Automatische update:
Aan
Uit
De nieuwste eerst De oudste eerst
Michael Ilegems
door Michael Ilegems

Altin Gün: het Khruangbin van de Lage Landen ★★★☆☆

Vreemde snuiters die iets verfrissends doen met oertraditionele wereldmuziek: het is anno 2019 een dingetje. Rock Werchter had Khruangbin, een Amerikaans trio dat klanken uit Azië en Afghanistan het hier en nu in loodst, Pukkelpop toverde Altin Gün uit zijn hoed.

Dat is het collectief van de Nederlander Jasper Verhulst, u misschien bekend als bassist van Jacco Gardner. Nadat hij op tour in de ban raakte van Turkse psychpop uit de jaren zestig en zeventig, vormde hij een nieuwe groep met leden van Jacco Gardner en Jungle By Night rond zich, en wierf hij - via Facebook - ook twee vocalisten uit Turkije aan. Altin Gün, Gouden Dag in het Turks, was geboren, en wat begon als een nevenprojectje voor de lol, is twee albums, een sessie bij de Amerikaanse radiozender KEXP en een uitverkochte tour in Istanboel later een regelrecht succesverhaal geworden.

Op Pukkelpop begrepen we waarom. Terwijl The Streets zich er een tent verderop nogal makkelijk vanaf maakten met een trip down memory lane, ging Altin Gün pas écht ver terug in de tijd, en deed het opwindende dingen met elektrische saz, een koppel conga's en ander psychedelisch gerief. 'Laten we het kot hier afbreken, met dak en al', opperde zangeres Merve Dasdemir om iets na middernacht in de Lift. Dat gebeurde niet, maar spannender dan die andere psychrockers, Tame Impala, was Altin Gün wél.

Michael Ilegems
door Michael Ilegems

Tame Impala: vuurwerk zonder vonken

© Wouter Van Vaerenbergh

Door de hevige regenval diende de headlinershow van Tame Impala zich aan als een psychedelische party met poncho's in plaats van paddo's. Voor ons geen probleem, ware het niet dat Kevin Parker en co. de party eigenhandig poopten.

Lees de volledige recensie hier.

Jasper Van Loy
door Jasper Van Loy

Royal Blood op Pukkelpop: graag wat meer baldadigheid op dit koninklijk banket ★★★☆☆

Wat hadden we graag geschreven dat dit een wereldshow was, dat Mike Kerr en Ben Thatcher, de twee Britten van Royal Blood, zich vijf jaar na hun eerste hit Little Monster zonder één fout tot Headliner hebben gekroond. Het kransje artiesten dat een main stage op een muzikaal verantwoorde manier kan vullen én ook nog eens af en toe naar België komt, dunt razendsnel uit en vers bloed, al dan niet koninklijk, is welkom.

Laten we beginnen met het goede nieuws: de band die ons leerde dat een gitarist overbodig is als je bassist met effectenpedalen kan werken, heeft hier het potentieel voor. Visueel was dit, in al zijn strakke eenvoud, een van de knapste shows op het hoofdpodium tot nu toe. Een lichtgevend platform en een scherm waarop we vooral de gezichten van de bandleden zagen, omrand met wit en rood licht: meer hoefde dat echt niet te zijn. Ook muzikaal was het optreden uitgekiend en uitgebeend, maar dat haalde - muggenzifters dat we zijn! -de spanning uit de show. Bassist Kerr, strak in het pak, en drummer Thatcher, een getatoeëerde bolster met een blanke, maar stevig in het rond meppende pit, leken er namelijk een erezaak van te hebben gemaakt om elk nummer zo hard mogelijk te laten lijken op de studioversie. Voordeel: Royal Blood heeft twee goed onthaalde platen uitgebracht, dus zoveel kon er niet misgaan. Nadeel: waarom zou je een rock-'n-roll-show willen zien waarin er niks kan misgaan?

