Solange: te goed voor dit Pukkelpop


...

Godzijdank voor Solange Knowles. Want voor 'het zusje van' samen met haar achtkoppige band het hoofdpodium betrad, toonde de selectie nieuwe garde van de r&b en hiphop op deze Pukkelpopaffiche zich maar een pover allegaartje. Ray BLK heeft dan wel de titel BBC Sound of 2017 op zak, en de 24-jarige Londense beschikt met haar aan Lauryn Hill en Macy Gray herinnerende zangkunsten over best een aardige stem, toch bleek Rita Ekwere, zoals ze echt heet, nog veel te licht te wegen om langer dan 10 minuten te boeien. Even later danste en stuiterde Mykki Blanco zich ferm in het zweet-- er ging zelfs een plooistoel in de prak - maar de transgendere blondine (mét stoppelbaard) moest het voornamelijk van haar energie, en minder van de songs hebben. Over de ranke, in zwarte catsuit verpakte hipsterlieveling ABRA, uit Atlanta, kunnen we nog korter zijn: in Bangkok zijn er Thaise ladyboys die een spannendere soundmixshow kunnen uitbeelden. Deze r&b-battle was er één zonder winnaar. En Vince Staples, het voormalige gangsterjoch uit Long Beach dat met Big Fish Theory misschien wel het snedigste hiphopalbum van dit voorjaar uit heeft? Helaas, hij wist die uitstekende langspeler niet te verzilveren in een boeiende liveshow. Staples stond helemaal in zijn uppie op het podium van de Dance Hall en ijsbeerde vaak achteraan de bühne, alsof hij verstoppertje speelde voor de fotografen in de frontstage. De felle, minimale lichtshow - oranje, véél oranje - leek een beetje op die van Kanye West. Staples is een op vlijmscherpe verzen draaiende dynamo, en met tracks als Señorita, Lift Me Up en Big Fish straalde zijn energie af op het publiek. Maar zelf een steengoede MC is máár een MC, ceremoniemeester op zijn eigen feestje. En eerlijk: zó leuk leek Vince Staples zijn eigen feestje nu ook weer niet te vinden. Jammer.Godzijdank dus voor Solange Knowles. De achtergrondstemmen, baspatronen, en blazers kwamen eens niet uit een doosje, maar werden verzorgd door stijlvol uitgedoste jongens en meisjes die samen, in een strakke regie en choreografie, de gouden jaren van Motown tot leven brachten. Alsof we naar een compilatie-aflevering van het legendarische revueprogramma Soul Train stonden te kijken, zo gidste Solange het publiek langsheen zwoele synthfunk, harmonieuze soul, met gospel gezegende r&b en discopop. De bijhorende, dresscode - iedereen van kop tot teen in het rood, tegen een achtergrond van een rijzende zon - had er één van Raf Simons kunnen zijn, met Solange heeft die in elk geval een liefde voor Kraftwerk gemeen. Ze stond er dan ook nogal streng en wat stijfjes bij in het begin, alsof Knowles zich op de hoge noten in songs als Cranes In The Sky, uit het vorig jaar verschenen meesterwerk A Seat At The Table, moest concentreren. Feilloos gezongen hoge noten, overigens. Vanaf F.U.B.U mocht de boog meer ontspannen, en kon er zelfs een wandeling langs de voorste rijen van af. Met Losing You, uit haar vijf jaar oude debuut-ep True, geproducet door Dev 'Blood Orange' Hynes, gingen de heupen helemaal los. Althans, van diegenen die zich de moeite hadden getroost om aan het hoofdpodium post te vatten. Net zoals bij Anderson .Paak vorig jaar moesten Solange en co. véchten voor elke seconde aandacht, voor elke gevulde vierkante meter van de wei. Akkoord, over wereldhits zoals die van grote zus Beyoncé beschikt ze niet, over vlotte crowd pleasers evenmin. Et alors? Want met het debacle van Rihanna nog in het achterhoofd zagen wij een show die wél met verve bewees dat r&b zoveel meer kan zijn dan voorgekauwde refreinen en confettidouches. Misschien is Solange wel te stijlvol voor een 'alternatief' festival, te conceptueel voor een avondpassage op het grote podium. Ach, we zeggen het gewoon: eigenlijk was Solange simpelweg te goed voor dit Pukkelpop. 'Vandaag is speciaal', zei Oliver Sim halverwege het concert. 