Dit portret verscheen in 2012 voor het eerst in Knack Focus.
...

Ga door Google Afbeeldingen en het valt op: geen enkele muzikant is zo vaak van gezicht veranderd als John Frusciante. Fysiek, bedoelen we dan. Er is de langharige, baardige hippie van Californication. Er is de Marilyn-Manson-zonder-schmink ten tijde van zijn drugsverslaving. En er is de Californische, kortgeknipte achttienjarige, blakend van gezondheid in bloot bovenlijf, die in 1988 voor het eerst met de Red Hot Chili Peppers op tour ging. Drie verschillende gezichten, waarin het zoeken is naar overeenkomsten. Het enige wat door de jaren heen identiek is gebleven, is zijn manier om gitaar te spelen. Hoekige motoriek, de schouders opgetrokken, blik op oneindig, alsof hij in zijn eigen wereld zit. 'Het knappe aan Jimi was hoe hij op het podium één werd met zijn gitaar. Pure expressie. Zijn gitaar was een verlengde van zijn lichaam, er was geen onderscheid', zei Frusciante ooit over Hendrix. Hij had het evengoed over zichzelf kunnen hebben. Portret van Freaky Frusciante in drie gezichten. Een prima vertrekpunt voor wie Frusciante wil leren kennen: de akoestische VPRO-versie van Under the Bridge, met Frusciante en Anthony Kiedis in een bootje op de Amsterdamse grachten. Het jaar is 1991, Red Hot Chili Peppers' Blood Sugar Sex Magik moet nog verschijnen en Under the Bridge is nog niet het cliché uit de Tijdloze Honderd dat het zou worden. Terwijl Kiedis als een clown in een salopette en met potsierlijke zonnebril naast hem zit, is het Frusciante, verdwenen in zijn gitaarspel, die alle aandacht naar zich toe trekt. Dat beeld stelt de verhoudingen binnen de Peppers scherp. Frusciante was niet de gitarist van de Peppers, hij was het creatieve genie achter de band. Het leek voorbestemd dat Frusciante bij de Peppers zou terechtkomen. Op zijn twaalfde was hij een lokale held in de muziekwinkels van Santa Monica, omdat hij, nauwelijks anderhalve meter groot, alle gitaarlijnen van Hendrix kon naspelen - en even later ook die van Jimmy Page, Jeff Beck en Frank Zappa, het resultaat van tien tot vijftien uur per dag studeren. Op zijn vijftiende zag hij voor het eerst de Peppers spelen, toen nog een lokaal talentvol bandje, en hij werd hun grootste fan - in het bijzonder van gitarist Hillel Slovak. Hij ging naar ieder optreden, leerde de gitaar- en baslijnen van elk nummer, kwam via een gemeenschappelijke vriend in contact met bassist Flea en ging met hem jammen: Frusciante was de facto de doublure van Slovak. Toen Slovak in 1988 aan een overdosis overleed, duurde het niet lang voor Flea Frusciante voorstelde. De fan, nog altijd maar achttien, werd de gitarist. 'Er staan in mijn huis voetstappen op het behang op ooghoogte', zei Frusciante er later over. 'De bewijzen van hoe ik tegen de muur ben opgelopen van blijdschap toen ze me belden met het nieuws.' Frusciante deed meer dan Slovak vervangen: hij zette de Peppers naar zijn hand. Op Mother's Milk, de eerste plaat waarop hij van de partij was, werd hij nog onder de knoet gehouden door producer Michael Beinhorn, maar vanaf Blood Sugar Sex Magik werd zijn inbreng niet te overschatten. Frusciante schreef zestig procent van het materiaal op die plaat, Flea de overige veertig - Anthony Kiedis mocht enkel de tekst verzinnen voor de zanglijnen die Frusciante voor hem bedacht. Een combinatie die werkte. Frusciante tilde met fantastische riffs de metalfunk van de oude Peppers naar een hoger niveau in Give It Away en Suck My Kiss, maar liet ook een veelzijdiger geluid horen: met titeltrack Blood Sugar Sex Magik bracht hij een stukje Hendrix binnen; met het sterk aan The Beatles refererende Under the Bridge schreef hij de doorbraaksingle van de band. Het had iets tragisch ironisch. Toen hij zich bij de Peppers aansloot, had