Oktober 1964. De jonge Hans Kusters uit Breda is op zoek naar een job. In de krant staat een advertentie van het Franstalige stripblad Spirou uit Brussel. Dat wil zijn aanwezigheid op de Nederlandse markt versterken en is op zoek naar een redacteur die de originele teksten kan vertalen. Francofiel Kusters voelt zich aangesproken. Als proef moet hij de slagzin 'M'enfin' van stripfiguur Gaston Lagaffe/Guust Flater vertalen. Kusters maakt er het al even onsterfelijke 'Nou moe' van. Hij krijgt de job en verhuist van Breda naar Brussel.
...

Oktober 1964. De jonge Hans Kusters uit Breda is op zoek naar een job. In de krant staat een advertentie van het Franstalige stripblad Spirou uit Brussel. Dat wil zijn aanwezigheid op de Nederlandse markt versterken en is op zoek naar een redacteur die de originele teksten kan vertalen. Francofiel Kusters voelt zich aangesproken. Als proef moet hij de slagzin 'M'enfin' van stripfiguur Gaston Lagaffe/Guust Flater vertalen. Kusters maakt er het al even onsterfelijke 'Nou moe' van. Hij krijgt de job en verhuist van Breda naar Brussel.In juni 1965 vindt de jonge Nederlander zijn ware roeping: muziek. Hij gaat aan de slag als assistent van Lammy van den Hout, het hoofd van Primavera, de muziekuitgeverij van platenfirma Philips. Kusters is vertrokken voor een indrukwekkend palmares in de muziekbusiness. Hij leidt kort na elkaar Ferre Grignard, Wannes Van de Velde en Jan De Wilde naar een contract bij Philips. Vele jaren later waakt hij als zelfstandig muziekondernemer over de eerste stappen van Clouseau, Stef Bos en Hans de Booij. De boekhouder van Kusters is een grote fan van voetbalclub RSCA Anderlecht. Hij nodigt zijn klant tijdens de jaren 70 regelmatig uit voor een lunch in Constant Vanden Stockstadion. De spelers zijn nog heel benaderbaar in die dagen. Kusters papt aan met de Nederlandse topvedetten van het elftal. Arie Haan wordt een goede vriend. Voetbal en muziek zijn communicerende vaten. Een plaatje is dan ook onvermijdelijk. De kampioenstitel van paars-wit in 1981 wordt gevierd met Anderlecht '81, een kleinood in het Nederlands en het Frans waarop spelers Ludo Coeck en Juan Lozano het hoogste woord voeren. De rest van het elftal neuriet mee in de achtergrond. De platenfirma is Hans... De single wordt een bescheiden hit in het zuiden van Brussel. Het is iets om over te doen als RSCA nog eens kampioen wordt, vindt iedereen. Maar het moet wel iets meer Brussels zijn de volgende keer. De hoempapa van componist Ad Kraamer is te Hollands. In 1985 is het eindelijk zover: Anderlecht wint zijn 18de landstitel. Kusters denkt voor het kampioenenlied meteen aan Jean Vanobbergen, alias Lange Jojo/Le Grand Jojo. Hij is een tweetalige hoofdstedeling die in de beide taalgemeenschappen bekend en geliefd is. Vanobbergen wordt gekoppeld aan Roland Verlooven, de artistieke vader van Willy Sommers en de producer van De zotte morgen van Zjef Vanuytsel.De nieuwe voetbalhymne wordt geboren in het washok van Vanobbergen. Zijn echtgenote wil in de woonkamer haar favoriete televisieserie zien en dus moeten de twee verhuizen. De ratelende wasmachine is de inspiratie voor het ritme van het nummer. Verlooven doet wat hij altijd doet. 'Ik begin altijd met een slogan die ik dan verder uitwerk.' Hij wil er snel van af zijn en bedenkt het simpele refrein 'Allez allez allez allez we are the champions'. Het nummer krijgt de officiële titel Anderlecht champion en verschijnt in twee uitvoeringen: Brussels Frans en Brussels Nederlands. Er worden een paar duizend stuks van verkocht.België haalt in 1986 de eindronde van het WK voetbal in Mexico, dankzij de fameuze kopbal van Georges Grün in de laatste kwalificatiewedstrijd tegen Nederland. Dat verdient een lied, vindt Kusters. Het kampioenenlied van Anderlecht krijgt een Spaanse make-over. 'Allez allez allez allez' wordt 'Olé olé olé olé' en er wordt trompetten aan de intro toegevoegd. Lange Jojo neemt de Franstalige versie voor zijn rekening, de Nederlandse tekst wordt ingezongen door Walter Capiau. De nieuwe versie van Anderlecht champion krijgt de titel We are the champions (E viva Mexico). Roland Verlooven maakt ook een dansversie met een Engelse tekst: Olé, olé, olé (The name of the game) van The Fans.De Rode Duivels doen het beter dan verwacht in Mexico. Ze worden pas in de halve finale gewipt door Spanje. Het fanlied wordt een hit onder de supporters en werkt aanstekelijk. 'Olé olé olé olé' gaat internationaal. Het nestelt zich in alle stadions en feesthallen van Europa en weerklinkt ook ver daarbuiten. De yell wordt in 1989 luidkeels gezongen bij de overwinning van Solidarno?? in Polen en tijdens de val van de Berlijnse Muur. Commercieel succes blijft uit. Olé, olé, olé (The name of the game) van The Fans wordt alleen een hit in Oostenrijk en Zweden. In 1993 wordt Hans Kusters op de internationale muziekbeurs Midem in Cannes aangesproken door een Britse muziekuitgever met wij hij al jaren samenwerkt. Of hij soms weet wie de rechten heeft op dat fameuze Belgische voetballied dat een paar jaar eerder overal werd gezongen? In Japan start namelijk een voetbalzender en die wil Olé, olé, olé (The name of the game) gebruiken als herkenningstune. Het nummer wordt aangepast aan de lokale oren en verschijnt op plaat als We are the champ van The Waves. De -ions van champions is vreemd genoeg vakkundig - maar net niet voldoende - weggefaded. Het nummer wordt een monsterhit. Het is twee jaar na elkaar - 1993 + 1994 - de grootste buitenlandse hit in het land van de rijzende zon. Kusters krijgt voor die prestatie een oorkonde. Wegens vliegangst krijgt hij die in het stadion van Anderlecht uit de handen van de Japanse ambassadeur in ons land. De enige aanwezige die wat zuur kijkt, is Michel Verschueren, de toenmalige manager van Anderlecht. Hij dacht zijn vel in 1985 duur verkocht te hebben door een stevig bedrag te vragen voor de jeugdopleiding als tegenprestatie voor Anderlecht champion. Kusters krijgt nog jaren te horen van Verschueren dat 'hij hem daar toen goed liggen heeft gehad'. Hij heeft er wel hard voor moeten werken. 'Het is een bijna dagelijkse strijd om aan te tonen dat het wel degelijk om een volwaardig nummer met copyright is en niet zomaar een meezingertje uit een sportstadion', zegt hij in het boek De flipperkoning (2017).