'De naam José James zei je niets?'
...

'De naam José James zei je niets?' 'Nee.' 'Shabaka Hutchings?' 'Nope. Ik wist niet wie al die jazzmuzikanten zijn en ik heb ze op voorhand ook niet opgezocht. Is dat raar?' Zaterdag 30 oktober. We zitten met Meskerem Mees in Le Petit Palais, een belle-epoquegebouw in Montreux dat uitgeeft op het Meer van Genève. Dit is het hoofdkwartier van de Montreux Jazz Academy, waar Mees een residentie doet. Al de hele week volgt ze workshops, neemt ze deel aan jamsessies en repeteert ze voor een speciaal concert dat ze hier vanavond zal geven. Niet met haar vaste celliste Febe Lazou aan haar zijde, maar als de zangeres van een piepjong jazzcombo, onder begeleiding van enkele internationaal vermaarde mentoren. Zoals dus José James en Shabaka Hutchings, respectievelijk de jazzzanger van de hiphopgeneratie en de it-boy van de hedendaagse jazz. 'Blijkbaar is Shabaka bff's met zangeres Esperanza Spalding', zegt Mees. 'En hierna vliegt hij naar LA voor een project met Celeste en Florence Welch. Die ken ik wél. (lacht)' Nu moet je toch eens uitleggen hoe een 22-jarige folkzangeres uit het Oost-Vlaamse Merendree met nauwelijks drie singles op haar palmares met al die wereldberoemde jazzmuzikanten in Montreux belandt. Meskerem Mees: Omdat ik afgelopen zomer op het Montreux Jazz Festival een wedstrijd heb gewonnen. Een wedstrijd waarvan ik het bestaan niet kende, laat staan dat ik doorhad dat ik ervoor ingeschreven was. ( lacht) Oké, mijn optreden op Montreux Jazz was in een wel héél chique tent voor héél chique mensen, en mijn entourage was wel héél hyped voor die show, maar ik dacht dat het een gewoon optreden was. En zo komt het dat ik halverwege het concert mijn schoenen heb uitgedaan - dat doe ik wel vaker, dan voel ik me één met de grond en ben ik meer op mijn gemak - en veel te veel in het Frans gezeverd heb tussen de nummers door. Ik had pas in de gaten dat er iets op het spel stond toen ik van het podium stapte en iemand van de organisatie me kwam zeggen dat 'de jury het echt heel goed vond'. Waarop ik: 'Jury? Lol!' Een tijdje later liet mijn Zwitserse boeker weten dat ik de Rising Star Jazz Award gewonnen had. Of zoiets. De Montreux Jazz Talent Award. Mees:Die, ja. (lacht) En ik maak niet eens jazz! En je vindt talent 'maar een vaag, hol woord', zo heb je eens in een interview gezegd. Mees:Dat is zo. Omdat het gepaard gaat met een zekere verwachting dat je datgene waar je dan zogezegd talent voor hebt ook de rest van je leven móét doen, 'want het is jouw roeping'. Al van kindsbeen af krijg ik het label 'creatief' opgekleefd - ik ben altijd 'de creatieve' of 'de muzikale'. Ik kan me wel met die termen identificeren, hoor, maar ik ben ook echt een twijfelaar. Over alles. Dus bekruipt me soms het gevoel: ik weet niet of ik dit eigenlijk nog wel tof vind, ik wil op een berg in Tibet gaan wonen! Om dan weer van de mensen rondom mij te moeten horen: 'Maar je hebt hier zoveel talent voor.' Wat klinkt alsof het me totaal geen moeite kost. Oké, dat is in mijn geval misschien ook wel waar. (lacht)Echt? Mees: Ik doe niet veel moeite, nee. Hier in Montreux ben ik dag in dag uit aan het repeteren. Echt waar: nog nooit gedaan! Normaal gezien daag ik gewoon ergens op met mijn gitaar en doe ik mijn ding op het podium. Met songs schrijven is het ook zo. Ik heb heel weinig geduld, dus als iets niet vanzelf gaat, laat ik het vallen. Tenzij ik het gevoel heb dat er superveel potentieel