Een sober wit T-shirt om het lijf, zijn karakteristieke dikke brilmontuur op de neus: Jack Antonoff oogt uitgerust en ontspannen wanneer hij ons langs digitale weg ontvangt in zijn New Yorkse homestudio, waar de zon gul naar binnen schijnt. 'De stilte voor de storm', glimlacht hij. 'Vier jaar geleden zat ik al eens in zo'n periode waarin je mentaal even een inventaris opmaakt. Je probeert te vatten wat je de voorbije tijd precies hebt uitgevreten, en dan valt alles op korte tijd ineens samen.'
...

Een sober wit T-shirt om het lijf, zijn karakteristieke dikke brilmontuur op de neus: Jack Antonoff oogt uitgerust en ontspannen wanneer hij ons langs digitale weg ontvangt in zijn New Yorkse homestudio, waar de zon gul naar binnen schijnt. 'De stilte voor de storm', glimlacht hij. 'Vier jaar geleden zat ik al eens in zo'n periode waarin je mentaal even een inventaris opmaakt. Je probeert te vatten wat je de voorbije tijd precies hebt uitgevreten, en dan valt alles op korte tijd ineens samen.' 2017 was inderdaad een kantelpunt in de carrière van de nerdy sterproducer. Kort na Gone Now, het tweede album van zijn soloproject Bleachers, volgde Melodrama, het tweede album van superster Lorde én de eerste keer dat producer Antonoff een langspeler van a tot z in goede banen leidde. Nog datzelfde jaar schreef en produceerde hij mee aan zes nummers van Taylor Swifts Reputation, waaronder de monsterhit Look What You Made Me Do. Ook op Masseduction, de commerciële doorbraak van St. Vincent, drukte hij stevig zijn stempel. De titeltrack daarvan, die ze samen schreven, werd bekroond met een Grammy. Een boerenjaar, heet dat. Maar ook 2021 mag er nu al zijn. Eerder dit voorjaar had Antonoff ferm de hand in Lana Del Reys Chemtrails over the Country Club. Ook met St. Vincent pikte hij de draad weer op, voor het in mei uitgekomen Daddy's Home. Deze maand was er Sling van Clairo, een album dat de jonge singer-songwriter met Antonoff ging opnemen in het bosrijke Catskillgebergte van upstate New York (zie ook pagina 49). Eind deze week volgt nog Take the Sadness Out of Saturday Night, zijn derde Bleachers-album, met namen als Lana Del Rey, Bruce Springsteen en Zadie Smith in de kleine lettertjes. En op 20 augustus verschijnt de langverwachte derde van Lorde, Solar Power, met Antonoff opnieuw als producer, muzikant en coauteur. Als artiesten hun platen als baby's beschouwen, dan heeft Antonoff er al heel wat met verschillende vrouwen op de wereld gezet. 'Dat is één manier om het te bekijken', grinnikt hij. 'En ik heb de vraag de voorbije jaren tot in den treure gekregen: waarom werk ik zo vaak of zo goed met vrouwen? Mijn standaardantwoord is onderhand wel bekend.' Dat luidt, kort samengevat: Jack Antonoff identificeerde zich als beginnend muzikant meer met Kate Bush, Björk en Fiona Apple dan met David Bowie of Lou Reed. 'Maar het heeft uiteraard ook te maken met mijn manier van werken, en de manier waarop ik muziek en songschrijven benader. En dan kom ik terug op je babyvergelijking. Er is in de verste verte niks cynisch aan een kind op de wereld zetten , en hetzelfde geldt voor platen maken. It's a crazy act of faith. Je stelt je er extreem kwetsbaar mee op, en zo denken de mensen met wie ik graag samenwerk er ook over. Taylor, Lana, Lorde... Heel verschillende mensen, heel verschillende artiesten, maar één ding hebben ze gemeen: in hun muziek is er geen sprake van ironie of sarcasme. There's no room for 'whatever'. Hun dialoog met het publiek is voor hen heel belangrijk, het moet en zal eerlijk zijn. En het algemene cliché over vrouwen gaat ook op in de studio: vrouwen durven sneller bepaalde emoties aan te boren, hebben minder angst om eerlijk te zijn. Er speelt minder schaamte dan bij mannen, denk ik, en schaamte is geen goede vriend bij het songschrijven.' Jack Antonoff mag dan de uitverkoren producer van de grootste popzangeressen op de planeet zijn, hij is geen archetypische studiohuurling. Geen geroutineerde hitmachine zoals Max Martin, geen Pharrell Williams, die met een signatuursound popklassiekers op bestelling inblikt. Antonoff is eerder het klankbordtype, een naaste medewerker die liever investeert in elk aspect en stadium van een compleet album dan even enkele singles op te blinken. Hij gaat er zelfs prat op dat hij niet over een toverformule beschikt. 