Op Look Now viert Elvis Costello niet alleen een zoveelste hereniging met zijn trouwe, altijd aanspreekbare combo The Imposters (pianist Steve Nieve, drummer Pete Thomas - beiden al werkzaam in voorloper The Attractions - en bassist Davey Faragher). Ook Burt Bacharach, de doorluchtige, inmiddels negentigjarige songschrijver, wipte even binnen. Dat klinkt misschien alsof onze held krampachtig twee schotels op stokjes tegelijk aan de draai wilde houden. Het tegendeel is waar. Dat Look Now zo'n consistente plaat is, komt doordat Costello niet over één nacht ijs is gegaan.

Als ik wilde dat er brood op de plank kwam, kon ik me evengoed tot optreden beperken. Platen maken leek me een ijdele bezigheid.

Elvis Costello: Ik overwoog al sinds 1998 om deze plaat te maken! Meer bepaald al van meteen nadat Burt en ik Painted from Memory hadden uitgebracht. In mijn hoofd zag ik wat ik noem een uptown pop record voor me: funky, een beetje gruizig, forse ritmesectie, orkestraties, verschillende stemmen. Niet luid of rock-'n-roll, wel stevig op de benen. Alleen: in de daaropvolgende jaren kwam er altijd wel iets tussen.

Gaat het afronden van een plaat nog altijd gepaard met trots, of is het gewoon een klus die je kunt afvinken?

Costello: (grijnst) Wat denk je zelf? Voor mij was het zo klaar als pompwater: dit was de plaat die we nú moesten maken. Weet je, ik wist al lang dat The Imposters, die ik mijn beste muzikale vrienden noem, veel meer in hun mars hebben dan wat altijd van hen is verwacht. Alsof die band alleen maar goed was om een zeker gedeelte van mijn repertoire te vertolken. Dat vroege garagegeluid, of hoe moet je het noemen? (spottend) New wave. Terwijl de band met de jaren alleen maar beter is geworden.

Misschien zou je niet zo in je sas zijn geweest als je Look Now twintig jaar geleden al had gemaakt.

Costello: Het zou in elk geval iets anders zijn geworden. Logisch: ik kon nu bogen op twintig jaar extra bagage. Ik had het arrangement van Mr. and Mrs. Hush bijvoorbeeld niet kunnen schrijven als ik geen plaat had gemaakt met Allen Toussaint. Steve Bernstein, de trompetspeler die ook nog met 'A.T.' heeft gewerkt, merkte het meteen aan bepaalde details, een hoornpartij op een bepaalde tel: 'Heb je weer naar hem geluisterd?' (lacht) Wat wil je, wij hebben het privilege gehad hem die dingen te zien doen. Niet zo veel mensen kunnen dat zeggen. Fantastisch, toch?

Er zijn ook niet veel artiesten die al een kwarteeuw lang een song hebben rondslingeren die ze samen met songsmid Carole King hebben geschreven.

Costello: (schertsend) Carole King-nummers verzeilen al wel eens onder de mat, natuurlijk. Maar serieus: in het licht van haar renommee nam ik Burnt Sugar Is So Bitter wel degelijk ernstig. Maar het zou niet hebben gepast op die plaat met Burt. Of op die drie platen die ik voor Deutsche Grammofon heb gemaakt (For the Stars , North en Il Sogno , nvdr.) En evenmin op When I Was Cruel of The Delivery Man en ga zo maar door. Ik heb er telkens wel aan gedacht, hoor. Maar als ik dat nummer recht wilde doen, moest ik geduld oefenen. Dat is niet altijd gelukt, want ik heb het een stuk of wat keren live gespeeld. Uiteraard spraken mensen me er dan steevast op aan, waarna ik schaapachtig moest bekennen van wie het was. (lacht)

'Niemand zou iets over mijn kanker vernomen hebben als ik niet te vroeg weer was gaan optreden.'

In feite ben je de voorbije tien jaar nog vaker met Burt Bacharach bedrijvig geweest.