'Het is middernacht voorbij, dus dat betekent dat het de verjaardag is van Romy, my sister, my queen, my Beyoncé.' Knap, hoe heel de wei vervolgens happy birthday zong voor de zangeres van The xx. Het zegt iets over de populariteit van deze groep, overigens ná de publieksfavorieten van Editors geprogrammeerd. Afsluiten op het hoofdpodium, het ging hen nog af ook. En in tegenstelling tot Tom Smith en co. hadden Sim, Romy Madley Croft en Jamie 'xx' Smith daar geeneens vuurwerk bij nodig. The xx doet niet aan uitbundig. Of toch niet aan té uitbundig, want op de huidige I see you-tournee heeft het trio wel degelijk aan podiumprésence en attitude gewonnen. Ze dansen! De songs zijn dan ook grootser geworden, met voorop Dangerous, Brave for you en I dare you, voor de gelegenheid als een ballad vermomd, en nog een mooie ook! Van hetzelfde niveau waren de openingstandem Intro en Crystalised, Romy's ijzingwekkende solomoment Performance en het naar een stevige climax opbouwende Infinity. Dat Jamie xx er tegenwoordig ook een succesvolle dj-job op nahoudt, steekt The xx niet langer onder stoelen of banken. Het slothalfuur was een halve dj-set van hem, waarbij Fiction, Shelter én zijn eigen Loud places (die Idris Muhammad-sample!) naadloos in elkaar over gingen. Daarna speelde hij zelfs een rondje alleen, alvorens Romy en Oliver weer het podium op te roepen voor een zinderend, op alle banken meegescandeerd On hold, de grote hit van wat een grote groep geworden is. En of vandaag speciaal was. Als Solange bewees dat r&b een artistiek relevant genre kan zijn, dan mocht Ty Segall de gitaargroep van de vergetelheid redden. Ze zijn een zeldzaamheid tegenwoordig op festivals: zuiver op de graat zijnde rockers, zonder meer. Poespas is niet besteed aan Ty Segall, een van de spilfiguren van de garagerockscene in San Francisco. Zijn recentste, titelloze langspeler mag dan zijn meest beheerste, meest strak in het gitaargelid lopende worp zijn, live trekt Segall alle registers open. Van loodzware metalriffs naar kokette glamrock naar sixtiespunk naar rootsrock naar kolkende jams: het kwintet stortte zich als uitgehongerde wolven op het karkas van zes decennia gitaargeweld en zorgde op deze eerste Pukkelpopdag voor de pit in moshpit. Rock is not dead, lang leve Ty Segall!Polly Jean Harveybrought you her love, donderdag in de Marquee. Op haar manier, weliswaar: stoïcijns koel, zonder al te veel geglimlach of gepalaver. La Harvey sprak met haar sóngs. De overgrote meerderheid daarvan was afkomstig uit haar twee laatste platen: het op trips naar Kosovo, Afghanistan en andere conflictueuze gebieden geïnspireerde The Hope Six Demolition Project (2016) en de brexitplaat-avant-la-lettre Let England Shake (2011). Zwaar op de hand? Nee hoor! Harvey - alweer in Ann Demeulemeester gekleed, inclusief krans van kraaienveren - is misschien wel op het toppunt van haar kunnen, met dank ook aan haar all-starband. Het samenspel en de samenzang tussen met name John Parish, ex-Bad Seed Mick Harvey en (ex-)Queen of the Stone Age Alain Johannes waren een plezier om naar te kijken. En ook al moest u er even op wachten, de hits kwámen. En hoe: 50ft Queenie bleek nog niks van zijn scherpte te hebben verloren, Down by the water was dankzij die blazers bezwerender dan ooit en To bring you my love ontlokte, net als op Rock Werchter vorig jaar, koude rillingen. Puik van PJ!'Ik ben zelf heel vaak op Pukkelpop geweest', stak Tamino-Amir Moharam Fouad van wal. 'Dus hier mogen staan, en dan nog voor zoveel volk: dat is heel cool.' Rock Werchter platgespeeld of niet, de twintigjarige Mortselaar met Egyptische roots wordt duidelijk nog steeds overrompeld door zijn succes, zo verraadde zijn blik, permanent op verwondering. Tamino begon er solo aan in de Club, die tot buiten volgestouwd was. Meer dan zijn gitaar en die feilloze falset heeft hij eigenlijk niet nodig om zijn publiek in bedwang te houden. En toch waren de subtiele toetsen en dito drumslagen waarmee Tom Pintens (van Het Zesde Metaal) en Ruben Vanhoutte Reverse en Cigar opfleurden geen overbodige luxe. Ze maakten de goeie songs nóg beter. Ook toen Tamino naar nummers greep die niet op zijn recent uitgebrachte debuut-ep staan, zoals het aan zijn broer opgedragen Will of this heart, bleven de toeschouwers bij de les. Ze wisten natuurlijk dat Habibi nog moest komen, andermaal de kroon op de set, andermaal een kippenvelmoment. Daarna dwong Tamino zelfs nog een bisnummer af, om 17 uur in de namiddag! Zoiets kan alleen als je de revelatie van het jaar bent.Straks staat Tamino nog een tweede keer op Pukkelpop, solo, in het kader van De Nieuwe Lichting. Waarom niet gewoon nóg eens gaan kijken? 