Eigenlijk had het in 1967 al in de kiem gesmoord moeten worden. Op 11 april 1967 om precies te zijn, de dag waarop The Rolling Stones de Olympia in Parijs aandeden ter promotie van hun album Between the Buttons. Het was een van de laatste keren dat oprichter Brian Jones van de partij was. Jones was op dat moment al aan het vervreemden van de band, iets waar zijn gebruik van weed, speed en cocaïne niet vreemd aan was. Hielp evenmin: dat Keith Richards een maand eerder, na een relatie van twee jaar, met Jones' vriendin Anita Pellenberg was gaan lopen. Waarna Brian Jones alle frustratie, wraakgevoelens en stonedheid daar in Parijs in zijn performance van Ruby Tuesday stak.
...

Eigenlijk had het in 1967 al in de kiem gesmoord moeten worden. Op 11 april 1967 om precies te zijn, de dag waarop The Rolling Stones de Olympia in Parijs aandeden ter promotie van hun album Between the Buttons. Het was een van de laatste keren dat oprichter Brian Jones van de partij was. Jones was op dat moment al aan het vervreemden van de band, iets waar zijn gebruik van weed, speed en cocaïne niet vreemd aan was. Hielp evenmin: dat Keith Richards een maand eerder, na een relatie van twee jaar, met Jones' vriendin Anita Pellenberg was gaan lopen. Waarna Brian Jones alle frustratie, wraakgevoelens en stonedheid daar in Parijs in zijn performance van Ruby Tuesday stak. Een performance op blokfluit. Zoek in YouTube op 'Rolling Stones' en 'Paris' en u hoort hoe dat klinkt. Vanaf seconde zestig begint Jones vrijelijk te soleren, toonloos en random, en overstemt hij Richards volledig. Het heeft iets van overenthousiaste koebelspelers of het drumgeluid van Lars Ulrich op St. Anger: je kunt er niet precies de vinger op leggen waarom, maar een stonede, pissige blokfluitspeler die zijn volledige band de vernieling in speelt, is heel, heel grappig. Het zou dus ook zijn zwanenzang zijn: de tour van 1967 was de laatste waaraan Brian Jones meedeed. Dat had het einde van de fluit in de popmuziek moeten betekenen - sowieso al de driekwartsbroek onder de instrumenten. Alleen: dat was het niet. In de jaren zeventig kwam de progrock op en vonden bands als Jethro Tull het nodig om een volwaardige fluitist te engageren. De funky jazz en soul van de seventies had een ding met dwarsfluitisten - zie: Herbie Mann of Gil Scott-Herons Brian Jackson. Even was er eind jaren negentig zoiets als fluithouse, wat uiteindelijk in St Germain zou uitmonden. En nog maar een paar jaar geleden had iedereen van Justin Bieber over Jack Shirak en Mura Masa tot Diplo een zwak voor panfluiten. Het lag niet in de lijn der verwachtingen, maar de popmuziek heeft al een jaar of zeventig een haat-liefdeverhouding met de fluit in haar diverse gedaantes. Door de band genomen meer haat dan liefde wel. Waarmee we zijn aanbeland bij waar we nu zijn: een nieuwe periode van liefde. 'The woodwind renaissance', noemt The Guardian de opvallende aanwezigheid van de fluit in de pop van vandaag. De feiten spreken voor zich. André 3000, de helft van Outkast, werd vorige maand gespot in de luchthaven van LA, waar hij incognito een veertig minuten concert gaf op een Mayaanse dubbelfluit - foto's die toevallige voorbijgangers maakten, gingen de wereld rond. Lizzo, een van de grote verrassingen dit jaar op Rock Werchter, heeft dan weer van de dwarsfluit haar handelsmerk gemaakt. De zangeres en rapper, tevens een klassiek geschoold fluitiste, waagt zich in elk concert aan een fluitsolo. Haar fluit, Sasha Flute, heeft haar eigen Instagram-account @sashebefluting met 135.000 volgers, gevuld met achter-de-schermenfilmpjes van het instrument. In America's Got Talent zat een stripper die een blote fluitcover van Ginuwines Pony bracht . (Dat is geen woordspeling. Hij staat op een boxershort en schoenen na in zijn blootje en covert Pony op dwarsfluit. Dat is: een blote fluitcover. Woordspelingen zijn voor losers.) De latinwereld is ondertussen eveneens overstag gegaan, met bezwerende fluitmelodieën in megahits als Bum bum tam tam en Taki taki. Op ons continent is er Vladimir Cauchemar, de Franse producer van rappers als Lomepal, Roméo Elvis en 6ix9ine, die eigenhandig house en middeleeuwse fluitmuziek tracht te verzoenen op ál zijn solotracks. Zijn Aulos was alvast een grote hit in dancemiddens. Bij concerten van de Nederlandse rapper Joost is de kans altijd reëel dat hij Blokfluitboy bij heeft, zijn onofficiële mascotte. Fluiten zijn 'a bit of