Boven de voordeur hangt in kleurige papierletters 'Happy birthday', het laatste restant van een wild verjaardagsfeestje het weekend voordien in het gezellige huis in Vorst waar Ben Thange een maand eerder zijn intrek heeft genomen. 'Na zeven jaar Antwerpen was ik aan verandering toe. En Brussel, dat is dé grootstad, toch? Ik vind het ook leuk, lichtjes exotisch zelfs, om weer wat meer Frans te spreken.'
...

Boven de voordeur hangt in kleurige papierletters 'Happy birthday', het laatste restant van een wild verjaardagsfeestje het weekend voordien in het gezellige huis in Vorst waar Ben Thange een maand eerder zijn intrek heeft genomen. 'Na zeven jaar Antwerpen was ik aan verandering toe. En Brussel, dat is dé grootstad, toch? Ik vind het ook leuk, lichtjes exotisch zelfs, om weer wat meer Frans te spreken.' In zijn muziek is Nederlands de voertaal. Twee jaar geleden liet hij als Monokimono voor het eerst van zich horen met de single IJsjes. Video en tekst hebben de grove korrel van herinneringen aan lang vervlogen gezinsvakanties, Thanges stem heeft de diepe brom van een openhaardverteller, de muzikale omlijsting houdt zich beleefd op de achtergrond. Titels als Zwanenzang en Noorderzon op zijn debuut-ep Kameleon duiden op een even poëtische relatie met zijn moedertaal. En nu is er een nieuwe ep, Jij en ik, waarop hij onder meer samenwerkt met Willem Ardui van Blackwave, Ruben Lefever van Float Fall en zijn vriendin Puntjudith. En Jij en ik klinkt in vergelijking met zijn ingetogen eerste publieke stappen opvallend elektronisch. Er mag namelijk ook al eens gedanst worden. Ben Thange: Noem het maar zoals het is: elektronische popmuziek. Het doorleefde zingen en het mooie taalgebruik is misschien wel gebleven, maar ik wil me wel verder afzetten tegen het 'kleine'. De songs op deze ep klinken meer als de muziek waar ik zelf naar luister. Artiesten als Arca, of de output van het label PC Music, pop die vertrekt vanuit sound design en digitaal verweven geluidsexperimenten. Maar ook het coronaverlangen om weer te stampen en te dansen heeft zijn invloed gehad. Ik heb veel naar dingen als Rival Consoles en James Holden geluisterd. Zálig, vind ik het, om nu op mijn eigen muziek te kunnen dansen. (lacht) Maar je blijft in het Nederlands zingen. Thange: Ik hou van de diepte, de flow en de klank van Nederlandse woorden. Op mijn sociale media kan ik het niet laten om lange zinnen met veel mooie woorden te gebruiken, nogal tegen de geplogenheden in. (lacht) Ik heb in Antwerpen twee jaar Nederlandse les aan nieuwkomers gegeven, en in die periode is mijn respect voor onze taal nog meer gegroeid. Het doet iets met je, wanneer je mensen - sommigen waren zelfs nooit naar school geweest - langzaam maar zeker een hun onbekend, maar voor jou zo vanzelfsprekend alfabet ziet aanleren. Is het die liefde voor het woord die je naar de richting kleinkunst aan het conservatorium heeft gedreven? Thange: Ik ben initieel naar het conservatorium getrokken omdat ik acteur wilde worden. Het theater en zo, dat was mijn grote droom. Maar een toonmoment van de richting kleinkunst bracht me op andere ideeën. Muziek brengen is tenslotte ook een beetje acteren. Die opleiding heb ik uiteindelijk wel niet afgemaakt. Er gebeuren daar wel frisse dingen, maar ze worden toch nog altijd beoordeeld met oude oren. Dat bleek niks voor mij, en toen begon ik weer hard te twijfelen of ik wel professioneel muzikant kon of mocht zijn. En toen waren er oude familievideo's van je oma. Thange:Ik zat op mijn kamertje al een tijdje met muziek te wroeten toen die tapes na het overlijden van mijn oma - een obsessief hamsteraar - weer boven kwamen. Uren aan beeldmateriaal dat mijn vader ooit gedraaid had: familietaferelen, dagtrips naar zee, verjaardagsfeestjes, enzovoort. Een schatkist aan inspiratie die het kind in mij opnieuw wakker heeft geschud. Ik zat op een veel te serieus spoor, ik zat in m'n eentje keihard te kluizenaren. De onschuld en de speelsheid van die familiefilmpjes hebben voor een soort wedergeboorte gezorgd. Het hoeft zo moeilijk niet, besefte ik. Daaruit is Kameleon ontstaan, een ep waarop je die kleinkunstopleiding nog goed hoort doorschemeren. Een van de tracks op je nieuwe ep, High op jou, is een duet met de Nederlandse zangeres Puntjudith, je vriendin. Heeft de muziek jullie samengebracht? Thange: We kennen elkaar al van in de kleinkunstopleiding, maar de vlam is pas veel later overgeslagen. Zij is daarna van Antwerpen terug naar Amsterdam verhuisd, en toen we elkaar opnieuw tegen het lijf liepen, bleken we allebei met Nederlandstalige popmuziek bezig. En ja, dat schept een band en is inspirerend. Samen dat liefdesduet maken was trouwens een droom. De Sonny & Cher van de Nederlandstalige pop. Thange: Oké, het is natuurlijk ook supercheesy, maar toch: een lied opnemen met je lief, ik kan het iedereen aanraden. (lacht)Waar wil je nog naartoe met Monokimono? Thange: Er is een album klaar - het moet enkel nog gemixt worden. En een goede liveshow in elkaar steken staat bovenaan mijn lijstje. Ik ben best wel een theatraal mens. Live is de energie van Monokimono te vergelijken met een dj-set, en ik hou van grote gebaren. Kostuums, decor... Dat mag zeker een beetje over the top zijn. Eind september hebben we in DeStudio gespeeld. Samen met een scenografe en costumière hadden we speciaal voor die show een heel maffe wereld op het podium gecreëerd, compleet met projecties, een soort blubbergrot en... Blubbergrot? Thange: Een levensgrote cocon gemaakt uit blubber en lampjes waar ik in kon kruipen. Ik voelde me daar heel gelukkig in, moet ik zeggen. (lacht) Op een podium staan mag een feest zijn.