Je maakte naam als lid van het LABTrio met pianist Bram De Looze en drummer Lander Gyselinck. Het is al even stil rond de band. Leven jullie nog?
...

Je maakte naam als lid van het LABTrio met pianist Bram De Looze en drummer Lander Gyselinck. Het is al even stil rond de band. Leven jullie nog? Anneleen Boehme: Ja hoor. We doen even een winterslaap. Het is een constante sinds we in 2007 begonnen: af en toe valt er een lange pauze. Toen Bram en Lander in New York studeerden, bijvoorbeeld. En nu heb ik net een kind gekregen - Bram trouwens ook. Als de tijd rijp is, komen we wel weer samen. Bram en Lander braken helemaal door, de eerste op het meer klassieke pad, de tweede met Stuff en Beraadgeslagen. Rond jou bleef het stil. Hoe komt dat? Boehme: Ik ben de weg van het theater ingeslagen, en dat is wellicht wat minder zichtbaar. Ik heb muziek geschreven voor Tutti Fratelli en Theater Antigone. En... laten we eerlijk zijn: tot voor kort wist ik ook niet goed welke richting ik uit wilde. Het kantelpunt was de uitnodiging van Jazz Middelheim in 2019 om een hele dag mijn projecten voor te stellen. Ik had al een curatorschap in de Rataplan in Antwerpen gehad, en plots werd het groter. Toen moest ik keuzes maken. Natuurlijk heb ik eraan gedacht om LABtrio te programmeren, maar uiteindelijk heb ik besloten om dat niet te doen. Nu ben ik daar blij om: ik wilde er even los van worden gezien. Ik was trots dat ik nog vier andere bands kon tonen, dit ben ik óók. Dus werden het Yskan, twee projecten met pianist Bojan Z, en Grand Picture Palace. Ik wist al jaren dat er een dag zou komen waarop ik er met mijn eigen muziek zou staan - er zou moeten staan. Maar het was pas een productie van Tutti Fratelli, waarbij de bezetting van de band dicht lag bij wat Grand Picture Palace zou worden, die me genoeg vertrouwen gaf. Grand Picture Palace is - voorlopig - je magnum opus, met een mix van een jazzband en een strijkkwaret. Waarom wilde je er zo graag strijkers bij? Boehme: Dat heb ik van thuis meegekregen. Mijn vader had vroeger een salonorkest. Het verbindt me met mijn verleden. De combinatie van jazz en klassiek, bekend als Third Stream, heeft in de loop van de geschiedenis hovaardige slagroomtaartmuziek opgeleverd. Was je daar beducht voor? Boehme: (gedecideerd) Totaal niet, ik heb Third Stream helemaal genegeerd. Niks van beluisterd. Wat voor mij telde was: hoe laat ik het klassieke deel van mij horen, in combinatie met improvisatie. Ik haalde mijn inspiratie elders. Bij Charles Mingus, bijvoorbeeld. Luister eens naar Let My Children Hear Music. Avishai Cohen ook, vroeger meer dan nu. Oh, en Gavin Bryars! Toen ik zijn compositie By the Vaar hoorde, wist ik het. Dát wou ik. Met mijn contrabas vooraan, en een orkest in mijn rug. Waar haalde je de prachtige naam vandaan? Boehme: Het hele project is op film gericht. Een tijd geleden was ik in Weymouth, zo'n typisch verlopen badplaats aan de Zuid-Engelse kust. En daar stond hij: een oude, verlaten bioscoop met als opschrift 'Grand Picture Palace'. Récht uit een film van Wes Anderson. Die sfeer en die kleuren zijn - ongepland weliswaar - in de muziek gekropen.Het album begint met polyfoon gezang. Wou je choqueren?Boehme: Ik had op Klara een adagio van Samuel Barber gehoord. Het leek me prachtig om met zoiets te openen, en dan meteen in een stuk freejazz te vallen. Het is eens iets anders. (grijnst) Maar ik wist ook wel dat mensen even zouden schrikken. Ook jouw releasetournee is geschrapt vanwege corona. Boehme: Hij wordt verplaatst naar volgend jaar. Zuur, natuurlijk, alsof je plaat door het zwarte gat van corona wordt opgezogen. Maar op 1 april doen we een livestream vanuit de Handelsbeurs in Gent. Tot slot: er zijn niet zo gek veel vrouwen die contrabas spelen. Waarom heb je daarvoor gekozen? Boehme: Omdat het stoer is. (lacht) Ik speelde viool, maar ik vond op onze zolder een contrabas. Veel minder saai, dacht ik. Rond mijn twaalfde ben ik overgestapt. Er zijn wel een paar contrabassistes in de jazz, hoor. Lara Rosseel, Yannick Peeters, noem maar op. En ik heb verschillende meisjes onder mijn leerlingen. Het punt is natuurlijk: tot twintig jaar geleden werd het instrument niet aan meisjes aangeboden. Je hoorde piano te spelen, viool, harp of dwarsfluit. Contrabas was niet 'elegant'. Tegenwoordig zijn die mannen- en vrouwenhokjes gelukkig verdwenen. Alleen mannen die dwarsfluit spelen zijn een beetje raar. (schatert)