs niet tot 'Ireland's best new rockband' gebombardeerd? Tja, die wil iedereen gezien hebben, dat spreekt.Op het podium oogden de groepsleden als straatschoffies die al enkele jaren in Death Row op hun executie zaten te wachten. Geen doetjes, zoveel was duidelijk. Vaak had je het gevoel dat The Murder Capital niet vóór, maar tegen het publiek aan het spelen waren. Het vijftal klonk behoorlijk intens en sinister, wist alles van spanningsopbouw en had zich hoorbaar gelaafd aan het oeuvre van Echo & The Bunnymen, Joy Division en Protomartyr. De frontman wierp zich nu eens op als een postpunk-crooner, dan weer als een schuimbekkende lone wolf met slechte bedoelingen. Voor zover er in songs als For Everything of Feeling Fades al hoop doorschemerde, bleek het keer op keer om wanhoop te gaan. Je werd er niet vrolijk van, maar de muziek van The Murder Capital liet je evenmin onberoerd. 'Fucking excellent', blokletterde NME een poosje geleden. Het enige dat we daar nog aan toe te voegen hebben, is een uitroepteken. Drahla rondde de tweede festivaldag af met een forse uppercutHet kwik op de intensiteitsthermometer klom ook tijdens de optreden van Drahla tot ongeziene hoogten. Het gezelschap uit Leeds toerde al met noiseniks als Metz en Ought, maar trekt zich weinig aan van wat vandaag als trendy wordt beschouwd. Zangeres en prikkeldraadgitariste Luciel Brown oogde cool zonder er ook maar enige moeite voor te doen en de ritmesectie knalde op een manier die aanwezigers IS'ers van de weeromstuit onder tafel zou hebben gejaagd. Drahla nam een voorbeeld aan de onorthodoxe artpunk van Wire, wat, behalve aan de songstructuren ook merkbaar was aan Browns cryptische teksten. Maar de new Yorkse no wavebeweging van de late seventies was aan de groep evenmin voorbij gegaan. Dat laatste viel af te leiden uit de sax-frasen die zich systematisch tegen de vrije vorm aanschurkten. Drahla is het soort band dat zijn instincten volgt en zo vanzelf bij een eigen sound uitkomt. Op werk van lange adem is het nog even wachten, maar het gezelschap bracht tot dusver al drie vinyl-ep's uit, waarvan Third Article de recentste is. Drahla ging vaak helemaal voluit, maar gek genoeg klonk ze het spannendst wanneer ze even op de rem ging staan, zoals in Form of Luxury. De tweede dag van EuroSonic werd dus met een forse uppercut afgerond. Nu nog een tandarts vinden om ons stukgeslagen gebit weer toonbaar te maken.