in zit. Zoals destijds met Joe, mijn eerste single. Niet dat ik dat mijn beste nummer vind of zo. Ik was mijn toenmalige liveset gewoon beu en had nood aan iets nieuws. De song was er vrij snel, maar er mankeerde lang iets aan de derde strofe. Ik reed me telkens vast. Meestal belandt zo'n nummer dan op De Grote Hoop Met Onaffe Ideeën, tot de oplossing me plots te binnen viel. (begint te zingen)'But me, I have loved you all my liii-i-i-i-iiife.' Het woordje 'life' had gewoon wat versiering nodig . Zo simpel was het dus, hè. *** Joe is het nummer waarmee het in de zomer van 2020 allemaal begon voor Meskerem Mees. Nog voor ze als gedoodverfde favoriet Humo's Rock Rally won, kampeerde ze met dat fragiele folkliedje al wekenlang op nummer één in de Afrekening. Met een agenda vol coronaproof concerten, een tijdelijke stek als muzikale sidekick van Michèle Cuvelier op StuBru en uiteindelijk duetten met Tourist LeMC en Mooneye tot gevolg. Joe blijkt zelfs tot in Montreux te resoneren. 'Dat nummer is zo betoverend, so mesmerizing', komt Jowee Omicil - nog een van Mees' mentoren - haar kort voor de soundcheck zeggen. Die excentrieke altsaxofonist deelde al het podium met Tony Allen en Pharoah Sanders, leidde de muzikale ceremonie voor Quincy Jones' 85e verjaardagsfeest in Montreux en speelde mee in The Eddy, de Netflix-reeks van La La Land-regisseur Damien Chazelle. 'Ga je dan binnenkort mijn album kopen?' vraagt Mees hem plagend. Waarop Omicil: 'But Mesmerizing, I already pre-ordered it!''Mesmerizing' is hier blijkbaar jouw bijnaam. En ook 'Messi' heb ik al horen passeren. Mees: Messi gaat al mee van in de lagere school, hoor. Omdat ik als een van de enige meisjes meevoetbalde en in de klas altijd nummer 10 was. Ook aan de unief in Denemarken, waar ik kunstonderwijs heb gevolgd, noemden ze me steevast Messi. Vorig jaar vertelde je in dit blad dat jouw Deense leerkracht begon te huilen telkens als je hem weer eens een nieuw nummer voorspeelde. En ook de juryvoorzitter van Montreux Jazz was naar verluidt danig ontroerd na jouw concert de voorbije zomer. Hoe komt het toch dat je muziek bij zo veel mensen een gevoelige snaar raakt? Mees: Ik weet het niet. De nummers van mijn album Julius zijn grotendeels in Denemarken geschreven. Op persoonlijk vlak was dat een supertoffe periode, op mentaal vlak minder. Ik denk dat ik van een tiener in een volwassene aan het veranderen was of zo. Er hing alleszins voortdurend een existentiële wolk boven mijn hoofd. Alles was wazig. Maar daarvan kwam wél de drive om mijn gitaar vast te pakken en die emoties te concretiseren, ze op de een of andere manier reëel te maken. Zo is al die muziek ontstaan. Altijd als ik het gevoel heb dat er iets uit moet, komt dat voort uit een extreme emotie. Dat kan een positieve emotie zijn - 'ik voel me keigoed vandaag!' - maar meestal is het een negatieve - 'ik voel me niet zo goed vandaag!' Dan neem ik mijn instrument ter hand en probeer ik een melodie te bedenken die daarbij past. Vervolgens schrijf ik een verhaaltje dat bij dat gevoel past. En als dat af is en ik het goed vind, speel ik het voor mensen die dat gevoel misschien óók herkennen. Dan kan het al eens gebeuren dat het hen zo raakt dat ze beginnen te wenen, zeker? (lacht)Stoppen met je opleiding om te kunnen leven van de muziek was voor jou hét sleutelmoment van 2020. Wat is dat van 2021? Dit hier? Mees: Ik heb hier de tijd van mijn leven, maar wat pas écht een big deal is voor