'Voor wie is het de eerste keer op de weide van Pukkelpop?' peilde Lara Chedraoui. Enkele handen gingen de lucht in. 'En voor wie is het de eerste keer op het podium van Pukkelpop?' vroeg ze daarna, om vervolgens naar zichzelf en haar groep te wijzen. Ja, vreemd genoeg waren we getuige van het debuut van Intergalactic Lovers op Kiewitse bodem. Nochtans hebben de Lovers al twee platen en een handvol hits op de teller staan, die - ook al is de band even weggeweest - hun effect niet misten. Northern Road zorgde al vroeg in de set voor animo, Delay deed er op het einde nog een flinke schep bovenop. In Shewolf ging het dan weer van 'run run run as fast as you can, cause I've killed before and I'll do it again', en placeerde Chedraoui een exotisch dansje. En dan was er nog het stel nieuwe songs, geplukt uit de in september te verschijnen derde Loversplaat. Die moesten niet eens onderdoen voor bovengenoemde hits, de potige single Between the Lines en het bezwerende Talk! Talk! voorop. 'Werelddominantie, dat is waar mijn lat ligt', lachte Lara Chedraoui nog bij de aankondiging van die nieuwe plaat. België werd gisteren op Pukkelpop alvast herroverd. Run run run as fast as you can naar de platenwinkel op 15 september! 'Drag me down to your ocean bed', riep een in een gele jogging gehulde Jan Maarschalk Lemmens op in de Castello, met een Britse tongval die aan Mike Skinner deed denken. Geen toeval: Lemmens is geboren in Antwerpen, maar sleet als jonkie een niet gering aantal schoolvakantiedagen bij zijn familie in Effingham, randje Londen. Het rappen leerde hij met The Streets in de oren, het songschrijven met literair werk van William Blake en James Joyce op schoot. Voeg daar de gitaar van Mathias Bervoets, de bijdetijdse elektroproductie van Jergan 'VRWRK' Callebaut en de omkadering van Oscar and the Wolf en Bazart aan toe en je krijgt Glints, rising star van de bel- en wie weet ook wel de brithop. De band - voor de gelegenheid zonder bassist Ferre Marnef van wijlen Soldier's Heart, die 'vast zat in Engeland' - had de ietwat ondankbare taak om de Castello te openen, maar kweet zich daar aardig van. 'Het is nooit te vroeg om te bewegen', verzocht Lemmens. En dat deed u, zij het nog voorzichtig, tijdens een opzwepend Cathalyst, een jazzy versie van de VRWRK-collab New Flow en een met autotune opgesmukt Right Now (Na Na Na) van ... Akon. Nooit gedacht dat wij dáár nog ooit op zouden dansen. Met Dread kwam er in de staart van de set nog een oude bekende voorbij, en nieuweling Gold Veins - Glints in het wildewesten, inclusief cowboyvisuals! - deed vermoeden dat de groep nog veel goeds in zijn mouw heeft zitten. Howdy ho!Na een prille carrière vol drank, drugs en rock-'n-roll - onlangs bracht Knack Focus hoe hij met zijn losbandige levensstijl op zijn minst een aandeel had in de ondergang van The Strokes - staat Ryan Adams tegenwoordig nuchter in het leven. Dat vertaalt zich naar retestrakke rockshows -in contrast met zijn enigszins onderuitgezakte voorkomen- en een haast feilloze sound. Adams zong loepzuiver, zijn band nam het publiek bij de hand en liet op geen enkel moment in de set los. Beginnen deed de Amerikaanse singer-songwriter met Do You Still Love Me Baby, de hitsingle van zijn recentste album Prisoner. Kort daarop gevolgd door Gimme Something Good, geplukt uit zijn eponieme album uit 2014. Het waren trouwens de klassiekers, zoals een speels New York, New York of een pakkend Fix It aan het einde van de set, die de aandacht opeisten. Fix it is van het soort meebrulbare en heupwiegende powerballad waar bands als Foo Fighters of Kings of Leon een arm voor zouden geven, en