Na twaalf jaarfluit Tim Vanhamel (39) zijn rockband Millionaire opnieuw samen. Maar noem dit géén reünie, wel een verderzetting. 'Ik voel niet meer de drang om mensen op hun gezicht te slaan.'
...

Na twaalf jaarfluit Tim Vanhamel (39) zijn rockband Millionaire opnieuw samen. Maar noem dit géén reünie, wel een verderzetting. 'Ik voel niet meer de drang om mensen op hun gezicht te slaan.'22 augustus 2015, iets voor 19 uur. Evil Superstars, Mauro Pawlowski's ­rockrariteitenkabinet uit de jaren negentig, speelt een zeldzaam reünieconcert, ter gelegenheid van dertig jaar Pukkelpop. De Marquee zit afgeladen vol, de Superstars komen strakker voor de dag dan in de ­nineties. Dit keer staan ze niet, zoals bij hun vorige passage, met de rug naar het publiek te spelen. En aan ­obscure doommetal of kosmische synths vergrijpen ze zich al evenmin. Er staan híts op de setlist. Maar alle Sad Planets en andere B.A.B.Y.'s ten spijt, de grote publiekslieveling blijkt het voor de Superstars geschreven maar door Millionaire opgenomen I'm on a High. Getekend, Tim Vanhamel.Het moet iets losgemaakt hebben bij Vanhamel, want vandaag, een kleine twee jaar na dat bewuste concert, ­mogen we hem officieel weer meneer Millionaire noemen. Zestien jaar na debuutalbum Outside the Simian Flock (2001) en twaalf jaar na de door Josh Homme van Queens of the Stone Age geproducete opvolger Paradisiac (2005) ligt Sciencing klaar, een plaat zo langverwacht dat we ze eigenlijk nauwelijks nog hadden zien ­aankomen. En toch: op 19 mei is ze er. En ze is nog góéd ook.'Je wilt niet weten hoe vaak ik de afgelopen jaren de vraag gekregen heb wanneer Millionaire opnieuw samenkomt. Telkens weer moest ik de boot afhouden', zegt Vanhamel, de jongste jaren vooral als sidekick ­actief, onder meer bij Magnus en The Hickey Underworld. 'Toegegeven: ik heb deze plaat deels gemaakt om van het gezaag af te zijn. (lacht) "Hier is ze dan, jongens. En laat me nu maar weer tien jaar met rust!"'***We zijn ten huize Vanhamel, een ­rijwoning in hartje Antwerpen die hij vorig jaar gekocht heeft, niet ver van de Zoo. Een van de bovenste kamers verhuurt hij aan een vrouw op leeftijd. Een trap lager heeft hij een homestudio ingericht, volgestouwd met gitaren. Achterin is er een ­salonnetje, dat ingekleed is met wat oosterse meubelen lijken te zijn. 'Ik heb de afgelopen jaren zowat de hele wereld rondgereisd', knikt Vanhamel. 'Ik ben onder meer in India beland. En in Costa Rica.'In die Centraal-Amerikaanse ­republiek is Sciencing gebaard. Meer bepaald in Santa Teresa, een surfersdorpje aan de Costa Ricaanse westkust. Het is de thuisbasis van de Belg Jeff Claeys, ooit bassist bij ­Admiral Freebee en livemixer van de Jon Spencer Blues Explosion. Claeys pootte zijn 'Elstudio' neer in Santa ­Teresa, want surfen doet hij niet. ­Vanhamel mocht die inwijden. Hij bleef er de volle zestig dagen.TIM VANHAMEL: Een surrealistische plek, Santa Teresa. Iedereen teistert er op quads de heuvels en de bergen. Met mondmaskers op, want dat dorp is één grote stofwolk. Zelfs de chicks in bikini dragen zulke maskers, niet zelden met doodskoppen op. Het lijkt wel Mad Max.Soit, ik ben naar daar gegaan met niet meer dan een vaag plan voor een plaat. Onder welke naam ik die zou uitbrengen, was toen nog