a moment' aan het hebben, zoals The Guardian het noemt. Al zit er ook iets meer achter. Het ding is namelijk niet alleen dat er weer fluiten gebruikt worden in de popmuziek. Het ding is dat ze prominént gebruikt worden. Anders gezegd: niet alleen het geluid is cool, maar ook de fluit zelf. Artiesten willen zich met een fluit associëren. Om te snappen waarom dat zo is, moeten we naar de bron van de fluitrevival. Het is wat arbitrair, maar het startpunt van wat we vandaag zien, lijkt Mask Off, een grote hit van rapper Future van twee jaar geleden. Een trage, apathische track vol drugsreferenties die teerde op een opvallende dwarsfluitsample van Tommy Butlers Prison Song uit 1978. Het ding is: Future is een rapper uit Atlanta. Dat is geen toeval. Met inwoners als Migos, Future, Young Thug, 21 Savage, 2 Chainz, Childish Gambino, Gucci Mane, Lil Baby, André 3000, Killer Mike en Lil Nas X heeft de hoofdstad van Georgia zich de laatste jaren opgeworpen tot de capital of rap, invloedrijker dan New York of misschien zelfs LA. De huidige populariteit van de fluit lijkt een bewijs van die stelling. De signature sound van de producers uit Atlanta - namen als Metro Boomin, Zaytoven en Mike Will Made It - is een mix van fluitsamples en 808-trapbeats. 'Flute rap' werd het twee jaar geleden al genoemd. Het was hun manier om op te vallen in een wereld van oneindige trapinstrumentals. Behalve Mask Off was er ook al Kodack Blacks Tunnel Vision, Both van Gucci Mane en Drake, X van 21 Savage, Migos' Antidote en Wasted van Travis Scott, een productie van Zaytoven, en een twintigtal andere tracks met een fluitsample. U hoeft die namen niet allemaal te kennen, onthoud gewoon dat het er veel zijn. Dat net de fluit vandaag een comeback maakt, laat zien hoe Atlanta het geluid van de Amerikaanse rap en pop tegenwoordig bepaalt. Iedereen kopieert wat er in 'The A' gebeurt. Of hoe het creatieve centrum binnen de VS vandaag verschoven is. En er is meer. Dat Mask Off een grote hit werd, was in grote mate te danken aan het internet. De dwarsfluitsample ging niet onopgemerkt voorbij en leidde tot de virale Mask Off Challenge. 'Future Mask Off Goes Gold Amid #MaskOffChallenge', schreef Billboard. Eerst bestond de meme erin om de sample met andere instrumenten zo accuraat mogelijk na te spelen, later werd de dwarsfluitsample vooral gemixt met filmscènes die om fluiten draaien. De beroemdste is een scène uit John Woos Red Cliff, waarin een Chinees jongetje vals speelt op zijn houten fluit, vervolgens iemand met een mes in de gaatjes kerft, het jongetje het nog eens probeert en plots Mask Off inzet bij wijze van komische verrassing. (Memes uitleggen: het doet een mens altijd een beetje als Lieven Van Gils klinken.) Die memecultuur lijkt een flink stuk van de verklaring van de fluitrenaissance. Het internet heeft de neiging om nadrukkelijk oncoole, komische, nerdy, cheesy en random dingen een platform te geven. Zie ook: crocs, horoscopen, driekwartsbroeken, Phil Collins, Bob Ross, kennis van dinosaurussen, Frank Deboosere, vriendenboekjes en de comeback van Celine Dion. Het is een vreemde vaststelling, maar jonge mensen haten Nickelback ook niet meer. Welnu, weinig instrumenten zijn oncooler, komischer, nerdyer, cheesyer en meer random dan de blok-, pan- en dwarsfluit. Zie ook: de eindeloze fascinatie van het internet met de dwarsfluitperformance van Ron Burgundy, het personage van komiek Will Ferrell uit Anchorman. Nummers met een fluit hebben vandaag gewoon een streepje voor op de rest. De carrière van Lizzo is veelzeggend op dat vlak. Haar eerste album dateert eigenlijk al van 2014, haar grote doorbraak kwam er pas in 2017, uitgerekend met een dwarsfluitcover van Mask Off op Instagram. Haar eerste hit, Juice, had ze dan weer voor een stuk te danken aan een passage in Ellen die viraal ging, waarbij ze een nogal prominente dwarsfluitsolo bracht. Nagenoeg alle promo voor haar laatste plaat was fluitgerelateerd, met een parodie op Ron Burgundy's fluitscène als kroonstuk. De comeback van de fluit lijkt dan ook een zoveelste voorbeeld van hoe memes vandaag bepalen wat er populair wordt - en dat op basis van hun eigen criteria. Die totale ommekeer van esthetiek - lelijk is het nieuwe mooi, oncool is het nieuwe cool - hoort simpelweg bij de poëtica van de jonge muziekliefhebbers. Mocht Brian Jones vandaag nog leven, dan was hij een koning van het internet. Zeker met zijn smaak in hoeden.