THURSTON MOORE GROUP: Een avant-gardistische windhoos

In een ideale wereld zou iemand die deel heeft uitgemaakt van de relevantste band uit de eighties en nineties een festival als Rock Werchter gewoon horen af te sluiten. Maar zoals u weet zijn op deze aardkloot de minkukels aan de macht, en dat verklaart waarom Thurston Moore al om half drie het podium op moest. Niet dat het hem deerde, want de man die 35 jaar geleden als één van de spilfiguren van Sonic Youth het begrip gitaar spelen een nieuwe betekenis gaf, klonk nog even tegendraads en vitaal als vanouds.
...

In een ideale wereld zou iemand die deel heeft uitgemaakt van de relevantste band uit de eighties en nineties een festival als Rock Werchter gewoon horen af te sluiten. Maar zoals u weet zijn op deze aardkloot de minkukels aan de macht, en dat verklaart waarom Thurston Moore al om half drie het podium op moest. Niet dat het hem deerde, want de man die 35 jaar geleden als één van de spilfiguren van Sonic Youth het begrip gitaar spelen een nieuwe betekenis gaf, klonk nog even tegendraads en vitaal als vanouds.Op het podium was duidelijk dat Moore in de persoon van gitarist James Sedwards eindelijk weer een sparringpartner heeft gevonden met wie hij dezelfde verstandhouding heeft als vroeger met Lee Ranaldo, en ook de ritmesectie - bassiste Deb Googe van My Bloody Valentine en voormalige SY-drummer Steve Shelley - is er een die met gemak windhozen kan trotseren.Frank Deboosere had het verzuimd ervoor te waarschuwen, maar zodra Thurston Moore en zijn vrienden in The Barn op het podium verschenen, stak er een storm op die pas een uur later ging liggen. In die tijd speelde de band zeven epische gitaarsongs waarin de erfenis van avant-gardisten als Glenn Branca en Rhys Chatham werd gekoppeld aan de geest van The Stooges en Television.Hoewel de set werd afgetrapt met Cease Fire, vuurde de groep met de haast meetkundige precisie van een sniper. Moore en Sedwards speelden verbluffend tegen elkaar op, brachten melodieën en tegenmelodieën in stelling, counterden noise-erupties met pastorale motiefjes (Turn On), goochelden met feedback en gaven blijk van een free-jazzattitude (Aphrodite). Ondanks hun uitgesponnen intro's en gelaagde songstructuren hadden ze echter best toegankelijke melodieën in petto. Het meeste materiaal was afkomstig uit de recente cd Rock'n'Roll Consciousness, maar met Speak to the Wild, dat door Shelley van strakke motorik beats werd voorzien, plukte Thurston Moore ook een hoogtepunt uit The Best Day.Op zijn 58ste weet de New Yorkse zanger-gitarist nog altijd ieder muzikaal cliché vakkundig te omzeilen. De toeschouwers hadden de boodschap alvast begrepen: avontuur is het fijnste tijdstip van de dag en less is Moore. (DS)De prijs voor het meest bevreemdende concert op Rock Werchter 2017 gaat zonder twijfel naar Benjamin Clementine, een Londenaar met Ghanese roots die ten tijde van zijn met de prestigieuze Mercury Prize bekroonde debuut wel eens werd omschreven als een 'mannelijke Nina Simone'. Zelf noemt hij Erik Satie en Antony (nu Anohni) Hegarty als zijn voornaamste invloeden en met de laatstgenoemde heeft hij alvast een bijzondere stem - een tenore spinto, voor de kenners- en een fikse dosis excentriciteit gemeen. De man brengt op 2 oktober zijn nieuwe cd I Tell A Fly uit, en naar zijn optreden te oordelen, wordt die nog exuberanter dan At Least For Now.Clementine had postgevat achter een vleugelpiano, waar hij demonstreerde dat zijn barokke spel meer gemeen had met Rachmaninov dan met, pakweg, Fats Domino. Zijn band werd aangevuld met vijf zangeressen, maar met soul of gospel hadden de dames in kwestie niets te maken. Ze vormden een koor van het type dat je veeleer tijdens misdiensten of in de opera aantreft en herinnerden vooral aan de schikgodinnen uit Griekse tragedies. Clementine zelf klonk als een averechtse crooner die vervaarlijk touwdanste tussen avant-garde en Broadway-musical. U begrijpt: dit was geen doordeweekse popmuziek, maar een gewild kunstzinnige hybride die je, bij een eerste blootstelling, wel even deed slikken. Neem nu het twee maal gebrachte Phantom of Aleppoville, een nummer over pesten, met ene 'Billy the Bully' in de hoofdrol. Het is een single die je, door zijn onorthodoxe structuur en zijn verrassende echo's uit drum & bass, nauwelijks een single kunt noemen.Benjamin Clementine sprak een bizarre lichaamstaal, was soms meer dirigent dan zanger, jende de toeschouwers door een nummer halverwege stil te leggen en dwong hen haast manu militari tot een massale samenzang. 