Costello: (knikt) In 2006 vroeg men ons om Painted from Memory tot een musical te kneden. Zoals je je wel kunt voorstellen, zou het een hele uitdaging zijn geweest om twintig trage, melancholische liedjes tot iets theaterwaardigs om te vormen. (grijnst) Er bestaat een script, dat echter nooit in de productiefase is geraakt. Maar het belangrijkste voor ons verhaal nú is dat we tien nieuwe songs hebben geschreven waarvan er drie op de nieuwe plaat staan: Don't Look Now, He's Given Me Things en Photographs Can Lie. Twee jaar geleden zocht ik Burt op. Ik zei hem dat onze songs alleen maar konden uitkomen als ik ze mondjesmaat live zou beginnen te spelen. Of misschien maakte ik er zelf wel een plaat mee. Hij was het met me eens. Op dat moment toerde ik nog met Detour, de soloshow die verweven was met de publicatie van mijn boek (Costello's geweldige autobiografie uit 2015, vertaald als Trouweloze muziek en verdwijnende inkt , nvdr.). Ik vertelde op het podium zo'n beetje dezelfde verhalen als op papier, maar dan een stuk frivoler. (grijnst)

Klopt het dat je na de release van National Ransom (2010) je geloof in platen maken bent verloren?

Costello: Het scheen me een ijdele bezigheid die ik niet meer kon rechtvaardigen aangezien ik er mijn rekeningen niet meer mee kon betalen. Uiteraard is er the vocational thing, muziek als roeping. Anderzijds is het ook mijn job. Als ik wilde dat er brood op de plank kwam, kon ik me evengoed tot optreden beperken. Na National Ransom dacht ik: veel beter dan deze kan ik ze niet maken, laten we zeggen dat het mooi is geweest. Die beslissing maakte in mijn hoofd ruimte vrij om te bedenken hoe ik mijn repertoire voortaan live kon presenteren zonder louter op mijn verleden te teren. De tournee genaamd The Return of the Spectacular Spinning Songbook bood daarop een antwoord: een soort vaudeville waarbij de setlist puur door toeval werd bepaald, en alle hondervijftig songs gelijke kansen kregen. Met dat rad hebben we over de hele wereld gespeeld. Héél plezant . Daarna heb ik mijn autobiografie geschreven, en hup: weer een andere invalshoek om mee de hort op te gaan. Je kunt je niet voorstellen hoeveel vrijheid je als podiumartiest hebt als je geen nieuwe plaat te promoten hebt.

Je kunt bijvoorbeeld ook een óúde plaat promoten, zoals je vorig jaar met Imperial Bedroom uit 1982 hebt gedaan. Wat was het idee daarachter?

Costello: Het was mij nooit om een slaafse reproductie te doen. Het dient gezegd - en dit is niet vals bescheiden - dat de plaat ook niet voldoende bekend is om de nummers in de originele volgorde te spelen. Dat verschafte ons de vrijheid om ook andere oude, of zelfs nagelnieuwe songs in de shows te vervlechten. De tournee heette dan ook Imperial Bedroom and Other Chambers. Ik was heel tevreden over de twee concertreeksen die we in Amerika hebben gespeeld. Maar toen we werden gevraagd om ermee naar Europa te komen, vond ik dat we eerst een plaat moesten maken. Zoals ik zei: het moment was rijp. Niet alleen waren The Imposters één brok energie, we waren er ook in geslaagd uit te dokteren hoe we die oude songs live konden spelen. Dat was ons indertijd met The Attractions niet gelukt - terwijl drie van ons vier er toen ook al bij waren! Toen hadden we het geduld niet om die complexe arrangementen naar het podium te vertalen. Alles moest een gebalde vuist zijn. Sommige songs werkten toen wél live: Beyond Belief, Man Out of Time... Almost Blue was altijd een mooi rustmoment. Andere waren gewoon veel te ingewikkeld. We couldn't be bothered with all the intricacy. Dat interesseerde ons nu wél. We hadden ook vier zangers op het podium, dus ik kon vocale arrangementen schrijven...

"Allow me to just dictate my dying will": een beetje vreemd om te zingen wanneer blijkt dat je kanker hebt, maar wat kun je anders doen dan erom lachen?

Het valt alleszins op dat je op de nieuwe plaat veel helderder zingt. Je voelde niet de behoefte om, zoals toen, zanglijnen op elkaar te stapelen.

Costello: (grijnst) Geoff Emerick, de producer, heeft zijn uiterste best gedaan om welwillend te zijn tegenover al mijn krankzinnige ideeën. Ik vond dat toen allemaal relevante keuzes. Maar dankzij de tournee vorig jaar heb ik kunnen vaststellen dat de songs veel natuurlijker klinken als je die zanglijnen uitbesteedt aan achtergrondzangers. Daarom hoor je die lui ook op de nieuwe plaat.