mij, is dat ik sinds kort niet meer bij mijn ouders woon. Ik heb nu mijn eigen huisje in Gent. Hard werken wel, alleen wonen - fjieuw. Zeker als je constant weg bent, zoals ik. Ik weet het nu al: straks kom ik stikkapot thuis van vijf dagen Zwitserland, en net als ik in mijn zetel wil ploffen zal ik merken dat er weer eens gestofzuigd moet worden. Je leidt er vast ook een minder solitair leven dan op de boerderij van je ouders in Merendree het geval was? Mees: Merendree was een oase van rust, ja. Op mijn kamer hoorde ik werkelijk niks, zelfs geen buren. Daar was ik écht op mezelf. Een heel creatieve omgeving, ook het landschap inspireerde me. De stad heeft dat veel minder. Ik moet nog wat wennen aan Gent en Gent aan mij. Maar dat komt wel goed. Ik heb alvast toffe buren. En ik mag lawaai maken. (lacht) *** Even voor hun concert bezoeken Meskerem Mees en de rest van haar groep de Queen Studio Experience. Die tentoonstelling in het ooit uitgebrande casino van Montreux - een gebeurtenis die Deep Purple destijds tot Smoke on the Water inspireerde - is opgetrokken uit restanten van de Mountain Studios, een opnamecomplex dat bijna twintig jaar lang het eigendom van Freddie Mercury en de zijnen was. Een van de buitenmuren is dan ook volledig beklad met hommages aan de opper-Queen: 'We miss you Freddie.' 'Long live Queen.' 'The show must go on.' Meskerem Mees laat haar oog vallen op een tekening van Mercury, ergens bovenaan. 'A man without a moustache is like a woman with one', luidt het bijschrift. Mees laat zich door twee van haar groepsleden optillen en overschrijft de betreffende tekst met de woorden 'Sexist bullshit'. Getekend: 'Messi'. We vragen haar of ze in haar eigen muziek ook niet wat vaker op de barricades zou willen staan. 'Ik voel die nood eigenlijk niet zo', antwoordt ze. 'Het zit niet echt in mij om mijn songs overdreven politiek te beladen.' Nochtans heb je in de slipstream van de Black Lives Matter-betogingen wel de protestsong Nobody Came bedacht en die in De zevende dag opgevoerd. Mees: Ja. Ik was toen niet op een BLM-mars geraakt waar ik graag heen wilde, omdat ik mijn pas geopereerde oma was gaan bezoeken. De zevende dag was daags nadien het uitgelezen platform om alsnog mijn steentje bij te dragen. (denkt na) Ik zal altijd mijn onvrede over iets uiten, zoals nu door die tekst op de muur te schrijven, maar ik hoef dat niet per se via mijn muziek te doen. Ik ben méér dan alleen mijn muziek. Ik ben ook Meskerem-de-skateboarder, Meskerem-de-duivenvriend, Meskerem-de-chocoladeliefhebber. Heeft zangcoach José James je dan niet diets gemaakt dat chocolade slecht is voor de stem, Meskerem? Mees: Hij zei dat melkchocolade het allerslechtst is, inderdaad. En ik drink héél graag chocomelk. Lieve vent wel, José, maar an American through and through, hè. Dan hadden we tussen de vele workshops door eens pauze, stond hij daar wéér: 'Hey, do you guys have five minutes?' En wie ben ik om nee te zeggen tegen zangles van José James? (lacht) Hij heeft me wel echt het licht doen zien, me doen beseffen dat als ik dit nog lang wil blijven volhouden, ik mijn stem dringend moet gaan verzorgen. En dus zal ik voortaan opwarmingsoefeningen doen voor een show, iets wat ik nog nooit in mijn leven gedaan heb. En ook: duiven, echt? Mees:Ja! Vogels in het algemeen houden mij bezig. Ook als we hier langs het meer wandelen, observeer ik ze. 