hij maar één angst: dat de band te groot zou worden. Uiteindelijk zou het net onder zijn invloed zijn dat de Peppers ingang vonden bij een mainstreampubliek. Ten koste van hemzelf: Frusciante kon niet met de snel groeiende populariteit om. Hij stoorde zich aan Kiedis' machistische rockposes en weigerde mee te doen aan de onzin die tijdens perspraatjes werd uitgekraamd. Maar vooral het toeren deed hem de das om. Frusciante was geen rockster, maar een artiest. Hij had zijn leven tot dan doorgebracht omgeven door creativiteit: een platenkast met alles van Beefheart tot Butthole Surfers, een artistieke vriendenkring met Johnny Depp en de betreurde River Phoenix, muren vol schilderijen en kunst. Toeren was géén artistieke omgeving. Na het eerste concert van de Japanse tournee van Blood Sugar Sex Magik pakte hij het vliegtuig naar LA en liet hij weten dat hij uit de band stapte. 'Zeg maar dat ik gek geworden ben', zei hij tegen hun manager. Het was niet eens zo ver van de waarheid. 'Zijn boventanden zijn bijna verdwenen. In de plaats zijn er kleine, grauwe schilfers die door zijn verrotte tandvlees priemen. Zijn ondertanden, dun en bruin, zien eruit alsof ze bij de minste hoest zullen uitvallen. Zijn lippen zijn bleek en droog, bedekt met een laag speeksel, zo dik dat het een soort pasta lijkt. Zijn haar is tot op de schedel geschoren. Zijn vingernagels - of de plek waar die zouden moeten zitten - zijn zwart van het bloed. Zijn voeten en enkels staan vol brandwonden van filterloze Camelsigaretten die hij zonder het te beseffen heeft laten vallen. Zijn huid staat vol blauwe plekken, littekens en schurft. Hij draagt een oud flanellen hemd, deels geknoopt, en een kaki broek. Druppels opgedroogd bloed stippelen zijn broek.' John Frusciante is lang niet de enige muzikant die met een heroïneverslaving heeft gekampt, maar zijn rock bottom is wel de meest gedetailleerd gedocumenteerde. Er is het legendarische artikel in LA Weekly, met een interview afgenomen in het al even legendarische Chateau Marmont, waaruit bovenstaand citaat komt. Er is de documentaire Stuff, gedraaid door Johnny Depp en Gibby Haynes van The Butthole Surfers, waarin een camera door Frusciante's compleet verloederde, met graffiti bespoten huis in Los Angeles dwaalt. En er is de fantastische reportage, integraal op YouTube te bekijken, die de Nederlander Bram van Splunteren, volger van de Red Hot Chili Peppers sinds de begindagen, in 1994 maakte, toen hij de verslaafde Frusciante thuis ging opzoeken. Het was niet meer de jonge rockgod die hij aantrof: Frusciante's verschijning had nog het meest van David Bowie ten tijde van The Man Who Fell to Earth - niet toevallig een van Frusciante's grote helden. Wangen ingevallen, de ogen wijd, lijkbleek, een stonede motoriek: the needle and the damage done werd nooit zo eerlijk in beeld gebracht. Het is pijnlijk om naar te kijken - als een langgerekte versie van het YouTube-filmpje waarin een crackverslaafde Amy Winehouse en Pete Doherty voor een webcam met pasgeboren babymuisjes spelen - maar het is wel noodzakelijk om de volgende fase in zijn carrière te snappen: pas met die beelden op het netvlies klinkt Niandra Lades and Usually Just a T-Shirt, Frusciantes eerste soloplaat, opgenomen op een viersporenrecorder in zijn huiskamer, die in dezelfde periode uitkwam, zo scherp en intens als hij hoort te klinken. De stemmen in zijn hoofd, die hij al zijn hele leven hoorde, hadden het pleit gewonnen. In interviews had hij het vaak over 'pijnen uit de kindertijd' die aan de basis daarvan lagen, en zijn problematische band met seksualiteit deed enig trauma vermoeden, maar dieper ging hij er nooit op in. Dat hoefde ook niet. Eén ding was duidelijk: het was niet alleen de snelle rise-to-fame van de Peppers die Frusciante