Er is een nieuwe ster gespot op het punt waar klassiek, delicate electronica en pop elkaar raken. Hania Rani is Pools, heeft met Home haar tweede album uit en heet in het echt Hanna Raniszewska. Ze staat ons te woord vanuit haar ouderlijk huis in het Poolse Gdansk, waar haar moeder dokter is en haar vader een architectenbureau runt. Haar iets vlottere nom de plume kwam er echter niet op vraag van een of andere platenbaas, verzekert ze.
...

Er is een nieuwe ster gespot op het punt waar klassiek, delicate electronica en pop elkaar raken. Hania Rani is Pools, heeft met Home haar tweede album uit en heet in het echt Hanna Raniszewska. Ze staat ons te woord vanuit haar ouderlijk huis in het Poolse Gdansk, waar haar moeder dokter is en haar vader een architectenbureau runt. Haar iets vlottere nom de plume kwam er echter niet op vraag van een of andere platenbaas, verzekert ze. Hania Rani: Het is een combinatie van twee koosnaampjes. Mijn vrienden noemen me Hania, en Rani is een bijnaam die mijn moeder vroeger al gebruikte - in mijn land worden familienamen wel vaker ingekort. Daarnaast betekent 'rani' ook 'gekwetst' in het Pools. Dat is wel grappig, want ik geloof niet dat ik mensen kwets met mijn muziek, eerder integendeel. Je hebt jarenlang klassieke piano gestudeerd, en dat hoor je op je debuutalbum Esja, een pure pianoplaat. Het nieuwe Home schuift meer op richting pop, met zang, subtiele bas of drums en elektronica. Is dat de richting waarin je verder wilt evolueren? Rani: Ik heb vanaf mijn zesde twintig jaar lang intensief gestudeerd, en er dus even lang over gedaan om te beseffen dat klassieke muziek mijn roeping niet is. (lacht) Het begon eigenlijk al toen ik in Warschau op de Frédéric Chopin-universiteit voor Muziek zat. Het ging er allemaal zo formeel aan toe, zo stijf. We moesten er altijd maar weer de muziek van die grote meester spelen. Dat bezorgde me vooral veel stress. Een overdosis Chopin, dus. Wordt dat in zijn geboorteland niet als heiligschennis beschouwd? Rani:(lacht) Zoiets. Ik hou nog steeds van klassiek, van Beethoven, van Ravel en ook van Chopin. Het is tijdloze muziek, en sommige van hun pianocomposities klinken vandaag nog even fris en modern als honderd jaar geleden. Maar toen ik in aanraking kwam met jazz en electronica voelde dat meer als mijn vibe. Relaxter, spontaner en vooral vrijer. Zou je het oké vinden als ik je de vrouwelijke Nils Frahm noem? Rani: Ik zou het een geweldig compliment vinden, zelfs. Nils Frahm is the one, weet je wel! Door hem ben ik mijn eigen muziek beginnen op te nemen. Hij is waarschijnlijk mijn grootste idool, en een van de redenen waarom ik op een bepaald moment naar Berlijn verhuisd ben. Niet alleen zijn muziek inspireert me, maar ook hoe hij in het leven staat. Zonder sociale media, bijvoorbeeld, sinds hij vorig jaar zijn Facebook en Instagram heeft gewist. Hij is een van de meest gefocuste muzikanten die ik ken. Jullie kennen elkaar? Rani: Niet persoonlijk, hoor! Eind vorig jaar heb ik na een concert een plaat laten signeren, dichter bij hem ben ik nog niet geraakt. (giechelt) Het is nochtans een klein wereldje, het 'modern klassiek'. Zino Mikorey, die in Berlijn de mastering voor Home heeft gedaan, werkt regelmatig samen met Frahm, en met Ólafur Arnalds heb ik wel al contact gehad. Een ontmoeting zit er dus wel in, maar het is ook oké als hij gewoon een idool blijft. Idolen hebben is goed, vind ik, ze kunnen een goede motivatie zijn. Welke artiesten of bands hebben je destijds nog gemotiveerd om het ook buiten de klassieke muziek te zoeken? Rani: Veel Scandinavische jazzartiesten, zoals het Zweedse Esbjörn Svensson Trio. Brad Mehldau. Bands als Moderat, GoGo Penguin en Portico Quartet. Die laatste twee zijn net als jij thuis op Gondwana Records, het label van trompettist Matthew Halsall. Geen toeval, waarschijnlijk? Rani: Ik wist niet eens dat GoGo Penguin, Portico Quartet en Mammal Hands, nog een band die ik zeer inspirerend vind, allemaal op hetzelfde label zaten. Tot ik ze samen op een poster voor een Gondwana-event zag staan. Matthew zelf vind ik een ongelofelijk goede muzikant en componist, dus heb ik alle moed bijeengeraapt en hun een demo van Esja opgezonden. 'Please don't chase us for a response', staat er op hun website over het insturen van demo's, maar de dag nadien kreeg ik al een telefoontje vanuit Londen. Ik ben naar daar gereisd voor een ontmoeting met Matthew. Die nam me eerst mee naar een expo van Picasso in het Tate Modern en zei daarna dat hij mijn plaat wilde uitbrengen. Als in een sprookje, echt waar. Je debuut werd vorig jaar meermaals bekroond in Polen. Ben je een beroemdheid in eigen land? Rani: Mijn naam is bekend in bepaalde kringen, maar een beroemdheid wil ik mezelf niet noemen. Tv-shows of rode lopers interesseren me trouwens niet. Ik ben geen twintig meer, hè, en wil mijn tijd beter besteden. Er is nog zoveel om te leren en te ontdekken. Ik voel mij tegenwoordig dan ook meer Europeaan dan Pool. Misschien is dat mijn kracht: ik voel me overal thuis. Daar gaat mijn plaat ook over: 'thuis' als een gevoel of als een reis, en niet alleen een plaats. Wanneer heeft iemand je voor de laatste keer gevraagd of je een polonaise kunt spelen? Rani: (lacht) Niet dat ik me het herinner! Of het zou een keer in Japan geweest moeten zijn, waar ze dól zijn op Chopin, en erg gefascineerd door Oost-Europa. Elders weten ze vaak niet waar ik precies vandaan kom. Met dank aan mijn koosnaampjes, vermoed ik.