Dick Dale, die in 1937 in Boston geboren werd als zoon van een Poolse moeder en een Libanese vader, creëerde het typische surfgeluid door Midden-Oosterse toonladders te spelen over een stevig voortstuwende beat. Ook de galm of reverb, net als het snelle, staccato tokkelen van de gitaar, waren typisch voor zijn geluid.

Zoals bigband-drummer Gene Krupa, een van zijn inspiratiebronnen, vuurde Dick Dale zijn muziek aan met driftige kreten. Dale, die als linkshandige zijn gitaar ondersteboven bespeelde, had zich ondergedompeld in de opkomende surfcultuur nadat hij en zijn familie in 1954 verhuisd waren naar Californië. Samen met zijn band, de Del-Tones, nam hij er baanbrekende surfalbums op als Surfer's choice (1962) en King of the surf guitar (1963). Zijn song Let's go trippin' wordt vaak beschouwd als de eerste surfrocksong.

Eind jaren zestig raakte de surfmuziek op de achtergrond door de 'Britse invasie', de vloedgolf van Britse bands als The Beatles die de hitlijsten ging overspoelen. Maar dankzij cultfilm Pulp Fiction, die opent op de tonen van Misirlou, kwam de muziek van Dick Dale and his Del-Tones in de jaren '90 weer helemaal in beeld. Hij zou nog meermaals gecoverd worden, onder meer door The Black Eyes Peas.

Dick Dale was overigens niet enkel een pionier van de surfmuziek. Hij werkte ook samen met gitaarbouwer Leo Fender aan een versterker die sterk genoeg was om zijn muziek aan te kunnen. Dick Dales gouden Stratocaster-gitaar, 'The Beast', was een cadeau van Leo Fender zelf en moest Dick Dale in staat stellen zo luid mogelijk te spelen.

Het is onduidelijk wat de precieze oorzaak is van het overlijden van Dick Dale, maar hij zou al een paar jaar met gezondheidsproblemen gekampt hebben.

Onder meer Jack White, die zich voor zijn eclectische retrogitaarlicks gretig door Dale liet beïnvloeden, betuigde zijn respect voor de surfrockpionier.