had doen doorslaan. Het mag een klein mirakel heten dat hij de vijf jaar durende verslaving overleefde. Enkele maanden na Stuff stak hij zijn huis in de fik - waarbij hij er zelf net niet in bleef. Wat later werd hij in het ziekenhuis opgenomen met nog een twaalfde van de normale hoeveelheid bloed in zijn lichaam. En kort daarna flirtte hij opnieuw met de dood toen de infectie op zijn mond zijn bloed had vergiftigd. Maar Frusciante bleef leven en kickte in 1998 af. Zijn versie was dat hij drie maanden non-stop danste in zijn living, tot alles uit zijn systeem was; de officiële versie was dat hij opgenomen werd in een ontwenningskliniek. Enkele tienduizenden dollars aan tandimplantaten en huidtransplantaties op de abcessen op zijn armen later kwam hij opnieuw in het openbare leven - met voor de derde keer een nieuw gezicht. Het afkicken luidde het begin in van Frusciante's meest creatieve periode. In eerste instantie opnieuw bij de Peppers, waar hij de volledig verkeerd gecaste Dave Navarro - altijd goed voor een meewarige glimlach op het gezicht van de Peppers-kenner - verving. Opnieuw leidde hij de Peppers naar een hoogtepunt in hun oeuvre met Californication, hun grootste succes. Met Scar Tissue en titeltrack Californication schreef hij enkele gitaarlijnen die hele generaties beginnende gitaristen probeerden na te spelen, maar het was vooral zijn talent voor harmonieën dat indruk maakte. Beluister de fantastische tweede falsettostem in Otherside en Around the World en u weet waarover we het hebben. Maar de Peppers waren maar één uitlaatklep meer voor Frusciante. Solo liet hij zich van een heel andere kant zien. Het fantastische To Record Only Water for Ten Days (2001), opnieuw zelf opgenomen, was daarvan de prelude: nauwelijks gestemde gitaren, licht valse zang, drummachines, lofi opnametechnieken en een gitaarstijl die eerder aan New Order deed denken dan aan Jimi Hendrix. Frusciante was duidelijk van plan nieuw horizonten op te zoeken. De heroïne maakte plaats voor een nieuwe verslaving: muziek maken. Sinds zijn afkicken bracht hij maar liefst 20 platen uit - en dat is een voorzichtige schatting. Drie met de Peppers, negen soloplaten (waarvan zes in één jaar) en een rist andere met onder meer The Mars Volta en experimentele gelegenheidsprojecten als Ataxia en Swahili Blonde. Hij werkte met muzikanten zo divers als Wu Tangs RZA, Duran Durans John Taylor en Fugazi's Joe Lally. De Peppers waren het grote slachtoffer van zo veel werkzucht: na Stadium Arcadium stapte Frusciante voor de tweede keer uit de band - deze keer met minder drama - om zich nog meer op zijn solowerk toe te leggen. Het maakte van Frusciante een ongrijpbaar figuur. Bij elke nieuwe release zorgde de overkill aan materiaal voor minder aandacht; steeds minder gaf hij interviews; hij had het te druk met songs schrijven om op tour te gaan. Maar wie de moeite deed zijn platen te beluisteren, hoorde hoe veelzijdig hij als artiest geworden was. Veel meer dan de man van de straffe riffs of technisch uitgevoerde solo's, was Frusciante een gitarist geworden die ten dienste kon staan van een sound - van slaapkamersongs op Curtains over de gitaarmuur van Ataxia tot de hiphop en synths van zijn jongste soloplaat, PBX Funicular Intaglio Zone. Frusciante is niet alleen de beste gitarist van de laatste dertig jaar, hij is ook een van de interessantste muzikanten tout court. De laatste keer dat Frusciante in het nieuws kwam, was toen Red Hot Chili Peppers vorig jaar in de Rock and Roll Hall of Fame opgenomen werden. Frusciante kwam na veel speculatie niet opdagen voor de uitreiking. 'He's in a different place now', klonk de uitleg achteraf, bij monde van Omar Rodriguez-Lopez. In a different place: het zou een schone samenvatting van zijn carrière kunnen zijn.