Pas halfweg de show werden we voor het eerst verrast, toen Royal Blood het nieuwe Boilermaker liet verrijzen uit elektronische gegrom. Wéér een uitstekende riff, wéér een iets ander klankje dat Kerr met zijn leger aan pedalen uit die ene basgitaar wist te toveren. Bij de oudere nummers sprong Figure It Out, op het einde, er dan weer uit, al is het maar omdat Kerr er een stukje van Led Zeppelins Whole Lotta Love in smokkelde en Thatcher zo graag met zijn fans dolde dat hij bijna te laat weer aan z'n drumstel was voor de eerste slag op z'n cimbalen.

Laten we duidelijk zijn: Royal Blood op het hoofdpodium was een goede zet. De Britten hebben de nummers, de klasse en de net niet te dikke nek die je nodig hebt om met z'n tweeën een festival als Pukkelpop te headlinen. Maar net omdat deze rakkers het allemaal in zich hebben, zijn we vaderlijk streng voor dit foutloos bereide koninklijke banket: de volgende keer mag het met andere woorden allemaal wat baldadiger.

© Wouter Van Vaerenbergh
Jasper Van Loy
door Jasper Van Loy

The Streets toonden de kortste weg naar collectief comazuipen

Wie nog een portie nostalgie kon gebruiken voor het slapengaan, kwam in de Marquee aan zijn trekken bij de Britse hiphoppioniers van The Streets. Dat was de bedoeling althans, maar Mike Skinner en de zijnen maakten er een potje van. Lees hier het volledige verslag van wat onze man 'een poging om goedkoop te scoren met mottenballen' noemt.

© Wouter Van Vaerenbergh
Jasper Van Loy
door Jasper Van Loy

Anne-Marie, met de A van 'Amai, dat was plezant!' ★★★☆☆

Anne-Marie Nicholson, buddy van Ed Sheeran en Marshmello, mocht de zon uitgeleide doen op de main stage van Pukkelpop, en dat deed de Britse ook nog eens goed. Lees de volledige recensie hier.

© Wouter Van Vaerenbergh

Brutus: et tu, Pukkelpop? ★★★☆☆

Er zijn er die nog altijd die met weemoed terugdenken aan The Shelter, het in 2017 naar de analen van de festivalgeschiedenis verbannen punk- en metalpodium op Pukkelpop. Sommige van die mensen hebben zelfs al hun haar nog.

Dat konden we met eigen ogen vaststellen toen 's morgens in de vroegte - één uur 's middags, maar u begrijpt we bedoelen - het hoofdpodium voor open werd verklaard door Evil Invaders, een speed- en trashmetalband uit Leopoldsburg. Ik herhaal: speed- en trashmetal uit Leopoldsburg. Naar het schijnt 'big in Japan', maar in Kiewit wekkerradio van dienst voor twaalf man, een paardenkop, de eerste lever van Ozzy Osbourne en vier bakken Duvel. Fast, Loud 'N' Rude, heet één van hun songs. Suspended Reanimation is de titel van een andere. Tekeningetje daarbij?

Dat er wel degelijk nog een groot publiek bestaat voor metal en aanverwanten bewees vooral Brutus, een drietal nationale helden voor al wie tuk is op donkere orkaangitaren en splijtende drums. Lars Ulrich ligt al aan hun voeten. Et tu, Pukkelpop?

Het trio - met blikvanger Stefanie Mannaerts achter de vellen en de microfoon - trad aan in de Club, die een half uur voor aanvang al uit al haar voegen barstte. Daardoor werd niet alleen onze ribbenkast platgedrukt, maar ook grotendeels de sfeer: een enkele, eenzame crowdsurfer niet te na gesproken, was er met de beste wil van de wereld geen beweging te krijgen in de tent. Propvol, met dikke rijen tot op de wei.

