Ze heet voluit Mattiel Brown en gaf haar voornaam aan een trio dat verder bestaat uit Jonah Swilley en Randy Michael. Die bezige bazen houden er in Atlanta, Georgia naast de band Black Linen tevens een studio en muziekfabriek op na, InCrowd: een alles-in-éénoplossing voor artiesten die hun soul, jazz, garagerock of rhythm-and-blues graag zonder poespas geschreven, gearrangeerd én opgenomen zien. En van die faciliteiten heeft Mattiel dankbaar gebruikgemaakt.

Mattiel Brown: Mijn ouders zijn creatieve mensen, maar geen muzikanten. Vooral dankzij mijn moeder, een beeldend kunstenares, had ik als kind alles voorhanden om dingen met mijn handen te maken, dus ik dacht dat ik dat wel mijn hele leven zou doen. Thuis zijn al mijn creatieve impulsen altijd aangemoedigd. De gedachte 'dit kan ik niet' is nooit bij mij opgekomen. Al had ik over muziek wel mijn twijfels. Het medium fascineerde me al lang, maar zingen scheen me iets heel kwetsbaars. Pas toen ik vijf jaar geleden Jonah en Randy leerde kennen, werd het plots concreet.

Hoe had die fascinatie zich tot dan gemanifesteerd?

Brown: Ik keek naar MTV en VH1, las veel over muziekgeschiedenis, of bestudeerde een tijdlang leven en werk van één artiest. Ik denk dat ik vaker interviews van Patti Smith gelezen en bekeken heb dan ik haar platen heb opgelegd. (lacht) Misschien niet zó vreemd: ze is tenslotte ook schrijfster en fotografe en dat boeit me zeer. Uiteindelijk ben ik ontwerper en illustrator geworden, een job die ik graag heb gedaan, tot die niet meer verenigbaar was met de band.

Brussel is een ondergewaardeerde stad. Alleen in de donkere najaarsdagen vond ik het nogal deprimerend.

Voor iemand die van muziek én design houdt, was een band als The White Stripes allicht brood uit de hemel?

Brown: Aah, geniaal is het woord! Geweldige, minimalistische muziek samengevoegd met dat onvergetelijke visuele concept: ik vond dat bloedmooi. Je kunt een uitgebreid creatief team en miljoenen dollars in je rug hebben, maar dat betekent niet dat je er zo ver mee zult raken als zij. Voor mij is die groep een enorme inspiratie geweest. Op een bepaald moment begon Ben Blackwell, de zoon van Jack Whites zus, over ons te schrijven op zijn blog en nodigde hij ons uit om te komen spelen bij Third Man in Nashville. Daar hebben we Jack ontmoet. We mochten met hem op tournee. Een kick, natuurlijk. Hij is een held, maar ook gewoon een vriendelijke vent. Onze families komen allebei uit Detroit - mijn moeder heeft op dezelfde high school gezeten als hij. Dat gaf ons iets om over te praten. (lacht)

Je hebt in Brussel gestudeerd.

Brown: Ik was al vaker naar Europa gekomen omdat mijn voorouders Italiaans zijn, maar dat was de eerste keer dat ik in mijn eentje zo lang van huis was. Brussel was de goedkoopste optie, vandaar. (lachje) Ik vind het een ondergewaardeerde stad, echt waar. Al die kunstgeschiedenis! Ik ging graag naar het treinmuseum in Schaarbeek. Alleen in de donkere najaarsdagen vond ik het nogal deprimerend. Ik heb er vooral geleerd mijn eigen boontjes te doppen en heb er een mondje Frans aan over gehouden.

Het lag voor de hand dat je zelf je video's zou gaan maken. Die van Je ne me connais pas, over mannelijke zwijnerij, geeft een steek naar die van Blurred Lines van Robin Thicke. Heb je je daar indertijd aan geërgerd?

Brown: Er bestaan duizenden video's waarin piekfijn geklede mannen naast bijna naakte vrouwen hun song staan te pluggen. Als net díé me zou hebben geïrriteerd, zou dat nogal onnozel zijn geweest, neen? Niks op Robin Thicke tegen, ik heb er gewoon eentje uitgepikt om al dat machogedrag even door de mangel te halen.

De song Count Your Blessings gaat over de periode waarin je met een hardnekkige huidaandoening kampte.

Brown: De moeilijkste twee jaren van mijn leven. Maar net door die lijdensweg kon ik zingen en optreden en alle zenuwen die je daarbij als beginneling zou kunnen hebben veel beter relativeren. Als je twee jaar lang geregeld aanvallen op je gezondheid te verwerken krijgt, weet je de dingen wel in perspectief te plaatsen. Er waren weken waarin mijn gezicht bezaaid was met uitslagvlekken, maar ik heb me nooit opgesloten. Ik ging gewoon naar de winkel en uit werken. Je leert je niets aan te trekken van wat mensen denken. Dat ging natuurlijk niet zomaar. Je moet jezelf zo ver kunnen brengen. Als ik maar weerbaar zou zijn, zou ik er sterker uitkomen: daar gaat die song over. Ik sprak er mezelf moed mee in.

Tot slot: waarom sta je op de hoes van je eerste plaat op een paard in een woestijn?

Brown: Omdat ik dat nog nooit had gedaan.

Satis Factory

Uit bij Heavenly. Mattiel staat op 15/7 in de 4AD in Diksmuide en op 26/9 in de Botanique in Brussel. Alle info: 4ad.be en botanique.be

Mattiel

Naam Mattiel Brown, maar haar groep heet gewoon Mattiel.

Taakverdeling Brown zingt en schrijft tekst en melodie, nadat multi-instrumentalisten Randy Michael (gitaar) en Jonah Swilley (drums) de muziek hebben bedacht.

Credo 'We houden van urgentie. De weg tussen een idee en wat op de plaat komt, houden we liefst zo kort mogelijk.'

Platen Mattiel (2017) en Satis Factory (2019).