Op een zachte augustusavond in 2002 loopt in de rand van Los Angeles de Hollywood Bowl leeg. Duizenden muziekliefhebbers hebben in het moderne amfitheater de liedjes van Erykah Badu meegezongen, en ervoor die van Wyclef Jean.
...

Op een zachte augustusavond in 2002 loopt in de rand van Los Angeles de Hollywood Bowl leeg. Duizenden muziekliefhebbers hebben in het moderne amfitheater de liedjes van Erykah Badu meegezongen, en ervoor die van Wyclef Jean. In de coulissen wordt een rijzige, sportief gebouwde vrouw door een man aangeklampt. Haar naam is Marie Daulne. Ze noemt zichzelf 'Afro-Europees'. De man feliciteert haar met haar optreden als openingsact. 'Zap Mama is een van mijn lievelingsbands van het moment', zegt de man. 'Mag ik alsjeblieft een handtekening?' Werktuiglijk krabbelt Daulne zijn papiertje vol. Ze bedankt hem en draait zich om. 'Ineens sprongen alle andere zangeressen van Zap Mama tussen ons in. Zij hadden de man wél herkend: het bleek om Wesley Snipes te gaan, in die tijd een van de bekendste Amerikaanse acteurs.' Daulne woont op dat moment al twee jaar in New York. Haar groep Zap Mama is op het toppunt van haar populariteit. 'Het werd snel duidelijk dat Snipes niet alleen mijn muziek de moeite vond. "Ga met me mee", zei hij. "Word mijn vriendin en we gaan samen de wereld veroveren." Ik had een relatie en was dus niet geïnteresseerd. Maar de andere Zaps wonden er geen doekjes om. Voor een nacht met zo'n bekende acteur hadden ze alles over, zeiden ze. Wat kon ik daarop antwoorden?' Een bodyguard met zonnebril en oortje begeleidt de vrouwen naar Snipes' limousine. 'Welkom, engelen', orakelt die. 'Bedankt om de roots van onze Afrikaanse voorvaderen zo gloedvol over het Amerikaanse volk uit te strooien.' Deuren worden dichtgeslagen, champagneflessen ontkurkt, de camera zoomt stilletjes uit. De auto verdwijnt uit beeld. Flashback, naar Isiro, een stad in het noordoosten van Congo. Het is 1964, de chaos na de onafhankelijkheidsverklaring woedt volop. 'Mijn vader vertrok eind jaren vijftig vanuit zijn geboortedorp in de Ardennen naar Congo. Hij werkte er als meubelmaker en trouwde er met een Congolese die twintig jaar jonger was, mijn moeder.' Op 20 oktober 1964 wordt Marie geboren, het vierde kind van Cyrille Daulne en Bernadette Aningi. Tijd om te vieren is er niet. De Simbarebellen rukken op. Ze hebben het op regeringsleiders en blanken gemunt. 'Enkele dagen na mijn geboorte werd mijn vader door de rebellen gevangengenomen. Ze hakten zijn armen en benen af en gooiden zijn lijk in de rivier, als voer voor de krokodillen. Ik ben tussen de kadavers op de wereld gekomen.' Halsoverkop vlucht moeder Bernadette het regenwoud in. Ze zoekt er bescherming bij de pygmeeën, door hun gebrek aan lengte en hun gedweep met geesten zijn die gevreesd door de rebellen. Het plan lukt. Tijdens operatie Zwarte Draak worden Bernadette en haar vier kinderen door Belgische militairen ontdekt. Dankzij hun dubbele nationaliteit krijgen ze een plek op het vliegtuig naar België. Eerste halte: een weeshuis in Namen. 'De meeste nonnen daar zaten aan de drank en behandelden ons hard, om niet te zeggen discriminerend. Het racisme was in alles voelbaar.' Redding komt er van de grootouders van vaderskant. Zij vangen de Belgisch-Congolese kroost op in Porcheresse, een dorpje tussen Rochefort en Bouillon. De halfbloeden met kroeshaar groeien er uit tot dé plaatselijke bezienswaardigheid. 'Un bedot', zo noemen de plattelandsbewoners de jonge Daulne. Een lammetje. 'In de Ardennen deelde ik in het geluk van mijn warme, solidaire familie. We aten hesp en aardappelen, en tijdens de jaarlijkse kermis keken we naar de fanfare die zwalpend door de straten trok.' Op de eerste verdieping van een huis in Brussel ligt een meisje op bed. Ze vervloekt de wereld, de hel die andere mensen zijn, het café op de begane grond. Diepe, trage bassen wurmen zich door de dunne vloer. 