Niet dat Mannaerts, gitarist Stijn Vanhoegaerden en bassist Peter Mulders spieren of zweet spaarden om een kleine aardschok teweeg te brengen in Kiewit. Als een geoliede machine ploegden ze zich door een bloemlezing uit hun twee albums Burst (2017) en Nest (2019), onder felle lampen die ofwel vies blauw ofwel fel wit kleurden. Vooral de songs uit hun laatste langspeler - door de Amerikaanse blog Stereogum de hemel in geprezen als 'a remarkable adventure, an exploration of territories never before traversed' - kregen daarbij veel bijval. De sferische gitaarintro van War kreeg herkenningsapplaus en halverwege een meeklapmomentje. De 'ooh ooh yeah yeahs' in Space werden op de eerste rijen meerstemmig meegezongen. En tijdens Distance - nog iemand die daar een vertraagde versie van Nirvana's In Bloom in hoort? - steeg in de Club zowaar een zwavelaroma op. Al kan dat ook aan het nabijgelegen steakhouse gelegen hebben, natuurlijk.

Twee jaar nadat ze het hoofdpodium openden - altijd ondankbaar - kreeg Brutus een herkansing, die de band met zes paar handen greep. Onze ribben en trommelvliezen hebben het geweten. Als deze metaalbewerkers in eigen land nog ietsje groter worden, hebben ze hun eigen vakbond nodig.

© Eva Vlonk
Michael Ilegems
door Michael Ilegems

Eels hield het puntig, potig en plezant ★★★★☆

'I'm old as fuck, but god damn do I rock', dixit Mark Oliver Everett, 56 en sinds de geboorte van zijn zoon Archie in de fleur van zijn wel erg turbulente leven. Gelijk had hij. Geruggensteund door The Chet, Big Al en Little Joe, zijn trouwe bondgenoten bij Eels, zette de man genaamd E een puntige, potige én plezante show neer.

Veel nieuws viel daarin niet te beleven, maar van een gebrek aan topentertainment kon u de Amerikanen andermaal niet verdenken. Of het moest zijn dat u uw lach wél kon inhouden toen E zijn zattenonkelmoves weer eens bovenhaalde, of zijn introductie tot de bandleden begon met 'ladies and gentlemen: me!'

Het concert begon en eindigde met een resem op heupen én hart mikkende covers van The Who (Out in the Street), Prince (Raspberry Beret) en Brian Wilson (Love and Mercy), artiesten die Eels naar eigen zeggen tot Eels hebben gemaakt. En tussendoor greep Eels terug naar de meest rockende en rollende songs uit een oeuvre dat inmiddels twee decennia omspant, Souljacker Part I, Prizefighter en Today is the Day op kop.

Als het kierewiete kwartet al eens op rustigere nummers genre My Beloved Monster, I Like Birds of Novocaine for the Soul overschakelde, dan dompelde het die, de op een oorverdovend applaus onthaalde publiekslieveling The Look You Give That Guy en die twee strofes Blinking Lights niet te na gesproken, wel onder in een bad van baldadige bluesrock. Want, zo meende E, 'there is only one way to Pukkel my Pop, and that is to rock.'

© Wouter Van Vaerenbergh
Michael Ilegems
door Michael Ilegems

Tussen Amy en Adele: Jorja Smith ontbolsterde in Kiewit helemaal tot een superster (****)

Van de Starbucks-kassa naar een tot de nok gevulde Marquee op Pukkelpop: de 22-jarige Britse zangeres Jorja Smith heeft er niet eens zó gek lang over gedaan. Tussendoor kreeg ze wel nog wat shout-outs van Drake (die haar op de koop toe uitnodigde op zijn mixtape More Life uit 2017), strikte ze Stormzy voor een duet en liet Kendrick Lamar haar, nota bene als enige Britse artieste, opdraven voor de soundtrack van Black Panther.

Geen wonder dat ze in Kiewit onthaald werd als een ware superster, en dat zowel door tierende tienermeisjes die u een uur later ongetwijfeld ook bij Anne-Marie kon treffen als door oudere generaties muziekliefhebbers die zichzelf zo graag Fijnproevers noemen.

