Ze zijn inmiddels uitgereikt, de Grammy's van 2019, en dus hoef ik u niets meer te vertellen over de dominantie van Billie Eilish, de hommage aan Prince van FKA twigs, Usher en Sheila E. of de trofeeën voor Rosalía en Tyler, The Creator. Maar mag ik nog één keer terugkomen op het prijzenfeestje van de Amerikaanse Recording Academy? Daarna is het gedaan, beloofd!
...

Ze zijn inmiddels uitgereikt, de Grammy's van 2019, en dus hoef ik u niets meer te vertellen over de dominantie van Billie Eilish, de hommage aan Prince van FKA twigs, Usher en Sheila E. of de trofeeën voor Rosalía en Tyler, The Creator. Maar mag ik nog één keer terugkomen op het prijzenfeestje van de Amerikaanse Recording Academy? Daarna is het gedaan, beloofd! In de marge van de hoofdprijzen stond namelijk een bijzondere dame te schitteren: Gloria Gaynor, die voor haar album Testimony bekroond werd in de categorie 'beste roots/gospel-album'.Geen onaardig album, trouwens, maar u kent Gaynor, een kranige tante van 70, uiteraard vooral als de zangeres van de discohit I Will Survive. Voor die single ontving ze veertig jaar geleden ook al een Grammy. Het was de eerste keer dat de Academy een prijs uitreikte in de categorie 'disco' en meteen ook de laatste keer. Gloria Gaynor heeft dus de énige, bestaande Grammy voor 'best disco recording' op haar schouw staan. Eigenlijk zegt dat heel veel over alle vooroordelen die blijven bestaan rond het disco-genre.Misvatting één: dat disco überhaupt een genre is. Anders dan rock, jazz, of blues was disco vooral een movement, een socioculturele beweging die begin jaren 70 ontstond in de New Yorkse badhuizen en underground clubs voor gays als uitloper van de hippie-beweging Vooral voor Afro-Amerikanen en latino's betekende disco een veilige haven, een community waar ze vrank en vrij zichzelf konden zijn zonder risico op discriminatie of geweld. Anders gezegd: toen de hippiecultuur, met de bijhorende seksuele bevrijding en raciale verbroedering, opnieuw ondergronds ging, transformeerde ze in disco. De hippies hadden hun festivals en rockgroepen, disco had discotheken en dj's. En net zoals bij de hippies gingen escapisme en muzikaal eclecticisme bij disco hand in hand. Disco krijgt zelden het krediet dat ze verdient. Een producer als Tom Moulton heeft met zijn lange, in de studio aan elkaar geplakte edits evenveel invloed gehad op het verloop van de dansmuziek als George Martin, de vijfde Beatle, op het geluid van de rock.Het was Moulton die in 1975 de hele A-kant van Gloria Gaynor's album Never Can Say Goodbye als één lange track aan elkaar mixte en haar daarmee introduceerde in de discoscene. Drie jaar later was het dj Richie Kazcor die het publiek van Studio 54 elke avond meermaals om de oren sloeg met I Will Survive. Het nummer groeide zo niet enkel uit van een B-kantje tot een gigantische hit, maar ook tot een emanciperende danshymne en het eeuwige lijf- en strijdlied van feministen en de LGBTQ-beweging. Een lied voor en van élke persoon of groep die ooit tegen alle verwachtingen of kansen in het hoofd heeft geboden aan tegenslag en uitsluiting, zo veel meer dus dan alleen een hit op de foute feestjes van Qmusic.Ironisch genoeg was de oorspronkelijke, anticonformistische geest van de discobeweging eind 1978, het jaar van I Will Survive, op sterven na dood. Mede dankzij het succes van de film Saturday Night Fever (1977) met John Travolta maakte disco de sprong naar de mainstream en kreeg ze daar een wit en heteroseksueel gezicht. De multi-etnische, seksueel bevrijde en muzikaal eclectische roots van disco werden plots belichaamd door de clowns van The Village People. De Grammy voor I Will Survive kwam in 1980 dus minstens een half decennium te laat en is eigenlijk het equivalent van Nickelback belonen voor de impact van grunge. Het jaar daarvoor al beleefde de door homofobie en racisme aangewakkerde anti-discobeweging 'Disco Sucks' al z'n hoogtepunt toen duizenden discoplaten onder luid gejuich werden opgeblazen tijdens de pauze van een baseballwedstrijd in Chicago. Ronald Reagan werd president, zowat de minst disco president denkbaar.Intussen raasde de opkomst van harddrugs samen met het toen nog niet geïdentificeerde aidsvirus door de discoscene. Eén van de voornaamste slachtoffers was Sylvester, de zanger van klassiekers als You Make Me Feel (Mighty Real) en Do You Wanna Funk?. Hij was als homoseksueel en travestiet een icoon in de queer-beweging. In 1987 bezweek hij aan aids. Hetzelfde jaar nog volgde Studio 54-bezieler Michael Brody. Larry Levan, de Jimi Hendrix van de disco-dj's, stierf vijf jaar later.De volgende keer dat een dj op een 'foute' party - wie heeft die term ooit bedacht? - of een huwelijksfeestje I Will Survive van Gloria Gaynor door de speakers jaagt, veertig jaar na die ene Grammy, denk er dan aan: ooit was disco geen verkleedfestijn van olifantenpijpen, glitter en plateauzolen, maar een baken van vrijheid en verdraagzaamheid, door en voor verschoppelingen, onaangepasten en onderdrukten. Daarnaast gaf disco het muzikale startschot voor house en techno, lanceerde het supersterren als Grace Jones en Madonna, en inspireerde het iedereen van Queen en Rod Stewart tot The Rolling Stones en Paul McCartney, die in 1974 met Wings een proto-discohit te pakken had met Nineteen Hundred And Eighty-Five. Macca, van The Beatles? Jawel. Goodnight Tonight al eens gehoord?