'It was about the body. It was about the look. It was about the drugs. It was about sex', herinnert dj Nicky Siano zich over Studio 54 in het naslagwerk Last Night a DJ Saved My Life (1999). Siano is al een veteraan van het New Yorkse nachtleven wanneer hij in 1977 gevraagd wordt om tijdens de weekdagen het muzikale roer van de nieuwe danstempel in handen te nemen. Zijn eigen club, The Gallery, is tegelijk voorganger en voorbeeld geweest voor Studio 54, maar net zoals andere oudgedienden van de discoscene voelt hij instinctief aan dat hier een nieuw, ander tijdperk wordt ingeluid. 'Het stond zo hard op zichzelf, and it fucked the whole thing up.'
...

'It was about the body. It was about the look. It was about the drugs. It was about sex', herinnert dj Nicky Siano zich over Studio 54 in het naslagwerk Last Night a DJ Saved My Life (1999). Siano is al een veteraan van het New Yorkse nachtleven wanneer hij in 1977 gevraagd wordt om tijdens de weekdagen het muzikale roer van de nieuwe danstempel in handen te nemen. Zijn eigen club, The Gallery, is tegelijk voorganger en voorbeeld geweest voor Studio 54, maar net zoals andere oudgedienden van de discoscene voelt hij instinctief aan dat hier een nieuw, ander tijdperk wordt ingeluid. 'Het stond zo hard op zichzelf, and it fucked the whole thing up.'Er is een tijd vóór en een tijd na Studio 54. Ervoor is disco een beweging, een ondergrondse revolutie van en voor outcasts. Zwarten, latino's, homoseksuelen en travestieten trekken, verenigd op de dansvloer, het hardst aan de kar. Vooroordelen kun je samen met je jas en ego kwijt in de vestiaire. Diep onder de radar van de mainstream, in leegstaande lofts, in sauna's en achterafzaaltjes, heeft disco midden jaren 70 de draad opgepikt waar de hippies hem hebben achtergelaten. Vrijheid, samenhorigheid en gelijkheid heten de idealen. Die alles-kan-niks-moetfilosofie wordt weerspiegeld in de muziek. Dj's graaien vrijelijk - en kleurenblind - in funk, soul, pop en rock, losse eindjes die kundig aan elkaar worden geknoopt met maar één doel: de extase zo lang mogelijk rekken. Radiozenders en grote platenfirma's zien initieel weinig brood in disco en de bijbehorende subcultuur, een marginale trend die snel baan zal ruimen voor het volgende nieuwtje in de rij. Denken ze. Het publiek voor disco groeit, en dus ook de discotheken. Geleidelijk schuift de actie van de buitenwijken op naar het centrum. In New York betekent dat richting Manhattan, het financiële hart van de wereld. Meer potentieel, meer ruimte, meer mensen, meer poen te scheppen. Dat beseffen ook de oude schoolkameraden en would-be-entrepreneurs Steve Rubell en Ian Schrager. Hun eerste stapje in het nachtleven heet The Enchanted Garden, in Queens, maar via hun netwerken in de financiën en de advocatuur krijgen ze downtown een historisch pand in het vizier. Ooit een theater geweest, daarna een CBS-televisiestudio - studio 52, om precies te zijn - nu de gedroomde locatie voor een discotheek, vlak bij het theaterdistrict. Rubell en Schrader delen niet het idealisme van de discopioniers, met Studio 54 hebben ze slechts één ambitie: geld verdienen. En wie in het bijna bankroete New York van de jaren 70 geld zegt, zegt beroemdheden. Groter, duurder, beter: dat is het credo van Studio 54. 'Ze hadden gewoon de grootste ruimte, de beste lichtshow en het beste soundsystem', herinnert François Kevorkian, zelf dj bij de concurrentie, zich. 'Het was superieur in vergelijking met andere clubs. Zo uitgestrekt, zo spectaculair en theatraal.' Hedonistisch én chic is de weg voorwaarts: dankzij Studio 54 doet de glamour zijn intrede in de disco. Over de lage drempel van de begindagen wordt een rode loper gedrapeerd. Steve Rubell vat zelf post aan de ingang om meute en jetset te keuren, en al dan niet met open armen te ontvangen. Disco was ooit een baken van democratie, nu breekt het tijdperk van de deurdictatuur en het elitarisme aan. *** Dat Studio 54 veertig jaar na de opening nog steeds tot de verbeelding spreekt, inspiratie voor films en stof voor boeken levert, is grotendeels te danken aan Bianca Jagger. De eerste echtgenote van Mick Jagger is een lieveling van de culturele beau monde en viert haar verjaardag in de nieuwe place to be. Kosten noch moeite worden gespaard voor de extravaganza, en de foto's van la Jagger op een wit paard in de club staan de dag nadien breed uitgesmeerd in alle kranten. Eigenlijk heeft ze slechts enkele minuutjes op de rug van het nerveuze dier gespendeerd, zo verduidelijkt ze jaren later. Maar in 1977 gaat het beeld, en dus ook de fantasie, viraal, láng voor Instagram en consorten. 