Toen de Stones in 1971 met hun negende lp op de proppen kwamen, waren de verwachtingen van pers en publiek hoog gespannen. Het vorige decennium was voor de groep nogal turbulent geëindigd. In juni '69 had ze gitarist en medeoprichter Brian Jones, die op Let It Bleed nauwelijks meer een rol van betekenis speelde, bedankt voor bewezen diensten. Enkele weken later, op 3 juli, werd de 27-jarige muzikant levenloos in zijn zwembad aangetroffen, wat de fans van het eerste uur een enorme schok bezorgde.
...

Toen de Stones in 1971 met hun negende lp op de proppen kwamen, waren de verwachtingen van pers en publiek hoog gespannen. Het vorige decennium was voor de groep nogal turbulent geëindigd. In juni '69 had ze gitarist en medeoprichter Brian Jones, die op Let It Bleed nauwelijks meer een rol van betekenis speelde, bedankt voor bewezen diensten. Enkele weken later, op 3 juli, werd de 27-jarige muzikant levenloos in zijn zwembad aangetroffen, wat de fans van het eerste uur een enorme schok bezorgde. Later dat jaar, op 6 december, gaven The Rolling Stones voor 300.000 toeschouwers een gratis concert op de renbaan van het Californische Altamont. Ook dàt evenement zou dramatisch eindigen, toen de achttienjarige student Meredith Hunter werd doodgestoken door één van de Hell's Angels die, ironisch genoeg, waren aangezocht om die avond de veiligheid te verzekeren. In het tumult dat daarna ontstond verloren nog drie andere toeschouwers het leven. Altamont symboliseerde het einde van het hippietijdperk, dat enkele maanden eerder nog had gepiekt met het Woodstockfestival. De jaren 1960 waren voorgoed hun onschuld kwijt: het tijdperk van hedonisme en decadentie was aangebroken.Sticky Fingers, het eerste levensteken van de Stones in twee jaar (als we de liveregistratie Get Yer Ya-Ya's Out even buiten beschouwing laten), zou een overgangsplaat worden. Het was de eerste met de toen twintigjarige Mick Taylor, die als gitarist, net als Eric Clapton en Peter Green vóór hem, zijn sporen had verdiend bij John Mayall's Bluesbreakers. Zijn spel was even vloeiend als subtiel, even lyrisch als melodieus en zou de sound van zijn nieuwe werkgevers ingrijpend beïnvloeden. 'Dankzij Taylor werden The Rolling Stones eindelijk weer een eenheid', liet Keith Richards optekenen. Brian Jones had destijds psychedelische invloeden geïntroduceerd, maar met zijn nieuwe gitarist keerde de band, die altijd al gefascineerd was geweest door rhythm-and-bluesen country, terug naar zijn Amerikaanse roots. De nieuwe songs, een mix van potige soul, machorock en junkieblues, klonken in stilistisch opzicht opvallend eclectisch, vertoonden meer diepgang en maakten een gammele maar ontspannen en zelfverzekerde indruk. Sticky Fingers is het werkstuk dat een nieuwe, geëmancipeerde fase in het bestaan van de Stones zou inluiden. De heren hadden net hun manager Allen Klein ontslagen, nadat die op de valreep en in het geniep de rechten van hun volledige back catalogue had ondergebracht bij zijn eigen onderneming ABKCO. En nu hun contract bij Decca afliep, besloten de muzikanten hun creatieve toekomst zelf in handen te nemen. Voortaan zouden ze hun platen uitbrengen op hun eigen Rolling Stones-label, een dochterbedrijfje van Atlantic. The Rolling Stones waren hun vroegere broodheren weliswaar nog één single schuldig, maar het daartoe geleverde nummer, Cocksucker Blues, werd dermate obsceen bevonden ('Where can I get my cock sucked? / Where can I get my arse fucked?') dat de platenbonzen er hun vingers niet aan wilden branden.Op Sticky Fingers was ook voor het eerst het nieuwe Stoneslogo met de tong en de lippen te zien. Het ontwerp van John Pasche, destijds een designstudent aan het Londense Royal College of Art, is vandaag