Er is dit jaar geen ontsnappen aan Moses Boyd. De polyvalente drummer werkte samen met klankentapper Mura Masa, zat aan de knoppen op de pas verschenen langspeler van zangeres Zara McFarlane, bracht met zijn band Moses Boyd Exodus een elektronisch getinte ep uit, én een album met Binker & Moses, in ongewoon duo met tenorsaxofonist Binker Golding.
...

Er is dit jaar geen ontsnappen aan Moses Boyd. De polyvalente drummer werkte samen met klankentapper Mura Masa, zat aan de knoppen op de pas verschenen langspeler van zangeres Zara McFarlane, bracht met zijn band Moses Boyd Exodus een elektronisch getinte ep uit, én een album met Binker & Moses, in ongewoon duo met tenorsaxofonist Binker Golding. Moses Boyd: Maar Binker en ik spelen al héél lang samen. Binker & Moses is een verlengstuk van onze vriendschap, ontstaan tijdens de vele soundchecks en aftershows. Improviseren in duo is heel intens maar ook erg leuk. Bijna elke jazzmuzikant die ik ken, zal dat beamen, alleen zetten maar weinigen de stap naar een plaat opnemen. Het gaat tegenwoordig goed met de Britse jazz. In hoeverre voel jij je verwant met collega's als Shabaka Hutchings, Yazz Ahmed, Matthew Halsall en Yussef Dayes? Boyd: En of ik me met hen verwant voel! Het zijn niet alleen straffe muzikanten, het is één grote community. Dat is wat de scene doet floreren. Sommige mensen met wie ik tegenwoordig vaak speel, zoals gitariste Shirley Tetteh en saxofoniste Nubya Garcia, ken ik al tien, twintig jaar. Vroeger speelden we verstoppertje, nu spelen we muziek. (lacht)Je bent van deels Jamaicaanse, deels Dominicaanse afkomst. Gemengde roots vind je wel vaker terug bij deze generatie jazzmuzikanten. Toeval? Boyd: Daar vraag je me wat. Met zijn groot koloniaal verleden is de muziek in Engeland altijd al een veelkleurige cocktail geweest. Maar het is ook een maatschappelijk gegeven. Neem nu grime, de muziek van mijn jeugd, ontstaan uit de West-Indische soundsystemcultuur. Die ritmes en geluiden - dancehall, dub, soca - zitten nu in mijn systeem, zelfs in mijn speelstijl. Maar het is ook muziek van de straat, het resultaat van decennia besparingen op onderwijs, jeugdhuizen en speelpleinen. Mocht ik de jazz niet ontdekt hebben, dan zou ik in de plaats van met drums met laptop en sampler aan de slag gegaan zijn. Ik wil maar zeggen: álle muziek biedt een uitweg uit armoede of ellende. Misschien daarom dat er nu zo veel talent de kop opsteekt. Een van die jonge talenten is zangeres Zara McFarlane, wier pas verschenen album Arise je hebt geproducet. Boyd: Zara heeft net als ik Jamaicaanse roots. Reggae maakt evenveel deel uit van ons leven als jazz. Het was erg leuk om met Arise die twee samen te brengen, om de puntjes tussen Kingston en Londen te verbinden. Dat gebeurde heel organisch. Zara en ik delen dan ook een passie voor diepe, zware bassen en gigantische speakers. (grijnst)Ik hoor het, vooral op je recente ep Absolute Zero. Boyd: Dat zijn die grime-invloeden. Ik merk dat sommige journalisten het moeilijk hebben met die twee kanten van mijn muziek. Maar grime is er altijd geweest, overal. Op school, op de radiostations in Oost-Londen, waar ik ben opgegroeid. Jazz is iets waar ik toen naar terugkeek, en ik geniet er nog steeds van om in dat verleden te duiken en ervan te leren. Maar grime is het nu, iets wat ik niet kan negeren. Hoe zit het met de spirituele dimensie in je muziek? Journey to the Mountain of Forever van Binker & Moses is een titel die bij een plaat van Pharoah Sanders of Alice Coltrane zou passen. Boyd: Het album speelt duidelijk met dat soort verhaal, maar we hebben ons nu ook niet laten leiden door diepe levensbeschouwingen of zo. Voor mensen als Pharoah Sanders en John Coltrane was spiritualiteit serious business, een levensstijl. Ik zou het al fijn vinden als mensen onze muziek als leidraad gebruiken om even aan de dagelijkse sleur te ontsnappen. Naar waar of via welke weg precies, dat maken ze zelf maar uit. (grinnikt)Een track op het album heet Intoxication from the Jahvmonishi Leaves. Iets wat blijkbaar niet bestaat. Boyd: Ben je daar zeker van? Na een halfuur zoeken op Google, ja. Boyd: (schatert) Sorry, man! Binker en ik hebben misschien iets te veel naar progrock als Yes geluisterd. Ach, een beetje mystiek kan toch geen kwaad? Bestaat er volgens jou zoiets als de tien geboden van de jazz? Boyd: In zekere zin wel, ja. Ik denk dat kunst, álle kunst, pas kan gedijen bij een soort code, een aantal principes of regels. De creativiteit zit 'm in de mate waarin je aan die principes trouw blijft. In het spectrum van de jazz kom je via totale gehoorzaamheid uit bij iets als bebop, en wie alle principes aan zijn laars lapt, belandt bij freejazz. Maar je kunt de regels, de geboden, pas overtreden wanneer je ze kent, see?Dat vraagt om een voorbeeld. Boyd: 'Aanvaard de democratie' zou een gebod kunnen zijn. Alle muzikanten zijn gelijk, niemand staat boven de 'leider'. Iedereen neemt zijn verantwoordelijkheid. Je kunt kiezen om de leider te volgen of niet te volgen, maar het moet wel met verantwoordelijkheidszin en respect voor het principe gebeuren. Een gevecht of conflict levert alleen slechte muziek op. Nog een gebod: 'respecteer het ritme.' Sommigen denken dat de drummer de enige is die dat bepaalt. Klopt niet. De drummer kan bijsturen of controleren, maar als bijvoorbeeld een pianist in mijn groep het ritme niet wil respecteren kan ik hem onmogelijk in de pas doen lopen. 'De drummer is de architect van een groep', heb je eerder gezegd. Boyd: Tja, ik ben nogal vooringenomen, hè. (lacht) Daarbij, de drummer kan wel een architect zijn, maar een huis bouw je niet alleen.