onbeslist. Het enige wat ik al wist, was dat ik iets compleet nieuws wilde maken, helemaal van nul.Wanneer werd je duidelijk: dit is geen Tim Vanhamel- maar een Millionaire-plaat?VANHAMEL: Voor mij is er geen onderscheid tussen Millionaire en pakweg Welcome to the Blue House (2008), een album dat een beetje tegen mijn zin als een soloplaat werd bestempeld. Ja, Blue House was mijn werk, mijn visie, mijn artwork, mijn... leven. Maar de platen van Millionaire waren dat óók. De enige reden waarom Blue House niet onder de noemer Millionaire ­verschenen is - of als Millionaire solo, whatever - is dat dat in de ogen van het publiek allicht een te grote ­stijlbreuk zou zijn geweest.Om op je vraag te antwoorden: dat begon ik gaandeweg door te krijgen, dat het een Millionaire-plaat moest worden. Vanwege de edginess die erin zit, denk ik. De gróóve. En omdat het zonde geweest zou zijn om weer maar eens een nieuwe naam te verzinnen. (grijnst)Is dit niet de eerste plaat van ­Millionaire die je alleen gemaakt hebt?VANHAMEL: Outside the Simian Flock heb ik ook volledig zelf geschreven, hoor.Maar werd uiteindelijk wel met de hele groep ingeblikt, in een Ardense studio.VANHAMEL: Dat klopt. Kijk, ik wil ­zeker niet respectloos klinken, maar als ik destijds had kunnen kiezen - of wat zelfverzekerder was geweest - had ik ook al alles zelf gedaan. Groepswerk heeft zijn waarde, zonder enige twijfel, maar soms draagt een band nu eenmaal de signatuur, de handtekening van één iemand. Dan komen de gitaarklank, de beats, de teksten en de melodieën voort uit een individuele expressie. Los van het feit dat ik van in het begin mensen - of liever: vrienden - gevraagd heb om bij mij te komen spelen, is Millionaire altijd mijn project geweest. Die platen, dat zijn mijn schilderijen. Sciencing zeker, want die heb ik niet alleen zelf geschreven maar ook nog eens zelf ­geproducet. En niemand van de groep die is komen klagen toen ik alleen het vliegtuig richting Costa Rica nam. We zijn geen twintigers meer, hè. Zoiets is niet langer een taboe. Toetsenist en ­gitarist Aldo Struyf maakte de voorbije jaren zijn eigen Creature with the Atom Brain-albums en ­werkte intensief samen met Mark ­Lanegan, drummer Dave Schroyen deed zijn ding bij honderd en één ­andere bands. Waarom zou ik dan een misplaatst loyaliteitsgevoel moeten hebben tegenover de rest? Nee, we hebben elkaar al lang de vrijheid ­gegund om te doen wat we willen.Je moet wel weten: ik heb Sciencing niet helemaal alleen gemaakt, daar in Costa Rica. Jeff heeft van bij het begin meegewerkt als studiotechnicus, en na een maand is nieuwe drummer ­Damien Vanderhasselt, die eerder al in mijn band Eat Lions speelde en met wie ik door de jaren goed bevriend ­geraakt ben, tot daar gekomen. Ik heb altijd een beetje een haat-liefdeverhouding gehad met studio's, maar dit was het aangenaamste opname­proces dat ik ooit meegemaakt heb. Weg zijn van alles en iedereen, op een plek waar er amper gsm-ontvangst is, waar de ­internetverbinding zwak is en waar niemand te pas en te onpas komt ­binnenvallen: dat komt je focus toch wel ten goede. Wat ook hielp: ik heb dit album op mijn blote voeten ­opgenomen, en als ik naar buiten keek, zag ik de jungle en de oceaan. Te gek gewoon. Na twee maanden Costa Rica ben