Vrouwen waren in de jazz lang een zeldzaamheid. In Engeland staan dames als Nubya Garcia, Yazz Ahmed, Shirley Tetteh en Sheila Maurice-Grey tegenwoordig prominent in de frontlinie. Aan dat rijtje mag u ook Emma-Jean Thackray toevoegen, trompettiste, zangeres, bandleider, maar ook beatmaker en dj, want ze voelt zich evenzeer thuis bij Coltrane als bij J Dilla.
...

Vrouwen waren in de jazz lang een zeldzaamheid. In Engeland staan dames als Nubya Garcia, Yazz Ahmed, Shirley Tetteh en Sheila Maurice-Grey tegenwoordig prominent in de frontlinie. Aan dat rijtje mag u ook Emma-Jean Thackray toevoegen, trompettiste, zangeres, bandleider, maar ook beatmaker en dj, want ze voelt zich evenzeer thuis bij Coltrane als bij J Dilla. 'Toen ik als achtjarige begon te spelen, trok de trompet me aan omdat die zo mooi blonk en lekker luid is', lacht Thackray. 'En ik bleek er zowaar aanleg voor te hebben. Via de muziekopleiding op school kwam ik in brassbands terecht, die in het noorden van Engeland - en zeker in Yorkshire, waar ik vandaan kom - een diepgewortelde traditie zijn. Intussen raakte ik geïnteresseerd in de complexe melodieën van progrock, in klassiek, en dancegenres als UK garage.' Via die brassbands kwam ze uiteindelijk ook bij jazz uit. 'Miles Davis en John Coltrane waren mijn eerste jazzhelden. Er zijn hier veel lokale initiatieven die jonge spelers inspireren en steunen. Jazz is iets dat ook op straat leeft, niet enkel in conservatoria.' De sousafoon op Thackrays plaat zal u misschien aan die brassbands doen denken, maar zelf heeft ze nog een andere reden om dat blaasinstrument veelvuldig te gebruiken. 'De sousafoon is iets groter dan de tuba en klinkt nog holler, wat mij soms doet denken aan synthesizers of aan diepe subbassen. Zo gebruik ik hem ook, als een link tussen jazz en de wereld van danceproducers. Overdag op de academie jazz spelen, 's nachts beats maken, dat was lang mijn dubbelleven.' Je uitstekende debuutalbum, waarop je dat dubbelleven, die kruisbestuiving met nieuwere, vaak elektronische genres demonstreert, heet Yellow. Dat vraagt om uitleg. Emma-Jean Thackray: Sommige mensen gebruiken graag geluiden of muziek om bij te mediteren - belletjes, een gong, new age - maar omdat dat mij als muzikant alleen maar afleidt, gebruik ik liever kleuren. En toen ik dit album aan het maken was, gebruikte ik bij het mediteren voornamelijk geel om in de juiste mindset te raken. Geel is een stralende, positieve en dankbare kleur. Dat paste bij de plaat. 'Be yellow, be mellow' zing ik in de titeltrack. De meeste van je teksten hebben een hoog mantragehalte . 'May there be peace, and love, and affection, throughout all creation', bijvoorbeeld. Die deed trouwens een belletje rinkelen. Thackray: Kan goed zijn, want het komt uit een track (The Sun , nvdr.) van Alice en John Coltrane. (glimlacht) Ik heb wel één woordje veranderd (in de plaats van 'affection' had John Coltrane het over 'perfection', nvdr.). Het is een soort dankbriefje van mij voor Alice Coltrane, omdat ze me zoveel inspiratie heeft geschonken. Vooral de periode dat ze het pad van de traditionele jazz begon te verlaten en zich toelegde op spirituele muziek heeft me erg beïnvloed. Ik hou ervan wanneer mensen muziek maken die een hoger doel dient, die henzelf overstijgt. Spirituele muziek, is dat ook wat je met Yellow ambieerde? Thackray: Er loopt een thema van universeel bewustzijn doorheen deze plaat, zoveel is zeker. Een van de tracks heet Third Eye, een andere, Rahu & Ketu, is genoemd naar een hindoeïstische mythe. In Venus komen de kosmos en astrologie aan bod. Maar maakt dat het per se 'spiritueel'? Ik ben zeker beïnvloed door spirituele jazz, omdat ik daar vaak naar luister, maar in welke categorie Yellow nu thuishoort, dat laat ik liever aan de luisteraar over. Het enige wat ík doe, is mijn instinct volgen. Tegenwoordig treed je op met een band, maar je hebt lang ook soloshows gespeeld waarin je het onderscheid tussen dance en jazz gretig aan je laars lapte. Naar verluidt gebruikte je toen samples van de legendarische sketchreeks The Fast Show in je set. Ik weet niet welke, maar ik moest meteen denken aan... Thackray: 'Jazz Club' met Louis Balfour, helemaal juist. (lacht) Kijk, de meeste producers die ik kende, vonden het vreemd dat ik een jazzmuzikant was, de docenten en andere studenten op de academie snapten mijn passie voor elektronische dansmuziek dan weer niet. Ik was overal een buitenbeentje. Dat heeft me gemaakt tot de artiest die ik vandaag ben. Ik vond het heerlijk om in die soloshows mensen te verwarren of op het verkeerde been te zetten. Die sketches van The Fast Show, waarin ze de draak steken met de 'gesofisticeerde' jazzkenner, vulden dat perfect aan. Behalve kleur gebruik jij blijkbaar ook geuren ter inspiratie of motivatie. Thackray: Geur is een geweldige trigger. Voor elk nieuw project bedenk ik een bijbehorend parfum. Voor Rain Dance, de ep die aan deze plaat voorafging, zat bij die etherische oliën onder meer lavendel. De geur van Yellow is een mix van patchoeli, sinaasappel en gember. Ik meng die ingrediënten in een spray en voor we het podium op stappen, besproei ik elk bandlid ermee, om meteen in de juiste vibe te komen. Een béétje, hè. Het is niet de bedoeling dat het publiek bedwelmd raakt of zo! (lacht)