'Ik heb mijn beste tijd ooit gehad', zegt Mattias De Craene wanneer we het onderwerp lockdown en quarantaine aansnijden. Hij nipt van zijn glas lambrusco. Hij lijkt het nog te menen ook.
...

'Ik heb mijn beste tijd ooit gehad', zegt Mattias De Craene wanneer we het onderwerp lockdown en quarantaine aansnijden. Hij nipt van zijn glas lambrusco. Hij lijkt het nog te menen ook. Het is een heel ander geluid dan dat van eind maart, toen hij op de site van Knack Focus zijn toekomstperspectief laconiek schetste als 'redelijk bescheten'. 'Dat was een momentopname', klinkt het nu. 'Een reactie uit frustratie. We hadden net de repetities met Dijf Sanders (in wiens groep De Craene speelt, nvdr.) afgerond en stonden klaar voor een mooie reeks optredens. Tegelijk was ik in de weer met een theaterproductie en met Nordmann hadden we pas een vijftal try-outs afgewerkt. Je zit echt op een adrenalinehigh in zo'n drukke, productieve periode. Wanneer dan alles in één klap wegvalt, donder je keihard van je wolk. Niet alleen het werk valt weg, maar met de muziek en het spelen ook een groot deel van je identiteit, weet je. Ik vóélde me dus ook redelijk bescheten, maar ik had pas een nieuw lief, zat gezellig in mijn huisje in Gentbrugge en heb me uiteindelijk vrij snel met de verplichte pauzeknop verzoend. Eigenlijk heeft die periode me heel erg deugd gedaan.' Corona of geen corona, De Craene is redelijk alomtegenwoordig in dit moeilijke muziekjaar. De saxofonist speelt niet alleen mee op Puja van zijn maat Dijf Sanders, maar ook op de albums Applz ? Applz van Millionaire, Neon Fever Dream van Compact Disc Dummies en de nog te verschijnen derde van Bazart. In juni bracht hij een eerste solo-ep uit en na drie jaar stilte blaast hij nu Nordmann nieuw leven in met In Velvet, het derde album van het kwartet. Mattias De Craene: (glimlacht) Het is een goed jaar, ja. En het heeft inspirerend gewerkt, al die verschillende projecten. Vooral die solo-ep afwerken en uitbrengen en daarmee als solomuzikant live de sprong in het diepe wagen. Ik heb nu zo'n zevental concertjes kunnen spelen, en zo weet ik nu weer iets beter wat ik waard ben op mezelf, zonder steunwieltjes. Waren dat allemaal vriendendiensten, die saxpartijen voor derden? De Craene: (denkt na) Voor het merendeel betaalde vriendendiensten. Soms doe je wel eens een gratis opname, maar dan kun je altijd iets terugvragen. Die solidariteit is er wel in België: ofwel betalen we elkaar, ofwel helpen we elkaar. Of je drinkt samen veel pintjes, en dan staan er onverwacht een paar geschifte lappen muziek op band, zoals met Tim Vanhamel voor die plaat van Millionaire. 'Doe die take nog eens', vroeg hij op een bepaald moment, maar toen was ik al te ver heen en dan heeft hij de opnames maar zelf verknipt. (lacht) Zo kan het dus ook. Zou je ooit iets enkel en alleen voor het geld doen? De Craene: Over hoeveel geld praten we precies? (lacht) Ik denk van niet, nee. Ken je de drie p's? Price, product, people. Als twee van drie goed zitten, dan is er al een goede balans. Maar ik heb lang geleden met mezelf afgesproken dat telkens wanneer ik mijn sax vastpak ik iets moet voelen. Dus puur voor het geld? Waarschijnlijk niet. Ook niet als morgen pakweg Netsky aan de telefoon hangt? De Craene: Ja, zeg, wat gooi je me nu voor de voeten? Zeg nooit nooit. Voilà! (lacht) Netsky is niet bepaald mijn ding, maar als ik iets interessants kan bijdragen en als ik er misschien wat centen aan kan overhouden wanneer het een hit wordt, waarom niet? De muziek van Bazart is trouwens ook niet honderd procent mijn ding, maar zanger Mathieu Terryn is een superfijne gast - I love the guy - en ik vond het wel een leuke missie om vanuit mijn quarantainekot enkele saxriffjes voor hen te bedenken. De eindmix van In Velvet hebben jullie tijdens de lockdown afgewerkt. Is het daarom een veel zachtere plaat geworden? Ingetogener en een beetje spacier dan we van Nordmann gewend zijn? De Craene: Neen. Die koerswijziging lag allang vast. We wilden namelijk af van ons jazzrockjasje, en we hadden van bij het begin meer een studioplaat in gedachten. Alarm! (2015) en The Boiling Ground (2017) zijn grotendeels live met ons vieren opgenomen. Deze keer wilden we meer laagjes, meer structuren. Producer Jasper Maekelberg heeft daar veel toe bijgedragen. Hoe we dat live gingen brengen, dat was een zorg voor later. Uiteindelijk hebben we er een vijfde man bij gehaald, Thijs Troch, op gitaar en toetsen. Ik zie dit als een nieuwe eerste plaat. Dat jazzrockjasje mag naar de kringloopwinkel, iemand anders mag het eens passen. (lacht)Samen met de vergelijkingen met Morphine, denk ik dan. De Craene: Alsjeblief, ja! Ik snapte het ergens wel, hoor, maar het is als jonge band toch niet waar je naar op zoek bent, vergelijkingen met een stel grijzende