waar ze, gesteld dat Dave Grohl of Caleb Followill het zouden zingen, een hele weide mee aan het brullen krijgen. Dat lukte Adams niet, al zagen we bij het aanvankelijk schaars opgedaagde publiek aan de main stage, bijna gedurig aan de kopjes lekker meeknikken. Het reflecteert de algemene teneur van deze passage van Adams op Pukkelpop: weinig op aan te merken, een zeer degelijke 7 -een niveau dat Adams de voorbije jaren telkens moeiteloos haalt-, maar het extraatje ontbrak om van een echte homerun te kunnen spreken.Het was een tijdelijk afscheid, zo gaf ook Sascha Ring halfweg de show aan. Moderat trekt na deze tour, die in september eindigt, even de stekker uit het samenwerkingsproject dat in 2002 startte maar eigenlijk amper drie volwaardige studioalbums opleverde. Zeer jammer is dat, want de band is het schoolvoorbeeld van de stelling 1+1= 3. De snoeiharde beats van Modeselektor (Gernot Bronsert en Sebastian Szary) in combinatie met de zalvende stem en de gitaarinterventies van Apparat (Sascha Ring), het is een winnende formule. Doe daarbij nog erg knappe visuals -geen goedkope, ongeïnspireerde achtergrondmotiefjes, maar perfect getimede lichtspektakels of intrigerende cartoons- die voor een meerwaarde zorgen en dan besef je meteen waarom Moderat zo een uitstekende live-reputatie geniet. Een reputatie die ze ook in een tent op een festival wisten waar te maken. Slimme techno, waarbij hoofd en lichaam gevoed worden. Het meest gebruikte procedé daarbij: Sascha Ring die je met zijn zweverige stem mee van de grond tilt, om dan laagje na laagje klanktapijt toe te voegen en te exploderen in een cocktail van techno en trance. Er werd uit alle drie hun albums gegrepen, met als afsluiter het glorieuze Bad Kingdom, meegebruld door een volle marquee: This is not what we wanted, this is not what you had in mind, zong Sascha Ring, het publiek volgde en deed de uitgeleide. Het mocht niet baten, het Duitse trio boog en bedankte, 'auf Wiedersehen'.Interpol: de lampen branden nog steedsInterpol kwam zijn debuutalbum Turn On The Bright Lights integraal spelen. Dat die postpunkplaat uit 2002 ondertussen een cultstatus verwierf, was te zien aan het devote publiek dat opdaagde: aficionados van alle leeftijden die elk nummer met handgeklap of een gebalde vuist onthaalden. De twee belangrijkste vragen vooraf waren: zou de band met hetzelfde nummer beginnen als op de plaat, te weten het meesterlijke Untitled? En zouden de songs overeind blijven nu bassist Carlos Dengler er niet meer bijloopt? Het antwoord op vraag één kwam er eerst: neen. Interpol opende met Not Even Jail en Evil, een van hun grootste hits uit het latere succesalbum Antics. Verrassend en aanvankelijk vonden we het een ontgoocheling, maar nadat ze die albumopener Untitled dan als derde nummer inzetten, begrepen we het ook wel. Op een festivalsetting is het enerzijds moeilijker openen met zo een meanderende song en anderzijds bleek het live het minst te overtuigen. Het was het enige minpunt in de set, die verder eigenlijk gewoon bevestigde wat de vele aanwezigen al wisten: Turn On The Bright Lights is een classic, die de tand des tijds moeiteloos doorstaat. Waarmee ook vraag twee beantwoord werd. Ja, ook zonder Dengler blijft dat overdonderende debuutalbum overeind. Een perfecte afwisseling van gas terugnemen, zwelgen in melancholie, om vervolgens weer het ritme op te trekken en weg te dromen in de in reverb gedrenkte gitaarsolo's van Daniel Kessler. Naarmate het concert vorderde, geraakte ook de stem van Paul Banks steeds beter opgewarmd en klonk ze even (l)ijzig en doeltreffend als op plaat. Solo wilde het hem niet lukken, maar Banks is een frontman die achteloos de aandacht naar zich toezuigt. Zonder franjes of volksmennerij maar zijn bedroefde ogen en gegroefde gezicht dragen mysterie in zich, je blijft begeesterd naar staren. Overigens kon er na een uurtje hier en daar een lachje van af bij Banks, op zich al een unicum, en het bewees: Interpol had er ook plezier in. Een aanzet om dan eindelijk nog maar eens een relevante plaat te maken?