Voor hij begint te vertellen, haalt Gabriel Ríos een sigaar tevoorschijn: een Partagas Mille Fleurs, zijn dagelijkse zonde. 'Lekker en nog net betaalbaar', zegt hij. 'Maar ik heb één groot probleem: ik praat zoveel dat mijn sigaar telkens uitgaat.'
...

Voor hij begint te vertellen, haalt Gabriel Ríos een sigaar tevoorschijn: een Partagas Mille Fleurs, zijn dagelijkse zonde. 'Lekker en nog net betaalbaar', zegt hij. 'Maar ik heb één groot probleem: ik praat zoveel dat mijn sigaar telkens uitgaat.' Lucifer uit het doosje, met een korte slag van de pols langs het strijkvlak en hop, de vlam erin. 'Ik herinner me nog goed de dag dat mijn vader met een akoestische gitaar thuiskwam. Ik was net acht geworden en had hem verteld dat ik bij het schoolkoor wilde. Ik had gehoord dat ze je daar akkoorden zouden aanleren. "Misschien", dacht ik, "kan ik de theorie, het leren van akkoorden, snel afhaspelen en dan met het echte werk beginnen: songs schrijven." Ik was dus dolgelukkig toen mijn vader me een gitaar gaf, ook al was ze veel te groot. Nog diezelfde dag heb ik mijn allereerste nummer in elkaar gestoken. Heel simpel, met alleen maar open strings. "Luister," zei mijn vader toen ik het 's avonds voor hem speelde, "muziek maken gaat niet vanzelf. Je zult ervoor moeten werken."' Het is begin jaren tachtig en we zijn in San Juan, de hoofdstad van Puerto Rico, een eiland onder Amerikaans bewind in de Caraïbische Zee. Het gezin Ríos woont in een wit, modernistisch flatgebouw met zicht op zee en groene heuvels in de rug. Moeder Maria Luisa is lerares, vader Raúl psycholoog en amateurmuzikant. Op de cassettes die Gabriel van zijn vader krijgt en die hij op zijn walkman beluistert zijn The Beatles te horen, maar ook Afrikaanse jazzmuzikanten en traditionals uit Puerto Rico. 'Mijn ouders hebben mijn zus en mij altijd aangemoedigd om creatief te zijn, om te tekenen en muziek te maken, verhalen te vertellen ook. Zo weet ik nog goed hoe ontgoocheld ik was dat ik niet in een weerwolf veranderde toen ik met mijn vader naar de volle maan aan het kijken was, klokslag middernacht. Ik had er een heel verhaal over verzonnen, maar de werkelijkheid bleek niet mee te willen.' Tot zijn tiende is Gabriel omhuld door een sterrenregen van onschuld en fantasie. De zon schijnt haast elke dag, het strand is vlakbij, de vrienden zijn altijd goedlachs. 'Ik stond graag in de belangstelling: ik probeerde de mensen rond mij aan het lachen te brengen, hen te entertainen door een liedje te zingen of een verhaal te vertellen. Geen idee waar dat vandaan komt, want ik beschouw mezelf echt als introvert en mijn ouders waren geen entertainers. Misschien wilde ik indruk op hen maken? Vooral mijn moeder beschouwde ik toen echt als 'cool', ze was de hele tijd bezig over schrijvers als Rimbaud en Nietzsche en dat klonk heel mysterieus. Anyway, op mijn tiende gebeurde er iets waardoor er aan de vrolijkheid en het speelse ineens een einde kwam.' Als een blikseminslag, zo voelt het. Een scheur in de realiteit. Gabriel Ríos is tien, zit thuis op de bank en wordt zonder duidelijke aanleiding door een overweldigende donkerte overvallen, een droefenis zonder weerga. 'Ik crashte, zoals een computer. Het was een mooie dag, de hemel was blauw, it was a sunny day in Puerto Rico. Maar wat ik door het venster zag, kwam helemaal niet overeen met hoe ik me voelde. Ik was doodsbenauwd. "Als mijn leven er voortaan zo zal uitzien," dacht ik, "dan ben ik fucked as hell." Op de specifieke details wil ik niet te veel ingaan, maar er moet zeker een traumatische gebeurtenis aan voorafgegaan zijn, zoals altijd bij paniekaanvallen.' Voortaan is er een leven voor en een leven na de aanval, dat beseft de jonge Gabriel meteen. 