'If you don't wanna sing, then - pardon my language - fuck off!' riep hij streng. Het publiek at echter uit zijn hand, en zodra het eenmaal Condolence had aangeheven, wist het van geen ophouden meer. Clementine is een ongrijpbare artiest en we weten nog steeds niet of we zijn set nu écht goed vonden of niet, maar iemand die met zoveel zwier buiten de lijntjes durft te kleuren verdient sowieso uw en mijn respect. (DS)De broers Dewaele zijn tot nader order Belgiës voornaamste muzikale exportproduct. En naar de publieksopkomst in The Barn te oordelen, worden hun verrichtingen nog altijd met veel belangstelling gevolgd, zeker nu de Gentenaren, voor het eerst in twaalf jaar, weer met Soulwax kraters in de podia branden. Voor wie de groep afgelopen zomer op Pukkelpop aan het werk had gezien, of eerder dit jaar een van haar zaalconcerten had meegemaakt, vielen er niet veel verrassingen meer te rapen. Ondanks enkele verschillen in de setlist was de show ongeveer dezelfde. Maar dat die ook in Werchter overrompelde, daar mag u gif op innemen.Het grootste deel van de set werd ingepalmd door materiaal uit de onlangs verschenen cd From Deewee, al sprongen, tot jolijt van het publiek, af en toe ook oude bekenden als E Talking, Miserable Girl of NY Excuse tevoorschijn. David en Stephen Dewaele stonden frontaal tegenover elkaar, slechts gescheiden door een hoop elektronische apparatuur. Op het podium stonden zoveel synths, mellotrons en andere gadgets, dat je haast zou hebben gezworen dat de heren hun hele studio mee op tournee hadden genomen. Ze draaiden aan knopjes, trokken schuifjes open en demonstreerden volop dat ze de kunst van de geluidsmanipulatie tot in de puntjes beheersen.Anno 2017 staat bij Soulwax meer dan ooit de beat centraal. Live wordt hun naar de seventies en eighties neigende sound zwaar gedomineerd door drie, onder evenveel luifels geplaatste, drummers, onder wie staalarbeider Igor Cavalera van Sepultura. Voegde je daarbij de moddervette bas van Stefaan van Leuven, dan ontstond er een uiterst fysieke tornado die iedere boom op zijn weg ontwortelde. Ook al vielen er op het podium geen gitaren te bespeuren, dit was in wezen échte rock-'n-roll, met de dynamiek van een dj-set. Minpuntje: uit nummers als Here Come the Men in Suits bleek dat Stephen Dewaele (met bril!) niet altijd even goed bij stem was. Maar laat ons daar niet over zeuren: hadden de toeschouwers bel canto verwacht, dan waren ze wel naar de Munt getrokken. (DS) 'Shit them all festival, laugh at the beautiful'. We citeren uit Intro (An Awesome Wave) van alt-J, de meest eigenzinnige der hedendaagse britpopbands, zondagavond nét voor Foo Fighters te zien op het hoofdpodium van Rock Werchter. Nee, grote festivals - of toch grote main stages - zijn hun habitat niet. 'Lang geleden dat we nog voor zo'n enorm talrijk publiek gespeeld hebben', gaf bassist-pianist Gus Unger-Hamilton ook toe, op die houterige manier van hem. Maar je merkte vooral ongemak bij zanger-gitarist Joe Newman, die er tot vier keer toe naast zat bij de start van een nummer. 'Shit! Euh: sorry!' vloekte hij telkens weer. Ach, het maakte de ongrijpbare groep eventjes ménselijk. Die paar schoonheidsfoutjes deden nauwelijks afbreuk aan het concert. alt-J - wat een sound heeft die band toch! - begon zoals het dat op zijn jongste plaat Relaxer doet: met het experimentele, haast sacrale 3WW, dat zich langzaam maar zeker onder je vel nestelde. Meteen werden daar Something Good en Tesselate achteraan gegooid - de ideale soundtrack bij uw loungebarfeestje. Op een eerste echte adrenalineshot was het wachten tot bij Deadcrash. Of hoe post-dubstep anno 2017 hoort te klinken. Het publiek bleef er nogal koeltjes bij, maar nieuweling In Cold Blood - met Tetris-riedel, tribale drums en fake blazers! - hees zich fier naast het betere werk uit An Awesome Wave (Matilda, Breezeblocks) en This is All Yours (Nara, Left