Under Lime zet de toon: een onconventionele popsong met een dramatische plot over fictieve personages, maar nog altijd een pure popsong. Ik hoorde er wel wat Sgt. Pepper's van The Beatles in.

Costello: O ja? (kucht) Dat kan nooit slecht zijn. (lacht)

Naast Burt Bacharach en Allen Toussaint is Paul McCartney een andere grootheid met wie je samen songs hebt bedacht. Heb je zijn jongste plaat Egypt Station al gehoord?

Costello: Enkele nummers nog maar. Klonken geweldig, zoals McCartney altijd geweldig klinkt. Ik las onlangs in een tijdschrift dat hij blijkbaar mijn stem in zijn hoofd hoort wanneer hij ernstig twijfelt of iets wel een goed idee is. (lacht)

Om precies te zijn: hij overwoog om een met Autotune opgedirkte song op de plaat te zetten maar kon zweren dat hij jou vermanend hoorde zeggen: 'Fucking hell, Paul!'

Costello: (lacht) Songschrijvers onder elkaar. Maar even ernstig: ik vind het nog altijd opmerkelijk dat ik hem überhaupt kén, en dat we inmiddels dértig jaar geleden samen een stuk of vijftien liedjes hebben geschreven (waarvan de meeste in de periode 1989-1996 mondjesmaat op hun beider soloplaten zijn beland, nvdr.) Intussen heeft hij ook samengewerkt met mijn vrouw Diana Krall (die musical director van McCartneys Kisses from the Bottom (2012) was en voor haar plaat Wallflower (2015) McCartneys onuitgebrachte song If I Take You Home Tonight opnam, nvdr.) Dus enerzijds is hij de muzieklegende met wie we allebei de eer hebben gehad zij aan zij in de studio te zitten. Anderzijds is hij een mens van vlees en bloed. Toen vorig jaar Tommy LiPuma stierf, de producer die zowel met Diana als Paul heeft gewerkt, hebben we samen een toast uitgebracht op zijn herinnering. Hij is oprecht begaan met andere mensen, een heel vrijgevige man. Ik ben nog niet zo lang geleden naar een optreden van hem geweest. Drie uur heeft dat geduurd! Ik had mijn jongens mee (de elfjarige tweeling van Costello en Krall, nvdr.) en die vonden het ook geweldig. Niet omdat ik hen die songs heb opgedrongen. Ze zijn oud genoeg om zelf te kiezen waarnaar ze willen luisteren. En weet je wat? Tegenwoordig staan The Beatles aan de top van hun hitparade, sámen met het solowerk van Paul McCartney. Het is een cliché, maar muziek vindt haar eigen weg.

'Ik las onlangs dat Paul McCartney blijkbaar mijn stem in zijn hoofd hoort wanneer hij ernstig twijfelt of iets wel een goed idee is.'

De olifant in deze kamer is de kanker die je eerder dit jaar betrekkelijk snel hebt overwonnen. Op jouw verzoek had men mij gevraagd dat onderwerp niet aan te snijden. Alleen vroeg ik me af of het anders voelde om deze plaat in te zingen, tussen de diagnose en de medische ingreep in.

Costello: Ik laat mijn gezondheid op regelmatige basis controleren. Toen er dus plots iets ernstigs aan de hand bleek te zijn, waren we er snel bij en kon het probleem, zoals je zegt, snel worden verholpen. So that closes the book on it. Er was geen reden om dat voorval publiekelijk te maken, omdat het een privéaangelegenheid is. Maar als je me vraagt of er iets speciaals door me heen ging toen ik op de microfoon toestapte: neen. Uiteraard dwaalde die diagnose door mijn gedachten. Uiteraard hoop je dat alles goedkomt. Maar ik voelde me niet ziek, ik was fysiek niet op de sukkel. Persoonlijk vind ik mijn zang op deze plaat heel goed, een van mijn beste zangprestaties ooit zelfs. (lacht) Als er al een aantoonbaar effect was, zal het veeleer positief zijn geweest. Misschien hielp het me net om te focussen. Ik heb alleszins nooit in de illusie verkeerd dat ik mijn testament aan het opstellen was. (lacht)

Nu verwijs je naar die regel in Under Lime: 'Allow me to just dictate my dying will.'

