Wanner we Wilson opbellen is hij met zijn vier bandleden aan het chillen op de tourbus. Vijf man, is dat voldoende om zijn breed uitgesmeerde spacerock op get podium te brengen? Wilson lacht: 'Het zouden er een paar meer mogen zijn, ja. Misschien haal ik gaandeweg wel een paar mannetjes extra aan boord. Maar het mag ook niet té vol worden, alle verschillende frequenties moeten kunnen ademen. We zijn Electric Light Orchestra niet, hè. Die maakten pas echt buitenproportionele rock-'n-rollsymfonieën. Ik houd me nog in. (grinnikt)
...

Wanner we Wilson opbellen is hij met zijn vier bandleden aan het chillen op de tourbus. Vijf man, is dat voldoende om zijn breed uitgesmeerde spacerock op get podium te brengen? Wilson lacht: 'Het zouden er een paar meer mogen zijn, ja. Misschien haal ik gaandeweg wel een paar mannetjes extra aan boord. Maar het mag ook niet té vol worden, alle verschillende frequenties moeten kunnen ademen. We zijn Electric Light Orchestra niet, hè. Die maakten pas echt buitenproportionele rock-'n-rollsymfonieën. Ik houd me nog in. (grinnikt)Hoe begin je aan zo'n muziek? Zitten die vele lagen en details al van bij het begin in je hoofd? Jonathan Wilson: Dat gebeurt geleidelijk. Meestal krijgen de songs vorm terwijl ik - op piano of gitaar - samen met mijn drummer Joey Waronker en gitarist-bassist Jake Blanton speel. Zeer old-school. Daarna begint het echte werk, het arrangeren en de aankleding. Ik ben geen Neil Young, die ten tijde van After the Gold Rush en Harvest met een paar snarentokkels en pianoriedels een perfect gebalanceerde song kon creëren. Daarbij, zulke platen zijn er al in overvloed. Wanneer weet je: 'Nu is het genoeg'? Hoe voorkom je dat de songs te vol klinken? Wilson: Ik heb intussen een deftig talent en oor voor ruimte ontwikkeld. Mijn feng shui staat goed afgesteld. En mocht ik toch eens van geen ophouden weten, dan is er nog altijd mijn manager om aan mijn mouw te trekken: 'Jonathan, het is welletjes geweest.' (lacht)Is die goed ontwikkelde feng shui de reden waarom Roger Waters van Pink Floyd je in zijn band vroeg? Wilson: Dat heb ik te danken aan mijn goede vriend Nigel Godrich (producer, vooral bekend van Radiohead en Beck, nvdr.). Hij zat met Roger in de studio toen hij hem voorstelde mij er eens bij te halen. Ik speelde gitaar op één song, en dan op nog één, en zo bleven we maar doorgaan. Roger was erg blij met het resultaat, zo blij dat we uiteindelijk verhuisd zijn naar mijn eigen studio, en ik ook mee op tour ben gegaan. Neen zeggen was simpelweg geen optie. Ik bedoel, deel mogen uitmaken van zo een spectaculaire show? That's a no brainer, man.Heb je wat geleerd van de oude krijger Roger Waters? Wilson: Hoe belangrijk het is je contact met de rock-'n-roll te bewaren, regelmatig voluit gaan, je agressie de vrije loop laten. Er zit nog heel wat vuur in Roger, en zijn betrokkenheid is indrukwekkend. Tijdens de tournee bleef hij de visuals bijsturen, bleef hij bepaalde zaken aanpassen. Straffe vent, hoor. Ik ben trots dat ik hem tegenwoordig een vriend mag noemen. Waters zit ook nooit verlegen om een politiek statement of provocerende uitspraak, zowel in als buiten de muziek, net zoals je maatje Father John Misty. Jij gebruikt je podium niet als tribune. Wilson: Ik communiceer bij voorkeur met muziek, het is de taal die ik het meest machtig ben. Rare Birds (2018) heb ik ook net gemaakt als een middel om te ontsnappen, te vluchten in een verre droom. Het is als een helende plaat bedoeld, want ik denk dat er nood is aan dingen als hoop, reflectie, verlangen en een beetje surrealisme. Het is ook een lange plaat, met lange songs, uitgesponnen intro's, rijk in details... En dat in tijden van steeds korter wordende aandachtsspannen en digitale streams die weinig goed doen aan de geluidskwaliteit. Ben je contrair? Wilson: Onbevangen en complexloos hoor ik liever. (lacht) Maar mijn muziek is bedoeld om eruit te springen, dat is waar. Ik maak geen muziek gericht op playlists, weet je wel? Het is geen muzikale fastfood, maar het resultaat van een decennia lang aangescherpt ambacht in goede opnamestudio's. Ik ben geen indie guy, nooit geweest. Halverwege Miriam Montague zit een klein maar fijn jazzintermezzo. Je bent ook door een jazzperiode gegaan, niet? Wilson: Toen ik rond mijn zestiende de school verliet en het thuis aftrapte, wist ik even niet wat te doen met mijn leven. Via via ben ik toen in de jazzscene beland. Ik kon al behoorlijk drummen en saxofoon leren leek me wel wat. Dus schreef ik me in voor allerlei jazzcursussen en speelde ik drums in jazzbandjes. Het was mijn manier van rebelleren. Jazz was mijn punk, so to speak.Later ben je zelf gitaren beginnen te bouwen. Vintage gitaren, maar dan nieuw. Wilson: Ze zagen er oud uit, ze voelden oud, maar het waren replica's. Mijn handeltje liep behoorlijk goed, hoor, want zelf specialisten konden ze haast nooit onderscheiden van echte vintage. Ik gebruikte verschillende soorten stof en vuil, maar bijvoorbeeld ook ijs en azijn om ze te bewerken. Én ze klonken goed, heel belangrijk! Toch lijkt het me vreemd, nostalgie naar oude spullen, maar ze dan wel nieuw laten maken. Wilson: Tja, als je weet dat een oude Fender in goede staat al gauw 16.000 dollar kost, dan is de keuze voor een mooie replica van 4000 dollar snel gemaakt, denk ik. Kijk, er is een markt voor, en met de inkomsten financierde ik mijn eigen studio. Dankzij die replicagitaren kon ik mij wél een authentieke microfoon van 20.000 dollar veroorloven. (lacht)