Magic of Meghan, zo heet namelijk het nummer waarmee Dry Cleaning twee jaar geleden voor het eerst echt de aandacht trok. 'You're just what England needs', stak Florence Shaw daarin de door de pers belaagde hertogin een hart onder de riem.
...

Magic of Meghan, zo heet namelijk het nummer waarmee Dry Cleaning twee jaar geleden voor het eerst echt de aandacht trok. 'You're just what England needs', stak Florence Shaw daarin de door de pers belaagde hertogin een hart onder de riem. 'Ik wil niet beweren dat ik haar als persoon bewonder of apprecieer - ik ken haar helemaal niet - maar ik heb me altijd gestoord aan die racistische ondertoon in de berichtgeving over haar', legt Shaw ons uit. 'Ik denk wel dat ze blij is dat ze onlangs bij Oprah Winfrey haar hart eens heeft kunnen luchten.' Niet dat Shaws teksten altijd zo straightforward zijn, integendeel zelfs. Neem nu deze lyrics van Dry Cleanings net verschenen debuutalbum New Long Leg: 'I think of myself as a hardy banana with that waxy surface and the small delicate flowers / A woman in aviators firing a bazooka' - vrij vertaald: 'Ik zie mezelf als een winterharde bananenplant met van die wasachtige bladeren en kleine delicate bloempjes / Een vrouw met pilotenzonnebril die een bazooka afvuurt.' Shaw stelt haar teksten samen met de cut-uptechniek, een beproefd experimenteel procédé waarbij je verschillende fragmenten knipt en plakt tot een nieuw geheel. Zo is de tekst van Goodnight bijeengepuzzeld uit YouTube-commentaren bij muziek van Aphex Twin: mensen die bij een song iets schreven over hoe ze hun grootmoeder misten, of hun kat die was gestorven. En daartussen gooit Shaw dan de vunzige regel 'Have you ever spat cum onto the carpet of a Travelodge?'Die ongewone teksten vormen één reden waarom je bij een kennismaking met Dry Cleaning meteen de oren spitst. Een andere is de kurkdroge, haast afgestompte spreekzang waarmee Shaw die voordraagt. Het zorgt ervoor dat Dry Cleaning zich met het door John Parish geproducete New Long Leg onderscheidt in een genre waarin het tegenwoordig over de koppen lopen is. Ook drummer Nick Buxton (tweede van l. op de foto), gitarist Tom Dowse (r.) en bassist Lewis Maynard - dertigers die wél al de helft van hun leven in de muziek doende zijn - slagen er moeiteloos in de gemeenplaatsen te omzeilen. Een volslagen neofiet en drie veteranen: die combinatie moest wel iets aparts opleveren. Hoe lang kenden jullie elkaar al voor er van Dry Cleaning sprake was? Nick Buxton: Sinds 2006, toen Lewis, Flo en ik aan de universiteit begonnen. Florence Shaw: En voor je het vraagt: neen, geen haar op ons hoofd dat er ooit aan heeft gedacht om samen een band te vormen. Toen we elkaar ontmoetten, zaten Nick en Lewis in een groepje met mijn toenmalige lief. Ik hielp hen een beetje met het artwork, en was voor de rest gewoon een hevige fan. Dan spoelen we door naar enkele jaren geleden: Nick, Lewis en Tom jammen in de garage van Lewis' moeder. Met welk idee? Buxton: Géén. Puur voor de lol. Vrienden die samen rondhangen. Elk van ons had als muzikant al een zeker parcours afgelegd, en we vonden het fijn iets informeels te doen in een periode waarin we muzikaal droog stonden. In die garage spelen kostte ons niks, integendeel: de moeder van Lewis maakte dat we niks tekortkwamen. Vandaar de titel van jullie latere tweede ep, Boundary Road Snacks and Drinks? Buxton: Juist. Het waren geweldige dagen, alsof we weer tieners waren. Lekker thuis, zonder druk. Er ging evenveel tijd op aan pizza's bikken en computerspelletjes spelen als aan repeteren. In feite was Dry Cleaning nauwelijks een band tot Flo erbij kwam. Er ontbrak een element. Zang. Of op zijn minst teksten. Tom stelde voor om Flo te vragen. Maar die was niet meteen overtuigd. Shaw: Tja, het was voor mij ook een volslagen nieuw idee. Ik ben een creatief persoon, dus het maken en schrijven zelf zag ik in eerste instantie nog wel zitten. Maar optreden? Ik mocht er niet aan denken. Ik kromp ineen bij de gedachte dat ik een traditionele frontpersoon zou moeten worden, iemand die het publiek opzweept en wat is het allemaal. Het heeft een tijd geduurd vooraleer de jongens mij konden overtuigen dat ze dat niet van mij verwachtten. Nick, jij hebt toen een van de beslissende duwtjes gegeven door voor Flo een playlist met aanknopingspunten samen te stellen. Wat stond daar zoal in? Shaw: Private Life in de versie van Grace Jones, een song van Will Powers (het pseudoniem van fotografe Lynn Goldsmith, die in 1983 scoorde met de comedyplaat Dancing for Mental Health , nvdr. ), Guys Are Not Proud van The Anemic Boyfriends... Ken ik niet. Buxton: Een vrouwelijke punkrockgroep van begin jaren tachtig uit Alaska. Hun zangeres - Louise Disease heette ze - doet daarin iets wat half op zingen en half op spreken lijkt. Het is bijna doen alsof. Shaw: Het soort zingen dat je in de douche zou doen, ja. Buxton: Er stonden ook enkele absoluut potsierlijke dingen in die lijst, zoals Ding Walls van de Amerikaanse jazzzanger Mark Murphy, waarin hij aan een stuk doorratelt over de Dingwalls-club