'Ha, een fuut', zeg ik dan plots. Of: 'Kijk daar, een aalscholver! Een kokmeeuw!' (lacht) Mensen kijken mij dan vreemd aan, maar echt waar: dingen benoemen helpt mij om in de realiteit te blijven staan, want met mijn hoofd zweef ik de helft van de tijd toch maar op een andere planeet rond. En duiven: ja. Niemand houdt van die beesten, misschien is het daarom dat ik ze zo leuk vind? Al zijn ze ook gewoon superintelligent. Ze hebben een bepalende rol gespeeld in vele oorlogen, om maar iets te zeggen. Ik voel een duivensong opborrelen. Mees: Lijkt me een uitstekend onderwerp voor mijn nakende freejazzplaat. (lacht) *** 'Where I'm from there's no king or queenand that's fineWhere I'm from is far from herebut it's mine'De avond is gevallen, Le Petit Palais is volgelopen en Meskerem Mees en de haren zijn begonnen aan een ononderbroken jazzcompositie van anderhalf uur. Halfweg de set passeert met Where I'm From ook een eigen song van Mees de revue. Op plaat is het een akoestisch liedje - uitermate geschikt voor al uw kampvuuravonden - , in Montreux mondt het uit in een episch freejazzexperiment. Mees zet het a capella in, waarna twee drummers, twee toetsenisten, een contrabassiste, een gitarist en een driekoppige blazerssectie aangevuurd door Shabaka Hutchings himself zich helemaal uitleven. Het is het onversneden hoogtepunt van de set. Waarom ze van al haar songs uitgerekend Where I'm From uitkoos voor dit concert, willen we achteraf weten. 'Omdat het de schijf van de plaat is, tiens', lacht Mees. 'Het is tekstueel heel dromerig en poëtisch - ik schep zo'n beetje mijn eigen Utopia - maar muzikaal en qua productie is het eigenlijk de enige keer dat ik alle remmen losgooi. Zelf kan ik het live nooit zo uitbundig spelen, omdat ik me enkel laat begeleiden door een akoestische gitaar en een cello, maar hier had ik een band ter beschikking en zag ik mijn kans dus schoon om eens hélemaal loco te gaan.' Waarom duldde je op je plaat eigenlijk geen drums of andere instrumenten naast de akoestische gitaar en cello? Mees: Het is een superfragiel album geworden omdat dat is wie ik tot nu was. Je hoort létterlijk iemand iets proberen in haar slaapkamer. Volgens Koen Gisen, mijn producer, zit de kracht van mijn nummers in de eenvoud. Hij hamerde er nogal op om het simpel te houden, à la Leonard Cohen. Ik ben van het type dat zich makkelijk laat meeslepen door de onbegrensde mogelijkheden die er in de studio zijn. Dan wilde ik weer eens elf miljoen melodieën in één liedje proppen, maar telkens ik nog maar iets in die richting probeerde, zei Koen: 'Leuk, stop daar nou maar mee.' (lacht)Zal dit weekje Montreux een invloed hebben op toekomstige Meskerem Mees-muziek? Mees: O ja! Ik ga echt geen drie albums in dezelfde trant maken. Al voor ik naar hier kwam, was ik van plan me binnenkort een computer en een MIDI-keyboard aan te schaffen en daarmee te gaan experimenteren. En nu ik kennisgemaakt heb met de wondere wereld van de freejazz, en ik ingezien heb dat je ook gewoon met een paar getalenteerde mensen in een hok kunt kruipen in plaats van je alleen met je gitaar in je kamertje terug te trekken, weet ik het helemaal zeker: ik wil echt stoppen met beleefde, brave liedjes maken. Tijd voor chaos! Goeie promo voor je eerste plaat: koop vooral de vólgende. Mees:Here it is, get ready for the next one.(lacht) Echt waar: vanaf nu ga ik alleen nog maar rare shit maken en rare mensen op het podium uitnodigen. En als het publiek daarop afknapt, fair enough, dan ga ik wel op die berg in Tibet wonen.