'Anticipation has a habit / To set you up for disappointment in evening entertainment' luidde de openingszin van The View From the Afternoon, het nummer waarmee de plaat werd afgetrapt. Geen toeval, want de verwachtingen van pers en publiek waren zo hooggespannen dat het piepjonge kwartet uit Sheffield haast vooraf gedoemd was door de mand te vallen.
...

'Anticipation has a habit / To set you up for disappointment in evening entertainment' luidde de openingszin van The View From the Afternoon, het nummer waarmee de plaat werd afgetrapt. Geen toeval, want de verwachtingen van pers en publiek waren zo hooggespannen dat het piepjonge kwartet uit Sheffield haast vooraf gedoemd was door de mand te vallen. Arctic Monkeys gingen al over de tong lang voor ze een platencontract hadden versierd. De Britse muziekpers, iedere week naar een nieuwe sensatie op zoek, strooide met zoveel superlatieven dat frontman Alex Turner er verlegen van werd. 'We zijn dit groepje gewoon begonnen om iets om handen te hebben en omdat al onze vrienden in bands zaten', liet hij optekenen. 'Maar we hebben zeker geen meesterplan om de wereld te veroveren, laat staan een manifest of zo. Niemand van ons heeft iets belangwekkends te vertellen. De mensen nemen ons veel te serieus. Don't believe the hype, man!'Niettemin was de gretigheid waarmee het Britse publiek, opgefokt door een blad als NME, naar de debuutplaat van de Arctics uitkeek, niet meer vertoond sinds de aankondiging van Definitely Maybe, zo'n twaalf jaar eerder. Turner en zijn maats, die er alles aan deden om de valkuilen van de business te vermijden, werden maandenlang door platenlabels het hof gemaakt en op het moment dat het Domino-label het werkstuk eindelijk op de wereld losliet, waren acht van de dertien tracks voor de fans al 'oldies'. Tijdens hun vroegste optredens gaven Arctic Monkeys hun demo-cd's namelijk vaak gratis weg aan de toeschouwers, die ze op hun beurt deelden via het internet. Gevolg: zes maanden voor de release van Whatever People Say I Am, That's What I'm Not speelde de groep regelmatig voor uitverkochte zalen en op grote festivals, waar het publiek haar songs al woord voor woord kon meebrullen. Sommige diehards waren trouwens teleurgesteld door de ietwat gepolijste productie van de plaat en verkozen de snauwende en onversneden oerversies van nummers als Mardy Bum.Arctic Monkeys waren één van de eerste bands die hun voordeel deden met de democratisering van de muziekindustrie, mogelijk gemaakt door het wereldwijde web. Op de digitale snelweg gonsde het meteen van opwinding over hun rauwe, stuiterende artpunk. Nog vóór de mainstreammedia wakker schoten, golden de Arctics voor velen al als het belangrijkste combo van hun generatie. Met hun verkwikkende riffs, onstuimige ritmen en puntige teksten appelleerden ze aan hetzelfde publiek als The Strokes, Franz Ferdinand, Kaiser Chiefs of The Libertines. Maar het kwartet uit Sheffield stond schijnbaar onverschillig tegenover de traditionele vormen van promotie en marketing, waardoor de fans het gevoel hadden dat Arctic Monkeys exclusief van hén waren. 'We hebben het niet meer onder controle', bekende manager Geoff Barradale destijds. 'De nummers zijn publiek bezit geworden'.De eerste twee singles van het gezelschap, I Bet You Look Good on the Dancefloor en When the Sun Goes Down, haalden in een mum van tijd dan ook de toppositie op de Britse hitlijsten. Opmerkelijker nog is dat Whatever People Say I am, That's What I'm Not de geschiedenis in ging als de snelst verkopende langspeler ooit. Tijdens de eerste week gingen van het schijfje niet minder dan 363.735 stuks over de toonbank. Zelfs op de dag van de release, 23 januari 2006, verkocht het Arctics-debuut beter dan de rest van de top twintig samen. 