Elke apocalyps zijn orakel, en ergens is het vreemd dat het zo lang duurde tot Nicholas Edward Cave die handschoen opnam. Dat hij nu pas uit zijn kot komt, om de rol te spelen die hem op het lijf geschreven is. Geef toe, de pandemie zou niet compleet zijn zonder de visioenen van de man in het zwart, de heiland van het onheil voor wie de negen cirkels van Dante's Inferno geen geheimen kennen.
...

Elke apocalyps zijn orakel, en ergens is het vreemd dat het zo lang duurde tot Nicholas Edward Cave die handschoen opnam. Dat hij nu pas uit zijn kot komt, om de rol te spelen die hem op het lijf geschreven is. Geef toe, de pandemie zou niet compleet zijn zonder de visioenen van de man in het zwart, de heiland van het onheil voor wie de negen cirkels van Dante's Inferno geen geheimen kennen. 'Weirdly familiar', noemde Cave de effecten van de lockdown op zijn blog The Red Hand Files, als antwoord op de vraag van een fan. Als ex-heroi?nejunk, zo zegt hij, kent hij het reilen en zeilen van zelfisolatie en social distancing. Wie ooit de pest over zichzelf afriep, staart zo'n griepvirus eens diep in de ogen en gaat op zijn balkon zitten om te lezen, te schrijven en het bloedbad te overschouwen. Carnage, zo heet het album dat vervolgens 'uit de lucht kwam vallen', aldus de man zelf. 'Een brutale maar heel mooie plaat ingebed in een gemeenschappelijke catastrofe.' Een primeur ook, want voor het eerst in bijna veertig jaar oogst Nick Cave een langspeler zonder The Bad Seeds (of een andere groep, zie Grinderman) aan zijn zijde. Enkel Warren Ellis, de trouwe luitenant met wie Cave in de loop der jaren verschillende soundtracks componeerde, zat mee in de studiobubbel. Carnage is het derde Nick Cave-album sinds de tragische dood van zijn zoon Arthur in juli 2015, na een val van de kliffen nabij hun woonplaats Brighton. De naschokken van dat persoonlijke drama waren voelbaar in het aardedonkere, dissonante Skeleton Tree (2016), de documentaire film One More Time with Feeling (2016) en het eind 2019 verschenen, in etherische geluidsnevels gehulde Ghosteen. Tussendoor verscheen er ook nog een best of (Lovely Creatures, in 2017), en vorig jaar Idiot Prayer: Nick Cave Alone at Alexandra Palace, een carrie?reoverzicht bestaande uit solo gebrachte pianoversies van 22 songs. In die tijdspanne - een hevig momentum van existentieel verlies, wedergeboorte en retrospectieve - is Cave de songschrijver tot een ander beest verveld. Het rechtlijnige narratief boeit hem niet langer, zo liet hij optekenen in The Guar­dian. 'Tijd en ruimte lijken samen voorbij te razen en te botsen in een soort van big bang van wanhoop. There is a pure heart, but all around it is chaos.' Zelfs zijn vertrouwde, strak afgebakende werkethiek, van negen tot vijf aan de schrijftafel, als een pennenlikker geslagen met goddelijke inspiratie, moest eraan geloven. Als songschrijver heeft hij een bocht richting een open, meer intui?tief gevormde horizon genomen. 'The sweet prairies of anarchy', zoals hij het noemt, naar de Engelse dichter Stevie Smith.Het is een dimensie waar het fysieke en het metafysische in elkaar verstrengeld raken tijdens een gelijk opgaand rondje armworstelen. Geen verhalen maar tableaus, in wilde, vrije vegen tegen het blad gedwongen. 'You're a body of water/ Flowing across the bed', preekt de Australie?r over majestueuze strijkers in opener Hand of God. 'Let the river cast his spell on me'. Dezelfde zondvloed, die het bewustzijn overspoelt met het grillige onderbewuste, laat ook zijn sporen na in de meeslepende titeltrack: 'I'm sitting on the balcony/ Reading Flannery O'Connor/ With a pencil and a plan', croont Cave over synthesizer en gezwollen orkestraties. Maar daar is die onzichtbare hand weer: 'This song is like a rain cloud/ That keeps circling overhead/ Here it comes around again/ And it's only love/ With a little bit of rain/ And I hope to see you again'. Dringt de actualiteit naar binnen, dan is het in de vorm van een hallucinatie. Zoals White Elephant, dat refereert aan Black Lives Matter, kolonialisme en wit privilege, maar ook doorspekt is met surrealistische waanbeelden genre 'I'm a Botticelli Venus with a penis (...) I'm an ice sculpture melting in the sun', kracht bijgezet door een mechanisch klauwende, dystopische sample en de viool van Warren Ellis. Muzikaal bevindt Carnage zich dan ook tussen zijn twee voorgangers, Skeleton Tree en Ghosteen, afwisselend in industrieel geknetter en sacrale contemplatie. En Nick Cave orakelt voort, over liefde, leed, geweld, verderf en leven, tot hij zichzelf tegenkomt. Van 'travelling appallingly alone' doorheen het statige Lavender Fields tot de balkonschrijver van het afsluitende, in berusting badende Balcony Man. 'What am I to believe?/ I'm the balcony man/ Where every­ thing is ordinary until it is not', klinkt het. 'And what doesn't kill you just makes you crazier.' Dat, of je schrijft een nieuw hoofdstuk aan je eigen bloedbad. Geen doemscenario, geen parabel. Een ode aan het rijk van de innerlijke vrijheid. De lockdownblues met zicht op roze wolken.