Jenny Hval laat zich niet makkelijk samenvatten. Op haar zesde leerde ze zichzelf Für Elise en Vangelis op haar keyboard spelen, als tiener zong ze in metalbands, ze schreef haar thesis over Kate Bush en laat zich inspireren door Oedipus én Paris Hilton, ze maakt experimentele artpop, schrijft romans en haar concerten zijn bevreemdende taferelen met opblaasbare zwembaden, nepbloed en vleermuisoutfits. De Noorse alleskunner wordt weleens een existentiële Grace Jones genoemd, maar in feite doet eender welke sappige bijnaam het werk van Hval oneer aan.
...