Wie haar bezig zag op Pukkelpop, begrijpt waarom ze aan zo'n breed publiek appelleert. Jorja Smith is every inch a popstar - ze heeft er de stem, de looks en de songs voor - maar dan wel een op haar eigen voorwaarden. Van een platendeal wil ze niet weten, haar songs gaan weleens over postkolonialisme, en naar veel taperecorders hoeft u tijdens haar liveshows niet te speuren. Op Pukkelpop deed ze het namelijk met een uitstekende, vierkoppige liveband in haar rug. Een band die soul, r&b en jazz ademt - of waarom vraag je drummonster Feli Koleoso van het eerder op de dag geprogrammeerde Ezra Collective anders om bij je te komen drummen? - en die de onversneden popballads Where Did I Go?, The One en Blue Lights een organische touch gaven.

En Jorja Smith zelf? Die ontpopte zich nu eens tot een soort Adele, maar dan met een scherpere neus voor r&b, en dan weer tot een evenknie van Amy, maar dan met meer gevoel voor hiphop. Die medley op het einde, waarbij Smith en band er in ijltempo nummers van Drake en Preditah doorjaagden, had van ons niet gehoeven. Verder was dit een festivalconcert uit het boekje.

© Wouter Van Vaerenbergh

Het beastiebedrog van Mike D: pijnlijke afgang van een jeugdheld

Een oude held moet je eren, zeker als die held Michael Diamond alias Mike D heet. Als een derde van de Beastie Boys is Diamond zonder twijfel medeplichtig aan het hoogste aantal toerentallen op de platenspeler ten huize (J.B.). Hun Paul's Boutique (1989) is de plaat die ik meeneem naar een onbewoond eiland, zonder nadenken.

53 jaar is Mike D tegenwoordig, en blijkbaar aan een tweede leven begonnen als dj. Althans, zo stond het toch aangekondigd op het programma. Maar wat een koude douche.

Toen Beastie Boy Adam 'MCA' Yauch zeven jaar geleden aan kanker overleed zwoeren de twee overgebleven leden, Diamond en Adam 'Adrock' Horowitz, dat ook de band daarmee dood en begraven was. 'There will never be Beastie Boys live performances without Adam Yauch', klonk het in een officieel statement. Horowitz en Diamond hadden de terminaal zieke Yauch daarbovenop ook beloofd nooit of te nimmer nieuwe muziek te maken onder de naam Beastie Boys.

Goed geregeld. Alleen heeft Mike D nu een achterpoortje gevonden om toch langs de kassa te passeren, door samen met een draaitafelaar - en niet eens een goede - de hits van de Beastie Boys af te haspelen, terwijl hij af en toe een stroofje mee rapt. Watcha Want, No Sleep Till Brooklyn, Brass Monkey, ze passeerden allemaal de revue, met tussendoor hits van Nas, Jay Z, Outkast, KRS-One en zelfs enkele belegen houseklassiekers. Niks creativiteit, nul meerwaarde. Jeugdhuisniveau. Beschamend. Boerenbedrog. Om niet te zeggen: beastiebedrog.

Een oude held moet je eren, en dus maakten we ons snel opnieuw uit de voeten. Paul's Boutique moet nog vele jaren meegaan op die platenspeler, weet u, en liefst zonder op het netvlies gebrande beelden van deze pijnlijke afgang.

© Wouter Van Vaerenbergh
Jasper Van Loy
door Jasper Van Loy

Ross From Friends is een avontuurlijke, maar verantwoordelijke chauffeur ★★★☆☆

Nog één keer voor de mensen achteraan: David Schwimmer is géén dj-carrière begonnen. Achter het alter ego Ross From Friends zit Londenaar Felix Weatherall, die nu al een jaar of drie furore maakt met zijn volstrekt eigen blend van house en droompop, waarin ook de eighties, het strand van Lloret de Mar en nog een stuk of wat andere dingen echoën. Zelfs Flying Lotus spreekt een woordje mee sinds hij vorig jaar het debuutalbum van Weatherall uitbracht op zijn label Brainfeeder.

