Van 2014 tot 2016 was Holly Lapsley Fletcher, zoals ze voluit heet, le goût du moment, de Adele van de synthgemeenschap, een blonde James Blake. Hurt Me was spek naar de bek van het grote publiek, Operator liet nachtclubs stomen. Maar kort na de hype was er plots geen spoor meer te bekennen van de zangeres-producer uit Southport, in de buurt van Liverpool.
...

Van 2014 tot 2016 was Holly Lapsley Fletcher, zoals ze voluit heet, le goût du moment, de Adele van de synthgemeenschap, een blonde James Blake. Hurt Me was spek naar de bek van het grote publiek, Operator liet nachtclubs stomen. Maar kort na de hype was er plots geen spoor meer te bekennen van de zangeres-producer uit Southport, in de buurt van Liverpool. Låpsley was negentien ten tijde van haar debuutalbum Long Way Home (2016). In interviews durfde ze toen al eens uit te halen naar de concurrentie: 'Adele schrijft haar songs zelf, maar de rést?' De Holly Fletcher die ons nu, vier jaar later, via Skype rondleidt in haar tuin is minder pitbull, meer knuffeldier. 'Dit is Londen', grinnikt ze, terwijl ze de laptopcamera op de bakstenen achtergevel van haar huis richt. Humor! Ze kan opnieuw lachen, iets dat de laatste jaren niet altijd het geval was. Låpsley: Ik ben gewoon gelukkiger nu dan in mijn late tienerjaren. Ik ben een chille versie van mezelf geworden. Ik leg mijn relaties en mezelf minder druk op. I just go with the flow, en dat heeft rust in mijn leven gebracht. (korte pauze) Vroeger was ik erg streng voor mezelf. Hoezo?Låpsley: Dat zit in mijn natuur. Ik kan hard zijn. Als ik een doel voor ogen heb, ga ik er volledig voor, en zal ik de teugels pas vieren wanneer de finish is bereikt. Een eerste album uitbrengen was the great unknown, maar bovenal een kans die ik móést grijpen. Ik wilde de beste versie van mezelf zijn, al vergat ik soms naar de noden van mijn geest en mijn lichaam te luisteren. Je hebt begin dit jaar voor het eerst weer opgetreden, na enkele jaren afwezigheid. Weet je bij zo'n eerste show meteen: het juiste gevoel is terug?Låpsley: Ik voelde mij voor het eerst in mijn carrière een performer. Vroeger stond ik toch vooral zonder zelfvertrouwen op het podium. Wat overigens vreemd is: op school was ik altijd de eerste om deel te nemen aan talentenwedstrijden. Het podium en ik, dat was voor het leven. Maar in de grotemensenwereld kreeg mijn zelfvertrouwen een deuk. Geen idee waarom. Ik voel mij nu pas echt goed bij wat ik doe. Hoe kijk je terug op je boerenjaren?Låpsley: Ik heb een gewéldige tijd gehad, but it was a bit much. Vergeet niet dat ik een kind was. Op mijn zeventiende heb ik het ouderlijke huis in Southport ingeruild voor Londen. Ik moest wel een stap terugzetten om opnieuw te kunnen ademen. Ik was aan touren, aan het drinken, mijn relatie ging erop achteruit... Terwijl mijn leeftijdgenoten rondneukten op de universiteit, ben ik eronderdoor gegaan. Er is een periode geweest dat mijn moeder mij op tour vergezelde, omdat ze wist dat het niet goed met mij ging. I was struggling. Er waren genoeg signalen dat ik gas moest terugnemen, anders zou de bom vroeg of laat barsten. Dat is ook gebeurd. Maar nu het gaat goed met mij, hoor. Ik heb op een punt gezeten dat ik te ziek was om te schrijven. Geloof mij, dat was confronterend, omdat ik jarenlang niets anders had gedaan. Er zijn mensen die de hond uitlaten om te ademen, ik schrijf. Als je dan plots geen letter op papier krijgt, gaat er een alarm af. Ik moest detoxen, even niets met muziek doen. Als in: met Peanut, je windhond, gaan wandelen?Låpsley: (lacht) Nee! Ik heb veel vrijwilligerswerk gedaan, vooral met kansarme jongeren. En ik heb