'Ik werd me extreem bewust van hoe verkeerd het in je leven kan lopen, hoeveel ellende er in de wereld is. Zoals Adam en Eva die van de appel aten en zich onmiddellijk bewust werden van hun naaktheid.' Gekleed in een blauwe jeansbroek en wit, mouwloos hemdje tokkelt Gabriel Ríos in de sportzaal van zijn school op de akoestische gitaar die hij van zijn vader heeft gekregen. Het haar valt voor zijn ogen en zijn rechterknie wipt op en neer, op de maat van het nummer dat hij samen met een vriend aan het coveren is: More Than Words, van de Amerikaanse hardrockband Extreme. Een leraar heeft hem tijdens de repetities van het schoolkoor opgemerkt en moedigde hem aan om ook eens solo een stukje op te voeren. Van Extreme, desnoods. Voor het eerst is Gabriel vol zelfvertrouwen. Op het podium in de sportzaal ontdekt hij dat hij ook zonder koor kan zingen, in zijn eentje, en zo alle aandacht op zichzelf kan vestigen. Het applaus dat op het nummer volgt, doet dienst als aanmoediging: ook na die middag blijft hij spelen, op de duur zelfs in een bandje, Los Mimes, met de pet achterstevoren op het hoofd en van top tot teen in het zwart gekleed. Punkrock is zijn reddingsboei. 'Bij ons hoor je deze muziek gewoon op de radio.' ''s Avonds laat, veronderstel ik?' 'Nee nee, de hele dag door. Zelfs 's ochtends.' 'Serieus? Wat voor land is dat, waar jij vandaan komt?' In de slaapkamer van Gabriel Ríos speelt een cassette die de Belgische toeriste Geraldine heeft samengesteld. De twee hebben elkaar via gemeenschappelijke vrienden leren kennen en schieten verduiveld goed met elkaar op. Zij is twintig, hij zestien. Zoals het hoort op die leeftijd ligt Gabriel overhoop met zijn vader en rookt hij wiet. Songs van dEUS en Moondog Jr. vullen de slaapkamer en de hoofden. 'Wees nu eens eerlijk', zegt Geraldine. 'Dat gedoe over geschiedenis studeren, of film, dat meen je toch niet echt?' 'Hoezo?' 'Je maakt muziek, je schildert: waarom mik je niet hoger? Al dat gefilosofeer over Puerto Rico met kunst van binnenuit veranderen, dat is toch bullshit? Waarom ga je niet mee naar België?' 'Euh, België? Wat moet ik daar?' 'Ik zit in de studio van Jo Bogaert, mijn debuutalbum is bijna af, maar ik wil hem graag nog één laatste nummer laten horen - Broad Daylight heb ik het getiteld. "Kom, het is goed", zegt Jo na wat aandringen. "Laat me het eens horen."' Na het gesprek met Geraldine heeft Gabriel Ríos zijn middelbare school afgewerkt, hij heeft het bijgelegd met zijn vader en hij is naar Europa gevlogen, het oude continent vol kunst en cultuur, in zijn ogen 'the Disneyland of sophistication' . Eenmaal in Gent schrijft hij zich in voor een opleiding beeldhouwkunst aan Sint-Lucas en met enkele nieuwe vrienden richt hij een bandje op: The Nothing Bastards. Maar ook al schoppen ze het tot in de finale van Humo's Rock Rally, die dat jaar door Das Pop wordt gewonnen, veel toekomst blijkt er niet in The Nothing Bastards te zitten. Noodgedwongen klust Ríos als barman bij in enkele Gentse cafés en clubs. 'Is dit het nu?' vraagt hij zich steeds vaker af. 'Ben ik hiervoor van zo ver gekomen?' Alles verandert wanneer hij Jo Bogaert ontmoette, producer van Pump Up the Jam van Technotronic en Monstertje van Gorki. Met zijn kennis en technologie maakt Bogaert een grote indruk op Ríos en na twee jaar zoeken naar het juiste geluid zien ze eindelijk licht aan het einde van de tunnel. Uit de honderden ideeën destilleren ze een album met twaalf nummers. Pas op het allerlaatste moment - de fase van experimenteren is eigenlijk al lang voorbij - komt Ríos met Broad Daylight op de proppen. Bogaert is enthousiast over het nieuwe nummer, ze nemen het nog snel op. 'Als je goed luistert, hoor je Jo in dat nummer zwaar ademen. Dat komt omdat we allebei een sigaar aan het roken waren toen we het handgeklap opnamen. En het kleuterkoortje bestaat eigenlijk gewoon uit de stemmen van de kinderen die op dat moment toevallig in de tuin aan het spelen waren. Het moest rap gaan, onze tijd in de studio zat erop.' Broad Daylight, met zijn opgewekt ritme en bizar kleuterkoor, maakt van Gabriel Ríos met de klap een bekende Vlaming. Hij is te horen op alle radiozenders, wordt geïnterviewd door alle kranten en tijdschriften, speelt in alle zalen en op alle festivals. Vader Raúl en moeder Maria Luisa zijn apetrots op hun zoon in Europa. Af en toe staan vader en zoon zelfs samen op het podium, zoals op Couleur Café. Maar achter de schermen worstelt Ríos meer en meer met zijn imago van entertainer, van latin lover voor sommigen zelfs. In het diepst van zijn gedachten is hij een ghostboy, geen posterboy. Hij verliest zichzelf in het nachtleven, wil verdwijnen in drank en andere drugs - wat er ook maar voor voorhanden is - om te vergeten dat hij allesbehalve trots is op zichzelf en zijn succes. Op zijn zevenentwintigste, midden in de opnames van zijn tweede plaat, gaat het fout. 