Dat laatste was in de Castello ook duidelijk te horen. Terwijl Ross From Friends op plaat de ideale reismakker is om pakweg de E313 in een gezellig tempo over te cruisen, durft hij live af en toe een haakse bocht te maken of een onverwachte afrit te nemen zoals buiten hem bijna alleen FlyLo dat kan, richting ferme elektro of lofi techno, maar nooit zonder onderweg een zuiders gitaartje of een flard kalimba te passeren. Wie niet door het spreekwoordelijke raampje keek, kon al dat gemanoeuvreer ook perfect negeren, de ogen sluiten en dansen: Ross is een avontuurlijke chauffeur, maar wel een verantwoordelijke.

Voor de volledigheid vermelden we ook de twee heren die naast Weatherall hadden postgevat, onder wie eentje met een gitaar, al kunnen we oprecht niet zeggen wat dat duo tijdens de set heeft uitgevreten. U voelt ze al aankomen, de vraag hoe we het concept live moeten definiëren als het gaat om elektronische muziek, maar daar bomen we graag eens met u over door op een ander moment. Voor nu houden we het op life met een f. En of Ross From Friends leven in de brouwerij bracht.

© Wouter Van Vaerenbergh

Schuilen voor de regen onder de gouden gloed van Whitney ★★★☆☆

Quizvraag: de beste zingende drummer aller tijden? Phil Collins? Bent Van Looy? Fout! Het enige juiste antwoord is Levon Helm van de Canadese sixtieslegendes The Band. Die mening is ook Julien Ehrlich toegedaan, slagwerker én zanger van dienst bij Whitney.

U kent de groep vast en zeker van hun drie jaar oude, madelieflijke zomersingle No Woman en misschien ook van het bijhorende album Light Upon The Lake (2016), waarop Ehrlich samen met z'n vaste sparringpartner, gitarist Max Kakacek, de raakvlakken tussen soul en americana aftastte. Op 30 augustus verschijnt het tweede album (Forever Turned Around) en daarvan kwam het duo samen met een vijfkoppige band wat songs in première voorstellen op Pukkelpop.

'Dit is de grootste tent die ik in m'n leven al gezien heb', zei Ehrlich lichtjes verbouwereerd, centraal op het podium van de Marquee. Gelukkig stond er voldoende mankracht om hem heen om een opstoot van pleinvrees af te wenden, waaronder een Eppo Janssen-lookalike op toetsen en een trompettist die dankzij een technisch snufje de indruk gaf dat er een uitgebreid blazerspeloton was meegereisd vanuit Chicago.

Chicago, dat is de stad van Sam Cooke, Curtis Mayfield, The Staple Singers en Donny Hathaway, soulmonumenten wier invloed diep verankerd zit in de songs van Whitney. Eén van de drie (!) gitaristen had als podiumoutfit dan weer een vers gestreken T-shirt aangetrokken van Waylon Jennings, Nashville-veteraan en icoon van de 'outlaw country'. Die in de VS schijnbaar onverenigbare uitersten - zwarte soul en blanke country - groeiden begin jaren '60 naar elkaar toe, en het is met die hybride - beluister Do Right Woman van The Flying Burrito Brothers als voorbeeld - dat deze youngsters tegenwoordig ook aan de slag gaan.

Dat deden ze met zoveel stijl en finesse dat de Marquee zich geleidelijk vulde met een idyllische, gouden gloed die troost en bescherming bood tegen de plenzende regen. Dat driekwart van de jongens en meisjes waarschijnlijk zelf met een lange stok nooit of te nimmer een plaat van Randy Newman of Allen Toussaint zou aanraken, maakte de gemoedelijke sfeer er alleen maar warmer op. Soms té gemoedelijk, dient gezegd, want kabbelen kan Whitney als de beste; wat meer dynamiek was geen overbodige luxe in de strijd tegen de eentonigheid geweest. Maar no woman die daar op het moment zelf om maalde, eerlijk gezegd.