ik naar België teruggekeerd, met een afgewerkte Millionaire-plaat.Waarom heeft die eigenlijk twaalf jaar op zich laten wachten?VANHAMEL: Ik heb na de vorige ­Millionaire mijn eigen album ­Welcome to the Blue House ­geschreven, een plaat gemaakt met Pascal Deweze als Broken Glass ­Heroes en opgetreden met groepen als Eat Lions en Disko Drunkards. Véél gedaan, dus. (denkt na en schraapt dan zijn keel) Zo veel dat ik daarna het ­gevoel had dat het even goed geweest was. Ik zat plots met veel innerlijke vragen, vragen over mijn job als muzikant, bijvoorbeeld. Ik wilde een tijdje weg van het muziekmilieu, van dat popwereldje waar ik al sinds mijn zeventiende in zit. En ik ben er dus ook effectief een paar jaar uit gestapt.Dat verklaart het gat van drie, vier jaar dat tussen Broken Glass Heroes en je toetreding tot Magnus en The Hickey Underworld gaapt.VANHAMEL: Mja. Een midlifecrisis wil ik het niet noemen, maar ik zat toch wel in een kleine existentiële dip. Ik had het gehad met de spotlights, en wel zodanig hard dat ik een half jaar lang geen gitaar meer heb kunnen aanraken. Ik wist: als ik een re-­akkoord aansla, ga ik weer interviews moeten geven. I don't look forward to that, zei een stemmetje in mijn hoofd dan. Ik wilde het gewoon niet meer. Het was tijd om me eens met mezélf bezig te houden. Daar komt nog eens bij dat mijn vader rond die tijd ­gestorven is. Zijn overlijden was een extra trigger om een tijdje met alles te stoppen. Dus heb ik, lang vóór ik voor deze plaat naar Costa Rica trok, zowat de hele wereld rondgereisd, in mijn eentje, op zoek naar... mezelf.De albumtitel Sciencing - letterlijk: 'al wetenschappend' - slaat op die ­hele periode, op die innerlijke zoektocht. Ik zeg het niet graag, maar voor mij is dit een spirituele plaat. In de ogen van velen staan spiritualiteit en wetenschap lijnrecht tegenover ­elkaar. Voor mij zijn die twee ­hetzelfde: het gaat in beide gevallen om proefondervindelijk, empirisch onderzoek. Maar los van dat alles kan de titel ook gewoon betekenen: let's do some sciencing, baby! (lacht en maakt een suggestieve heupbeweging)Tim Vanhamel op wereldreis: wat moeten we ons daarbij voorstellen?VANHAMEL: Ik ben beginnen te ­mediteren, en een tijdlang gestopt met alcohol te drinken. Ook toen ik terug naar België kwam, meed ik het ­nachtleven, het muzikantenwereldje. Ik ging amper ergens naartoe. Als je nuchter bent en met andere dingen bezig bent, ga je daar ook niet tussen staan. Bovendien genoot ik er echt van om om elf uur te gaan slapen en vroeg op te staan.Wat heeft je weer naar de gitaar doen grijpen?VANHAMEL: Op een keer zat ik alleen in de zetel, en zonder het goed en wel te beseffen had ik dat ding opnieuw vast en begon ik er weer op te spelen. Ik had opnieuw goesting om muziek te maken. Weliswaar geen pop­muziek, want ik luisterde uitsluitend naar jazz, folk, gnawa en wereld­muziek, muziek die op het moment zelf ontstaat, om dan bij wijze van spreken meteen weer in het heelal te vervliegen; ­muziek die je doet ­verdwijnen in dat moment, zonder dat er een gezicht op te plakken valt, muziek als een mystieke ervaring, bijna. Ik vind dat iets heel moois, en dat wilde ik dus ook maken. Eén regel had ik mezelf daarbij opgelegd: niks twee keer doen, geen overdubs of andere ­kunstgrepen. Het spel­plezier, dat was al wat telde.En toch heb je iets later het rockcircuit opnieuw betreden, aanvankelijk nog eerder voorzichtig als sidekick bij Magnus en The Hickey Underworld, maar nu weer all the way als frontman en - tja - gezicht van Millionaire.VANHAMEL: Het is niet omdat ik er eventjes genoeg van heb gehad dat ik popmuziek plots geen mooie kunstvorm meer vind, hè. De beste acteurs en actrices spelen ook de ene keer in independent films en dan weer in ­bigbudgetproducties. Hetzelfde geldt voor mij: ik ben niet zó fundamen­talistisch dat ik voor de rest van mijn leven alleen nog maar ­'momentmuziek' wil maken.In die rol van sidekick kon ik mijn tenen eerst in het water steken, er ­stilletjes aan weer in rollen. Het zou dodelijk geweest zijn om mezelf na die periode van totale rust en introspectie meteen weer als frontman volledig voor de leeuwen te laten gooien, denk ik.Bij de herenigde Evil Superstars was je dan wel weer de 'orkestmeester'. Op vraag van Mauro heb jij die hele reünieshow van 2015 in elkaar ­gepuzzeld.VANHAMEL: Ik heb het allemaal in ­handen genomen, dat klopt. En dat er het een en ander gebeurde toen we I'm on a High speelden, heb ik ergens natuurlijk ook wel geregistreerd. Maar die Superstars-reünie heeft - en dat meen ik echt - niets met dit te maken. Het kan nu misschien zo ­lijken, maar heel doordacht was dat allemaal niet, hoor. Aan mijn carrière zit geen langetermijnplan. Ik heb nog nooit op voorhand nagedacht over de volgende stap die ik zou zetten.Zit er achter het nieuwe Millionaire dan ook geen langetermijnplan?VANHAMEL: Moeilijke vraag. De kans bestaat dat ik nog veel leuke muziek onder deze noemer zal maken. Maar ik zou liegen als ik nu zou zweren dat ik de komende vijf jaar drie ­Millionaire-platen achter elkaar ga maken. Dan zou iets in mij toch ­zeggen: I'm bored, laat ik maar effe iets anders doen. Ik beloof niks en laat het ­gewoon ­allemaal op me af komen alvorens ik mezelf ga saboteren. (lacht)Nochtans heeft er altijd veel ambitie in Millionaire geschuild. Je belandt toch niet zomaar in het voorprogramma van Muse en Queens of the Stone Age, of met Josh Homme in de studio in LA waar Nirvana Nevermind heeft ingeblikt?VANHAMEL: Tuurlijk hadden we ­ambitie. Welke artiest wil nu niet dat zijn muziek gehoord wordt en mensen blij maakt? Maar meer dan dat ik echt wilde doorbreken, wilde ik mijn ­bucketlist afwerken. Een held als Mauro die je in Zonhoven komt ­vragen om in zijn groep te spelen: check! Een eerste eigen plaat maken: check! Toeren en in het buitenland gaan spelen: check! Als een item op die bucketlist afgekruist was, had ik altijd zoiets van: oké, en nu zijn we hier weg! (lacht) Doorbreken, dat is bullshit. Als ik dat echt had gewild, dan was ik wel in Amerika gebleven om het zaakje uit te melken. En om daarin te kunnen slagen moet je er gaan wonen, jarenlang toilet tours doen en je als een promo boy gedragen op de radio. I don't like that. Sterker nog: I hate it. Ik ben daar véél te ­gevoelig voor, het zou me meteen de dieperik in doen gaan. Nog eens in de States gaan spelen: sure! Maar het er proberen te maken? Nah, geen optie.Heb je nog contact met Josh Homme en de rest van de Amerikaanse scene met wie jullie ten tijde van Paradisiac