...

Tijdens de hiaat van zes jaar tussen hun vorige cd, Helplessness Blues, en hun jongste, Crack-Up, is er heel wat veranderd. Josh Tillman, hun voormalige drummer, schopte het als Father John Misty tot een gevierde solo-artiest en Fleet Foxes-frontman Robin Pecknold maakte van de rustpauze gebruik om aan de gereputeerde Columbia University literatuur te gaan studeren. Intussen bleef er echter van alles broeien in het vossenhol: uit de nieuwe plaat blijkt dat de groep het kampvuur definitief is ontgroeid en gezwind naar het plaatsje Leftfield is verhuisd. De melodieën fladderen onverwachte richtingen uit, de arrangementen verschieten voortdurend van kleur en klassieke songstructuren hebben plaats gemaakt voor collage-achtige suites, die door de één ambitieus en door de ander als pretentieus worden bestempeld.Pecknold heeft op Crack-Up iets van een schilder die net heeft ontdekt dat hij zijn taferelen ook in grootse triptieken kan vatten. En ook op muzikaal vlak spiegelt hij zich aan artiesten die de muzikale grenzen hebben opgerekt: Crosby, Stills, Nash & Young, ten tijde van Judy Blue Eyes, Buffalo Springfield van Broken Arrow, The Beach Boys vanSmile, Joanna Newsom tijdens het maken van YS. Fleet Foxes, ooit begonnen als geestesgenoten van My Morning Jacket, maken niet langer folk op grootmoeders wijze, maar laten hun impressionistische songs nu bestuiven door klassieke kamermuziek, minimalisten als Philip Glass en Steve Reich, prog en psychedelia en zelfs door de Noord-Afrikaanse gnawatraditie. Het resultaat klinkt bij momenten zo weerbarstig dat het van het publiek nogal wat aandacht en geduld vergt.Academische zittingOok op inhoudelijk vlak zijn de nieuwe nummers van Fleet Foxes aan de complexe kant. Crack-Up ontleent zijn titel aan een essaybundel van F. Scott Fitzgerald waarin, kort voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog, de ineenstorting van onze beschaving wordt voorspeld. Dat is geen toeval: Robin Pecknold schrijft dit keer vooral over persoonlijke en ideologische teleurstellingen. Daarnaast bulkt het in zijn teksten van de obscure literaire en (kunst)historische referenties en verwijst hij zowel naar de klassieke oudheid als de Amerikaanse burgeroorlog. Veel verder van een doorsnee popliedje kun je, met dergelijke materie, niet meer afdwalen.U begrijpt dat we dit keer met een klein hartje naar de AB togen. Zouden we, in plaats van op een concert, op een academische zitting worden getrakteerd? Gelukkig niet, zo bleek. De uitgekiende, meerstemmige zangpartijen waren intact en de bandleden, allemaal multi-instrumentalisten, toonden zich van hun subtielste en veelzijdigste kant. Fleet Foxes werden voor de gelegenheid aangevuld met een extra muzikant en speelden tegen een decor van spiegels in allerlei geometrische vormen. Toch was het even wennen: de epische progfolknummers waarmee de bijna twee uur durende set werd ingezet, volgden een traject dat zonder gps niet altijd makkelijk te volgen viel, de interludia deden vaak bevreemdend aan en de grenzen tussen de composities waren niet altijd even duidelijk gemarkeerd.Zanger-gitarist Robin Pecknold eiste als vanouds de centrale rol op, maar deed dat zonder de anderen te overschaduwen. Mearcstapa werd gedomineerd door geestverruimend snarenwerk van Skyler Skjelset en welsprekend toetsenwerk van Casey Wescott, terwijl piano en euphonium in On Another Ocean als drijvende krachten fungeerden. Het dichtst bij de herkenbare Fleet Foxes-sound stonden de singles Fool's Errand en Third of May / ?daigahara, maar om te vermijden dat de toeschouwers tussen de 'moeilijke' nieuwe nummers hun weg kwijt zouden raken, lasten de heren op strategische momenten de nodige herkenningspunten in.Hoog en zuiverDe warmste reacties kregen ze wanneer ze hun negen jaar oude debuut aanspraken. He Doesn't Know Why, Blue Ridge Mountains, het met prachtige gitaarmotiefjes versierde Ragged Wood, het dromerige, met mandoline bijgekleurde Your Protector, allemaal zaten ze verpakt in melodieën die zich, zodra ze zich in je hoofd hadden genesteld, niet meer lieten afschudden. Ook in de songs uit hun tweede cd toonden Fleet Foxes zich meesters van de dynamiek. Grown Ocean werd aangedreven door jachtige drumbeats, Battery Kinzie gaf aan dat de heren best wel pop in de vingers hadden en door het instrumentale The Cascades waarde de geest van Morricone.Tweemaal stond Robin Pecknold in zijn eentje op het podium en toonde hij in Tiger Mountain Peasant Song en Oliver James hoe hoog en zuiver hij wel kon zingen. Dat laatste kon van het luid meejoelende publiek helaas niet gezegd worden. Maar hét moment van de avond was toch Mykonos (uit de ep Sun Giant), zonder twijfel één van de beste en populairste nummers uit de Foxes-catalogus. Het werd in de loop van de set door het publiek verscheidene keren spontaan aangeheven, zodat de groep haar optreden gekaapt zag door de zingende fans en niet anders kon dan hen instrumentale ondersteuning te verlenen. White Winter Hymnal kon even goed op vocale assistentie uit de zaal rekenen. Het contrast met Crack-Up was manifest: de krakende geluiden, de naar freejazz neigende sax, ze werden wel getolereerd, maar leken het feestje toch een beetje te verpesten. In de AB kon je er niet naast kijken: Fleet Foxes staan op een kruispunt. Gaan ze verder richting Bohemian Rhapsody? Of kiezen ze weer voor de Klare Lijn? Benieuwd hoe sluw ze dat dilemma in de nabije toekomst zullen weten te omzeilen.Fleet Foxes spelen ook vanavond nog in de Brusselse AB.