'Na enkele jaren nam mijn moeder ons mee naar de grote stad. Ze opende er eerst een winkel met Congolese producten en vervolgens een café. Elke avond was het feest, terwijl wij boven probeerden te slapen. Salsa, Dalida, Congolese muziek: alle stijlen vloeiden er in elkaar over. Met mijn zussen en tantes zong ik bijna elke dag, maar pas door het ritme van die bassen ontvlamde mijn liefde voor muziek definitief.' Toch droomt ze vooral van een leven als atlete. Schitteren op de Olympische Spelen, dat is wat ze wil, in een sprintnummer als het even kan. Op school kan niemand haar kloppen. Zelfs haar oudere broer is voor haar te traag. Op een dag wordt ze na een wedstrijd aangesproken door Anne-Marie Pira, in die tijd een van de beste Belgische atletes. 'Ze zei dat ze veel potentieel in me zag. Een prachtig moment, ik putte veel kracht uit haar woorden.' Via het album Kaya van Bob Marley & The Wailers openen zich volstrekt nieuwe werelden: die van hiphop, breakdance en graffiti. Daulne trekt steeds vaker de straat op, bij nacht, met een capuchon over het hoofd en een spuitbus in de hand. 'Ik was al niet de gemakkelijkste puber en in Brussel kwam ik dan ook snel met de politie in contact. Wanneer ik 's nachts met een vriendin graffiti aan het spuiten was, bijvoorbeeld. Op een keer sloegen ze ons in de boeien en hielden ze ons voor de rest van de nacht vast in het kantoor. De ochtend nadien moesten we als straf zelf onze tags gaan afwassen.' Op haar achttiende beslist Daulne om naar Congo terug te keren. Ze gaat er op zoek naar verhalen over haar vader. In het regenwoud ontmoet ze de pygmeeën die haar als boreling van de dood hebben gered. Tijdens een moment van meditatie, diep in de bossen, tussen spinnen, vogels en apen, heeft ze een openbaring. 'Ineens zag ik mijn hele leven voor me. Ik moest geen atlete worden, maar zangeres. In een droombeeld zag ik mezelf voor duizenden mensen zingen, in alle hoeken van de wereld. Alleen zo kon ik uit de gruwelijke dood van mijn vader nog iets van schoonheid puren.' Op het podium van concertcafé Makulo, in het hart van de Matongewijk in Elsene, staan vijf jonge vrouwen. Het is hun eerste concert samen, ze noemen zich Zap Mama en zijn op initiatief van Marie Daulne bij elkaar gekomen. Na een jazzopleiding heeft zij het licht gezien: ze wil a capella zingen, polyfone gezangen, zoals de pygmeeën in het Congolese regenwoud. 'Mijn zus en ik vroegen ons af waarom we zo weinig Afrikaanse harmonieën op de Belgische radio hoorden. We gingen het dan maar zelf doen.' Het publiek reageert enthousiast, de eigenaar van Makulo vraagt Zap Mama de week nadien terug - en nog eens en nog eens - Couleur Café geeft hun een plek op de allereerste editie van het festival, platenlabel Crammed Discs biedt een contract aan. Het titelloze debuutalbum ligt in 1991 in de winkel. Daarop liedjes met titels als Mupepe, Etupe en Babanzele. 'Ik wilde de hele wereld met de levenswijze en de muziek van de Congolese pygmeeën laten kennismaken. Ik vond dat iedereen een injectie van hun humanisme en optimisme kon gebruiken.' In een mum van tijd wordt Daulne hét gezicht van multicultureel België. Ze wordt geïnterviewd in kranten, op radio en tv. 'Een zwarte vrouw met succes in de culturele wereld, dat bestond in dit land nog niet. Ik was de eerste, ik moest het pad effenen.' Koning Boudewijn verzoekt Zap Mama om een privéconcert in het paleis. Wanneer ook Talking Heads-frontman David Byrne hun muziek ontdekt en omarmt, komt het leven van Daulne in een stroomversnelling. Byrne brengt de plaat twee jaar later in de VS uit op zijn label Luaka Bop. Glastonbury, Womad en het Montreux Jazz Festival boeken de groep. In de Amerikaanse wereldmuziekchart van Billboard prijkt het album zes weken op één. Aanvankelijk is moeder Bernadette niet voor het muzikale avontuur te vinden. Wanneer ze in de krant het ene na het andere interview met haar dochter leest, verandert ze van mening. 