'Deze plaat zorgt ervoor dat je weer écht verliefd wordt op muziek', schreef iemand. 'Er wordt gerockt met een intensiteit en een urgentie die je vandaag nog zelden tegenkomt'.De BBC stelde dan weer dat Arctic Monkeys weliswaar schatplichtig waren aan het verleden, maar de kunst verstonden het muzikale lexicon van hun tijdgenoten te verfijnen en te verbreden. Eén ding was duidelijk: het Noord-Engelse gezelschap had zijn entree niet gemist, al reageerden publiek en critici in andere landen iets gereserveerder: voorlopig werden de Arctics vooral bestempeld als een Brits fenomeen.De recensent van New Musical Express gaf Whatever People Say I Am prompt een 10/10-quotering. Volgens hem was de grote verdienste van de plaat dat ze 'de kracht van de synthese' bezat en iets gemeen had met zowat alle mijlpalen uit de Britse popmuziek. Arctic Monkeys etaleerden 'het oer-Britse van The Kinks, het melodieuze van The Beatles, het snerende van de Sex Pistols, het geestige en gevatte van The Smiths, het meezingbare van Oasis en het onweerstaanbare van The Stone Roses'. Andere scribenten stelden vast dat de technische tekortkomingen van de bandleden, die nog maar amper hun tienerjaren waren ontgroeid, ruimschoots werden gecompenseerd door hun aanstekelijke energie en vastberaden attitude.Zanger-gitarist Alex Turner, gitarist Jamie Cooke, drummer Matt Helders en bassist Andy Nicholson, die kort na de release van de eerste langspeler de groep wegens tourmoeheid zou verlaten, waren opgegroeid met hiphop en hechtten bijzonder veel belang aan de inhoud van hun songs. Eén van de grote troeven van Arctic Monkeys waren hun scherpe, hyperrealistische observaties en met kleurrijke details gelardeerde dagboekschetsen, beïnvloed door die van de inmiddels wat vergeten punkdichter John-Cooper Clarke.Op Whatever People Say I Am, That's What I'm Not - de titel is een citaat uit Saturday Night and Sunday Morning, de debuutroman van Alan Sillitoe uit 1958 - schrijft Alex Turner over het dagelijks leven van gefrustreerde tieners uit kleine voorsteden, die hun eerste aarzelende stapjes in het nachtleven zetten. Dat doet hij met humor en een zekere poëtische flair.De zanger spreekt de taal van de straat, doet dat met een opvallend Noord-Engels working class accent en vertelt verhalen waar de meeste van zijn leeftijdsgenoten zich moeiteloos mee kunnen identificeren. Doordat de songs een thematische samenhang vertonen, gewagen sommigen zowaar zelfs van een conceptplaat. Turners personages zijn onhandige adolescenten die te verlegen zijn om een meisje aan te spreken in een bar of discotheek, kibbelen bij de geldautomaat, bonje krijgen met buitenwippers, vechten om een taxi maar huis en, lichtjes beschonken, in aanvaring komen met de politie. Veel glamour valt er in nummers als Still Take You Home, Dancing Shoes, Red Light Indicates Doors Are Secured, From the Ritz to the Rubble of Riot Van zeker niet te ontwaren. De motor van het dynamische en vitale I Bet You Look Good on the Dance Floor is veeleer lust dan romantische liefde: 'Oh, there ain't no love / No Montagues or Capulets / Just banging tunes and DJ sets / And dirty dance floors / And dreams of naughtiness'. In When the Sun Goes Down borstelt Alex Turner een empathisch portet van een straatmadelief, in A Certain Romance dissecteert hij de jongerencultuur in Yorkshire en in Fake Tales of San Francisco maakt hij zich vrolijk over pseudorocksterren