Dat gitaardeuntje uit Stromaes Papaoutai? Dizzy Mandjeku. De gitarist die tien jaar aan de zijde van Zap Mama de wereld rondtoerde? Ook Dizzy Mandjeku. De man waarmee Baloji voor Standard supportert en op zaterdagavonden mee uit gaat eten? Juist, ja. Congolese gitaarlegende Pierre 'Papa Dizzy' Mandjeku (1946) is de go to-gitarist voor wie iets wil dat op de heupen werkt. Letterlijk. Mandjeku speelde met de groten van de Congolese rumba. Hij was onder meer artistiek leider van T.P.O.K. Jazz, de legendarische groep rond Franco Luambo Makiadi, de man die de moderne rumbabeweging in het Congo van de jaren zeventig aanvoerde. Na Franco's overlijden, onderhield Mandjeku hoogstpersoonlijk het voortbestaan van het genre. Onder meer met zijn band Odemba Ok All Stars, die ontstond als een eerbetoon aan Franco en ook vandaag nog steeds actief is. Maar het begon allemaal in zijn geboorteland Congo met Louis Armstrong, een Luikse gitaarleraar en een ietwat bedenkelijke uitvoering van Besame Mucho.

Besame Mucho

Coquilhatville (het huidige Mbandaka), West-Congo, vroege jaren zestig. Een 15-jarige Mandjeku maakt met zijn oudere broer muziek op een zelfgemaakte gitaar, wordt in de lokale bars ondergedompeld in Caraïbische muziek en gaat ondertussen netjes naar school. Een Luikse leraar van een naburig college, Marcel Van Bruystegem, is op zoek naar gitaristen om zijn jazzorkest mee te vullen. Op goed geluk waagt Mandjeku het erop - hij had Louis Armstrong in Léopoldville zien optreden en besloten dat hij ook een carrière in de muziek wilde.

Op de auditie krijgt hij voor het eerst een echte gitaar in handen. Vol overtuiging zingt hij Besame Mucho, de Mexicaanse boleroklassieker. 'Na mijn, euhm, improvisatie, nam Van Bruystegem de gitaar en speelde hij de échte akkoorden. En ik had nog de durf om te zeggen "hé, zo hoort het niet".' (lacht) En toch belandde Mandjeku in het entourage van Van Bruystegem. Hij kreeg gitaarlessen van de Luikse leraar en ze vormden samen een jazztrio. Dankzij de leraar werd Mandjeku al als vroege twintiger professioneel muzikant. Ondertussen studeerde hij nog - later zou hij voor de Banque du Zaïre gaan werken.

Viña del Mar

Er zijn wel meer bijzondere inzendingen op songfestivals - we zijn Telex' passage op Eurovisie in 1980 nog niet vergeten -, maar Mandjeku op Viña del Mar in Chili in 2016 krijgt een erevermelding. Hij belandde op het grootste songfestival van Latijns-Amerika aan de zijde van Colombiaanse muzikant en componist Leonardo Gomez Jattín en zijn Alé Kumá, een van de meest toonaangevende Afro-Colombiaanse ensembles. Samen met Alé Kumá verdedigde hij Colombia als enige Afrikaanse muzikant op het songfestival - en wellicht ook als enige die het Spaans niet beheerste. 'Als locals me aanspraken op restaurant, antwoordde ik in het Engels quoi.'

© Dizzy Mandjeku en Alé Kumá

Het festival was het begin van een lange uitwisseling tussen de Colombiaanse en Congolese muziektradities, die een gemeenschappelijke voorvader vonden in de Congolese rumba. 'In Colombia wonen veel nakomelingen van mensen die door slavenhandelaars uit het toenmalige Koninkrijk Kongo naar Zuid-Amerika werden gebracht. Jattín deed een onderzoek naar de traditionele muziek van de Colombiaans-Caraïbische kustregio en stootte er op Bullerengue en Antilliaanse Son, twee genres die populair waren op de Caraïbische en de Colombiaanse suikerplantages. Beide genres komen voort uit de Congolese rumba', legt Mandjeku uit. Jattín wil die gedeelde traditie weer nieuw leven in blazen, en wie vertegenwoordigt de Congolese rumba beter dan Dizzy Mandjeku. Samen namen ze de plaat De Palenque à Matongé op. Bekijk de videoclip van Tengo Un Dolor, een van de mooiste nummers van het album, hier in première.