Costello: Dat is wat het personage Jimmy 'zegt', ja. Ik geef toe: dat was een beetje vreemd om te zingen. Maar die tekst was al lang geschreven. Wat kun je anders doen dan erom lachen? Kijk, ik heb enorm veel geluk gehad. Niemand zou er trouwens iets over vernomen hebben als ik niet te vroeg weer was gaan optreden. Ik voelde dat ik niet langer over mijn gebruikelijke energie beschikte. Het reizen was vermoeiender dan ik had verwacht, en keelproblemen - die komen altijd wel eens voor - manifesteerden zich veel onverwachter en grilliger. We hebben enkele optredens moeten afzeggen, en in het persbericht konden we de reden natuurlijk niet verzwijgen.

Dat bevestigt een populair gerucht: dat je een noeste werker bent.

Costello: Goh. Soms ben ik net zo lui als iedereen, hoor. Ik schrijf ook niet constant, dat is een mythe. Laat ons zeggen dat er specifieke domeinen zijn waarin ik lui ben. Zoals het huishouden. (grijnst)

Tot slot: jouw band met België is altijd speciaal geweest, niet?

Costello: Ik doe dit lang genoeg om de appreciatie van mensen naar waarde te kunnen schatten. Jullie schijnen, meer dan de Engelsen, te begrijpen waarom ik dit doe. Jarenlang was ik in Engeland niet bepaald welkom. Zeker in de periode nadat ik naar Amerika was verhuisd. Maar in België ben ik altijd met open armen ontvangen, ik weet niet waarom. (lacht) I love it! Nu, als ik niet goed speel, zal ik het evengoed geweten hebben. Ik vermoed dat we een gevoel voor humor gemeen hebben dat het verschil in taal en cultuur overstijgt. Hoewel: de ietwat gespleten Belgische cultuur leunt in feite dicht aan bij mijn persoonlijke versie van Engeland. Ik ben geboren in het zuiden, maar mijn familie stamt uit het noorden. Op zich zijn dat ook twee heel verschillende landsdelen.

Je bent voor een achtste Schots. Je kunt dus een kilt aantrekken zonder dat er een weddenschap of vrijgezellenavond mee gemoeid is.

Costello: (grijnst) Meer zelfs: ik heb er ook de benen voor! Bovendien schep ik er best behagen in om met een kleine dolk in mijn kous rond te lopen. (lacht) Ik mag graag denken dat ik op alles ben voorbereid.

Look Now

Nu uit bij Concord.

ELVIS COSTELLO

Geboren als Declan Patrick McManus in Londen op 25 augustus 1954.


Debuteert in 1977 als Elvis Costello met My Aim Is True, op het notoire Stiff Records. Zijn begeleidingsgroep is het Amerikaanse Clover, waaruit later Huey Lewis & The News zal ontstaan.


Richt later in datzelfde jaar The Attractions op, met Steve Nieve (toetsen), Bruce Thomas (bas) en Pete Thomas (drums, geen familie van Bruce). De groep is tussen 1977 en 1986 op tien van Costello's platen te horen.


Sabelt in Hurry Down Doomsday en How to Be Dumb, twee songs op Mighty Like a Rose (1991), de uit The Attractions gestapte Bruce Thomas neer. Die had in 1990 in zijn memoires The Big Wheel geen fraai beeld van Costello opgehangen. Toch volgt later in de nineties nog een Attractions-reünie.


Vervangt The Attractions voorgoed door The Imposters vanaf When I Was Cruel (2004), al gebeurt dat pas officieel op The Delivery Man (2004). De uit Cracker overgekomen Davey Faragher is Bruce Thomas' vervanger.


Werkt in de loop der jaren samen met artiesten van diverse pluimage: het klassieke strijkersensemble The Brodsky Quartet (The Juliet Letters, 1993), songschrijver Burt Bacharach (Painted from Memory, 1998), operazangeres Anne Sofie von Otter (For the Stars, 2001), New Orleans-legende Allen Toussaint (River in Reverse, 2006) en hiphopgroep The Roots (Wise Up Ghost, 2013).


Trouwt drie keer: in 1974 met Mary Burgoyne, in 1986 met Pogues-bassiste Cait O'Riordan en in 2003 met jazzpianiste en -zangeres Diana Krall. Met Burgoyne heeft hij een zoon, met Krall een tweeling.


Somt in 2013 voor de website van Vanity Fair vijfhonderd platen op 'essential for a happy life'. Het spectrum gaat van klassiek en wereldmuziek tot jazz en hiphop. Hij geeft ook handzame luistertips: 'Track 4 is meestal het nummer dat je wilt hebben.'


Woont in Vancouver, Canada.