Elf jaar jong was Josiah Wise toen zijn moeder hem met zachte doch besliste hand een zetje richting de koorzang gaf. Mama was zelf koordirigent, papa had een christelijke boekhandel, en Wise groeide op in de schoot van de streng protestantse pinksterbeweging van Baltimore. Op zijn veertiende werd hij lid van het Baltimore City College Choir, een gemengd, klassiek koor met een kast vol internationale prijzen en een voornamelijk Afro-Amerikaanse bezetting.
...

Elf jaar jong was Josiah Wise toen zijn moeder hem met zachte doch besliste hand een zetje richting de koorzang gaf. Mama was zelf koordirigent, papa had een christelijke boekhandel, en Wise groeide op in de schoot van de streng protestantse pinksterbeweging van Baltimore. Op zijn veertiende werd hij lid van het Baltimore City College Choir, een gemengd, klassiek koor met een kast vol internationale prijzen en een voornamelijk Afro-Amerikaanse bezetting. De jonge Josiah begon luidop te dromen van gerenommeerde operahuizen en statige auditoria. Hij volgde privélessen, bracht zichzelf een basiskennis Frans, Italiaans Duits, en een mondje Russisch bij. Maar na de academie liep het spoor richting een klassieke loopbaan dood. Geen enkel conservatorium heette hem welkom. Dus ging het teleurgesteld richting New York, richting andere, compléét andere normen, waarden en muzikale oorden. Wise, die in zijn christelijke habitat al langer worstelde met zijn homoseksuele gevoelens, vond een tweede thuis in de queerscene, liet een pentagram op zijn voorhoofd tatoeëren, en werd Serpentwithfeet (Serpent voor de vrienden). In de wereld van de klassieke muziek wilden ze hem niet, dus creëerde hij zijn eigen universum. Een niche waarin Serpent de hymnes, aria's en gospel uit zijn jeugd laat doorschemeren in experimentele electronica, barokpop en hedendaagse r&b. 'Als je niet in Carnegie Hall kan spelen, betekent dat het einde niet', zei hij ooit aan Loud and Quiet. 'Doe je eigen ding. If you want to do Brahms, then girl, add a trap beat.''Fantastically operatic in scale', schreef Pitchfork in 2016 over Blisters, de debuut-ep van Serpentwithfeet, waarvoor hij samenwerkte met producer The Haxan Cloak, vooral bekend van Björk. Verlangen, boetedoening, verlossing en mislukking zijn de centrale thema's - je kunt de jongen uit de pinksterbeweging halen, maar de pinksterbeweging niet uit de jongen, zo blijkt. Twee jaar later haalde hij verschillende eindejaarlijstjes (onder meer in The New York Times en The Guardian) met Soil, een debuutalbum waarop Wise constant schippert tussen avant-garde en de r&b van Janet Jackson en Brandy, terwijl hij met zijn klassiek getrainde stemgeluid de tragiek en complexiteiten van liefde en leed bezingt in grootse, dynamisch geschakeerde harmonieën. Josiah Wise was op dat moment 28. Björk noemde hem 'een van de meest emotioneel genereuze zangers', en eindelijk had hij voet aan grond. En toen nam hij een nieuwe bocht. 'Ik wou niet herinnerd worden als the sad boy, omdat ik ook al zoveel vreugde heb meegemaakt', zegt Serpentwithfeet over zijn pas verschenen tweede album Deacon. Midden vorig jaar luidde hij op de ep Apparition al zijn nieuwe wending in: 'Life's gotta get easier/ No heavy hearts in my next year', zingt hij in de track A Comma. Op Deacon houdt hij woord. Geen hartzeer meer, geen doorprikte illusies, smart, frustratie of eindeloos diepe tranendalen. Meer rhythm, minder blues. Deacon is een uitbundige, positieve en warme ode aan de herenliefde, specifiek de zwarte herenliefde, in al haar facetten. 'Ik vier dat ik kan liefhebben en dat er van mij gehouden is. En ik mag daarbij zoveel jubelen als ik wil.' Dat Serpent de inspiratie voor zijn songteksten uit zijn eigen romances, vriendschappen en flirts put, hoeft de luisterervaring niet in de weg staan, vindt hij. 'Het fantastische aan individuele verhalen is dat hoe specifieker je bent, hoe universeler het wordt. Ze zeggen soms dat homoseksuele artiesten geen universeel werk kunnen maken. Maar dat is een leugen. Ik heb véél geluisterd naar artiesten die straight zijn. En ik kan ervan genieten, ik kan me identificeren met heteroseksueel zijn. Ik weet niet hoe het is, het is mijn verhaal niet, maar ik kan er nog altijd een traantje om laten.' Liefde is liefde, zoals de hashtag luidt die de voorbije weken de ronde deed, als steun voor de lgbtq-gemeenschap. 'Maybe it's the blessing of my 30s/ I'm spending less time worrying and more time recounting the love', klinkt het op Deacon, in de song Fellowship. New York heeft hij intussen ingeruild voor Los Angeles. Behalve een nieuw bioritme in de zon heeft hij er ook een nieuwe religie gevonden: stilte. ' If anything, my religion is silence. Ik geloof dat stilte me het meest van al verankert. Toen ik jonger was, kon ik goed omgaan met al het lawaai van de wereld. Nu wil ik soms wakker worden en helemaal niks horen. Niks, behalve de vogels die fluiten. Geen buren, niemand. In New York was dat niet echt mogelijk. Maar in Los Angeles word ik wakker en het is stil.'