Dat gitaardeuntje uit Stromaes Papaoutai? Dizzy Mandjeku. De gitarist die tien jaar aan de zijde van Zap Mama de wereld rondtoerde? Ook Dizzy Mandjeku. De man waarmee Baloji voor Standard supportert en op zaterdagavonden mee uit gaat eten? Juist, ja. Congolese gitaarlegende Pierre 'Papa Dizzy' Mandjeku (1946) is de go to-gitarist voor wie iets wil dat op de heupen werkt. Letterlijk. Mandjeku speelde met de groten van de Congolese rumba. Hij was onder meer artistiek leider van T.P.O.K. Jazz, de legendarische groep rond Franco Luambo Makiadi, de man die de moderne rumbabeweging in het Congo van de jaren zeventig aanvoerde. Na Franco's overlijden, onderhield Mandjeku hoogstpersoonlijk het voortbestaan van het genre. Onder meer met zijn band Odemba Ok All Stars, die ontstond als een eerbetoon aan Franco en ook vandaag nog steeds actief is. Maar het begon allemaal in zijn geboorteland Congo met Louis Armstrong, een Luikse gitaarleraar en een ietwat bedenkelijke uitvoering van Besame Mucho.Coquilhatville (het huidige Mbandaka), West-Congo, vroege jaren zestig. Een 15-jarige Mandjeku maakt met zijn oudere broer muziek op een zelfgemaakte gitaar, wordt in de lokale bars ondergedompeld in Caraïbische muziek en gaat ondertussen netjes naar school. Een Luikse leraar van een naburig college, Marcel Van Bruystegem, is op zoek naar gitaristen om zijn jazzorkest mee te vullen. Op goed geluk waagt Mandjeku het erop - hij had Louis Armstrong in Léopoldville zien optreden en besloten dat hij ook een carrière in de muziek wilde. Op de auditie krijgt hij voor het eerst een echte gitaar in handen. Vol overtuiging zingt hij Besame Mucho, de Mexicaanse boleroklassieker. 'Na mijn, euhm, improvisatie, nam Van Bruystegem de gitaar en speelde hij de échte akkoorden. En ik had nog de durf om te zeggen "hé, zo hoort het niet".' (lacht) En toch belandde Mandjeku in het entourage van Van Bruystegem. Hij kreeg gitaarlessen van de Luikse leraar en ze vormden samen een jazztrio. Dankzij de leraar werd Mandjeku al als vroege twintiger professioneel muzikant. Ondertussen studeerde hij nog - later zou hij voor de Banque du Zaïre gaan werken.Er zijn wel meer bijzondere inzendingen op songfestivals - we zijn Telex' passage op Eurovisie in 1980 nog niet vergeten -, maar Mandjeku op Viña del Mar in Chili in 2016 krijgt een erevermelding. Hij belandde op het grootste songfestival van Latijns-Amerika aan de zijde van Colombiaanse muzikant en componist Leonardo Gomez Jattín en zijn Alé Kumá, een van de meest toonaangevende Afro-Colombiaanse ensembles. Samen met Alé Kumá verdedigde hij Colombia als enige Afrikaanse muzikant op het songfestival - en wellicht ook als enige die het Spaans niet beheerste. 'Als locals me aanspraken op restaurant, antwoordde ik in het Engels quoi.'Het festival was het begin van een lange uitwisseling tussen de Colombiaanse en Congolese muziektradities, die een gemeenschappelijke voorvader vonden in de Congolese rumba. 'In Colombia wonen veel nakomelingen van mensen die door slavenhandelaars uit het toenmalige Koninkrijk Kongo naar Zuid-Amerika werden gebracht. Jattín deed een onderzoek naar de traditionele muziek van de Colombiaans-Caraïbische kustregio en stootte er op Bullerengue en Antilliaanse Son, twee genres die populair waren op de Caraïbische en de Colombiaanse suikerplantages. Beide genres komen voort uit de Congolese rumba', legt Mandjeku uit. Jattín wil die gedeelde traditie weer nieuw leven in blazen, en wie vertegenwoordigt de Congolese rumba beter dan Dizzy Mandjeku. Samen namen ze de plaat De Palenque à Matongé op. Bekijk de videoclip van Tengo Un Dolor, een van de mooiste nummers van het album, hier in première.