Michael Ilegems
door Michael Ilegems

Ezra Collective kwam traag op gang maar liet uiteindelijk geen vezel in uw lijf heel ★★★☆☆

© Wouter Van Vaerenbergh

U hoeft dit weekend niet zo nodig in het Antwerpse Middelheimpark te vertoeven om goeie jazz te spotten: na onder meer The Comet is Coming, MDC III en BeraadGeslagen op vrijdag, kon u vandaag in Kiewit ook Ezra Collective aan het werk zien, een van de pleitbezorgers van de befaamde, niet voor een onalledaagse crossover meer of minder terugdeinzende new wave of British jazz. U hoeft al evenmin al te beslagen te zijn in het genre om hun zowel op Miles Davis, John Coltrane, Ella Fitzgerald en Herbie Hancock als op Kendrick Lamar, Jorja Smith en zelfs Rage Against the Machine gestoelde sound te snappen.

Ezra Collective - dat met vier in plaats van vijf man naar Pukkelpop was gekomen; de trompettist 'had some complications' - brengt namelijk gevóélsmuziek, die op de beste momenten geen enkele vezel in uw lijf heel laat. Of misschien is volksmuziek nog een beter woord, gezien de bijval die een song als You can't steal my joy in de Castello genoot.

Toegegeven, het duurde even vooraleer we volledig mee waren in hun wel heel veel verschillende kanten op stuiterende instrumentale trip, maar eens het collectief - dat met toetsenist Joe Armon Jones, drummer Feli Koleoso, bassist TJ Koleoso en saxofonist James Mollison niks dan meestermuzikanten in de rangen heeft - Sun Ra's Space is the Place onder handen nam en wat later ook een streepje Bad Boy for Life liet optekenen, ging het energiepeil in de Castello steil de hoogte in.

'Are there any party animals in Belgium?' vroeg Koleoso op het einde. Te oordelen naar het publiek, dat tijdens afsluiter Juan Pablo massaal ging neerzitten om bij het invallen van de beat fanatiek aan het jumpen te slaan, was er op die vraag slechts één antwoord mogelijk: já!

Channel Tres: house music, good vibes, and all that nasty stuff! ★★★☆☆

Op Wikipedia: 'Vogue, or voguing, is a highly stylized, modern house dance, originating in the late 1980s, that evolved out of the Harlem ballroom scene of the 1960s' - voor wie de passage van Channel Tres mocht aanschouwen, en zich afvroeg welke vreemde danspasjes hij daar samen met twee breedgeschouderde bonken van dansers op het podium van de Castello uit z'n skinny jeans perste.

Channel Tres is Sheldon Young uit Compton, Los Angeles, het gangster paradise waar rapcollectief N.W.A. en consorten ooit de plak zwaaiden en waar ook Kendrick Lamar opgroeide. 'Maar ik voelde me niet thuis in het hiphopmilieu', vertelde hij ons begin juni. Young's aha-erblebnis kwam er via Passionfruit van Drake, en de sample van houseproducer Moodymann die erin voorkomt. Er ging een wereld open, die via Chicago house naar oude disco en de geschiedenis van legendarische clubs als Studio 54 leidde. 'Toen wist ik: hier hoor ik thuis', aldus Young.

'Good vibes', luidt het motto van Pukkelpop dit jaar, en bij Channel Tres was u daarvoor aan het juiste adres. Slome, soulvolle housebeats, een stem als de jonge Barry White en teksten waarmee Prince ooit in purperen inkt z'n liefdesbrieven vulde: 'Girl you can't key me up/ Can't take no more of that nasty stuff', zoals het klonk in opener Jet Black, vorig jaar één van de lekkerste dansnummers op onze harde schijf. En ja, 'harde schijf' mag u beschouwen als een soort van eufemisme.

Dit jaar deed Young er nog zo'n verslavende hybride van new jack swing, house, en hiphop bij met Black Moses, een samenwerking met z'n maatje Jpegmafia en een verwijzing naar Isaac Hayes, één van de originele bedenkers van het funkferomoon. Yep, loooove hing in de lucht tijdens de show van Channel Tres, die zich trouwens ook graag laat aanspreken als Sexy Black Timberlake. Ga deze man wat liefde geven op Spotify, uw motoriek zal er wel bij varen.