rockers van ik weet niet meer wanneer. Niet bepaald sexy. (lacht)Niet dat het er in deze zomer nog toe doet, maar met die zachtere sound is dit minder een festivalplaat geworden dan zijn voorganger. En dat voor een band die in 2017 een doorbraak forceerde met een stomende en alom bejubelde set op Pukkelpop. De Craene: Wij hebben net het gevoel dat we met dit album grotere podia waard zijn. Er is in onze sets opnieuw meer ruimte voor improvisatie, er zit meer afwisseling in, we breien nummers aan elkaar... We kunnen nu meer een Radiohead-achtige vibe of iets à la Mogwai neerzetten. Pas maar op voor het postrockjasje! De Craene: Lap, nu doe ik het zelf. (lacht) Tja, bij het management en de bookers spreken ze ook van een 'moeilijker' plaat, ik vind ze net veel toegankelijker. Is de albumtitel een verwijzing naar Blue Velvet van David Lynch? De songtitel Blue Rose Case komt in elk geval uit het universum van Twin Peaks. De Craene: Het is zeker een knipoog, net als de hoes, met die donkere kleuren en die mysterieuze hand die je lijkt uit te nodigen naar een andere dimensie. Beetje Lynch, beetje Alice in Wonderland. Heel veel muzikanten dwepen met Lynch, maar hoe dat nu precies komt, daar heb ik nog nooit een goede uitleg van gehoord of gelezen. De Craene: 'Lynchiaans' is intussen een uitgeholde term geworden, maar ken je zijn ideeën omtrent de unified field theory? Het gaat bij hem over met diepe meditatie afdalen in een soort collectief onderbewuste en daar ideeën sprokkelen. The big fish, zoals hij die noemt. Lynch gelooft dat die ideeën, hoe abstract ze ook mogen zijn, veel mensen zullen raken of aanspreken, zonder dat meteen duidelijk is waarom. Net omdat ze uit een soort universeel onderbewustzijn komen. En is veel muziek op dezelfde manier ook niet iets onbenoembaars? Iets dat je uit de lucht of uit de diepte plukt en waarmee je mensen raakt, zonder dat ze meteen onder woorden kunnen brengen waarom? Ik hoor die fascinatie voor het mystieke vooral in MDCIII, je trio met drummers Simon Segers en Lennert Jacobs, en ook in de grillige ambientcomposities op je solo-ep. Met die laatste heb je deze zomer trouwens de Gentse editie van Het Nieuwsblad gehaald. Proficiat! De Craene: Met het meest abstracte dat ik ooit heb uitgebracht. En dan die kop daarbij: 'Neef Wim De Craene maakt furore als saxofonist'. Redelijk absurd. (lacht) Terwijl je die stamboomconnectie zelf nauwelijks hebt uitgespeeld sinds Nordmann in 2014 zilver won op de Rock Rally. Ik vond het in bijna geen enkel oud interview terug. De Craene: Ik heb Wim ook nooit echt gekend, en een familienaam is maar een familienaam, hè. De laatste tijd staat Wim dankzij enkele reissues opnieuw een beetje meer in the picture. Misschien dat sommige journalisten daarom nu meer de link leggen? Maar ik ben sinds dat interview in Het Nieuwsblad zeker niet overstelpt met bewonderende sms'jes van verre familie of zo. (lacht) En bij mijn ouders, die altijd vanaf de eerste rij voor mij hebben gesupporterd, liggen de reviews van pakweg Pukkelpop op een hoger schap. Paste dat artikel in de golf van solidariteit in de media met Belgische muzikanten? Er is nooit zoveel aandacht voor lokale bands geweest dan nu met covid-19. De Craene: (schraapt de keel) 'Golf van solidariteit'? Sorry, maar dat klinkt me iets te overroepen. Een hashtag en eens een dag Belgische airplay, het had gerust een beetje meer mogen zijn. Of tenminste wat structureler. Het is toch erg, eigenlijk, dat er een pandemie voor nodig is om Belgische bands wat welverdiende aandacht te geven op de radio en in de boekskes? Als ik met dit nieuwe album iets hoop los te weken, dan wel het besef dat we genoeg talent hebben om ons te meten met bands of muzikanten uit Engeland, bijvoorbeeld. Niet enkel Nordmann, maar in het algemeen, hè! Nu, ik heb soms ook nood aan een andere voedingsbodem. Morgen vertrek ik voor twee weken naar de Auvergne, op zoek naar nieuwe saxofoonklanken. En volgende winter ga ik een paar maanden naar Parijs, eens zien of ik daar iets kan betekenen of forceren. Met die lange pauze die Nordmann genomen heeft, en ook met de lockdown, heb ik geleerd dat loslaten en rust vinden fundamenteel belangrijk zijn. Iets stilleggen en weer oppikken, dat kan zo'n deugd doen. Je blaast zelfs zachter dan vroeger. De Craene: Zeker en vast. Vroeger was mijn hoofd zo spastisch, en dat hoorde je in mijn speelstijl. Luid! Imposant! Maar ik ben rustiger geworden, een beetje matuurder ook. Maar geen zorgen: ik heb nog genoeg zotte ideeën. Zo wil ik graag eens een tournee met straatmuzikanten organiseren langs alle Europese vestigingen van Primark. En dan overal die lange rij wachtenden aan de winkel trakteren op heftige, abstracte freejazz. Eens zien hoe lang ze dán nog met koopjes in hun kop zitten. (grijnst)