Hand Free). Hoogtepunt en bijna-afsluiter Fitzpleasure bevestigde in Werchter nog maar eens zijn status als weirdste en tegelijk meest catchy popsong van de jongste jaren. Het is bijna antipop. Geen wonder dat de hoofdpodia - zie ook Pukkelpop twee jaar geleden - er niet warm voor lopen. Zouden die van alt-J nu tegen elkaar zeggen: 'shit them all festival'? (MI)Opvallend veel acts met een hoge mèh-factor, zondagnamiddag in de tenten van Rock Werchter. Te beginnen met Noname in Klub C. Deze 25-jarige rapster-poëte, die door het leven gaat als Fatimah Warner, heeft de telefoonnummers van Chance the Rapper en Mick Jenkins in haar gsm staan, maar ze rapte toch nogal futloos. Niet veel later kwam Rae Sremmurd, nog een rapgroep, die zijn toeschouwers bekogelde met ananassen en hen collectief t-shirts, flesjes, petten en andere voorwerpen de lucht in liet katapulteren, maar die als er het erop aankwam naliet meer af te leveren dan platte kermishiphop. Rag 'n' Bone Man kon bogen op zijn oersterke stem, maar gaf uiteindelijk toch ook maar een stroperig concert, Sam Smith achterna. Gelukkig was de Neger des Heils er nog: Fatima Yamaha. Deze donkere jongen kwam hard in Klub C! Yamahoe, vraagt u? Zijn echte naam is Bas Bron, zijn hoofdbezigheid beats bakken bij De Jeugd van Tegenwoordig. Maar in 2004 maakte de Nederlander ook een eigen ep, als Fatima Yamaha, dus. Sterproducer Hudson Mohawke was fan en samplede in 2015 een stukje uit die ep. Gevolg: een heuse Fatima Yamaha-revival, in de vorm van een nieuwe plaat en recenter nog hot spots op Primavera in Barcelona, Roskilde in Kopenhagen en Rock Werchter. Fatima Yamaha stond vroeg op de dag geprogrammeerd, maar in tegenstelling tot die andere Fatimah lokte hij wél een pak jonge mensen uit hun tent. Met een kamerbrede smile op zijn gezicht, de ene hand aan het mengpaneel en de andere op het keyboard wriemelde hij zich door zijn eigen oeuvre, een kluwen van beats en synths. Hij spon zijn tracks lang uit, en liet het publiek zo vooral trippen. Maar af en toe, zoals in prijsbeest What's a Girl to do, dreef hij het tempo zo hard op dat de gevoelstemperatuur in de tent serieus steeg en iedereen aan het clubben sloeg, mét de vuisten vooruit. Tussen al die vliegende vuisten fladderde ook een pancarte waarop stond: 'make guacamole, not war'. Die jeugd van tegenwoordig toch. (MI)Ze wordt meestal in één adem genoemd met haar ex Jack White, met wie ze twee kinderen heeft, maar Karen Elson is veel méér dan dat. Kiest u maar uit: een veelgevraagd fotomodel dat op haar achttiende al de cover van Vogue sierde, een fervente verdedigster van kinderrechten en, vooral, een beslagen liedjesschrijfster en zangeres die al twee fijne langspelers - The Ghost Who Walks uit 2010 en het onlangs verschenen Double Roses - in ons platenrek mikte.De roodharige Britse uit Nashville is niet het type dat met grote gebaren de aandacht opeist. En aangezien ze doorgaans al genoeg van haar lichaam aan fotografen dient prijs te geven, verscheen ze in Werchter op het podium in een lange, zwarte jurk. Ook haar songs vertoonden niet zelden een donker randje. Tijdens het half uur dat ze in KluB C kreeg toegemeten wisselde de chanteuse bluesy murder ballads af met tussen alt.country en psychfolk balancerende 'break up'-songs.Karen Elson heeft een warme, heldere stem die geheel uit tristesse is opgetrokken en live fraai harmonieerde met die van haar harpiste. Uit Wonderblind en Call Your Name bleek alvast dat ook een dame die op alle fronten succesrijk is, niet noodzakelijk van hartzeer gevrijwaard blijft. De omineuze en dramatische trekjes in haar langzaam voorbij dobberende songs werden door haar band overigens subtiel in de verf gezet.Het tempo werd enigszins opgedreven tijdens het van Donovan geleende Season of the Witch (de sixties zijn populair onder het artiestengild in Werchter: Blues Pills waagde zich gisteren ook al aan Somebody to Love van Jefferson Airplane). Het iets forser aangezette The Ghost Who Walks was dan weer een nummer waar iemand als Mark Lanegan wel raad mee zou weten. Neen, de set van Karen Elson was er geen om je booty bij te shaken. Maar de 38-jarige artieste leverde wél een soundtrack om aangenaam wakker bij te worden. (DS)