in Camden. Echt stupide, maar het heeft blijkbaar geholpen. (lacht) Die song gaat gewoon rechtdoor, het is een verhaal zonder refrein of herhalingen, en zo schrijft Flo ook vaak. Shaw: Zo zag ik plots de mogelijkheden. Zingen is maar één manier om woorden over te brengen. En ik hád woorden: allerlei zinnen die ik jarenlang in boekjes en op mijn smartphone verzameld had. Soms gebruikte ik die als onderschriften bij mijn tekeningen, maar verder wist ik niet wat ik er ooit mee zou aanvangen. Hoe verliep dan uiteindelijk het eerste optreden? Shaw: Ik had me op voorhand ingebeeld dat ik de draad zou kwijtraken, iedereen de hele tijd zou staan tateren of iemand mij iets onbetamelijks zou toeschreeuwen. Niets daarvan. Ik was dan wel doodsbenauwd, maar het voelde fantastisch om iets te doen ondanks mezelf. Magic of Meghan, waarover we het daarnet al hadden, heeft ook jou soelaas gebracht: heb je het niet geschreven om te vergeten dat je relatie net op de klippen was gelopen? Shaw: Klopt. Ik ben nogal obsessief van aard. Als iets mij boeit, duik ik er helemaal in. Dat werkt ook prima als escapisme. Eind 2017 was een heel lastige periode voor mij, en die song schrijven hielp me om mijn verstand erbij te houden. Op het eerste gehoor denk je dat het gaat over de verloving van Meghan en prins Harry, maar het is absoluut een heel persoonlijk nummer voor mij, een vermomde break-upsong. Op New Long Leg staan wel meer songs over disfunctionele relaties: Leafy, Her Hippo, Unsmart Lady. Shaw: Meestal gaat het om hiërarchische situaties waarbij iemand onder de duim van een ander zit. Niet alleen in een liefdesrelatie, maar evengoed onder vrienden, of in het algemeen in omstandigheden waarin je je tekortgedaan voelt. Daaruit vloeit een ander terugkerend thema voort: hard zijn of worden, de moed samenrapen om je te verweren. Of dat nobel is of dwaas laat ik graag in het midden. Maar dat soort gevechten leveren we allemaal wel in een of andere dagelijkse context. Je gebruikt voor het schrijven van je teksten de cut-uptechniek. Shaw: Ja, maar ik zou nooit iets maken wat uitsluitend op willekeur is gestoeld. Wat wél interessant is: hoe kun je betekenis binnensmokkelen in iets wat op het eerste gehoor lukraak in elkaar is gezet? Ik zou het veeleer een observatietechniek noemen, iets waarmee je alle input die in de dagelijkse chaos op je afkomt filtert: reclameslogans die je leest op de zijkant van een bus, een stukje van een gesprek dat je opvangt... Of een frase als ' Have you ever spat cum onto the carpet of a Travelodge?' Shaw: (lacht) Het zijn die kleine, vaak beschamende momenten of gedachten die ik graag pluk. Mensen die in korte zinnetjes op het internet openlijk terugkijken op een trauma. Of spitse antwoorden waarvan ik, lang na de feiten, zou willen dat ik ze in een gênante omstandigheid had gegeven. Als je schrijft over de onbeholpenheid van menselijke omgang vind ik die losse, specifieke dingen veel boeiender dan te proberen een universeel gevoel te beschrijven. Dry Cleaning schijnt te zijn opgericht op een karaokeavond. Wie zong wat? Buxton: Lewis' partytruc is sowieso I'm Not Okay (I Promise) van My Chemical Romance. Tom deed een heel complete theatrale versie van Born to Run. Zelf was ik nogal in mijn sas met mijn Virtual Insanity van Jamiroquai. Shaw: Daar staat hij dan ook voor bekend. (lacht) Die avond was ik er niet bij, maar ik durf me wel eens aan Cher te wagen. Al blijft mijn grote favoriet Say Hello, Wave Goodbye van Soft Cell. Zo emotioneel en melodramatisch, ik ben er wég van! (lacht) Die hele plaat, Non-Stop Erotic Cabaret, is trouwens geweldig. Buxton: Wat uiteindelijk de doorslag gaf, was dat we met z'n drieën samen - en tegen dan helemáál dronken - nog iets van Deftones hebben gezongen. Ja, dat zat ook in die karaokecatalogus. (lacht) Deftones is voor ons alle vier een grote band. Zo zijn er allerlei gemeenschappelijke favorieten. Tom en ik houden enorm van de hardcoreband Converge. Flo en ik waren midden jaren negentig verslingerd aan Oasis. Gek genoeg was mijn interesse in gitaarmuziek bijna volledig verschrompeld toen we met Dry Cleaning begonnen. Ik luisterde voornamelijk naar elektronica en house. Shaw: Misschien is het wel leuk om te vermelden dat Nick ook van Belgische new beat houdt. Buxton: (lacht gegeneerd) Euh, een jaar of vijf geleden heb ik een grote new-beatfase gehad, ja. Kunnen we dat aan New Long Leg horen? Buxton: Een beetje, in de drummachines. Vorig jaar wilden we voor een soort onlinevideo-optreden twee nieuwe songs opnemen, maar dat konden we door corona niet samen doen. Tom had een viersporenrecorder die we om beurt, ontsmet en al, van huis naar huis doorgaven. Zelf had ik daar elektronische drums op gezet. Toen onze producer John Parish (vooral bekend van zijn werk met PJ Harvey, nvdr.) dat hoorde, zei hij meteen: breng die drummachine maar mee. Mijn ultieme new-beatsong? Voices van Neon. Ik heb het meer voor downtempodingen dan voor klassieke eurohouse. En nu ik hier toch mijn Belgenliefde aan het belijden ben: ik ben ook fan van wielrennen. (lacht)