net zo befaamd en herkenbaar als de merktekens van, pakweg, Volkswagen of Mercedes. Voor de hoes van hun nieuwe lp deden de Stones dan weer een beroep op popartkunstenaar Andy Warhol. Het werd een zwart-witfoto van het opbollende kruis van een mannelijk model in jeans, waarin een echte rits was verwerkt. Het werd een iconisch beeld, maar de verpakking leidde ook tot een reeks consumentenklachten: de ritssluiting beschadigde het vinyl, waardoor één van de tracks niet meer te beluisteren viel. Bovendien werd de hoes in het Spanje van dictator Franco door de censuurcommissie afgekeurd en diende in allerijl een andere foto te worden gezocht. Het werd er één van enkele vingers in een blik stroop.De opnamen voor de plaat begonnen eind 1969 in de Muscle Shoals Sound Studio, een voormalige doodskistenfabriek in Alabama. De Stones werkten er in het diepste geheim, omdat ze niet over een Amerikaanse werkvergunning beschikten. Ze slaagden er slechts in drie tracks te voltooien en zouden de overige nummers pas enkele maanden later inblikken met behulp van een mobiele studio in het Engelse graafschap Hampshire. Mick Jagger en Keith Richards hadden hun relatie als songwriters inmiddels nog verfijnd: in tegenstelling tot de beginjaren van de groep kwam nu ook de zanger steeds vaker met melodieën aanzetten, zodat beide artiesten hun aandeel hadden in ieder onderdeel van de composities. Sticky Fingers werd geproducet door oude getrouwe Jimmy Miller en bevatte opmerkelijke gastbijdragen van saxofonist Bobby Keys en van vier verschillende klavierspelers: Billy Preston, Jack Nitzsche, Ian Stewart en Nicky Hopkins. Mick Jaggers stem klonk rijker en voller dan ooit, al kon je als luisteraar, door de manier waarop hij met enig gevoel voor overdrijving idiomen en accenten imiteerde, een glimlach niet onderdrukken. Vooral in de honky tonk countrypastiche Dead Flowers, kwam de frontman opvallend gekunsteld voor de dag. 'Ik hou van countrymuziek, maar tegelijk heb ik er moeite mee ze ernstig te nemen', dixit Jagger. 'Ik zing die nummers dus haast automatisch tongue-in-cheek.'De tempo's op Sticky Fingers waren overwegend traag. Dit keer diepten The Rolling Stones slechts enkele rauwe, furieuze rockers op. Opener Brown Sugar, aangevuurd door een vuile gitaarriff zoals alleen Keith Richards die kon verzinnen en voorzien van een hoogst aanstekelijke groove, was wél meteen een schot in de roos. Mick Jagger schreef de nogal plastische song in Australië, nadat hij verwond raakte op de set van de film Ned Kelly, waarin hij de hoofdrol vertolkte. Brown Sugar was geïnspireerd door de Amerikaanse zangeres, actrice en romanschrijfster Marsha Hunt, met wie de zanger een kortstondige relatie had en een dochter kreeg. De titel van het nummer verwees zowel naar Mexicaanse heroïne als orale seks en de tekst gaf de indruk dat Jagger er zoveel mogelijk taboe-onderwerpen in wilde proppen. De openingstrack van Sticky Fingers verwees naar een donkere periode in de Amerikaanse geschiedenis waarin zwarte slavinnen niet zelden gewelddadig werden verkracht door hun blanke meesters: 'Hear the boss whip the women just around midnight'. Maar ondanks zijn controversiële inhoud zou Brown Sugar meteen tot een nieuwe Stones-classic uitgroeien. De single klom in minstens vier landen, waaronder de VS en Canada, naar de eerste plaats in de charts. Andere rockers op de plaat waren Sway, het even geile als demonische Bitch en het funky Can't You Hear Me Knocking met een vijf minuten durende instrumentale jam waarin de ontketende sax van Bobby Keys en de Latijns gekruide, naar Carlos Santana zwemende gitaarsolo van Mick Taylor de aandacht trokken. Het slepende You Gotta Move was een primitieve, afgekloven delta