Goed om weten is dat de multimediale expo in het Groninger Museum niet plots uit de lucht is komen vallen, maar al geruime tijd liep voor Bowies overlijden. In 2013 lokte ze al een recordaantal bezoekers naar het Londense Victoria & Albertmuseum en sindsdien was ze ook al te zien in Toronto, São Paulo, Berlijn, Chicago, Parijs en Melbourne.
...

Goed om weten is dat de multimediale expo in het Groninger Museum niet plots uit de lucht is komen vallen, maar al geruime tijd liep voor Bowies overlijden. In 2013 lokte ze al een recordaantal bezoekers naar het Londense Victoria & Albertmuseum en sindsdien was ze ook al te zien in Toronto, São Paulo, Berlijn, Chicago, Parijs en Melbourne. De meeste van de 300 stukken - excentrieke kostuums, podiumattributen, handgeschreven songteksten, foto's, video's, dagboeken, setlists, tekeningen, schilderijen, woordcollages, artwork voor platenhoezen - zijn afkomstig uit David Bowies eigen, zorgvuldig gerangschikte privé-archieven en geven het publiek een unieke gelegenheid zich volledig in de wereld van de artiest onder te dompelen. Aangezien de museumbezoeker een hoofdtelefoon krijgt aangereikt waardoor hij, naarmate hij zich door de zalen van het museum verplaatst, voortdurend muziek- en interviewfragmenten van Bowie te horen krijgt, heeft hij de indruk dat de auditieve en visuele prikkels hem uit alle richtingen tegemoet komen.Eerder dan chronologisch is 'David Bowie Is' thematisch opgevat. De tentoonstelling toont zowel de ontwikkelingen in Bowies werk als zijn impact op andere kunstvormen en op de samenleving in het algemeen. Want de artiest was niet alleen een radicale vernieuwer op het gebied van muziek, theater, mode en stijl, hij maakte er ook een punt van nooit iets te herhalen wat hij al eens eerder had gedaan. De expo in Groningen is een ode aan een kameleon, die in zijn werk slechts twee constanten kende: verandering en onvoorspelbaarheid. De artiest was voortdurend in beweging en dat maakte hem tot één van de belangrijkste artistieke en culturele iconen van de jongste vijftig jaar. Bowie was zoveel méér dan een getalenteerde zanger en songwriter. Hij was een renaissanceman die rock-'n-roll slechts als een onderdeel gebruikte van het verhaal dat hij wilde vertellen. Dat was al zo toen hij als tiener bij modbandjes als Davy Jones & The King-Bees of The Kon-rads speelde. Bowie mocht zijn jeugd dan hebben doorgebracht in een rijtjeshuis in Brixton waar hij een kamer deelde met zijn halfbroer Terry, hij was zich al heel vroeg imagobewust en dacht in die dagen zelfs al na over de inkleding van het podium. De 'Cockney Dylan' kocht freejazzplaten van Eric Dolphy, las boeken die zijn petje te boven gingen, maar hem deden beseffen dat hij een soort katalysator wilde worden - een one man revolution.In 1967 verscheen zijn eerste soloplaat, op precies dezelfde dag als 'Sgt Pepper's' van The Beatles, en ontdekte hij het toneel als dé plek waar hij gestalte kon geven aan zijn ideeën. David Bowie werd een renaissanceman die als performer eigenlijk àlles in de strijd gooide om zijn boodschap over te brengen: lichaamstaal, kledij, make-up. Hij was niet toevallig in de leer geweest mij mime-artiest Linday Kemp. Zijn vele personages - Ziggy Stardust, Alladin Sane, The Thin White Duke - en theatrale gedaanteverwisselingen dienen dan ook in die context te worden begrepen.David Bowie wilde ieder aspect van zijn carrière controleren en slaagde er altijd in zich met creatieve partners te omringen, van muzikanten tot mode-ontwerpers, grafici, videoregisseurs en stage-designers, die hem het best konden helpen zijn ideeën te verwezenlijken. Zo ontdek je in Groningen dat het Bowie zélf was die de gedetailleerde storyboards tekende voor de video van 'Ashes to Ashes', het idee aanleverde voor de door wijlen de Belg Guy Peellaert geschilderde hoes van 'Diamond Dogs', de schets maakte die tot de uiteindelijke coverfoto van 'Heroes' zou leiden, het Union Jack-jasje bedacht voor het artwork van 'Earthling'.Bowie was van nature nieuwsgierig, absorbeerde invloeden als een spons, maar deed er steevast iets origineels mee. Behalve door Andy Warhols 'Chelsea Girls' was hij diepgaand beïnvloed door Stanley Kubricks filmversie van 'A Clockwork Orange', waar hij zelfs op zijn onlangs verschenen zwanenzang 'Blackstar' nog naar verwees. Dààr haalde hij de inspiratie voor de outfits van Ziggy Stardust. David Bowies androgyne imago was, zeker in de vroege seventies, ongezien en revolutionair, al werd het ingegeven door Hollywoodsterren als Katherine Hepburn of Greta Garbo. Maar toen hij voor het eerst met 'Starman' in Top of the Pops verscheen, zorgde zijn seksuele ambiguïteit voor verwarring: was dit een man of een vrouw, een mens of een buitenaards wezen? Bowie verkende op een speelse manier de grenzen van mannelijkheid en vrouwelijkheid en rebelleerde tegen de heersende normen. Niet om te choqueren, maar om zich te bevrijden. Hij maakte de wereld duidelijk dat iedereen het recht heeft te bepalen wie hij/zij wil zijn en hoe hij/zij eruit wil zien. Om die reden wordt hij door de samenstellers van de tentoonstelling omschreven als 'een astronaut van de innerlijke ruimte'. Bowies rol in de ontvoogding van de holebibeweging valt nauwelijks te overschatten. Dankzij de artiest, die zich hulde in mannenjurken of nauwsluitende bodysuits, en plateauzolen en oogschaduw droeg, ging het publiek beseffen dat seksuele identiteit niet statisch is, maar dynamisch.Een flink deel van de expo is ook gewijd aan Bowies Berlijnse periode. De zanger, op de vlucht voor een cocaïneverslaving en op zoek naar anonimiteit, vond inspiratie in het cabaret van de Weimarrepubliek en het Duitse expressionisme, putte energie uit een verdeelde stad in volle koude oorlog en beleefde er de veertien productiefste maanden van zijn leven. Later raakte hij, dankzij William Burroughs, Brion Gysin en Brian Eno, gefascineerd door het toeval als motor van zijn creativiteit. Zijn songs hebben zelden een eenduidige betekenis en net daardoor raken ze nooit gedateerd.De laatste zaal van de expo is gewijd aan Bowie als performer, met 'bigger than life'- fragmenten uit enkele van zijn spectaculairste tournees. In Groningen krijg je niet alleen vijftig jaar Bowie te zien, maar ook een halve eeuw cultuurgeschiedenis. Vooral de manier waarop de artiest, als geen ander, de veranderende tijdgeest wist te vangen en kunstenaars van allerlei slag bleef inspireren, blijft verbluffend. Officieel mag hij dan dood zijn, zijn werk blijft relevant, gelaagd en actueel. David Bowie is and will always be.