© Channel Tres
Jasper Van Loy
door Jasper Van Loy

Gitaren in alle soorten en maten

Terwijl de eerste dag bulkte van de interessante hiphopnamen, zijn vandaag vooral de gitaarbands aan zet. In de vroege uurtjes weliswaar, maar toch: het aanbod mag er zijn. De Canadezen van Pup gooiden er om 11.30 uur de beuk al in met fijne poppunk, daarna speelden ook de Limburgse doemdenkers van Fornet, de Britse postpunkband Life (foto) en Mini Mansions, de band van Queens of the Stone Age-bassist Troy Van Leeuwen, ten dans en eventueel ten mosh. En dan was er nog Equal Idiots, dat op de main stage zijn enige festivalshow van de zomer speelde. Lees het hele verslag van Pukkelpops (halve) gitaardag hier.

© Wouter Van Vaerenbergh
Michael Ilegems
door Michael Ilegems

TheColorGrey: een opkikkertje in vijftig tinten Grey ★★★★☆

Van alle hedendaagse belhoppers is TheColorGrey allicht de meest soulvolle. Een die zijn rhymes op een rijtje heeft, maar ook een stukje kan zíngen.

Op Pukkelpop gaf Grey - Will Michiels voor de familie en vrienden - zijn enige festivalconcert van deze zomer, want 2019 is toch vooral een overgangsjaar voor de Antwerpse rapper, die volop in de weer is met de opvolger van Rebelation (2017) en For What It's Worth (2018). Single Nothing At All hoorde u daaruit al te kennen, al was het maar omdat het een song is waarin de ooit als een eigengereide producer begonnen Grey zijn liveband meer dan ooit vrij spel geeft.

In Kiewit kreeg u weliswaar de korte, van zijn zwierige instrumentale outro ontdane versie voorgeschoteld, maar ook die funkte een heel eind weg. Net als Malicious Delight, nog zo'n kakelverse track, waarin de vijfkoppige achterhoede van TheColorGrey zich als een soort Belgische Free Nationals opwierp: zwoel, jazzy en reggae-y als het mag, uptempo en hardcore hiphop als het moet. New Levels, de track die Grey voor, over en bij Romelu Lukaku inblikte toen die nog niet van Man United naar Inter was verkast, werd aangedikt met een knetterende gitaarsolo van Niel Soetaert, Wide Awake in 2K met een stel moddervette elektroshocks uit de koker van Juicy The DJ.

Maar u bouncete, jumpte en swervede er toch vooral op los tijdens On & On, Swerve, Jamaica en afsluiter Need To Know, stuk voor stuk onvervalste meezingers, waarin de in een hippe boilersuit gehulde Grey de Marquee aanzette 'to get fucked up'. En zo werd dit een show die genoeg chille vibes bevatte om u rustig van uw sluimerende vrijdagkater te verlossen, maar toch ook genoeg stroomopstootjes om u vol energie het weekend te doen ingaan. Een opkikkertje in vijftig tinten Grey.

© Jennifer Kesteleyn
Jasper Van Loy
door Jasper Van Loy

Nog even over gisteren

'Vergeet de pintjes van plastic, de veel te dure gin-tonics en alle andere vochten die Chokri ons dit weekend serveeert: vanaf nu drinken we enkel nog de pure, ongemengde klasse die Matt Berninger voor ons tapte', schreef onze man over de set van The National in de Marquee. De indieband tekende zo meteen voor de eerste vijfsterrenshow van het weekend. De volledige review leest u hier.

Het was niet het enige hoogtepunt van de openingsdag. Op de main stage was het rapper Joost die met alle aandacht en complimenten ging lopen, op de kleinere podia was het genieten van onder anderen Big Thief en Sharon Van Etten. Bij de hiphopacts kwam Slowthai het beste uit de verf, al deed zijn landgenoot Stormzy ook zijn best om de main stage van Kiewit even naar Glastonbury te verplaatsen.