Het is 1 november 2019. The Van Jets spelen de laatste van twee afscheidsshows in een uitverkochte Ancienne Belgique en gooien na zestien jaar en vijf albums de handdoek in de ring. Bijna een jaar later zien de leden van de 'clan' rond Johannes Verschaeve elkaar nog steeds, maar de tooggesprekken gaan opnieuw over koetjes en kalfjes, niet meer over business. De muzikanten keerden terug naar hun dagdagelijkse job, en Johannes? Die blijft op het podium, waar hij hoort.

'Ik wilde iets doen dat ik met The Van Jets nooit gedaan had', zegt Verschaeve. Het resultaat is geen andere band - 'die zou toch niet kunnen tippen aan The Van Jets', merkt hij terecht op - wel een intiem, persoonlijk én Nederlandstalig soloproject: Johannes Is Zijn Naam. 'Ik ga er helemaal naakt. Ik heb geen band, gitaar of zelfs de Engelse taal om me achter te verstoppen. Ik wil direct met het publiek communiceren en ook dichter bij mezelf komen. Klinkt misschien wat zweverig, maar dat is het niet.' (Lacht)

Hij hoort dan wel op een podium thuis, het had ook anders kunnen aflopen voor Johannes Verschaeve. Zijn ouders vonden dat hij schilder moest worden, maar een al te strenge kunstleraar in het tweede middelbaar zorgde ervoor dat hij die richting al snel voor bekeken hield. In die korte tijd won hij nochtans wedstrijden ('Ik kon goed wolken schilderen') en schilderde hij het Duinenkerkje in Oostende. Hetzelfde kerkje dat anderhalve eeuw geleden, weliswaar iets gesofisticeerder, ook geschilderd werd door James Ensor, en de laatste rustplaats is van de kunstenaar.

Naar aanleiding van de heropening van het vernieuwde Ensorhuis dit jaar namen vijf artiesten elk een ode op aan Ensor. Het eerbetoon van Verschaeve, James, klinkt alsof de Twee Meisjes van Raymond Van Het Groenewoud hun modebladen hebben ingeruild voor een stormachtige en avant-gardistische reflectie op de dood. Het nummer is een eerste blik op zijn soloproject, want op die eerst plaat is het nog even wachten.

Pistache

Masqué is de titel van het tribute album aan Ensor. Niet onlogisch, want maskers moeten zowat de meest herkenbare elementen in het werk van de Oostendenaar zijn. In de videoclip voor James, ingeblikt door Tobi Jonson (die eerder al clips maakte voor J. Bernardt, Tristan en Eefje de Visser), komen die maskers terug als - je raadt het al - mondmaskers. De video werd opgenomen in Oostende, op een van de heetste en drukste zomerdagen. Terwijl in een badstad wat verderop de strandstoelen en parasols door de lucht vlogen, zien we in de clip Verschaeve in een pistachekleurig pak rennen door de straten van Oostende, op zoek naar Ensor.

'Er is zo veel rond Ensor te doen dat het lijkt alsof hij nog leeft. In het Ensorhuis - een hoop spooky restanten van nen oude vent en zijn maskers - krijg je het gevoel dat hij elk moment van achter een gordijn kan komen piepen. De geest van Ensor waart rond in de stad.' Dat gevoel zit ook in de clip. Met een verrekijker voor de lens van een IPhone gluurt Jonson naar de Oostendenaars, 'als was hij Ensor die rondloopt en denkt, "Wat is dat hier?"'.

Beide schilderen ze en maken ze muziek, beide groeiden ze op op het strand en beide nemen ze het allemaal liever niet te serieus, de kunstenaar met de maskers, en de man met de rode schoenen en de bolhoed van The Van Jets. Op het einde van de clip gaat Verschaeve zwemmen met een skelet. Het skelet verwijst naar de tekenen van de dood in het werk van James 'Pietje de Dood' Ensor, en naar een foto waarop we de schilder als jonge man met een hoop knoken zien spelen op hetzelfde strand waar Verschaeve als kind rondholde. 'Ik nodig hem uit om nog eens samen te spelen in de duinen', besluit Verschaeve.

