In de jazzwereld én daarbuiten kennen ze jou intussen als de man van Black Flower en het Ragini Trio met drummer Lander Gyselinck. Maar tussen die releases door loste je vorig jaar een ep met Echoes of Zoo, First Provocations. Een ei dat je niet elders kwijt kon?

Nathan Daems: Dat was precies de reden. Ik speelde al drie jaar met het idee om een band op te richten waarmee ik mijn ruigere Rage against the Machine-kant kon laten horen. Ik zou het kunnen forceren om het in Black Flower te krijgen, maar daar heb je het al: forceren heeft geen zin. Drie jaar heb ik zitten piekeren welke muzikanten ik daarvoor zou vragen.

Het is een soort supergroep geworden, met leden van Black Flower, Compro Oro en De Beren Gieren.

Daems: België loopt vol goeie muzikanten, Maar ik had een erg specifieke sound en manier van spelen op het oog. Het moest ruig kunnen zijn, maar toch met dansbare grooves. Dat is grotendeels gelukt, en het fijne is dat zo'n idee dan een eigen leven gaat leiden. De inbreng van de andere jongens (Bart Vervaeck, gitaar; Lieven Van Pée, elektrische bas; Falk Schrauwen, drums) is erg groot. Als de nieuwe plaat een bom is, is dat zeker ook dankzij hen.

Gitarist Bart Vervaeck krijgt evenveel ruimte als jij, hij lijkt wel coleader.

Daems: Ik ken Bart al sinds onze tijd aan het Gentse conservatorium. Hij is ontzettend veelzijdig. Toen de groep begon, koos ik hem niet omdat ruige oriëntaalse jazz zijn specialiteit zou zijn (Vervaeck speelt onder andere ook latin, Turkse muziek, gipsyjazz en country, nvdr.), maar ik wist zeker dat hij hier snel zijn weg in zou vinden. Ik kan blind op hem vertrouwen. En dat hoor je.

Het album, Breakout, verschijnt op 5 maart en laat alles horen tussen Duke Ellington, Benin en de Balkan. Maar de eerste single, Adrenaline Run, is behoorlijk punk. Bij een weddenschap had ik op Rage against the Machine nog geen 5 euro durven in te zetten.

Daems: Tijdens mijn puberjaren was die band voor mij meer dan goeie muziek. Ze hebben mijn wereldbeeld veranderd. Ik kom uit een beschermd, geprivilegieerd, hoogopgeleid gezin. Toen ik Rage hoorde, werd ik er met mijn neus op gedrukt dat de wereld elders hardcore anders kan zijn. Dat sommige mensen kwaad zijn, en terecht. Dat heeft mijn blik geopend. Ik voelde affiniteit met de kwaadheid van mensen die in een underdogpositie zitten. En ook muzikaal staat hun muziek nog altijd overeind, ook als ik er nu met mijn muzikantenbrein naar luister.

Jazz zit weer in de stedelijke underground, gespeeld door jonge mensen. Dan krijg je open-minded muziek met een hardere rand.

Al die verschillende invloeden zijn souvenirs aan reizen. Ik heb veel geleerd in Griekenland, Turkije, Bulgarije en Brazilië - los van mijn jazzopleiding. En iets vergelijkbaars geldt voor de andere jongens in de groep. Een grote les is: als je wat elementen uit een stijl wilt gebruiken, kun je hem maar beter grondig bestuderen. Een beetje cherrypicken levert niet meer dan een gimmick op. Daar zijn we alle vier van doordrongen. Soms leek een repetitie wel een les.

Jazzrock heeft lang een kwalijke reputatie gehad. Dat is de voorbije jaren, ook in de Belgische scene, wel even anders.

Daems: Jazz zit weer in de stedelijke underground, gespeeld door jonge mensen. Dan krijg je open-minded muziek met een hardere rand. Het gevaar met het ontstaan van een canon is dat de evolutie van een stijl wordt bevroren - je ziet het soms gebeuren in traditionele muziek, of in gipsyjazz. Heel paradoxaal: precies door stijlkenmerken te willen behouden, maak je een genre steriel.

Jullie naam, de visuals en de songtitels spelen zich allemaal af in het dierenrijk. Waar komt dat vandaan?

Daems: Ook dat gaat terug op Rage against the Machine. Wij spelen instrumentale muziek, dus de grote boodschap zal niet uit de teksten komen. Ik vroeg me af: hoe kan ik toch sympathie opwekken voor de underdog die uit zijn kettingen breekt? Als je een dier ziet ontsnappen uit een kooi, wordt bij de meeste mensen het supportersgevoel wakker. Dus ja, Echoes of Zoo is een ode aan dieren. Als je naar een dier kijkt, wordt je een spiegel voorgehouden. Wat heb je gemeen, en wat niet? En als je goed kijkt, zul je zien dat de onderverdeling absurd is. Ik wil geen grote meningen verkondigen over dierenrechten of vegetarisme, nee. Maar hopelijk stimuleren het artwork en de titels mensen wel om dieren te zien. Of te zijn. Dat kan redelijk rock-'n-roll zijn. (lacht)

Albumreleaseconcert: 5 maart, AB, Brussel.