'Mijn tweede grote paniekaanval. Ik zat in een restaurant met Jo en voelde me zo wegtrekken. Ik ben naar het toilet gevlucht, waar ik zelfs mijn eigen handen niet meer herkende. Een vreselijk gevoel, net zoals op die zonnige dag in Puerto Rico, op mijn tiende. Heel angstaanjagend.' Ríos verhuist van Gent naar het landelijke De Pinte, ontbindt zijn band en sluit zijn feestperiode af. Met regelmaat, voldoende slaap en sport wil hij zichzelf terugvinden. 'Het heeft heel lang geduurd voor ik er weer bovenop was. Soms was ik midden in de dag plots compleet vermoeid, zonder duidelijke aanleiding, en dat jaren aan een stuk. Mijn lichaam is vrij sterk, ik word niet vaak ziek, maar mentaal is het een andere zaak. Op dat vlak is de balans heel delicaat, nog altijd. Daarom ook dat ik al jaren geen druppel alcohol meer drink. Een nuchter leven is iets saaier, maar het is voor mij de enige manier om rechtop te blijven.' 'Ik sta in de woonkamer van mijn ouderlijk huis en opeens vraagt mijn vader, terwijl hij naar mij en mijn moeder wijst: "Zijn jullie een koppel, mama?" Holy shit. Mijn vader denkt dat hij de zoon is van zijn vrouw en ziet mij, zijn zoon, aan voor haar man. Even later realiseert hij zich wat hij zojuist gezegd heeft. De angst die ik toen in zijn ogen zag, daar kan geen paniekaanval tegenop.' Voorjaar 2017, na enkele jaren herbronnen in New York en een succesvolle Europese tournee als uitloper van de radiohit Gold woont Gabriel Ríos weer in Puerto Rico. Vader Raúl lijdt aan alzheimer. Hij gaat snel achteruit. 'Zijn ouders hadden ook allebei dementie, we wisten dus dat het aanwezig was in de familie. Maar het was toch een shock. We zagen mijn vader dag na dag verder verdwijnen - heel akelig. Anderzijds heeft die episode me ook wel wat bijgebracht. Zo ben ik er niet langer van overtuigd dat mijn professionele ambities me alle voldoening zullen geven die ik nodig heb. Er moet meer zijn in het leven dan creativiteit.' Maar wie is hij nog naast alles wat hij professioneel onderneemt? En wat is een goed album waard? Het zijn vragen die jaren door zijn hoofd zullen stuiteren, een flipperkast vol levensvragen. *** 'Ik bevind me nog altijd in die laatste scène', zegt Ríos terwijl hij de vlam nog een laatste keer in zijn sigaar jaagt. Na nog maar eens jaren naar nieuwe songs te hebben gezocht heeft hij Flore klaar, een plaat vol Spaanstalige nummers: acht covers van traditionals, volksmuziek die in zijn jeugd dagelijks zijn venster kwamen binnengewaaid, en vier eigen liedjes. Het album is een ode aan zijn vader, die ondertussen in een rusthuis in Florida verblijft en niets meer om muziek geeft, én een finale verbintenis met zijn roots. Ríos belt elke dag met zijn vrienden in Puerto Rico - in het Spaans, de moedertaal die hij al die jaren heeft verloochend - en herontdekt zo zichzelf. Wat hierna komt, is onduidelijk. 'Nu ik in het midden van mijn leven gekomen ben, herken ik steeds beter de patronen en golfbewegingen in mijn leven. De periodes van obsessie en depressie die elkaar blijven afwisselen. Maar het is niet omdat je ze herkent dat je er ook iets aan kunt veranderen. Mijn leven zal er altijd zo uitzien, dat heb ik intussen aanvaard. Ik kan alleen maar hopen dat er voldoende 'tussenfases' blijven komen, waarin de balans juist goed zit. En wie weet, kan ik op mijn zeventigste weer in alle rust genieten van een glas rum, bij mijn dagelijkse sigaar. Geen slecht vooruitzicht, toch?'