een opleiding tot doula, bevallingscoach, gevolgd om vrouwen te kunnen helpen. I'm a sciencey person. Vroeger wilde ik dokter worden, dus dit was een fijne kennismaking met de zorgsector. De job had voor mij ook een therapeutisch kantje, waardoor ik weer op adem kon komen. Ik kan nogal dramatisch uit de hoek komen, dat had je wellicht al afgeleid uit mijn sad songs. (grinnikt) Het was een opluchting om eens géén muziek te hoeven maken. Als je een song schrijft, focus je op je binnenste, terwijl ik dankzij het vrijwilligerswerk mijn blik op anderen kon richten. I was helping other people to help myself.Wanneer was je klaar om de pen weer op te pakken?Låpsley: Toen ik na een tijd dacht: fuck it, ik wil nieuwe songs schrijven. Ik voelde mij beter, had opnieuw energie. En het schrijven ging vlot, zonder dat ik mezelf moest kwellen. Ik heb uiteindelijk meer dan honderd nummers geschreven - die zijn niet allemaal de moeite, hoor. (lacht)Je schreef blijkbaar vooral songs die refereren aan water. Er is de albumtitel Through Water en in op één na zit in elke song een watermetafoor.Låpsley: Ik ben altijd geneigd om over onderwerpen te schrijven die mij na aan het hart liggen. Ik heb de laatste jaren veel mooie en minder mooie momenten beleefd. Ik zocht een metafoor die de dualiteit kon vatten - water kan prachtig zijn, maar ook gevaarlijk. Dat ik een waterrat ben, speelt natuurlijk ook mee. Ik ben opgegroeid in Southport, aan de kust. Ik ga regelmatig zwemmen, en toen ik nog vrije tijd had, zeilde ik. Mijn boot, Theodore, heb ik helaas verkocht. (stropt haar mouwen op) Ik heb ook een tattoo van een meeuw. En hier staat een schelp. De titeltrack is eigenlijk het enige liedje waarin je water niet als metafoor gebruikt. Als ik het goed heb, gaat dat nummer over het klimaat?Låpsley: Inderdaad. De monoloog aan het begin - 'The majority of impacts will be felt through water / This is followed by the failure of mitigation and adaptation' - komt uit een speech die mijn vader heeft geschreven voor een klimaatconferentie. Hij werkt omtrent duurzame ontwikkeling en klimaatverandering. Activisme zit me dus in het bloed. Zo ben ik al betrokken geweest bij Extinction Rebellion. Ik ben ook politiek geëngageerd, maar daarover praat ik liever niet in de pers . Om terug te komen op je vraag: ik wilde de plaat openen met een belangrijk en actueel thema. Op sociale media praat je vrijuit over alles.Låpsley: Er zijn ook veel dingen die je níét weet, omdat ik ze bewust niet deel. Ik ga inderdaad weinig onderwerpen uit de weg, maar ik mag niet vergeten dat ik bekend sta om mijn muziek, en niet omdat ik een activist ben. Die hiërarchie moet behouden blijven op de pagina's van Låpsley. Ik kies ervoor open te communiceren over de inhoud van mijn nummers, omdat ik geloof - misschien is dat naïef - dat de 'marketingartiesten' er ooit tussenuit zullen vallen. Ik merk dat ik respect krijg van mijn fans omdat ik mezelf ben. Ik wil niet succesvol zijn omdat ik omringd ben door een team dat mij op sociale media kan laten overkomen als een persoon die ik niet ben. Ben je vandaag extra bezorgd om de wereld?Låpsley: It's pretty dark lately, maar mensen mogen niet vergeten dat we er iets aan kunnen veranderen. Voorlopig mogen wij Britten ons nog verplaatsen, hoewel we dat in deze coronatijden beter niet zouden doen. Ik breng een plaat uit, maar ik ga die de eerste weken - en misschien zelfs maanden - niet live kunnen spelen. Dat is erg, maar ik kan dat relativeren: er zijn mensen die er erger aan toe zijn. En daarbij, als je het huis niet mag verlaten, heb je toch genoeg tijd om naar mij te luisteren op Spotify? (lacht)