optrokken? Het is geen geheim dat de vriendschap tussen jou en Josh stevig bekoeld is nadat hij jullie tweede plaat geproducet had.VANHAMEL: Eén keer heeft hij me nog een sms gestuurd, toen hij een jaar of drie, vier geleden voor het laatst met Queens of the Stone Age in België stond: 'Hey man, it's been a long time, how are you?' vroeg hij, en hij gaf me zijn nieuwe gsm-nummer en e-mailadres. Waarop ik hem een mailtje stuurde met wat ik de laatste jaren ­allemaal had gedaan. En vervolgens: geen antwoord meer. Toen dacht ik: laat maar, het is oké. No beef, hoor, maar er is ook geen connectie meer.Wat ging er door je heen toen eind 2015 die aanslag gepleegd werd in de Parijse Bataclan, uitgerekend tijdens een concert van Eagles of Death Metal, de band waar jij samen met Josh Homme en Jesse Hughes mee aan de basis van lag?VANHAMEL: Dat was ronduit shocking. Een oude vriend uit Hasselt, van wie ik al jaren niets meer gehoord had, ­belde me plots tot tien keer toe op. 'Waarom belt die?' dacht ik. Je moet weten: dat was een beetje een rare kwiet. (lacht) Enfin, de tiende keer heb ik toch maar opgenomen. 'Waar zit jij?' vroeg hij, totaal in paniek. Waarop ik: waarom? 'Jesse en Eagles of Death Metal worden onder vuur genomen in Parijs. Check het nieuws!' Ik zette de tv aan, en wat ik zag, was... onwerelds. Ik vond het ­verschrikkelijk. Maar de uitspraken die Jesse in de nasleep daarvan gedaan heeft (Hughes verklaarde in een ­interview dat een deel van het securitypersoneel van de Bataclan 'blijkbaar een goede reden had om niet op te ­dagen', een uitspraak waar hij zich later voor excuseerde, maar die hij twee maanden later toch nog eens herhaalde, nvdr.), daar was ik eerlijk gezegd een klein beetje gedegouteerd van.Nog even terug naar Sciencing: eerste single I'm Not Who You Think You Are is rauw, rechttoe rechtaan en dus ­vintage Millionaire. Maar die song is geen staalkaart voor de rest van de plaat. Daarop gaat het van funky stuff over ballads tot een Franse chanson.VANHAMEL: Ze heeft veel moods, ja, er worden veel verschillende emoties aangeraakt. Millionaire heeft altijd op de verrassing gespeeld. Geen ­enkele plaat was een kopie van de vorige, en dus ook deze niet. Dit is géén Millionaire-reünie, maar een voortzetting. Sciencing klinkt ietsje volwassener dan zijn voorgangers, vind ik. En dat bedoel ik op een goeie manier. Ik zou niet zeggen: dit is Millionaire 2.0, maar wel...... Millionaire 1.3?VANHAMEL: Zoiets. (lacht) In mijn ­jonge jaren was ik een grote fan van Melt-Banana, The Locust en andere noise- en synthrockbands. Dat wilde ik ­koste wat het kost in mijn muziek ­laten doorschemeren. Nu ik wat ­ouder en rijper ben, voel ik niet meer de ­constante drang om te schreeuwen, om de mensen op hun gezicht te slaan, zoals destijds met Paradisiac. Pas op: die jaren waren dan wel wild, ze ­waren ook leuk, en dat hoorde je aan die plaat. Maar op Sciencing zal dus een Franse ballad staan, en een duet. De Canadese Clara Klein, mijn buurvrouw in Costa Rica, zingt erop mee. Zij bleek ook ­muzikante te zijn, dus heb ik haar ­gevraagd om mee te doen. Een heel spontaan moment, dat geleid heeft tot een David Lynch-achtige lullaby waar ik heel blij mee ben. Ik wil maar zeggen: anno 2017 mag Millionaire ook gewoon móói klinken.