'Ik heb geen recept voor een geheime saus, nee. (lacht) Daar geloof ik ook niet in. Wat dan wel? Ik kom in mijn werk altijd weer uit bij hetzelfde zinnetje: dare to suck, durf op je bek te gaan. En vergeet je ego, iets dat zowel voor de artiest als voor de producer van belang is. Dat is een goed begin. En vervolgens richt je jezelf op een punt in de verte, al is die visie dan nog maar een zwak schijnsel, een klein fragmentje van waar je hoopt te raken. Dát vinden en zien, al de rest negeren en daarnaartoe werken: als je dat lukt, is alles mogelijk. Je kunt nieuwe technieken leren en gebruiken, meer instrumenten of software onder de knie krijgen, jezelf baseren op producers als Phil Spector of de gitaarklanken van Jeff Lynne, maar al die dingen zijn als steno: je bespaart er alleen maar wat tijd mee. Daarom geloof ik niet in een geheime saus. Waar het voor mij echt om draait in muziek maken, is dat ene nieuwe doel vinden, ver in de toekomst - de poolster, noem ik het graag - en dat najagen tot je er raakt, maakt niet uit hoe.' Zijn eigen traject naar die poolster begon als tiener in het punkgroepje Outline. Met indierockband Steel Train bracht hij daarop drie albums uit. In 2008 stapte hij mee in Fun, een soort indiesupergroep die drie jaar later samen met Janelle Monáe een megahit scoorde: We Are Young. Het was Antonoffs eerste kennismaking met het grote succes. Hij won er ook zijn eerste twee Grammy's mee (de teller staat momenteel op vijf). In 2014 begon hij epische eightiesklanken te kanaliseren in zijn soloproject Bleachers. Het was ook rond die tijd dat Taylor Swift hem zijn eerste kansen als producer gaf, op drie songs van haar album 1989. Sindsdien groeide zijn aandeel in haar discografie met elke nieuwe plaat. Toen vorig jaar Folklore verscheen, noemde Swift hem zelfs 'muzikale familie'. 'Muziek, dat is veel verschillende liefdes', zegt Antonoff. 'De liefde voor een instrument spelen is niet dezelfde als die voor songs schrijven. Ik heb vrienden die graag optreden, maar touren haten. Er zijn mensen die graag muziek maken, maar liever niet te lang in een studio zitten. Ik heb het geluk dat ik al die liefdes even intens ervaar. Schrijven, spelen, touren, producen... Ik voel me in al die hoedanigheden op mijn plaats. Dat is de belangrijkste les die ik ooit geleerd heb: doe vooral de dingen die je je waardevol doen voelen.' Op het nieuwe Bleachers-album is een gastrol weggelegd voor een van Antonoffs grootste helden: Bruce Springsteen zingt mee op de single Chinatown. 'Bewust plannen kun je zoiets haast niet', legt Antonoff uit. 'Hoe groter iemands invloed, iemands artistieke stempel op je leven, hoe kleiner de kans dat je ruimte vindt om samen te werken. Maar we zijn tegenwoordig bevriend en van het één kwam het ander. Voor ik het wist, stonden de vocals van Bruce op band. (lacht) Je kunt samenwerken met artiesten die je respecteert of bewondert, maar Bruce heeft mijn léven beïnvloed, weet je. Ik ben net als hem geboren en getogen in New Jersey en hij was de eerste artiest die met zijn muziek rechtstreeks tot me sprak. Dat mijn leven in New Jersey, maar ook al de manieren waarop ik daaraan wilde ontsnappen, wel degelijk waarde hadden. Hij heeft mee de lens gevormd waardoor ik naar het leven kijk. Hij is deels de reden waarom ik songs schrijf.' Dat The Boss Antonoffs maatje Lana Del Rey vorig jaar omschreef als 'zonder meer een van de beste songschrijvers in de VS' maakt hun band nog specialer. 'En hij heeft gewoon ook gelijk, hè. (lacht)' Van Folklore en Daddy's Home tot Chemtrails over the Country Club en Sling: zowat alle platen waar Antonoff vorig en dit jaar bij betrokken was, baden in een organische livesound. Met dank aan de pandemie? 'Mijn definitie van popsongs schrijven is: een onderwerp vinden dat persoonlijk en moeilijk te begrijpen is en er iets mee doen zodat vele anderen er zich in herkennen. Live spelen is hoe je vervolgens je publiek, gelijkgestemden ontmoet', legt hij uit. 'Maar toen optredens plots wegvielen, ging die wisselwerking met het publiek verloren. De livesound van al die platen was daar een reactie op. Er heeft altijd een plaat als Folklore in Taylor gezeten, maar het virus heeft artiesten gepusht om hun prioriteiten scherp te stellen. Wanneer alles instort, wil je de dingen doen die je het liefst doet. Als je de bodem bereikt hebt, kun je enkel naar boven kijken. Welke schrijver had ook alweer zoiets gezegd?' Oscar Wilde, over vanuit de goot naar de sterren kijken? 'Ja, dat is het. Gebruik die quote maar. Die kerel kon het beter uitleggen dan ik.'