'Vanaf dat moment waren er iedere openingsnacht minstens tweeduizend mensen in de club, in de weekends soms meer', weet huis-dj Nicky Siano. Andy Warhol, Liza Minnelli, Diana Ross, Grace Jones, Truman Capote, Jackie Onassis, Cher, Debbie Harry, Brooke Shields, Calvin Klein, Michael Jackson, Sylvester Stallone, Liz Taylor, zelfs Donald Trump: allemaal poseren ze - in een preselfietijdperk - gewillig voor de horde persfotografen, de een al in compromitterender situaties bevroren dan de ander. 'Ik snoof er zo veel cocaïne dat de wc's bekendstonden als mijn kantoor', schrijft Nile Rodgers, de frontman van Chic, in zijn biografie. Ook vaste klant Grace Jones doet in haar levensverhaal een boekje open over Studio 54, waar zelfs de vipruimte een vipruimte had: 'Je strompelde door half verborgen ruimtes, vol mensen die leken te zweten door wat ze net gedaan hadden, of gingen doen. Op het balkon vond je de rubber room, met dikke, rubberen muren die makkelijk schoongeveegd konden worden. Het was een plek voor allerlei geheimen en secreties, voor incrowd en inhalatie, zuigen en snuiven.' De ongebreidelde decadentie en de hoogmoed van de patroons garanderen de onvermijdelijke val: in 1980 is het feestje al voorbij, nadat bij een razzia van de Amerikaanse belastingdienst zakken vol drugs en cash gevonden zijn, verborgen in de muren. Rubell en Schrager verdwijnen achter de tralies, hun disco inferno is compleet. In de jaren die volgen, verrijst Studio 54 nog een paar keer uit zijn as, maar de club leeft toch voornamelijk verder als een idee, een merk dat voor luxe en glamour, exclusiviteit en excessen staat. Onder het dak van Studio 54 kan iedereen zich een ster tussen de sterren wanen. Zélfs als dat dak op het Antwerpse Sportpaleis ligt, zoals sinds 2002 één keer per jaar het geval is. Maar met de oorspronkelijke mystiek, de morele grenzen overschrijdende bacchanalen en de elitaire deurpolitiek heeft de massale verkleedpartij in het Sportpaleis - 'GEEN JEANS!' drukt de organisatie bezoekers op het hart - weinig te maken. Anno 2017 zijn de 'tonnen confetti, gigantische discoballen, glitterfonteinen, de champagneparade en de nodige pluimen' niet meer dan uitgeholde nostalgie. Een persiflage, kitsch, belichaamd door de plastic soul- en funkrevue van Nathalie Meskens en Natalia, die dit jaar opgevoerd worden als 'showqueens'. Wanneer in het Sportpaleis tienduizend konten op I Will Survive van Gloria Gaynor draaien, draait Steve Rubell, in 1989 overleden aan de gevolgen van aids, zich om in zijn graf. *** De erfenis van Studio 54 is geen muzikale erfenis. Dj Nicky Siano wordt na vier maanden al aan de deur gezet, de veel minder bekende Richie Kazcor kleurt vanachter de draaitafels veel braver tussen de lijntjes. Op andere vlakken leeft de geest van de club wel verder: als u de volgende keer aan de ingang van een discotheek de happy few met een fluwelen afzetkoord van de minder gelukkigen gescheiden ziet worden, denk dan aan de ongelukkige ziel die de vleeskeuring aan Studio 54 wilde omzeilen door in zijn tuxedo via een ventilatiekoker naar binnen te kruipen, knel kwam te zitten en overleed. Studio 54 had een wit paard, op dancefestival WeCanDance kijkt niemand er nog van op wanneer bezoekers met enkele kamelen poseren. En wat is de sprookjesdecoratie op Tomorrowland anders dan een uitvergroting van het gigantische mannetje maan aan het plafond van Studio 54, dat met een lepel coke door zijn neus werd gevoerd en glittertranen plengde? Kijk naar de beelden, vorige week gepubliceerd in dit blad, die Magnum-fotograaf Matt Stuart schoot op 'partycruise' The Ark, en denk aan de woorden van Nicky Siano: 'It was about the body. It was about the look.' Ook op een 'marginaal feestje' als Kamping Kitsch, deze zomer goed voor 15.000 bezoekers, lijkt de voornaamste missie zien en gezien worden. Zelfs in een trainingspak van Kappa laat decadentie zich niet kisten. Vandaag heten de Bianca Jaggers Kardashian en Hilton, smartphones hebben de plaats ingenomen van persfotografen, en de rol van 'society people' wordt tegenwoordig gespeeld door 'influencers'. Maar ook door een digitale lens is de visie van Steve Rubell nog steeds kraakhelder: all party animals are equal, but some party animals are more equal than others.