Op 18 september verscheen Masqué, een hulde aan Ensor met bijdrages van Johannes Verschaeve, Arno, Bent Van Looy, Isolde Lasoen en SJ Hoffman. De vinyl is te koop in het Ensorhuis.

Het is 1 november 2019. The Van Jets spelen de laatste van twee afscheidsshows in een uitverkochte Ancienne Belgique en gooien na zestien jaar en vijf albums de handdoek in de ring. Bijna een jaar later zien de leden van de 'clan' rond Johannes Verschaeve elkaar nog steeds, maar de tooggesprekken gaan opnieuw over koetjes en kalfjes, niet meer over business. De muzikanten keerden terug naar hun dagdagelijkse job, en Johannes? Die blijft op het podium, waar hij hoort. 'Ik wilde iets doen dat ik met The Van Jets nooit gedaan had', zegt Verschaeve. Het resultaat is geen andere band - 'die zou toch niet kunnen tippen aan The Van Jets', merkt hij terecht op - wel een intiem, persoonlijk én Nederlandstalig soloproject: Johannes Is Zijn Naam. 'Ik ga er helemaal naakt. Ik heb geen band, gitaar of zelfs de Engelse taal om me achter te verstoppen. Ik wil direct met het publiek communiceren en ook dichter bij mezelf komen. Klinkt misschien wat zweverig, maar dat is het niet.' (Lacht)Hij hoort dan wel op een podium thuis, het had ook anders kunnen aflopen voor Johannes Verschaeve. Zijn ouders vonden dat hij schilder moest worden, maar een al te strenge kunstleraar in het tweede middelbaar zorgde ervoor dat hij die richting al snel voor bekeken hield. In die korte tijd won hij nochtans wedstrijden ('Ik kon goed wolken schilderen') en schilderde hij het Duinenkerkje in Oostende. Hetzelfde kerkje dat anderhalve eeuw geleden, weliswaar iets gesofisticeerder, ook geschilderd werd door James Ensor, en de laatste rustplaats is van de kunstenaar. Naar aanleiding van de heropening van het vernieuwde Ensorhuis dit jaar namen vijf artiesten elk een ode op aan Ensor. Het eerbetoon van Verschaeve, James, klinkt alsof de Twee Meisjes van Raymond Van Het Groenewoud hun modebladen hebben ingeruild voor een stormachtige en avant-gardistische reflectie op de dood. Het nummer is een eerste blik op zijn soloproject, want op die eerst plaat is het nog even wachten. PistacheMasqué is de titel van het tribute album aan Ensor. Niet onlogisch, want maskers moeten zowat de meest herkenbare elementen in het werk van de Oostendenaar zijn. In de videoclip voor James, ingeblikt door Tobi Jonson (die eerder al clips maakte voor J. Bernardt, Tristan en Eefje de Visser), komen die maskers terug als - je raadt het al - mondmaskers. De video werd opgenomen in Oostende, op een van de heetste en drukste zomerdagen. Terwijl in een badstad wat verderop de strandstoelen en parasols door de lucht vlogen, zien we in de clip Verschaeve in een pistachekleurig pak rennen door de straten van Oostende, op zoek naar Ensor. 'Er is zo veel rond Ensor te doen dat het lijkt alsof hij nog leeft. In het Ensorhuis - een hoop spooky restanten van nen oude vent en zijn maskers - krijg je het gevoel dat hij elk moment van achter een gordijn kan komen piepen. De geest van Ensor waart rond in de stad.' Dat gevoel zit ook in de clip. Met een verrekijker voor de lens van een IPhone gluurt Jonson naar de Oostendenaars, 'als was hij Ensor die rondloopt en denkt, "Wat is dat hier?"'.Beide schilderen ze en maken ze muziek, beide groeiden ze op op het strand en beide nemen ze het allemaal liever niet te serieus, de kunstenaar met de maskers, en de man met de rode schoenen en de bolhoed van The Van Jets. Op het einde van de clip gaat Verschaeve zwemmen met een skelet. Het skelet verwijst naar de tekenen van de dood in het werk van James 'Pietje de Dood' Ensor, en naar een foto waarop we de schilder als jonge man met een hoop knoken zien spelen op hetzelfde strand waar Verschaeve als kind rondholde. 'Ik nodig hem uit om nog eens samen te spelen in de duinen', besluit Verschaeve.