In de lente van 1975 laat de Amerikaanse zanger-gitarist Donald 'Buck Dharma' Roeser aan de rest van zijn band Blue Öyster Cult een demo horen, met daarop een duistere gitaarriff, een dromerige zangmelodie en enkele morbide tekstregels. De fundamenten van (Don't Fear) The Reaper waren gelegd, in de studio werd er enkel nog een koebel aan toegevoegd. Het eindresultaat klonk alsof The Byrds een deal had gesloten met Pietje de Dood. Een jaar later werd het de leadsingle van Blue Öyster Cults vierde album Agents Of Fortune, én betekende het de doorbraak van de band. (Don't Fear) The Reaper schoor hoge toppen in de Amerikaanse en Canadese hitlijsten, en Rolling Stone Magazine noemde het de beste song van 1976.
...

In de lente van 1975 laat de Amerikaanse zanger-gitarist Donald 'Buck Dharma' Roeser aan de rest van zijn band Blue Öyster Cult een demo horen, met daarop een duistere gitaarriff, een dromerige zangmelodie en enkele morbide tekstregels. De fundamenten van (Don't Fear) The Reaper waren gelegd, in de studio werd er enkel nog een koebel aan toegevoegd. Het eindresultaat klonk alsof The Byrds een deal had gesloten met Pietje de Dood. Een jaar later werd het de leadsingle van Blue Öyster Cults vierde album Agents Of Fortune, én betekende het de doorbraak van de band. (Don't Fear) The Reaper schoor hoge toppen in de Amerikaanse en Canadese hitlijsten, en Rolling Stone Magazine noemde het de beste song van 1976.Maar er ontstond ook controverse. Volgens sommigen zou het nummer, met lyrics als 'Don't fear the Reaper/ We'll be able to fly' en 'Romeo and Juliet are together in eternity/ We can be like they are', aansporen tot zelfdoding, of het toch op zijn minst romantiseren. En dat gebeurt tot op vandaag nog altijd. Laatst nog noemde cultuurwetenschapper George Case het in zijn boek Here's To My Sweet Satan (2016) 'een ballade over een zelfdodingspact tussen twee geliefden'. 'Ik had een hartritmestoornis en was daar in die tijd erg bezorgd over. Het confronteerde me met mijn sterfelijkheid', vertelde Dharma zopas aan Uncut. 'Ik hoopte en geloofde toen dat er meer was. Dat wanneer je sterft, je liefde zou blijven overleven. Daar waren Romeo en Juliet de perfecte metafoor voor: ook zij geloofden dat hun liefde het leven zou overstijgen.' Met andere woorden: als Magere Hein naar je toekomt, wees dan niet bang, sommige dingen kan hij nu eenmaal niet van je afnemen.Het was regisseur en componist John Carpenter die van (Don't Fear) The Reaper een halloweenklassieker maakte. In 1978 verscheen Halloween, zijn beroemde horrorfilm over de gemaskerde boeman Michael Myers die naar zijn geboortedorp terugkeert om er een keukenmes in mensen te planten. (Don't Fear) The Reaper speelt op de autoradio wanneer een nog onwetende Laurie Strode (Jaime Lee Curtis) met een vriendin wiet aan het roken is. De dood loert om de hoek, waarschuwt het nummer. Ondanks de raad om niet bang te zijn van de reaper, zal Strode in het daaropvolgende uur nog meer dan één angstkreet slaken.In hetzelfde jaar bracht ook Stephen King het nummer naar de horrorwereld: die van zijn epische roman The Stand. Met enkele regels uit (Don't Fear) The Reaper opent King zijn verhaal over een dodelijke plaag en een navolgende strijd tussen goed en kwaad. De vier afleveringen van de ABC-televisieserie The Stand uit 1994 hadden de song als begingeneriek. (Don't Fear) The Reaper weerklonk bij beelden van levenloze lichamen.Na 1978 ging de song voor de hand liggen in menig horrorsoundtrack. Het werd een soort Gimme Shelter, maar dan van horror- in plaats van maffiafilms. (Don't Fear) The Reaper belandde - al dan niet in een coverversie - op de soundtrack van Scream (1996), The Frighteners (1996), Zombieland (2009), The Howling: Reborn (2011), Rob Zombies remake van Halloween (2007) en de videogame Ripper (1996).En in 2000 kwam (Don't Fear) The Reaper vanuit een volledig andere hoek in de populaire cultuur terecht. Dat heeft Blue Öyster Cult aan Will Ferrell te danken. Voor Saturday Night Live bedacht Ferrell een sketch genaamd More Cowbell. De opnamesessies van het nummer werden gerecreëerd door Will Ferrell als de fictionele koebelspeler met een te krappe trui aan, Jimmy Fallon als drummer Albert Bouchard, Chris Kattan als Buck Dharma, en Christopher Walken als producer Bruce Dickinson. Die laatste ijverde op een droge toon voor meer koebellen in het nummer: 'Guess what? I got a fever, and the only prescription is more cowbell!' De uitspraak werd gemeengoed in de Verenigde Staten. Ondanks enkele feitelijke fouten - de producer was bijvoorbeeld David Lucas - kon ook de band de sketch smaken. Alleen blijkt er sindsdien onenigheid te bestaan over welk bandlid de koebel nu precies bespeelde tijdens de oorspronkelijke opnamesessie. Hoe dan ook, na de SNL-sketch gebeurde er met het nummers iets gelijkaardigs als in de nasleep van Halloween: Blue Öyster Cults grootste hit werd plotseling ook veelvuldig gebruikt in komische reeksen zoals The Simpsons, Parks And Recreation, Top Gear en Scrubs. Ondanks de grappen behield (Don't Fear) The Reaper zijn status als een van de meest intrigerende nummers over onze relatie met de dood. Zo zette Banksy rond Halloween 2013 een kunstinstallatie op in Houston Street in New York. Een gigantische Magere Hein-pop reed er doelloos rond in een botsauto op de tonen van het nummer. Discolichten maakten het plaatje compleet. De dood leek zelden zo ongevaarlijk. En Buck Dharma zelf? Die gelooft veertig jaar later niet langer in een hiernamaals of de eeuwigheid van liefde. Wel put hij nog steeds troost uit het nummer, zo gaf hij aan in Uncut. Wanneer straks zijn tijd gekomen zal zijn, wil hij op zijn begrafenis dan ook geen Amazing Grace horen, maar wel (Don't Fear) The Reaper.Joshua Migneau