Leeftijd: 26
...

Vijftien jaar geleden ontdekte een schuchter, melancholisch meisje de troostende muziek van Nirvana en besloot ze: ik wil net zo goed kunnen spelen als Kurt Cobain. En dus stal ze een gitaar uit de plaatselijke kerk en leerde ze zichzelf spelen. Anno 2020 maakt datzelfde meisje furore als Deb Never. Ze mocht als eerste vrouw meezingen op een nummer van Brockhampton (voor de fans: No Halo), tourde met Dominic Fike en Tommy Genesis en dook in de studio met artiesten als Shlohmo, Kenny Beats en Dylan Brady van het heerlijk geflipte 100 Gecs. Het doel heiligt soms de middelen. God zal dat wel begrijpen. Na een matige carrière als sessiemuzikant en een reeks stiekeme solo-experimenten debuteerde Deb Never vorige zomer met de uitstekende ep House on Wheels. Daarop vermengt ze dromerige indie met grunge, emorap, poprock en pijnlijk eerlijke teksten over zelfdestructie, toxische relaties en mentale gezondheid. Vorige maand verraste ze haar fans via Bandcamp met de opvolger Intermission, een verzameling intieme songs geschreven en opgenomen tijdens haar lockdown en waarvan de opbrengst naar de zorgsector gaat. Met titels als Dangerous, Not Okay en End of the World misschien niet de vrolijke ep die u dezer dagen nodig hebt, maar googel even de integrale livestream die ze voor i-D opnam en bereid u voor op een dikke twintig minuten muzikale troost. Zolang u nadien maar geen gitaar steelt. Een willekeurige quote: 'Mijn teksten zijn droevig, maar ik probeer in mijn muziek toch een eerlijk beeld te schetsen van wie ik ben. Ik maak ook graag plezier. I'm goofy as shit.'