Een uitverkochte tournee, twee MIA's en nu ook een VFA: 2016 was niet alleen voor Bazart maar ook voor Het Zesde Metaal een boerenjaar. Bezieler Wannes Cappelle vindt het succes niet vanzelfsprekend: 'Tijdens de opnames van Calais waren we gedurende een lange periode heel onzeker: zitten we wel op het juiste spoor? Ligt het Wannes Cappelle-gehalte niet te laag? Awards, zij het nu MIA's of VFA's, zorgen dan voor een zekere ontlading. We namen een risico en worden daar nu voor beloond.'
...

Een uitverkochte tournee, twee MIA's en nu ook een VFA: 2016 was niet alleen voor Bazart maar ook voor Het Zesde Metaal een boerenjaar. Bezieler Wannes Cappelle vindt het succes niet vanzelfsprekend: 'Tijdens de opnames van Calais waren we gedurende een lange periode heel onzeker: zitten we wel op het juiste spoor? Ligt het Wannes Cappelle-gehalte niet te laag? Awards, zij het nu MIA's of VFA's, zorgen dan voor een zekere ontlading. We namen een risico en worden daar nu voor beloond.'Zie je 2016 als jullie doorbraakjaar?WANNES CAPPELLE: Ja, al dacht ik in 2012 eigenlijk ook al dat we waren doorgebroken. Toen speelden we Ploegsteert in De Laatste Show, wat als een echte mijlpaal aanvoelde. Maar met ons volgende album Nie Voe Kinders (2014) werden we plots op StuBru gedraaid: een nieuwe doorbraak. Ik had niet verwacht dat het nóg groter kon.En kan het nu nog groter?CAPPELLE: Goh, op zich interesseert het me niet zo hoe succesvol Het Zesde Metaal is. Wij willen gewoon blijven spelen en onze goesting doen. Maar hoe groter je wordt, hoe kleiner Vlaanderen wordt. Want dan kun je niet langer om de tien kilometer een zaal met voldoende capaciteit vinden. Dus we zouden het wel tof vinden om meer in Nederland te kunnen optreden. We zijn daar nu ook aan het toeren.Het Zesde Metaal, Bazart, Tourist LeMC: is Nederlandstalige muziek aan een opmars bezig?CAPPELLE: Als je vroeger in het Nederlands zong, belandde je al snel in het hokje van de kleinkunst. Nu heb ik toch het gevoel dat die muren gesloopt worden. Wat Bazart doet, is verfrissend. De Nederlandstalige muziek zou in de toekomst weleens heel interessant kunnen worden.'Als je de passie en de liefde voelt, dan moet je ervoor vechten', concludeert Melanie De Biasio, elf maanden na de release van haar derde album Blackened Cities. De Waalse zangeres met Italiaanse roots deed heel wat stof opwaaien met voorganger No Deal (2013). Ze werd zelfs uitgenodigd door Jools Holland, een eer die slechts één Belg voor haar te beurt viel. Een song van Blackened Cities op een televisieshow brengen zou minder evident zijn: het album bestaat slechts uit één nummer, met een speelduur van vierentwintig minuten. MELANIE DE BIASIO: Dat stuk is bij toeval ontstaan, tijdens een repetitie. De opname van die sessie stond al maanden op mijn iPod voordat ik ermee naar mijn platenfirma ben gestapt. Ik wilde er zeker van zijn. Maar ik bleef die song vóélen, dus ben ik ervoor gegaan.Het bleek de juiste keuze, aangezien je een MIA en een VFA voor Blackened Cities hebt gewonnen?DE BIASIO: Absoluut. De reacties waren geweldig. Van de media én van het publiek. De positieve feedback was de best mogelijke beloning voor ons harde werk. Stephan Vanfleteren heeft die MIA voor Beste Artwork ook meer dan verdiend: die foto is enorm krachtig, hij geeft je energie. Ik heb mijn label dan ook uitdrukkelijk gevraagd mijn naam niet op de hoes te zetten. De foto moest puur blijven, no bullshit. Mogen we nu steeds langere, epische stukken van jou verwachten?DE BIASIO: Ik wil mezelf nooit herhalen, dus mijn volgende album zal uit korte nummers bestaan. De drums voerden Blackened Cities aan, de volgende keer wordt mijn stem de rode draad. Ik hoop mijn nieuwe plaat nog voor 2018 te kunnen uitbrengen.'Vier jaar geleden ontmoette ik Tom Barman. Hij wilde iets met jazz doen, dus was hij naar mij toegestapt. Ik wilde het een kans geven, dus nodigde ik contrabassist Nicolas Thys en drummer Antoine Pierre uit voor een try-out. En na de eerste repetitie wisten we: hier zit iets in.' Zo werden saxofonist-componist Robin Verheyen en dEUS-frontman Tom Barman partners in jazz: TaxiWars.Jullie brachten een half jaar geleden het gelauwerde Fever uit. Hoe kijk je op die plaat terug?ROBIN VERHEYEN: We waren heel blij met Fever, want het was een grote stap voorwaarts in vergelijking met ons debuut. We voelden elkaar namelijk veel beter aan. Niets zo efficiënt voor een band als veel samen optreden. De opnamekwaliteit lag ook hoger. Nu, ik ben ondertussen wel wat uitverteld over Fever. Ik ben al druk bezig met de volgende plaat.Kun je daar al iets over verklappen?VERHEYEN: Ik heb enkele composities klaar, en die zijn toch wat meer uptempo. Al kan het eigenlijk nog alle kanten uit. Ik schrijf namelijk altijd véél composities, die we dan uitproberen tijdens repetities. Tom luistert daarna enkele weken lang naar de repetitie-opnames, om dan met teksten en zanglijnen te komen aanzetten. De composities die het beste werken, houden we over. Eind 2017 willen we de studio in.Wij zijn alvast benieuwd.VERHEYEN. Ik ook (lacht).