uit een provinciestadje die zich gedragen alsof de hele wereld aan hun voeten ligt ('You're not from New York / You're from Rotherham').De debuutplaat van Arctic Monkeys staat ook bekend om haar iconische hoes. Daarop staat een zwart-wit portret van een jonge kerel, die al lichtjes boven zijn theewater is en een trek neemt van een sigaret. De persoon in kwestie is Chris McLure, een vriend van de groep die in haar begindagen een poosje als gitaarroadie dienstdeed. De toen negentienjarige sociologiestudent werd, samen met enkele van zijn maats, meegetroond naar Liverpool, kreeg van de fotograaf een bundeltje bankbiljetten toegestopt en werd opgedragen te gaan stappen, dronken te worden en na middernacht terug te komen. De hoesfoto werd uiteindelijk om twee uur 's ochtends gemaakt in een plaatselijke bar en viel bij de band dermate in de smaak dat ze ook massaal op reclameposters werd verspreid. 'Plots werd ik overal herkend zodat mijn studentenleventje plots een surrealistische wending kreeg', herinnert McLure zich vandaag. 'Op een keer ontmoette ik Noel Gallagher backstage na een optreden. "Ik heb een foto van jou in mijn huis hangen", vertelde hij. Waarop ik: "Wel, ik heb er ook één van jou in het mijne"'.Nadat ze het Verenigd Koninkrijk hadden veroverd, trokken de Arctics naar de VS, waar ze door Rolling Stone werden omschreven als 'de meest opwindende band op de planeet' en op het schild werden gehesen door de New York Times. Grappig genoeg waren de muzikanten op dat moment zo jong dat ze in Amerikaanse clubs wettelijk gezien nog niet eens een biertje mochten bestellen. Ook de recensies van hun debuutplaat oogden er een stuk nuchterder dan in hun thuisland. 'Arctic Monkeys klinken charmant en beloftevol, maar hun muziek is zeker niet van het type dat levens verandert', besloten de meeste critici.Dat nam niet weg dat Whatever People Say I Am, That's What I'm Not enkele maanden later in Groot-Brittannië overladen werd met zowat alle belangrijke onderscheidingen die in de muziekindustrie te verdienen vielen. Tegelijk bewezen de Boreale Apen dat het perfect mogelijk was succes te hebben zonder dat je er compromissen voor hoefde te sluiten. Zo gaven de Arctics nauwelijks interviews en konden ze het zich veroorloven een uitnodiging van Top of the Pops doodleuk af te slaan. Ze weigerden overigens nog méér lucratieve aanbiedingen. 'Het enige dat telt is dat we voor honderd procent trots kunnen zijn op wat we doen', aldus Turner.Vandaag, vijftien jaar later, zijn Arctic Monkeys een vaste waarde geworden, een groep die zich plaat na plaat verder is blijven ontwikkelen. Voor veel van haar volgelingen heeft ze haar inmiddels legendarische debuut nooit overtroffen, maar of je Whatever People Say I Am als een onontkoombare klassieker beschouwt, hangt in ruime mate van je leeftijd af. Iedere generatie koestert wel een lp die de passie hoog doet oplaaien en perfect samenvat wat het betekent jong te zijn in een bepaald tijdsgewricht. Zijn Arctic Monkeys concurrentie voor The Beatles, The Stones, Joy Division of Nirvana? Daar valt over te discussiëren. Maar voor heel wat muziekliefhebbers die, zoals Alex Turner, halverwege de eighties het levenslicht zagen, blijft het explosieve debuut van de Arctics misschien wel dé sleutelplaat van het eerste decennium van de 21ste eeuw. 'Hoe het voelde om op je twintigste als een klein wereldwonder te worden beschouwd? Dat soort dingen mag je nooit ernstig nemen', zou Alex Turner enkele jaren later verklaren. 'Het leidt je maar af van de essentie. En muziek is nooit een olympische discipline geweest.