Vijftig jaar geleden braken in juni vanuit een bar in New York de Stonewall riots uit, een van de sleutelmomenten in de LGBTQIA+-beweging. In België herdenken we die dag in mei met onder meer dit weekend de Queer Pride in Gent en volgend weekend de Belgian Pride in Brussel. Wie daar graag een muziekje bij heeft, kan kiezen voor de klassiekers - Diana Ross, Queen, Madonna, David Bowie... om er maar enkele te noemen - maar ook voor iemand als Janelle Monáe. Met Make Me Feel verwijst ze naar You Make Me Feel (Mighty Real) van Sylvester en Kiss van Prince, die bovendien het pianomotief in Make Me Feel schreef en meewerkte aan Monáes album Dirty Computer.

In de videoclip voor Make Me Feel flirt Monáe met mannen en vrouwen. Het paarse kleurenpatroon van de clip zou refereren naar Prince en naar de kleuren van de biseksuele Pride-vlag, hoewel Monáe tot voor kort haar seksualiteit niet definieerde. 'Liefde heeft geen seksuele oriëntatie', zei ze in een radioshow in 2013, 'ik hou mijn privéleven voor mezelf zodat er gefocust wordt op mijn muziek'.

Want ook vandaag krijgt muziek nog snel een label. Het werk van de Engelse producer Planningtorock wordt bijvoorbeeld 'queer art pop' genoemd. De titels van All Love's Legal lezen inderdaad als de slogans die je deze maand op spandoeken onder regenboogvlaggen kan zien: Patriarchy Over & Out, Misogyny Drop Dead en Let's Talk About Gender Baby, om er maar enkele te noemen. Jam Roston, zoals de muzikant echt heet, kiest er ook voor om zich als queer te profileren.

Tegelijk is de term queer fluïde en bestaat die net om labels de kop in te drukken. Zo staat de Amerikaanse muzikant en drag queen Jinx Monsoon stil bij wie die categorieën geeft en verzet zich ertegen. De artiest, die in 2013 RuPaul's Drag Race won en vorig jaar tweede langspeler The Ginger Snapped uitbracht, geeft in een interview met Entertainment Weekly kritiek op de categorie 'dragmuziek': 'Benadrukken dat muziek is gemaakt door een drag queen is een manier van de heteronormatieve mainstream muziekindustrie om ons te onderdrukken en in te delen in een niche categorie'. Ooit al van 'hetero cisgendered pop' gehoord?

'De muziekgeschiedenis wordt geschreven door geprivilegieerde witte mannen', zegt Olof Dreijer van The Knife in een interview met The Guardian. Ook zijn zus Karin, die mee in The Knife zit en het solo doet als Fever Ray, hekelt maatschappelijke structuren. Met een vervormde stem daagt ze op haar laatste album Plunge de grenzen van het normatief verlangen uit. In de videoclip voor To the Moon and Back komt Dreijer terecht in een soort futuristische kruising tussen een orgie en een zombietheekransje. In This Country klaagt ze homofobie aan: 'This country makes it hard to fuck!'.

'Er is veel seks op het album', zegt Dreijer terecht aan The Guardian, 'de hele tijd! Maar dat is belangrijk, niet-heteroseksuele seks heeft een enorm stigma.' En net daarom schrijft ze erover. In Mustn't Hurry vat ze de boodschap samen: 'shame is going to burn/ shame is going to die.'

Zoals Fever Ray en Planningtorock zijn er een hele hoop artiesten die niet passen in de heteronormatieve standaard, maar daarom niet te reduceren zijn tot met wie ze de lakens delen of tot wat er tussen hun benen zit. De diversiteit is groot, ook muzikaal. Princess Nokia, Christine and The Queens en Anna Calvi stellen rigide genderpatronen in vraag. Enkele van de mooiste nummers over de liefde en liefdesverdriet zijn dan weer geschreven door Snail Mail, Troye Sivan en Frank Ocean. Geslachtsdelen worden onverbloemd besproken door Tommy Genesis, King Princess, Peaches en Cupcakke. Die laatste verguldt de leuzes van de Stonewall riots en de beweging met zinderende elektronica in Crayons: 'Love is love, who gives a fuck?', 'Transgenders are people / so I'ma treat 'em equal' en tenslotte 'Ain't no confusion, everybody human / Get to know people instead of just assuming'.

Ontdek bovenstaande en meer nummers in onze afspeellijst.