blues, oorspronkelijk van Mississippi Fred McDowell, met exquis slidewerk van Taylor. I Got the Blues was dan weer een doorvoelde southern soul ballad met echo's van Otis Redding, waar de Stones typische Stax-blazers aan toevoegden. Drie introspectieve tracks die Sticky Fingers tot een eenzame hoogte optilden, verdienen echter een speciale vermelding. Vooreerst was er het tussen folk en country balancerende en door een akoestische 12-string ingeleide Wild Horses. Het fundament werd gelegd door Richards, als een berçeuse voor zijn zoontje Marlon dat hij, kort na de geboorte in 1969 met tegenzin thuis moest achterlaten voor alweer een tournee. De song werd daarna door Jagger herschreven, verwijzend naar zangeres Marianne Faithfull, met wie hij van 1966 tot '70 een amoureuze verhouding had. Dit keer geen spoor van het bij de Stones gebruikelijke cynisme: Wild Horses werd één van de eerlijkste en emotioneelste songs die de groep ooit aan het vinyl had toevertrouwd. Het jaar voordien verscheen al de versie van The Flying Burrito Brothers, een countryrockband aangevoerd door Gram Parsons die goed bevriend was geraakt met Keith Richards.Sticky Fingers bevatte opvallend veel verwijzingen naar de gevaren van drugs, wat wellicht te maken had met de veelbesproken overdoses van muzikanten als Brian Jones, Jimi Hendrix en Janis Joplin. Dat was bijvoorbeeld het geval in het tegelijk verkillende en intense Sister Morphine: 'Come on, Sister Morphine / You better make up my bed / 'Cause you know and I know / In the morning I'll be dead'. Het nummer kwam tot stand met de hulp van Marianne Faithfull, die het twee jaar eerder al had uitgebracht op de b-kant van een single. Vreemd genoeg werd de zangeres in de credits echter níet als co-auteur vermeld. Pas nadat ze een rechtsgeding had aangespannen, zou Mick Jaggers ex in 1994 eindelijk de erkenning krijgen die haar toekwam. Hoewel het uiterst realistische Sister Morphine het gebruik (en de afhankelijkheid) van narcotica niet bepaald verheerlijkte, mocht het in Spanje destijds niet worden uitgebracht. Het diende op de lp dus in allerijl vervangen te worden door een live-versie van Chuck Berry's Let It Rock.De plaat eindigde met het druilerige maar meesterlijke Moonlight Mile, waarin Keith Richards schitterde door afwezigheid. Het was een ballad over de bevreemdende aspecten van het toerleven ('Just another mad mad day on the road') waar Paul Buckmaster een majestueus, oriëntaals aandoend strijkersarrangement voor bedacht.Toen Sticky Fingers uitkwam, waren de kritieken aanvankelijk vrij gemengd. Jon Landau gaf de plaat bijvoorbeeld een opvallend lauwe recensie in het gezaghebbende Rolling Stone. Het publiek toonde zich echter wél enthousiast over de plaat: het werd de allereerste van de groep die zowel in de VS als Groot-Brittannië de verkooplijsten zou aanvoeren. In Amerika kampeerde Sticky Fingers zelfs 69 weken onafgebroken in de Billboard 200. Hetzelfde blad zou de lp later uitroepen tot één van de beste van de seventies, en ook Pitchfork, Allmusic en Now Magazine noemen het vandaag het absolute hoogtepunt uit het oeuvre van de Stones. Als opvolger Exile on Main St. de stempel van Keith Richards zou dragen, droeg Sticky Fingers vooral die van Jagger (en Taylor). Enkele weken na de release, op 12 mei, trad de frontman overigens in het huwelijk met de Nicaraguaanse Bianca Pérez-Mura Macias (de moeder van zijn dochter Jade) en in dezelfde periode zouden de bandleden allemaal emigreren naar het Zuiden van Frankrijk, om aan de inhalige Britse fiscus te ontsnappen. Vijf jaar later hield Mick Taylor het voor bekeken om plaats te ruimen voor Ron Wood. Maar het hoge niveau van Sticky Fingers geeft aan dat hij zijn entree zeker niet had gemist.