Peter Van Hoesen is technodeejay en woont sinds 2010 in Berlijn. Hij speelde in 2017 'enkele' Belgische concerten, vooral voor evenementen die zijn vrienden organiseerden.
...

'In 2008, toen ik mijn label Time To Express pas had opgericht, stelde ik vast dat mijn muziek in het buitenland aansloeg en hier wat minder. Ik had me daar toen aan kunnen ergeren, maar dan onderneem ik liever actie. Sindsdien heb ik in onze buurlanden voet aan de grond gezet. Ik heb ook een vrij trouwe basis in Japan. Japanners zijn een trouw publiek: als ze beslissen dat je hun aandacht hebt verdiend, laten ze je niet meer los. De laatste jaren merk ik dat er ook belangstelling is vanuit uit Oost-Europa, Polen en Hongarije. Ik heb het gevoel dat de Belgische muziekwereld niet genoeg in zichzelf gelooft. Organisatoren en clubeigenaars zijn rond het einde van de jaren negentig, vlak na de hoogdagen van de Belgische elektronische muziek, steeds meer gaan inzetten op buitenlandse acts. Zo krijg je een feedbackeffect: iedereen boekt steeds meer internationale artiesten, omdat de rest het ook doet. Ergens leeft nog altijd het idee: als het van buiten België komt, zal het wel beter zijn. Zo krijgt lokaal talent minder kansen. Tegelijk voel ik dat er in dit land nog zo veel potentieel creatief potentieel zit dat ik graag gerealiseerd zou zien. Wanneer ik in het buitenland speel, praat iedereen met veel respect over België en wat ons land betekent heeft voor de elektronische muziek. Ik voel me nog steeds een Belgische muzikant, ook al draait mijn carrière hier minder goed dan elders. Maar ik ben en blijf er trots op om opgegroeid te zijn in een land dat zoveel heeft betekend voor de dansmuziek.''Mijn internationale verhaal begon op een paar grote Nederlandse bluesfestivals. Die hebben echt deuren geopend bij onze noorderburen. In 2012 nam ik deel aan de European Blues Challenge, het Eurovisiesongfestival van de blues zeg maar, en kwam er ook in andere landen schot in de zaak. Op de EBC zitten de vertegenwoordigers van alle festivals en platenfirma's. Een daarvan, het grote blueslabel Dixiefrog, heeft me daarna getekend, als enige Belg in hun catalogus.Vervolgens pikten ook de radio's, magazines en websites binnen de blueswereld mij op. Die worden gevuld door gepassioneerde vrijwilligers, die elkaar allemaal kennen. Eens dat de bal in ons wereldje rolt, kan het heel snel gaan.Vandaag ligt de nadruk vooral op Nederland, maar ik tour ook een paar keer per jaar door Frankrijk, Duitsland en een paar landen in Oost-Europa. Tijdens onze tournees spelen we in de clubs waar ook de grote Engelse en Amerikaanse bands passeren, tegen deftige fees.Van het toeren zelf word je niet rijk, maar zeker in de blues is het een goede investering. Onze niche focust zich vooral op het livegebeuren. Van de concerten met mijn verschillende projecten - ik speel zelfs educatieve concerten op scholen rond de geschiedenis van de blues - kan ik leven. Als ik dat binnenkort niet meer kan, doe ik gewoon iets anders. Voor mij is professioneel muzikant zijn meer een kwestie van de juiste state of mind dan van rekeningen die kloppen. Ik zit goed, daar onder de radar. De mensen die mij moeten kennen, kennen mij. De mensen die mij niet moeten kennen, hebben geen last van mij. Ja, de blues krijgt weinig speelkansen op de radio, maar daar staat ze niet alleen. Misschien is het wel beter om non-stop te toeren en opnemen in de Europese bluesscene dan in De Afrekening te staan. Al zou dat ook tof zijn natuurlijk.' (lacht)SVEN DE CALUWE, oprichter en frontman: 'In onze niche ga je al snel buiten België kijken, anders heb je een heel klein publiek. Je kunt moeilijk rond de kerktoren blijven spelen. Dan spelen we liever maar een paar shows in eigen land voor goed gevulde zalen dan dat we om de twee maanden voor dezelfde mensen staan. Van in het begin hebben we heel hard gewerkt om onze naam te verspreiden en contacten te leggen. In de eerste jaren ging dat nog per post. Brieven schrijven, demo's opsturen... Nu is het gemakkelijker om promo te voeren door social media, maar alleen daarmee krijgen we geen zalen vol. Je moet opofferingen doen. Spelen voor honderd man, soms, maar als die honderd het goed vonden staat er de volgende keer een veelvoud. Van radio en klassieke media moeten we het ook niet hebben. Van sommige vakbladen wel, maar ook dat is door de jaren heen een pak minder geworden. Wij zijn niet de band die bezig is met campagnes of mediastrategieën, we willen gewoon doen wat we graag doen. Toch valt het op dat buitenlandse bands soms gemakkelijker aandacht lijken te krijgen dan de eigen scene. Ik weet niet of dat iets Belgisch is.Een verhuis hebben we nooit overwogen. We hebben allemaal nog een job en een gezin naast Aborted. Ik zou ook niet willen dat de band tien maanden per jaar zou toeren, puur om ervan te kunnen leven.'