'Ze richtte snelsnel haar eigen groep op: Les Mamas des Mamas. Een echte zakenvrouw, mijn moeder.' Een vegetarische leeuw treurt dat hij nooit in de jungle is geweest. Hij wordt getroost door een oranje monster met een Brooklyn-accent en een stel uitgelaten kinderen. Marie Daulne komt erbij staan. A capella heft ze pygmeeëngezangen aan. Aflevering 3285 van Sesame Street - de Amerikaanse versie dus -, uitgezonden in december 1994. Zap Mama is de centrale gast. Tien dagen later zijn ze dat opnieuw. Dan leren ze een reusachtige gele vogel een kringdans aan. 'Na het succes van ons debuutalbum werden we echt overal gevraagd. Zelfs Coca-Cola wilde ons in een van hun spotjes. Pas toen ze hun bod verviervoudigden tot vier miljoen dollar en mijn moeder me deed inzien dat ik mijn deel van de opbrengst evengoed aan een goed doel kon schenken, stemde ik in.' Niet alleen idealen en succes botsen, ook binnen de groep bemerkt Daulne steeds meer onenigheid. Ze wordt moeder van een dochter en last een pauze in. Op zoek naar nieuwe invloeden reist ze de wereld rond. Albums Seven (1997) en A ma zone (1999) neemt ze met andere zangeressen, meer instrumenten en mannelijke muzikanten zoals Michael Franti op. In New York leert ze Al Jarreau en Herbie Hancock kennen. Ze beslist te blijven. 'Voor het eerst voelde ik me ergens echt thuis. In New York heeft iedereen gemengd bloed. Niemand vroeg me naar mijn afkomst, het ging alleen over mijn muziek. Heel bevrijdend. En dankzij David Byrne kwam ik met veel getalenteerde mensen in contact. Sterren, maar ook jonge artiesten met dezelfde ingesteldheid als ik. Mensen die groot durfden te dromen.' Erykah Badu roemt Daulne als 'the queen of Africa'. The Roots smeken haar om een samenwerking. Tom Cruise wil haar koste wat het kost op de soundtrack van Mission: Impossible II. Stevie Wonder en Lenny Kravitz outen zich als fan. Vincent Cassel en Mathieu Kassovitz worden vrienden. Wesley Snipes maakt haar het hof. Een hotelkamer in New York, midden in de nacht. Beneden schuift een zoveelste limousine voor. Twaalf hoog neemt Daulne de telefoon en belt haar moeder. In een lang, openhartig gesprek beklaagt ze haar situatie. Ze heeft haar buik vol van de superstars, van de amazings en de you're so greats.'In het begin waren de States formidabel, maar na een tijdje begon ik in te zien dat alles fake was. Iedereen wil iets van je, andere zangeressen gunnen je het licht in de ogen niet en ik bracht hele dagen door in het zwembad van mijn hotel. Ik verveelde me dood.' 'Kom maar gewoon naar huis', antwoordt haar moeder. 'Voor je zelf zo'n verwaande ster wordt.' Eenmaal terug in België belandt ze in een vechtscheiding. De vader van haar zoon, in 2001 geboren in New York, sleept haar voor de rechter. Het proces over de voogdij kost geld en energie. 'Het voelde alsof het beste achter de rug was, alsof het vanaf dan alleen nog bergaf zou gaan.' Daulne neemt nog twee platen op, Supermoon en ReCreation, maar het heilige vuur lijkt gedoofd. 'In die periode stierf ook nog een van mijn beste vriendinnen, Nina, die me altijd had gesteund. Een zware klap. Ik moest weer helemaal vanaf nul beginnen.' Op het moment van ons gesprek is Marie Daulne net terug uit LA. In museum The Broad gaf ze er een soloperformance. 'De afgelopen jaren is de muziekbusiness ingestort. Voor een oudere artiest als ik is het zoeken naar een nieuw verdienmodel.' Moeder Bernadette overleed in 2014. Zoon Zekye en dochter Kesiah zoeken zelfverzekerd hun weg in het leven. Van Wesley Snipes heeft ze recent niets meer vernomen. Met dank aan Studio Skoop, Gent.