In de jazzwereld én daarbuiten kennen ze jou intussen als de man van Black Flower en het Ragini Trio met drummer Lander Gyselinck. Maar tussen die releases door loste je vorig jaar een ep met Echoes of Zoo, First Provocations. Een ei dat je niet elders kwijt kon? Nathan Daems: Dat was precies de reden. Ik speelde al drie jaar met het idee om een band op te richten waarmee ik mijn ruigere Rage against the Machine-kant kon laten horen. Ik zou het kunnen forceren om het in Black Flower te krijgen, maar daar heb je het al: forceren heeft geen zin. Drie jaar heb ik zitten piekeren welke muzikanten ik daarvoor zou vragen. Het is een soort supergroep geworden, met leden van Black Flower, Compro Oro en De Beren Gieren. Daems: België loopt vol goeie muzikanten, Maar ik had een erg specifieke sound en manier van spelen op het oog. Het moest ruig kunnen zijn, maar toch met dansbare grooves. Dat is grotendeels gelukt, en het fijne is dat zo'n idee dan een eigen leven gaat leiden. De inbreng van de andere jongens (Bart Vervaeck, gitaar; Lieven Van Pée, elektrische bas; Falk Schrauwen, drums) is erg groot. Als de nieuwe plaat een bom is, is dat zeker ook dankzij hen.Gitarist Bart Vervaeck krijgt evenveel ruimte als jij, hij lijkt wel coleader.Daems: Ik ken Bart al sinds onze tijd aan het Gentse conservatorium. Hij is ontzettend veelzijdig. Toen de groep begon, koos ik hem niet omdat ruige oriëntaalse jazz zijn specialiteit zou zijn (Vervaeck speelt onder andere ook latin, Turkse muziek, gipsyjazz en country, nvdr.), maar ik wist zeker dat hij hier snel zijn weg in zou vinden. Ik kan blind op hem vertrouwen. En dat hoor je.Het album, Breakout, verschijnt op 5 maart en laat alles horen tussen Duke Ellington, Benin en de Balkan. Maar de eerste single, Adrenaline Run, is behoorlijk punk. Bij een weddenschap had ik op Rage against the Machine nog geen 5 euro durven in te zetten. Daems: Tijdens mijn puberjaren was die band voor mij meer dan goeie muziek. Ze hebben mijn wereldbeeld veranderd. Ik kom uit een beschermd, geprivilegieerd, hoogopgeleid gezin. Toen ik Rage hoorde, werd ik er met mijn neus op gedrukt dat de wereld elders hardcore anders kan zijn. Dat sommige mensen kwaad zijn, en terecht. Dat heeft mijn blik geopend. Ik voelde affiniteit met de kwaadheid van mensen die in een underdogpositie zitten. En ook muzikaal staat hun muziek nog altijd overeind, ook als ik er nu met mijn muzikantenbrein naar luister.Al die verschillende invloeden zijn souvenirs aan reizen. Ik heb veel geleerd in Griekenland, Turkije, Bulgarije en Brazilië - los van mijn jazzopleiding. En iets vergelijkbaars geldt voor de andere jongens in de groep. Een grote les is: als je wat elementen uit een stijl wilt gebruiken, kun je hem maar beter grondig bestuderen. Een beetje cherrypicken levert niet meer dan een gimmick op. Daar zijn we alle vier van doordrongen. Soms leek een repetitie wel een les. Jazzrock heeft lang een kwalijke reputatie gehad. Dat is de voorbije jaren, ook in de Belgische scene, wel even anders. Daems: Jazz zit weer in de stedelijke underground, gespeeld door jonge mensen. Dan krijg je open-minded muziek met een hardere rand. Het gevaar met het ontstaan van een canon is dat de evolutie van een stijl wordt bevroren - je ziet het soms gebeuren in traditionele muziek, of in gipsyjazz. Heel paradoxaal: precies door stijlkenmerken te willen behouden, maak je een genre steriel. Jullie naam, de visuals en de songtitels spelen zich allemaal af in het dierenrijk. Waar komt dat vandaan? Daems: Ook dat gaat terug op Rage against the Machine. Wij spelen instrumentale muziek, dus de grote boodschap zal niet uit de teksten komen. Ik vroeg me af: hoe kan ik toch sympathie opwekken voor de underdog die uit zijn kettingen breekt? Als je een dier ziet ontsnappen uit een kooi, wordt bij de meeste mensen het supportersgevoel wakker. Dus ja, Echoes of Zoo is een ode aan dieren. Als je naar een dier kijkt, wordt je een spiegel voorgehouden. Wat heb je gemeen, en wat niet? En als je goed kijkt, zul je zien dat de onderverdeling absurd is. Ik wil geen grote meningen verkondigen over dierenrechten of vegetarisme, nee. Maar hopelijk stimuleren het artwork en de titels mensen wel om dieren te zien. Of te zijn. Dat kan redelijk rock-'n-roll zijn. (lacht)