Hoera.: gedurfde intimiteit (****)

Hoera. was vorig jaar nog winnaar van Jong Jazztalent Gent, maar mocht dit jaar meteen het grote podium van Gent Jazz op. De broers Cools - Bert op gitaar, Stijn aan de drums - zijn natuurlijk al een tijd actief met diverse groepen in het kader van hun eigen Granvat-label, en bassist Dries Laheye maakt op zijn beurt het mooie weer bij onder meer STUFF. Extra gast voor de gelegenheid was Roman Hiele, globetrotter par excellence in de internationale elektroscene. Werd er ook nog bijgesleurd: een 24-koppig zangkoor uit Litouwen, weliswaar volledig ingeblikt en haast onherkenbaar gefilterd als passende aanvulling bij de elektro-akoestische weefsels van de vier heren.
...

Hoera. was vorig jaar nog winnaar van Jong Jazztalent Gent, maar mocht dit jaar meteen het grote podium van Gent Jazz op. De broers Cools - Bert op gitaar, Stijn aan de drums - zijn natuurlijk al een tijd actief met diverse groepen in het kader van hun eigen Granvat-label, en bassist Dries Laheye maakt op zijn beurt het mooie weer bij onder meer STUFF. Extra gast voor de gelegenheid was Roman Hiele, globetrotter par excellence in de internationale elektroscene. Werd er ook nog bijgesleurd: een 24-koppig zangkoor uit Litouwen, weliswaar volledig ingeblikt en haast onherkenbaar gefilterd als passende aanvulling bij de elektro-akoestische weefsels van de vier heren. Ter verduidelijking: die eerste prijs leverde een geldsom op, naar believen te spenderen aan een nieuw programma. Hoera. trok naar Litouwen, liet het Jauna Muzika kamerkoor composities zingen, nam alles op en ging dat verknippen en plakken. Het eindresultaat hiervan werd in Gent live begeleid.Wars van elke mogelijke bombast of 'art for art's sake', bracht het kwartet dit verhaal in pure kampvuursetting: Bert, Stijn en Dries rustig op een stoel met hun respectievelijke instrumenten annex hardware en Hiele achter zijn mixtafel. Zelfs het knetteren van een vuur ontbrak niet, zij het onder de vorm van elektronische clicks en glitches. Een heel intiem luisterspel boordevol spitsvondigheden. Improvisatiemomenten vulden de uitgeschreven passages subtiel aan. De typerende uitgerekte noten werden continu gevoed door haast onopvallende details. Totale onthaasting in een sonoor Magritte-decor. De aangepaste lichtshow en sporadische videobeelden maakten het plaatje compleet om je in een nevel te wanen, ergens in een sterrenstelsel ver, ver weg. Duidelijk ook bestemd voor fans van Twin Peaks en Sigur Rós. Het aanwezige publiek was helemaal mee en had in de rechtstaande festivalomstandigheden geen enkele moeite om geconcentreerd te blijven luisteren naar deze muzikale origami. Een vervolg dringt zich op, live en op cd. In afwachting is er de nieuwe release 'Beestentijd', een download maar wel inclusief poster en 300-delige puzzel met artwork van Johan Meuris.Dit concert valt samen te vatten in twee woorden: mislukt experiment. Robert Glasper bewees nochtans in het verleden een potentieel vernieuwer te zijn. Nog sterker zijn de trio-opnamen. Helaas niets van dit alles in Gent. Dat hij te gast is op Kendrick Lamars 'To Pimp A Butterfly' en recent twee projecten rond Miles Davis uitwerkte, deed hier niets ter zake. Ongeïnspireerd en vooral veel te luid knalde alles door de tent. De storende drone-klank van de bas was daarbij echt onaanvaardbaar. Er was eventjes aansluiting met de momenteel erg en vogue zijnde stroming van ver doorgedreven producties - zie onder meer de recentste langspeler van Thundercat. Helaas leverde zelfs dat een sof op. Van de hiphopconnecties was dan weer geen spoor te bekennen. Wie kickte op solo's en decibels kreeg wel waar voor zijn ticketprijs. Zelfs het publieksspelletje 'say yeah' ontbrak niet. Even leek het of Guns N' Roses op het podium stond. Dat Nirvana er middels een bewerking van 'Nevermind' ook nog bijgesleurd werd, hielp evenmin. Robert Glasper gooide al het negatieve van een jamband en van progjazz op een hoopje. Het was aftellen naar de real stuff meteen erna.'The shape of jazz to come'? De toekomst zal het uitwijzen. Ondertussen is het genieten van een groep die zowel op plaat als live voor de nodige opschudding zorgt.Alle details klopten, van meet af aan. STUFF. creëerde een big bang waarin de vier elementen vervat zaten en een mixer die vakkundig alles bij elkaar hield. Daarbij vielen vooral de compacte en heldere sound op. Ander onontbeerlijk element dat de stijl van STUFF. uniek maakt: de plotse tempowissels en de staccato drive. Lander Gyselinck blijft een spektakel achter zijn drumstel, Andrew Claes lijkt meer en meer samengesmolten met zijn ewi, Joris Caluwaerts tovert continu nieuwe impulsen uit zijn toetsen terwijl bassist Dries Laheye de aangepaste stroomstoten levert. Mixmonster Menno schat in en accentueert.Na een half uur beats werd deze ballroom blitz even onderbroken voor wat doorgedreven experimenten en knutselen met abstracte vormen. Waarna de trance-trip verder werd gezet.Het publiek vroeg en kreeg een bis. ''t Zal wel zijn', aldus Gyselinck. STUFF. trok de lijn van Herbie Hancock (periode 'Rock It!'), Autechre, Squarepusher en DJ Shadow onverbloemd door. De sjamaan van de West Coast Get Down-commune zakte voor de tweede keer op rij naar Gent af, maar nog steeds niet met het hoogtepunt dat je mocht verwachten. Kamasi Washington is een personage waar je niet om heen kan, vooral letterlijk. De man is tevens een uiterst innemende verschijning. Hij nam rustig de tijd voor selfies met fans op het festivalterrein. Als saxofonist heeft hij bovendien een heel eigen sound. Tot daar het positieve nieuws.Over de entourage op het podium zijn we minder enthousiast. Met twee drummers, een bassist, een trombonist en een toetsenist leek het erop dat Gent recht had op een feestje om de vijfde dag af te sluiten. Aanvankelijk ging alles ook de goede richting uit en leek het wel of we in een blaxploitation film à la 'Shaft' zaten. Washington zelf weerde zich als een duivel in een wijwatervat. Een energieke inzet zoals we die ook kennen bij Jon Irabagon, die zijn bewondering voor Sonny Rollins nooit onder stoelen of banken stak. Tot het tijd werd om de vocaliste van de groep ook wat ruimte te gunnen. Met haar gladde r&b-stem en totaal misplaatste lichaamsbewegingen gaf ze het sein om alles op een zijspoor te dwingen. Er volgden weliswaar nog wat sterke momenten, met dank aan Kamasi zelf - al waren dat niet meer dan spaarzame lichtpuntjes in een jambandmoeras waar je niet in wilt verdwalen. We hopen nog steeds op een concert in kleinere bezetting waar we dan hopelijk de Kamasi Washington zullen horen zoals op de recent opgedoken opname 'Throttle Elevator Music-Retrospective'.